1

Het Réseau Crocodile en André Moyen

Wanneer men verwijst naar de zaak-Lumumba, koppelt men daaraan gewoontetrouw de activiteiten van antilumumbistische geheimagenten die netwerken vormden en bij hun werkzaamheden in nauw contact met de politieke macht, de economische macht en met de duistere macht van de Staat stonden. Zo is er het mysterieuze Réseau Crocodile dat opduikt in de geschiedschrijving die gewijd is aan het onderwerp dat ons aanbelangt. Het zou deel uitmaken van die instrumenten die min of meer hebben bijgedragen tot de tegen Lumumba gevoerde uitputtingsslag. Hoe minder informatie men over dat netwerk aantreft, hoe duidelijker dat de discrete efficiëntie ervan zou aantonen.

Terzake is evenwel een ander denkspoor mogelijk. De karige documentatie die over dat netwerk voorhanden is, kan bij de onderzoeker hoogst eigenaardig overkomen. Hij kan zich afvragen of het feit dat het ontbreken van soortgelijk bronnenmateriaal niet wijst op een realiteit die weinig om het lijf heeft. Het Réseau Crocodile heeft ongetwijfeld bestaan, maar dan wel in een periode voorafgaand aan de gebeurtenissen die wij bestuderen.

Dat het kwestieuze netwerk werd opgedoekt, is te wijten aan de conflicten die uiteindelijk met de Veiligheid van de Staat waren gerezen. Om dat netwerk op te sporen, moet men het indrukwekkend individueel dossier van André Moyen (6) raadplegen, dat wordt bewaard in het Archief van de Veiligheid van de Staat (SE 59.428). Het bevat een aantal interessante documenten, waaronder een niet-ondertekende en ongedateerde Court historique du réseau Crocodile die na 1 januari 1950 is opgesteld en wellicht niet veel ouder is; de tekst gaat integraal als bijlage (X - Bijlagen).

Wanneer men dat document erop naleest, stelt men vast dat dit netwerk op 1 januari 1948 werd opgezet met als doel de strijd tegen de Sovjets en tegen subversieve elementen aan te binden. Het Réseau Crocodile was de Conglolese afdeling van een uitgebreider netwerk, het réseau Milpol dat dezelfde doelstellingen in België nastreefde.

Uit dat historisch overzicht blijkt hoe het netwerk in Congo werd uitgebouwd en hoe de verhoudingen tussen de bezielers van dat netwerk, onder wie Moyen, het gouvernement-generaal (Congo) en de Veiligheid van de Staat er vrij snel op verslechterden (7). Rebus sic stantibus doet het Réseau Crocodile al het mogelijke om de tegen het netwerk gerichte aanvallen te overleven. Zo ondernam Moyen een vergeefse poging om zich bij de Union Minière onmisbaar te maken; dat gebeurde tijdens een dubieuze "verleidingsoperatie", waarbij hij het erop aanlegde om aan te tonen dat die privé-onderneming nood had aan een beveiligingsstructuur.

Een document uitgaande van de hoge kringen van de Veiligheid van de Staat verstrekt ons een bondig overzicht van de zaak. Het betreft een persoonlijke brief (ref. nr 05/20427) die de hoofdadministrateur van de Sûreté congolaise op 15 februari 1956 aan de adjunct-administrateur van de Veiligheid van de Staat richtte (AVS, Moyen, 3117).

Concerne: Le Réseau Crocodile

En décembre 1951, Bamps Victor, dessinateur à l'UMHK fut convaincu d'avoir volé et transmis à Moyen, sur les instigations de ce dernier, la copie de deux plans des installations de Shinkolobwe. Dès leur réception, Moyen avait remis à un Administrateur de la Société une photographie des plans en signalant qu’un membre de son réseau, travaillant comme laborant chez un photographe de BUKAVU, avait été amené à développer un film apporté par un "client de passage" et que, trouvant l'affaire insolite, il avait effectué un tiré à part à l’intention de son chef de réseau.

Ce scénario devait, dans l'esprit de Moyen, avoir une double conséquence:

  1. démontrer l’habilité de son réseau à détecter les fuites et la carence de la Sûreté à découvrir les coupables;

  2. Vaincre les dernières résistances de certains administrateurs de l'UMHK quant à la nécessité de créer, au sein de cette société, un véritable service de sécurité dont il (Moyen) aurait assuré la direction en Belgique.

La volumineuse correspondance saisie au domicile de BAMPS permit de reconstituer le réseau Moyen, connu sous le nom de "réseau Crocodile". Il était organisé de la façon suivante:

  1. Un groupe d'une douzaine d'agents dirigés par Bamps Victor, alias 'Bernard', assisté du Commissaire de district assistant Galand, alias 'Kitoko'. Bamps était en rapport avec Moyen depuis 1948;

  2. Pingray Jacques, alias Bruno, alias Michel;

  3. D'Heur Alphonse, alias Dick.

Ces trois 'lignes' travaillaient séparément, mais Bamps Victor était autorisé, en cas d'urgence, à contacter D'Heur. Il disposait d'un "pass" à cet effet. D'Heur et Pingray transmettaient directement à Moyen les renseignements recueillis soit d'office, soit à sa demande, concernant les personnes suspectes d’activités subversives ou plutôt prétendues telles.

En fait, en raison de la rapidité de notre intervention, D'Heur n'eut guère le temps de transmettre à Moyen les quelques informations relatives à des personnes au sujet desquelles il avait été chargé d’indaguer par notre service.

Ondertussen werd Moyen uit Congo uitgewezen. Hij was dus "verbrand" in 1960-61, maar dat belette hem niet zijn activiteiten in diverse richtingen voort te zetten. Zo bleef zijn niet-aflatende belangstelling uitgaan naar het domein van de Belgische privé-inlichtingensector. Zo richtte hij in 1954 de maatschappij INFOR op. Zijn contacten met de Veiligheid van de Staat verliepen - naar het evenbeeld van het personage - chaotisch. Over de persoon bestaat een lange reeks rapporten van de Veiligheid van de Staat; ze zijn afkomstig uit het "papieren dossier" SE 59.428 van de betrokkene, waarop geen volgnummer vermeld staat.

Daaruit geven we hierbij enkele fragmenten weer. Daarbij beoogden we alleen naar die periode uit het leven van Moyen te verwijzen, die enig verband met ons studie-onderwerp heeft. Op die wijze zouden we dit dossier dat - net als het monster van Loch Ness - geregeld opduikt wanneer men het heeft over het feit dat Lumumba het slachtoffer van een Belgisch complot zou zijn, definitief willen afsluiten. De volgende fragmenten werden met het oog op de conclusie uitgekozen:

a. Fragment uit een niet-ondertekend rapport van de Veiligheid van de Staat van 15 maart 1960. Moyen bevindt zich in Congo:

"(…). Moyen qui dispose au Congo de quelques informateurs, effectue ce périple [visite de différentes régions du Congo] afin de prendre contact avec ses agents et d’étoffer son réseau "Crocodile" qui fonctionne dans le Katanga. Après son voyage [juillet-septembre 1949] il rédige un long rapport sur la situation au Congo Belge et les influences néfastes des colonies voisines sur ce pays. Ses informations relèvent très souvent de la plus haute fantaisie. Il vend ce rapport à un correspondant de l’United Press à Bruxelles et ses renseignements sont publiés par de nombreux périodiques étrangers qui les présentent comme étant le résultat d'une enquête effectuée au Congo Belge par un "officier de la Sûreté d’Etat Belge".

Ces publications ont provoqué des demandes de précisions adressées au Gouvernement Général par plusieurs consulats étrangers et des protestations de la part du Gouvernement de l’Afrique équatoriale française. Entretemps (sic) Moyen poursuit avec le réseau 'Crocodile' sa 'mission d’information' au Congo Belge. Son but final est de prouver à la Société Générale, en prônant le danger communiste, la nécessité de créer au sein de l’Union Minière un service de sécurité dont il assurerait la direction. Pour arriver à ses fins, il ne recule devant aucun procédé et finit, en 1951, par organiser avec l’aide de certains agents de son réseau, un vol de minerais stratégiques et de plans des installations de Shinkolobwe afin de convaincre l’Union Minière des dangers qui menacent les régions industrielles du Katanga et de la carence des services officiels. Cette mésaventure fera perdre à Moyen beaucoup de son crédit auprès des sphères de la Société Générale.

b. Fragment uit een niet-ondertekend rapport van de Veiligheid van de Staat van 23 maart 1962.

Heeft betrekking op de activiteiten van betrokkene in het domein van het inwinnen van inlichtingen: er wordt in alle domeinen onderzoek verricht, maar de resultaten gaan in anti-communistische zin.

Diffuse partout des rapports qui ne sont que le fruit d’une imagination mensongère, empreinte d’un esprit malveillant. A lassé tous les services de police et de renseignements avec lesquels il a travaillé. S’acharne dans ses rapports à accuser de tiédeur les dirigeants belges qu’il accuse de complicité à l’égard de prétendus traficant (sic) ou agents de Moscou.

c. Fragment uit een rapport van de Veiligheid van de Staat van 27 oktober 1986:

(…). En 1948, on retrouve Moyen André au Congo belge, où en tant que détective privé, il organisa un réseau de renseignements dit "réseau Crocodile", plus spécialement au Katanga parce qu’il était financé en partie par l’Union Minière du Haut Katanga (UMHK) à Bruxelles. Ce réseau ne reculait devant aucun moyen pour obtenir des renseignements et s’assurer des subsides. Sur instigation de Moyen, les membres dudit réseau n’hésitèrent pas à violer le domicile ainsi que le secret des lettres et à voler des documents. Un dessinateur de l’UMHK que Moyen avait sous ses ordres centralisait les informations et "complétait", le cas échéant, celles qui étaient trop vagues:

c’est ainsi par exemple qu’un simple suspect devenait un dangereux communiste. Moyen transmettait alors intégralement ces renseignements à l’UMHK dont certains agents subirent de la sorte des préjudices importants (…). En outre, il lui arrivait de fournir à nos services des renseignements qu’il croyait ignorés de la SE et à inonder cette administration de rapports qu’il intitulait "travail personnel" et qu’il rédigeait sur les sujets les plus divers mais dans un sens anti-communiste. Après vérifications, beaucoup de ces informations se sont révélées être mensongères.

(6) André Moyen werd op 29 september 1914 in Resteigne geboren. De betrokkene is nog steeds in leven op het moment waarop deze tekst wordt opgesteld. Gelet daarop, zullen wij de publicatie van informatie rond zijn persoon tot het strikt noodzakelijke beperken en alleen die informatie weergeven die relevant is voor onze studie.

(7) Court historique …, blz. 4: "Au cours de 1950, il s’avéra de façon indubitable que la Sûreté avait pris pour principal objectif, sur directives formelles et précises de Mr Humblet, la destruction totale du Réseau."

Bron: Verslag Lumumba-commissie

2

"SOMA presenteert een tussentijds verslag van het historisch onderzoek naar de ware toedracht achter de moord op Julien Lahaut. Voor het eerst kon het gerechtelijk onderzoek worden ingekeken en daarin duiken herhaaldelijk sporen op die wijzen in de richting van André Moyen. Officieel journalist maar in werkelijkheid topagent van de inlichtingendienst van de Banque de Bruxelles en monstre sacré van het anticommunistische inlichtingenwerk in de periode na de Tweede Wereldoorlog."

Meer » Nieuws

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

3

André Moyen werkte reeds voor de oorlog voor de Belgische militaire inlichtingendienst ("Deuxième bureau") onder leiding van kolonel René Mampuys, meer bepaald als infiltrant in rexistische milieu's en voor het vergaderen van informatie in Duitsland onder de dekmantel van student geneeskunde. Tijdens de oorlog zou hij in het verzet de "Service 8" oprichten, een interventiegroep die ondermeer gericht was op het executeren van landsverraders.

Samen met Mampuys was hij lid van het verzetsnet "Athos" dat samenwerkte met de Amerikaanse OSS, die in 1944 Moyen in dienst zou nemen. Ook na de oorlog bleef Moyen voor de Amerikanen werken, met René Solborg uit Parijs als contactpersoon. Moyen zou in 1948-1949 benaderd geweest zijn door Henri Ribière van de Franse geheime diensten (SDECE), om Gladio-correspondent te worden in België. "Gladio" zou volgens Moyen de naam geweest zijn voor "slapende" Stay Behind-operaties bedoeld voor oorlogssituaties, terwijl "Catena" ook actief zou geweest zijn tijdens vredestijd.

Hij ontwikkelde zich onder de naam "Captaine Freddy" als journalist voor extreem-rechtse tijdschriften zoals Europe-Amérique (voorloper van NEM), Vrai en Septembre, waarin hij anticommunistische artikels schreef. In 1948 kreeg hij de leiding over Milpol, een privé-inlichtingennetwerk opgericht door Marcel De Roover, kolonel Mampuys en Herman Robilliart (directeur Union Minière in Haut-Katanga), dat gefinancierd werd door Brufina en zich schuilhield achter het Brusselse bedrijf "Infor". Op vraag van generaal Keyaerts zorgde Moyen in 1949 via Milpol voor het oprichten van een tiental Stay Behind-groepjes.

In Congo werd door Moyen in parallel het "Crocodile"-netwerk opgezet, gefinancierd door Union Minière. De sterk anticommunistische Albert De Vleeschauwer (minister van Binnenlandse zaken, 1949-1950) bracht Moyen in contact met zijn Italiaanse (Mario Scelba) en Franse (Jules Moch) collega's, die net als in België zorgden voor de uitbouw van een anticommunistische "speciale" politie. Samen met Henri "colonel Leloup" Martin, theoreticus van het Franse fascistisch netwerk La Cagoule, zorgde Moyen op 21 augustus 1950 voor de evacuatie van minister Albert de Vleeschauwer naar Bretagne, die repressailes vreesde voor de moord op Julien Lahaut. Moyen was betrokken of had op zijn minst weet van het moordcomplot.

Moyen reisde vaak naar het buitenland waar hij allerlei contacten had, voornamelijk West-Duitsland (kolonel Heinze Hückelheim), Spanje (een officier van de Alto Estado Major), Italie (minister Scelba en generaal Galli van de Publica Sicurezza), Frankrijk (Henri Martin en Solborg) en Zwitserland (kolonel Paul Schautelberg). Moyen wees trouwens in het bijzonder naar Spanje en Zwitserland als landen die onderschat worden wat betreft hun rol in Stay Behind. In het Verenigd Koninkrijk ontmoette hij Poolse officieren van de anticommunistische oppositie. Van 1965 tot 1980 werkte hij bij de firma Securitas in Erps-Kwerps, als directeur. Nadien bleef hij werken voor inlichtingenbureau's, ondermeer met Georges V.D. die een vennoot is van Francis Dossogne in het agentschap "G".

4

Als de Luxemburgse verhoren kloppen dan zijn in de stay behind-netwerken misschien wel meerdere lagen zoals een russisch popje. Ook de verzetsgroep G (VUB-ULB) (tijdens de oorlog niet verwarren, he!) koos voor de naam "groep G" zodat de Duitsers ellenlang zochten naar de niet bestaande andere afdelingen a, b, c, e, ... z.

5

Net na de oorlog was er in België niet één enkel Stay Behind, maar een heel kluwen. Vanaf 1951/52 kwam er wat meer éénduidige structuur in, maar ook dan bleef het vermoedelijk veel complexer dan enkel SDRA8 + STC/Mob. In het bijzonder omwille van de vele wisselwerkingen met Catena, OAS, SAC, Paix et Liberté, Cias, FSB-PEC, ... De Russische popjes-structuur kwam vermoedelijk wel voor, zie bv. onder de paraplu van Milpol. Ook in de Italiaanse Gladio-verhalen kom ik die "Russische popjes" af en toe tegen. Ook op het niveau van de NATO, waar bv. het ACC zich schuilhield achter het, door de CPC gevormde, SDRA 11. Trouwens, wie weet eigenlijk waarvoor de andere SDRA's staan (Ik bedoel: anders dan 6, 8 en 11)?

Post van Ben van hier » SDRA

De waarheid schaadt nooit een zaak die rechtvaardig is.

7 (edited by K& 15-05-2013 16:50)

In Zwitserland was er zelf een nummer in de twintig! Ik denk stilaan dat er zowat meer organisaties waren dan communisten in ons land. Ieder liep zowat te paraderen omdat er veel geld werd rondgestrooid door de Amerikanen die in het Mc Carthy-tijdperk zowat overal infiltratie zagen, net het verhoor van Oppenheimer eens doorgenomen. Zelf de vader van de eerste atoombom werd het veiligheidscertificaat ontnomen! Want 15 jaar vroeger had ie een paar communistische wetenschappers in zijn vriendenkring aan de universiteit. Hij mocht als wetenschapper na 50 geen inzage meer krijgen in de ontwikkelingen van o.m. Teller.

Wat Luxemburg betreft: er zijn dus aanwijzingen dat de Jan in Sandhurst was geweest, aanwezig was bij een Oesling manoeuvre en dat aan deze manoeuvres soms  ook stay behind-mensen deelnamen. Deze Belgische en Luxemburgse mensen gingen soms samen in kleine groepjes opleiding krijgen in Poole maar de beschikbare info is zo klein dat je er alleen maar mee kan lachen.

Echte amateur opleiding voor de cover van de eerste schil denk ik. Als je dan ziet dat een cafebaas en een dominé door de sant werden gemandateerd om werkvolk te zoeken dan weet je tal dit is niet serieus te nemen is. Dus stay behind is VogelFUTTER als afleiding voor het echte proces dat nog moet aanvangen en daar hebben de Luxemburgse Dianes zelf hun mond voorbijgepraat na 2005.

Schrijnend is de ontdekking dat de onderzoeksrechter zijn bureau wordt opgeblazen in het gerechtshof net een week nadat ie een rogatoire commissie naar Brussel heeft gestuurd om een zeker gugus te volgen en af te luisteren, net dien die dien troep heeft opgericht. Op een bepaald ogenblik de week erop komt de gugus naar Luxemburg met ne BM van ene israelienne die in Luxemburg woont op amper 1km van de organisateur van de schaduwopdracht aldaar.

Omdat dus de eigen oud collega's van de gugus niet kunnen worden gebruikt, wordt beroep gedaan op de mennen van de sureté. De gendarm die het schaduwen organiseert is zelf aan de bron van de mislukte schaduwopdracht door verkeerde info door te geven. Opdracht wordt te vroeg afgebroken net als de gugus gaat kameren met zijne loverboy.

Net op het hoogtepunt ontploft het bureau van de onderzoeksrechter en de ruiten in het hotel daveren van de klap want tis er minder dan 1 kilometer van af dixit den boy itself recent in de pers, enz. Het is te gek om een scheet te laten. En als toemaatje: bij het afbreken van de schaduwopdracht voor de bomaanslag, zegt de organisator -rijkswachter dan aan zijn collega's van de sureté (die de schaduwopdracht uitvoeren) dat ie gaat zwemmen. Ze vinden zijn gedrag zo louche dat ze hem volgen om te zien of dit wel klopt en bovendien maken ze een PV op dezelfde nacht over de organisator van de schaduwopdracht. Dit PV wordt 17 jaar verborgen gehouden voor de J.I. Bommeleer wiens bureau werd opgeblazen! Tussen haakjes het zwembad was net zwaar beschadigd door een bomaanslag de week ervoor!

Als cerise: de geschaduwde gaat 's anderendaags ontbijten bij de organisator van zijn eigen schaduwopdracht  en bovendien  gaan ze nadien samen naar een schietstand. En dan als Belg daar maar je zwart geld aan toevertrouwen! Luxemburgers, zwetsers (geen zwitsers).

8 (edited by dim 15-05-2013 17:22)

the end wrote:

Post van Ben van hier » SDRA

Ja, maar dat is opnieuw 6, 8 en 11, dat weten we intussen goed en wel. Maar wat met de andere cijfers? Inderdaad, Zwitserland Projekt-26! Waarom 26? Zo was er ook P2 en vermoedelijk P7, recent spreekt men ook van een P4 in het Berlusconi-Italië (zelf ex-P2). Men zegt dat AESP misschien P1 was, maar wat met alle andere P's?

dim wrote:

Ja, maar dat is opnieuw 6, 8 en 11, dat weten we intussen goed en wel. Maar wat met de andere cijfers?

Oeps te vlug gelezen en geantwoord, ergens heb ik wel nog andere nummers gezien. Onder andere SDRA II is militaire veiligheid. En er is ook een afdeling is specifiek voor de marine en de kust, welk nummer weet ik niet meer.

De waarheid schaadt nooit een zaak die rechtvaardig is.

10

In de carrière van Mampuys (zie Milpol) dook echter geregeld André Moyen op. Moyen was reedsvoor de oorlog één van Mampuys' inlichtingenagenten, met onder meer als schuilnaam Freddy Bastogne. Tijdens de oorlog zette hij een eigen stootgroep op, Service 8, die niet alleen militaire inlichtingen verzamelde, maar ook acties uitvoerde tegen de Duitse bezetter. In 1942 kwam Moyen in contact met Fernand Cannoot, de oprichter van Athos, en zo ontmoetten Mampuys en zijn trouwe inlichtingenagent elkaar opnieuw. Het sprak voor zich dat eenmaal Mampuys na de oorlog opnieuw aan het hoofd van het Tweede Bureau kwam te staan, hij Moyen opnieuw inschakelde als agent.

Mampuys werkte nauwgezet samen met de OSS, maar over zijn inlichtingenagent André Moyen was de OSS evenwel minder te spreken. In een dossier over Helena Bogaerts, dd. 12 januari 1946, die ervan verdacht werd inlichtingenwerk te verrichten voor de Duitse geheime dienst, komt een ronduit negatieve beoordeling van Moyen aan het licht. Zo zou hij, nadat Helena was opgepakt door de Amerikanen, haar gevraagd hebben de gegevens (bezwarende informatie over mishandelingen van Duitse gevangenen door Amerikaanse soldaten) door te geven aan het Tweede Bureau.

Onder zijn schuilnaam Capitaine Freddy beloofde hij haar in ruil de vrijlating en een toekomstige job als inlichtingenagent voor het Tweede Bureau. Capitaine Freddy overhandigde vervolgens dit bezwarende rapport over het wangedrag van de Amerikanen aan zowel Mampuys als aan kapitein Brittenham. Na wat zoekwerk werd Moyen als volgt geïdentificeerd:

"This office subsequently identified Capt. Freddy as André Moyen. From two sources it was ascertained that André Moyen was at one time jailed by the American Authorities, that he is bitterly anti-American and a mercenary. It was also learnt that he has been dismissed at least officially from the Belgian 2eme Direction."

Officieel werkte Moyen niet voor het Tweede Bureau, maar Mampuys bediende zichwel van de inlichtingen verkregen van Milpol. Naast zijn werk als inlichtingenagent was Moyen na de oorlog ook erg actief als recensent in diverse extreem-rechtse bladen als Europe-Amérique, VRAI en Septembre, onder diverse schuilnamen als Capitaine Freddy, André de Saint-Michel en Cincinnatus. Zijn discours was ronduit anticommunistisch en reactionair. Maar hij vertoefde hier bij die redacties alvast in het goede gezelschap van figuren als Jo Gérard, Paul Vanden Boeynants, Emile Lecerf en oud-leden van het vooroorlogse Nationaal Legioen zoals Fernand Dirix en Gaston Jacqmin (die twee laatsten richtten het blad Septembre op).

Bron: De netwerking van een neo-aristocratische elite | Klaartje Schrijvers

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube