1

Jo Gérard werd geboren in 1919 te Antwerpen en studeerde aan het college St-Michel te Brussel. Zijn jeugdjaren bracht hij door in de Ardennen. Hij behaalde het diploma licentiaat in de geschiedenis aan de universiteit van Leuven in 1940, met de thesis "La Presse Belge au XVIIIe Siècle – La Sorcellerie au XVIIe Siècle". Vanaf dan was hij tijdens de oorlog actief als journalist in diverse bladen: Libre Belgique, Courrier des Volontaires en van de clandestiene La Libre Belgique. Samen met twee andere historici, Georges Henri Dumont en Henri Haag, schreef hij in 1942 de clandestiene brochure "Etapes", over de grootse erfenis van de constitutionele monarchie en Leopold III en waarin gepleit werd voor een koning met wetgevende en uitvoerende macht.

De brochure werd gefinancierd door Paul de Launoit en met een oplage van 50.000 exemplaren verspreid. In 1943 was hij lid van de groep Demain die de brochure "Raillement Social Belge" uitgaf. Enkele van de voornaamste ideologen van de groep Demain en leiders van de NKB (Nationale Koninklijke Beweging, zie hoofdstuk twee in dit deel) maakten deel uit van de groep: Ernest Graff, Eugène Mertens en Joseph Meurice. Tijdens de oorlog schreef hij ook diverse boeken.

In 1944 stichtte hij samen met Georges Sion en Georges Henri Dumont het ultrarechtse en Leopoldistische blad VRAI. Medewerkers vanaf het eerste uur waren onder meer Capitain Freddy (pseudoniem voor André Moyen), Carlo Bronne, Andrien Timmermans, Hilaire Lahaye, Raoul Crabbé, Luc Hommel, Henri Haag en Jean Wolf. Jo Gérard zou in die jaren nog aan diverse extreem-rechtse bladen meewerken, zoals Cassandre, l'Occident en Septembre. Vanaf 1947 werd hij trouwens hoofdredacteur bij VRAI en werkte mee aan de zuivering binnen de PSC die als te laks werd beschouwd. In 1948 schreef hij nog over de PSC-leiding: 

"… qui bombent le torse devant l'électeur mais n'en offrent qu'un postérieur plus rebondi à la cravache des marxistes."

Niet voor niets sloten Jo Gérard en Paul Vanden Boeynants algauw vriendschap. De twee gelijk gestemde zielen stichtten in 1949 de Mouvement pour le Redressement du PSC. Het programma bestond uit het promoten van de terugkeer van Leopold III, de amnestie, het corporatisme en de controle op de immigratie. Maar kort na de verkiezingen van Vanden Boeynants tot PSC-kamerlid in Brussel verdwenen zowel het blad VRAI als de Mouvement pour le Redressement du PSC van het toneel. Jo Gérard ging voortaan aan de slag bij het blad Europe-Amérique, dat vanaf 1951 onder de noemer Europe Magazine (EM) verder verscheen. Gérard werd hoofdredacteur. We zullen zien dat Europe Magazine later zal voortleven in de NEM-clubs.

Na al een reeks boeken te hebben geschreven over de Kongolese kwestie ging hij wanneer Kongo onafhankelijk werd verklaard, finaal tot de aanval over. In Europe Magazine liet hij zich het volgende ontvallen:

"Ces soldats congolais dégagent une puanteur de jardin zoologique. J'en aurais volontiers abattus quelques uns si j'avais disposé d'une arme. En vérité, le bas Congo est bel et bien perdu. Il faut y laisser les Cègres retourner à la barbarie. […] La plupart d'entre eux sont stupides, jouisseurs, sadiques et d'une paresse toute animale. […] Les énergies belges, l'argent belge, la jeunesse belge ont mieux à faire qu'à se dépenser pour ce peuple sans aucune valeur."

Zijn duidelijke stellingname inzake Kongo werd door vele protagonisten uit het netwerk gedeeld. We zullen zien dat ook Florimond Damman dit gedachtegoed genegen was. Maar het racisme van Jo Gérard ging wel heel ver en in het licht van wat de Lumumbacommissie aan het licht bracht, zijn de woorden "J'en aurais volontiers abattus quelques uns si j'avais disposé d'une arme" wel erg bedenkelijk. In haar onderzoek naar de moord op Lumumba stootte de parlementaire onderzoekscommissie op een nota van 3 januari 1961 waarin het volgende werd gestipuleerd:

"Des essais 'd'exécution' de Patrice Lumumba, alors qu’il était encore à sa résidence, ont été également effectués. Le dernier en date 'téléguide' et financé par J.G., du journal E.M. qui avait envoyé à cette fin un certain 'Georges' mulatre grec, d'expression française. 'Georges' a reçu des mains du Lt Col. Marlière une somme de 40.000 frs congol. et une mitraillette Sten 9 mm. Cependant ses tentatives ont échoué (?) bien qu’une somme de un million lui ait été promise en cas de réussite, ainsi que des garanties quant à sa mise en sécurité."

J.G. was niemand minder dan Jo Gérard en EM stond vanzelfsprekend voor Europe Magazine. De Lumumbacommissie stelde vervolgens vast dat een aantal commissarissen onder de invloed stonden van Jo Gérard, in het bijzonder José Nussbaumer die als commissaris van binnenlandse zaken een belangrijke rol speelde in de poging tot arrestatie van Lumumba.

Dat Jo Gérard ook in die zaak opdook, is tekenend voor de plaats die hij in het netwerk innam. Heel wat netwerklijnen botsten steevast op de figuur Gérard. Zijn entourage was inderdaad indrukwekkend, zijn engagementen steevast van extreem-rechtse signatuur. In 1961 nam hij samen met baron Louis Zurstrassen en Charles Poswick het initiatief tot een Manifest van Onafhankelijke Katholieken over Politieke Vernieuwing. Dit manifest sprak zich uit in het voordeel van één België en één beroepsleger.

In 1962 schreef hij het boek "Où va la France", waarin hij stelling nam in het voordeel van Frans Algerije en hulde bracht aan de OAS. Lid van de Amitiés Katangaises gaf hij dat jaar diverse conferenties ten voordele van de secessie. Sommige zaken over Jo Gérard werden in het voorafgaande reeds vermeld. Hij richtte mede de Cercle de Politique Etrangère op, hij werd lid van de Cercle des Nations waar hij geregeld gevraagd werd lezingen te geven en hij werd cultureel adviseur van het Legermuseum van 1972 tot 1984.

In diezelfde jaren 1970 komen we hem ook tegen in het schandaal rond Richard van Wijck. Hij was immers in 1979 beheerder van de Société générale interfinancière, één van de naamloze vennootschappen die Richard van Wijck ten val brachten. Tot slot stond Jo Gérard ook bekend als schrijver van verscheidene "historische" werken.

Met deze introductie van de figuur Jo Gérard treden we een andere wereld binnen van onze globetrotter Florimond Damman, met name die op het kleinschaliger Belgische niveau. Al moeten we hier meteen aan toevoegen dat ook die Belgische entourage bij Damman onlosmakelijk verbonden was met zijn internationale contacten.

Bron: De netwerking van een neo-aristocratische elite | Klaartje Schrijvers

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Share

2

Jo Gérard heeft ooit de politie over de vloer gekregen voor een huiszoeking in verband met de zaak-Stern-Van Praag (*). Deze huiszoeking leverde niets op.

Bron: Wie heeft Julien Lahaut vermoord | Gerard Emmanuel, De Ridder Widukind en Muller Françoise

(*) De zaak-Stern-Van Praag is een overval op Frederika Stern, een bediende van de communistische boekhandel La Librairie du Monde Entier op 27 augustus 1951. Daarbij worden haar handtas en haar boekentas gestolen. Een aantal documenten die ze in bezit had, worden later teruggevonden bij André Moyen.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Share

3

Jo Gérard (1919°) a collaboré à l'Europe Magazine depuis 1951. Il ne fût, à certains moments, le président du comité de rédaction. Gérard nie cependant d'avoir été en même temps un proche collaborateur de Paul Vanden Boeynants qu'il a aidé dès le début de sa carrière politique quand ils ont fondé ensemble en 1949, le Mouvement pour le Redressement dus PSC. Il appuya dans l'EM la sécession Katangaise et en 1961 et, avec VDB, le lancement du JBJ par Jean Breydel en octobre 1968. Gérard fut un collaborateur assidu dans les campagnes électorales de VDB pendant deux décennies. Depuis 1945, il collabora régulièrement, en tant qu'historien, à La Libre Belgique. En '72, il est nommé fonctionnaire à plein temps au Musée de l'Armée comme conseiller culturel. Il prendra sa retraite en mai '84. Il est, en '70, membre du Comité d'honneur du Cercle des Nations avec Vanden Boeynants.

Bron: Archief Walter De Bock

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Share

4

Ben wrote:

Zijn duidelijke stellingname inzake Kongo werd door vele protagonisten uit het netwerk gedeeld. We zullen zien dat ook Florimond Damman dit gedachtegoed genegen was. Maar het racisme van Jo Gérard ging wel heel ver en in het licht van wat de Lumumbacommissie aan het licht bracht, zijn de woorden "J'en aurais volontiers abattus quelques uns si j'avais disposé d'une arme" wel erg bedenkelijk. In haar onderzoek naar de moord op Lumumba stootte de parlementaire onderzoekscommissie op een nota van 3 januari 1961 waarin het volgende werd gestipuleerd:

"Des essais 'd'exécution' de Patrice Lumumba, alors qu’il était encore à sa résidence, ont été également effectués. Le dernier en date 'téléguide' et financé par J.G., du journal E.M. qui avait envoyé à cette fin un certain 'Georges' mulatre grec, d'expression française. 'Georges' a reçu des mains du Lt Col. Marlière une somme de 40.000 frs congol. et une mitraillette Sten 9 mm. Cependant ses tentatives ont échoué (?) bien qu’une somme de un million lui ait été promise en cas de réussite, ainsi que des garanties quant à sa mise en sécurité."

Vanwege zijn betrokkenheid in het Lumumba-dossier kreeg Gérard in april 2001 speurders over vloer:

Met een spectaculaire reeks huiszoekingen liet de parlementaire onderzoekscommissie naar de moord op Patrice Lumumba gisteren haar tanden zien.

Kamerlid Geert Versnick (VLD) deed als voorzitter van de onderzoekscommissie een beroep op het parket-generaal in Brussel om huiszoekingen uit te voeren bij een aantal getuigen dat – ondanks herhaalde oproepen – weigerde om vrijwillig zijn archieven ter beschikking te stellen. De operatie werd in de grootste discretie voorbereid door Versnick en advocaat-generaal Yves van der Steen.

(...) De eerste huiszoeking had plaats bij Jo Gérard in Ukkel. Gérard was decennialang de politieke vertrouwensman van de onlangs overleden politicus Paul Vanden Boeynants (PSC) en ten tijde van de moord op Lumumba hoofdredacteur van het extreem-rechtse weekblad Europe Magazine [zie ook de NEM-clubs]. Sommige van zijn artikels in dat blad waren openlijk racistisch. Bij Gérard werd niet alleen gezocht naar archieven.

De speurders zochten ook naar bewijzen van betalingen van Gérard in verband met de zaak Lumumba. In dat verband werd ook analoog onderzoek gedaan ten huize van een voormalig lid van het kabinet van graaf Harold d’Aprémont-Lynden. Ook bij deze man, ene Vervier, werd naar concrete betaalbewijzen gezocht. Een derde huiszoeking had plaats bij de Belgische bank Belgolaise. Ook daar werd naar verluidt gezocht naar betaalbewijzen in verband met de moord op Lumumba.

Lees hier het hele artikel » Nieuws

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Share