Een BOB'er over het onderzoek naar de moord op José Vanden Eynde:
"Dat onderzoek is in het honderd gelopen, ik snap zelf niet waarom ik er toen niet dieper op in ben gegaan. Nu, die zaak was ook veel te groot voor een kleine provinciale BOB. De brigade van Halle werd toen wel bij de beste van het land gerekend - we deden met z'n achten honderd arrestaties in één jaar - maar we stonden veel te zwak tegenover wat toen op ons afkwam."
Een andere speurder over onderzoeksrechter Jean Kesseloot die het onderzoek leidde:
"Hij deed ons onze tijd verliezen met de meest onzinnige opdrachten. 'Gelieve alle jeugdbendes uit de streek van Halle te controleren.' Jeugdbendes? In Halle waren geen jeugdbendes. Die kwamen aanwaaien uit Brussel of Charleroi."
"Wij zochten de daders niet in jeugdbendes van Charleroi, wij zochten ze vlakbij. Het zigeunerkamp lag maximum twee kilometer verderop. Volgens mij hebben de inbrekers bij Jurion dingen gestolen om Nieuwjaar te vieren. Ik dacht aan dat kamp en natuurlijk ook aan de De Staerkes", zegt een andere BOB'er.
Johnny De Staerke had echter het perfecte alibi, in die periode zat hij namelijk in de gevangenis.
Na de moord op José Vanden Eynde liep er een tip binnen bij de BOB van Halle: "Zoek in de richting van de De Staerkes en je zult de daders vinden." Die tipgever was iemand uit de directe omgeving van de vermoorde José Vanden Eynde.
Deze tipgever bracht de moord in verband met heroïnesmokkel. De ex-man van Josés schoondochter, een zekere Fernand, was in die drugsaffaire veroordeeld. Hij was conciërge geweest in het farmaceutische bedrijf BIOS in Schaarbeek, dat cocaïne en morfine voor medische gebruik produceerde.
De speurders in Nijvel zullen echter concluderen dat er geen link is tussen Vanden Eynde, De Staerke en de drugszaak. Hierover zijn de speurders in Halle nog steeds zeer kwaad en ongelukkig omdat ze vinden dat Nijvel het spoor heeft verwaarloosd.
Dit verhaal komt uit de reeks van Hilde Geens in Humo, 20 jaar na de Bende-overvallen.

