Uiteraard bestond er bij de speurders geen enkele twijfel over de betrokkenheid van de Borains. De bende Cocu is een gefabriceerd verhaal, verzonnen door Daniël Choquet en opgehangen aan de vondst van Cocu’s Rüger.38, de vooringenomenheid van Deprêtre en de slechte reputatie van deze marginale kruimeldieven.
Cocu noemde onder druk van zijn ondervragers enkele namen van mensen die hij kende (o.a. vanuit de kroeg) en het spel zat op de wagen.
Ik was bij die ondervragingen niet aanwezig, maar op basis van wat ik weet over zulke ondervragingsmethodes, in gelijkaardige situaties, (men schrikt er niet van terug om dit ook op kinderen en minderjarigen toe te passen), kan men moeilijk nog geloof hechtten aan de onpartijdigheid van de politie. Zeker na het absurde verhaal van de Rüger .38 in de bureaulade van Daniël Choquet, en als men beseft op welke beestachtige manier deze verdachten maandenlang werden aangepakt, blijft er voor mij niet veel geloofwaardigheid meer over, en het verhaal van de Bende van Nijvel gaat toch voornamelijk over wie men van de betrokkenen wil geloven en wie niet. Dat Michel Cocu bang was, is duidelijk. Dat Cocu daderkennis had, is best mogelijk, maar ik geloof het allemaal niet meer. Ik ben dan ook van mening dat de piste Cocu een flinterdun verhaaltje is geworden.
Maar het staat ieder van ons vrij te geloven wat men wil.
Michel Cocu: "Ik wilde dat ze me met rust lieten. Ik was bereid om alles te zeggen wat ze maar wilden horen. Je kunt het je waarschijnlijk niet voorstellen, maar als je dag en nacht wordt ondervraagd, dan weet je gewoon niet meer wie je bent. Je bent fysiek en geestelijk kapot. Je hoort vragen, echo’s van vragen, en je ziet ondervragers, de schimmen van ondervragers. En je hebt er alles voor over om te kunnen slapen."