Willy Van Mechelen (77), kopstuk van de cocaïnebende die deze week werd opgerold, was in zijn tijd de topspeurder van Antwerpen. De man die Albanese gangsters pakte en de ontvoeringszaak rond Anthony De Clerck kraakte. De joviale tiep met de gouden manchetknopen. Maar ook de man die zelf al eens een Porsche stal om een autodief te kunnen vatten. Die van alle walletjes tegelijk at, die hasj per container importeerde en Zuid-Amerikaans kartelgeld witwaste. Dit is het relaas van een flik die zijn collega’s jaloers maakte met zijn talent, die te diep afdaalde in de onderwereld en er nooit meer uitraakte.
Eind jaren tachtig deed een meisje een vakantiejob in een broodjeszaak in Antwerpen. De uitbater weigerde haar het afgesproken loon uit te betalen. Toen Willy Van Mechelen – die bevriend was met haar vader – dat hoorde, reed hij met twee ploegen in anonieme wagens en met snerpende sirenes naar de Nationalestraat. Hij viel de tent binnen en pakte de uitbater bij de kraag. “Awel, komt gij uw afspraken niet na?” Het meisje kreeg snel haar geld. Om maar te zeggen: Willy Van Mechelen stond klaar voor zijn vrienden.
Toen in 1992 Anthony De Clerck, kleinzoon van de West-Vlaamse textielbaron Roger De Clerck, ontvoerd werd, kraakte Van Mechelen de zaak. Binnen de kortste keren wist hij: “Het is Danny Vanhamel geweest.” Dat konden zijn vele en goede contacten in de onderwereld hem vertellen. Van Mechelen kreeg de stempel superflik dus niet voor niets.
“Hij was een topflik op alle gebied. In drugszaken, in overvallen, moorden en ontvoeringen. Ik zou niet aan zijn enkels zijn gekomen, als hij integer was gebleven”, zegt François Kind, destijds speurder bij de Antwerpse Gerechtelijke Politie. “Als je bij de hond slaapt, ermee eet én zijn eten begeert, dan wéét je dat je zijn vlooien krijgt. Ge moet met de criminelen klappen om ze te kunnen pakken, zei Van Mechelen altijd. Dat is waar, ik deed dat ook. Van de koster en de misdienaar ging het niet komen. Maar hij ging altijd die stap verder. Waar hij zich mee inliet? Alles waar geld mee te verdienen was.”
In zijn boek Het leven van een commissaris, uit 2013, beschrijft Kind deze scène: Van Mechelen was in 1987 een autodief op het spoor, maar slaagde er niet in hem te betrappen. Dus liet hij twee bevriende zware jongens een Porsche stelen en hem voor de deur van de verdachte zetten. Waarop Van Mechelen de auto “vond”, de “dief” inrekende en een verzekeringspremie van Porsche opstreek. Het verbaast Kind niet dat Van Mechelen blijkbaar nog altijd in het wereldje zit. “Zijn naam is altijd blijven vallen, in allerlei zaken. Wat moest hij ook, als aangebrande flik zonder pensioen?”
God de Vader
Begin deze week werden tien mensen opgepakt in een zaak van trafiek van tonnen cocaïne. Louche types van divers pluimage. Een telg van de Limburgse gangsterclan Aquino, een notoire Antwerp-hooligan, een lid van een motorbende, een vastgoedman en een advocaat. Maar Van Mechelen sprong toch het meest in het oog. Omdat hij wordt aangeduid als spin in het web. Maar ook omdat hij in zijn vorig leven “een van de meest gefeliciteerde politiemensen van België” was – zíjn woorden.
‘De Kiezel’, was zijn bijnaam. ‘Nonkel’ ook. Of ‘Jerommeke’, verwijzend naar zijn postuur. Zijn vader was een simpele gendarme, maar de zoon wilde meer. Hij had eind jaren zestig de para’s ingeruild voor de rijkswacht. Hij werd schietinstructeur bij de Groep Diane, de voorloper van de huidige speciale eenheden van de federale politie. Later klom hij op tot chef van de sectie zware criminaliteit van de Antwerpse afdeling van de BOB.
“Van Mechelen was hier God de Vader”, zegt Jean-Charles Verwaest, die destijds, in de hoogdagen van de superflik, gerechtsjournalist was voor Het Nieuwsblad in Antwerpen. “Hij was zijn eigen baas. Dat kon toen nog. Er was geen controle op mannen zoals hij. Huiszoeking zonder bevelschrift? Kloppen met het telefoonboek bij een ondervraging? Het maakte niet uit, zolang er criminelen gepakt werden. En Van Mechelen pákte criminelen. Kijk: als hij een drugsdealer te stekken had, liet hij hem weer gaan. Zolang die maar tipgever werd. Zo kon hij grotere jongens pakken. Russen, Albanezen: échte maffia. Antwerpen had een onderwereld, en Van Mechelen was daar helemaal in thuis.”
Rijkswachtersloon en een Rolex
“Wat doen criminelen met te veel geld, trouwens?”, zegt Verwaest. “Feestjes geven, met champagne, coke en hoeren. En Willy’s broer Hugo deed in meisjes. Die waren een gouden bron van informatie. Tegelijk wíst je dat hij geld kreeg uit het milieu. Hij reed met een BMW en droeg een Rolex. Hoe kon hij die ooit betalen met zijn rijkswachtersloon?” Stel je Van Mechelen zo voor: hemd met veston, manchetknopen en een pilotenbril met gouden montuur. Hij was altijd goed gecoiffeerd, vriend en vijand noemen hem joviaal. Maar zocht beter geen ruzie met hem. Hij is net geen meter negentig, met handen als kolenschoppen die hij durfde te gebruiken. En als hij in de problemen kwam, nam hij een dure advocaat.
Hij werd voor het eerst opgepakt toen hij werd aangewezen als de opdrachtgever voor de import van een container met thee uit Cambodja. Er zat ook drie ton hasj in. Dat was in 1995. Een jaar later volgde een container uit Guinee, met witte handdoeken en twintig ton hasj. Martin Swennen, een Limburgse drugshandelaar, legde een complete verklaring af tegen Van Mechelen. Toen Swennen kort daarna op het terras van café De Blauwe Druif in Amsterdam zat, kwam een man tegenover hem zitten. “Jij praat te veel met de politie”, zei hij, en hij schoot Swennen dood. De schutter bleef rustig wachten op de politie, werd veroordeeld maar praatte nooit. Het was François Kind die Van Mechelen uiteindelijke definitief kon linken aan de transporten. Van Mechelen was bij de BOB, de opsporingsbrigade van de rijkswacht. Kind was Gerechtelijke Politie. Die maakten mekaar liever het leven zuur dan dat ze criminelen pakten. Kind deed in dit geval beide.
In 2002 werd Van Mechelen veroordeeld tot vijf jaar cel, maar hij vluchtte naar Angola en dook later onder in Dordrecht in Nederland, waar hij onder de naam van zijn broer op een appartementje woonde. Van Mechelen stond internationaal geseind, maar kon zijn gang blijven gaan omdat hij het paspoort van zijn jongere broer Paul gebruikte. In 2011 werd hij uiteindelijk door het Belgische Fast-team opgepakt. Hij vloog de cel in, maar kwam na twee jaar al vrij omdat hij hartproblemen had.
In 2014, op zijn 71ste verjaardag, werd hij op een snelwegparking langs de A2 in de buurt van Utrecht opnieuw opgepakt. Met 325.990 euro cash, die in een verborgen ruimte in zijn auto zat. Van Mechelen bleek – samen met een aantal joods-orthodoxe diamantairs – deel van een netwerk dat bijna negen miljoen euro aan drugsgeld van Zuid-Amerikaanse bendes witwaste. Die zaak komt deze maand voor. Ondertussen hield Van Mechelen zich schijnbaar koest, in Antwerpen-Noord. Maar hij zou al die tijd dus actief zijn gebleven in de drugshandel.
Bloeddiamant
“Als je te diep in dat milieu sukkelt, geraak je er niet meer uit, of ze schieten u eruit”, zegt Walter De Smedt. Hij was eerst onderzoeksrechter en later lid van het Comité P, dat de politiediensten controleert. Hij voerde destijds het onderzoek naar Van Mechelen. “Pas op, ik heb lang goed met hem samengewerkt. Hij was dé speurder van de Antwerpse BOB, hé. En wij vonden mekaar, als ex-militairen. Ik had een zekere sympathie voor hem. Tot ik ondervond waarmee hij bezig was. Het is begonnen met de aanhouding van zijn broer, eind jaren tachtig. Dat was ne pooier, hé. En ik begon informatie te krijgen.”
“Ik heb hem in verdenking gesteld voor valsheid in geschrifte en onwettige huiszoeking. Maar dat dossier is mij afgepakt. Het is mij nooit in dank afgenomen dat ik Van Mechelen aanpakte. Niet door de rijkswacht, en niet op de rechtbank. Waarom? Van Mechelen wist veel. Niemand kon in of rond Antwerpen een scheve schaats rijden, of hij wist het. Hij heeft uiteindelijk zijn vijf jaar gevangenis gekregen, maar toch hebben ze hem laten lopen. Men heeft niet zijn onmiddellijke aanhouding gevraagd, terwijl iedereen wist dat hij ging vertrekken naar Angola om er te werken als chef bewaking van een bloeddiamantair.”
Dat hij er uiteindelijk toch zelf werd bijgelapt, maakte Van Mechelen bitter. De aanklager in het proces rond de hasjtransporten zei: “Hij was misnoegd over zijn rijkswachterscarrière en wilde voor zijn pensioen een grote slag slaan.” In Antwerpen zeggen ze dat hij nu, zovele jaren later, met de cocaïnetransporten opnieuw een allerlaatste slag wilde slaan. Om daarna in Thailand alsnog van zijn pensioen te gaan genieten. Het werd opnieuw de cel.
Bron: Het Nieuwsblad