361

(1,233 replies, posted in Onderzoeksdaden)

Etienne1420 wrote:

Het zou beter zijn dat u gelijk hebt. Mevrouw de instructie rechter lijkt nu te denken dat ze gemanipuleerd werd door Robert Beijer. Ik heb niet veel hopen dat deze magistraat een verduidelujking zal brengen.

Probleem is dat onderzoeksrechters vroeger de leiding hadden. Nu zijn er onderzoeksrechters die zich door rechercheurs laten inpalmen en leiden. Rechercheurs sturen een onderzoekrechter de richting uit die zij wensen. De cel Jumet / Charleroi is daar een prachtig voorbeeld van. Fenix trapt hierbij ook nog eens recht in het doel.

362

(817 replies, posted in 1982)

Speelvogel wrote:

Sorry maar was Marie Josee niet de vriendin van charles DS?

Ook, maar dan wel van De Staerke M.

363

(1,009 replies, posted in Bende De Staerke)

ele9 wrote:

De kern van Aalst ligt in het totale vernietigen van het gezin Van de Steen, mocht David ook 'uitgeschakeld' geweest zijn (wat de bedoeling was en echt niet veel scheelde) hoe kijk je daar dan naar?

Een zienswijze waarin ik persoonlijk ook niet geloof. Om een gezin, een gedeelte van een gezin of familieleden te treffen, kan men makkelijk overgaan tot een andere modus operandi en met veel mindere risico's. Waarom geloof ik niet in uw zienswijze, ele9? Omdat er ballistische elementen overeen komen met de zaak, Broeders, Temse. Toen onder leiding van onderzoeksrechter Tas.

364

(1,233 replies, posted in Onderzoeksdaden)

Vervolg…

Door verder onderzoek slaagt de Delta cel er in, en niet Soignies of Nijvel, een link te leggen met het dossier Haemers. De munitiedoosjes behoren immers tot een bijzonder lot, gefabriceerd in Italië, omdat de machines in Herstal defect waren. Dit lot was bestemd voor de wapenleverancier van de bende Haemers.

Wat volgt is één en al commotie. Voor de Delta Cel niet zozeer over de vondst dan wel over de manier waarop zij er toe gekomen zijn. Rechercheur A. wordt uitgenodigd omdat hij een Proces Verbaal heimelijk heeft gekopieerd. Deltaleden dienen zich te verantwoorden en zweren op het hoofd van hun kinderen dat er geen informant in het spel is.

Voor de eerste maal werd geopperd dat er een informant aan de basis van de vondst zou liggen.

Alsof Deltaleden zich niet bewust waren van het feit dat een link tussen de vondst en een informant of de dader van de dumping een doorbraak in het gerechtelijk onderzoek zou betekenen.

Dit achterhouden van informatie betekent mededaderschap aan de feiten en de 28 (29) doden, waarvoor men vijf jaren hard voor gevochten heeft, ten koste van alles en iedereen, om de waarheid boven water te halen.

Niemand spreekt in 1986 over het feit dat de zoekactie in 1985 door Soignies toch wel grondig zou zijn gevoerd. De oppervlakkige amateuristische zoeking van 1985 wordt gedurende 26 jaar niet tegengesproken. Voor latere duikwerkzaamheden doet Jumet beroep op het 11de genie van Burcht via de Deltacel. De duiker ‘Van Damme’, Gloacoster (!), kwam zich in November 1986 zelfs verontschuldigen bij de Deltaleden. Niemand stelt zich vragen bij het feit waarom de Delta Cel Dendermonde in 1985, niet op de hoogte werd gebracht van de verdachte handelingen. Niemand, ook niet de deskundigen, stelden zich vragen over de duur van verblijf in het water. Integendeel, het verslag van het labo over de vondst in Ronquières van 8 november 1988 stelt:

“Dit alles wijst op een langdurig verblijf in het water, of een andere corroderende omgeving. De metalen voorwerpen waren alle in meer of mindere mate aangetast door roestvorming. Sommige wapenonderdelen waren zelfs van een flinke roestlaag voorzien. Bij verschillende cheques was de inkt met de met hand ingevulde teksten grotendeels weggebleekt. In sommige gevallen was zelfs de drukinkt aangetast.”

Andermaal dienden de Deltaleden vast te stellen dat dit verslag niet vermeld wordt bij de actuele ondervragingen rond de dumping in Ronquières.

Ten jare 1990:

De Delta cel heeft ongeveer alles onderzocht in zijn dossier wat mogelijk was maar maakte zich zorgen over het feit dat zij een deel van de feiten en aanverwanten kon onderzoeken. Voor het overige aangewezen waren op onderzoek en bevindingen door anderen. De strategieën van de teams waren niet altijd gelijklopend. Een verdachte voor Delta is bijvoorbeeld informant bij anderen, een verhoor van een criciale getuige wordt een week voor dit verhoor snel en bewust door anderen gedaan.

De Cel Delta had niet de waarheid in pacht en beweerden niet dat het gevolgde spoor het juiste was. Zij waren wel overtuigd van het feit dat zij een aantal belastende elementen ten laste van hun verdachten konden voorleggen en hun theorie van criminelen, die werden geronseld door een kern, die uit wraakgevoel, dan wel extreemrechtse of politieke overtuiging (of beiden: het ene argument in 1983, het tweede in 1985 na de CCC) al dan niet in opdracht, hard te maken.

Wat hen onderscheidde was de hypothese dat de complottheorieën, die op cruciale momenten in het dossier werden gedropt, niet de oorzaak waren of het motief vormden voor de feiten van de bende van Nijvel dan wel bedoeld waren om de aandacht af te leiden van het echte motief dan wel het onderzoek in een verkeerde richting uit te sturen.

De Deltaleden stuurden derhalve aan op rechtstreekse toegang tot andere onderzoeken. Vergeefs echter.

Na lange onderhandelingen wordt er onderling een akkoord bereikt tussen Charleroi en Dendermonde over het oprichten van één team in Brussel rond de huidige teams die voor twee onderzoeksrechters zouden werken, één in Charleroi en één in Dendermonde. Dit team zou toegang krijgen tot andere dossiers. In casu: Mendez, WNP, Bouchouche, Beijer, diefstal bij SIE in 1981, Haemers en aanverwanten. In een latere fase trekt Charleroi zich terug en even later valt de beslissing om het dossier integraal over te maken aan Charleroi. Wathelet in herinnering, dit betekende ook meteen het einde van de denkpiste van de cel Delta.

Deze vaststelling is nog steeds onthutsend en nog steeds een voelende kaakslag voor alle slachtoffers en nabestaanden.

1997 Parlementaire Commissie

In 1997 worden de Delta rechercheurs uitgenodigd voor de parlementaire commissie. Niettegenstaande aal documentatie in 1990 was overgemaakt aan Charleroi, slagen zij er toch in om een gestructureerde en consistente getuigenis en argumentatie op tafel te leggen.

Hun geloofwaardigheid wordt vervolgens echter onmiddellijk onderuit gehaald. Out of the blue verschijnt een lid van de commissie met informatie dat de vondst in Ronquières gestoeld is op basis van een informant. Donderslag bij heldere hemel, voor de Delta leden was dit immers geen issue meer. Onvoorbereid op dit item, 11 jaar na de feiten, reeds sedert 1990 uit het onderzoek zijnde en zonder documentatie, spreken rechercheurs en magistraten van Delta elkaar tegen op details.

Wat zou men wensen? Het tegendeel zou pas verdacht zijn.

Eén en ander doet de parlementaire onderzoekscommissie besluiten dat:

De verklaringen over de wijze waarop de beslissing om een tweede maal te gaan duiken in de Zwaaikom van Ronquières tot stand is gekomen, niet eenduidig zijn;

De speurders een aantal demarches gedaan hebben waarvan de magistraten noch vooraf, noch achteraf werden ingelicht.

De parlementaire onderzoekscommissie sluit haar verslag af met de vraag om verder onderzoek te voeren naar de omstandigheden van de vondst in Ronquières.

Dit onderzoek wordt in 1998 door Charleroi gevoerd en komt tot de conclusie dat alles correct is verlopen. Veel is te doen rond het bevel van de onderzoeksrechter om de zwaaikom te doorzoeken. Dit wordt immers niet teruggevonden door de experten in het dossier, waardoor men ervan uitgaat dat de politiemensen de magistraten hebben gemanipuleerd.

Het is de harde realiteit dat de experten enkel hebben gezocht in het dossier Aalst. De beslissing, zie mijn voorgaande post ‘Gloacoster’, tot zoeking is echter genomen in het dossier bende van Baasrode. Het onderzoek door Charleroi heeft dit aangetoond. Onderzoeksrechter Lacroix heeft dit trouwens bevestigd in de reportage RTBF over 25 jaar bende.

Sedert 2012 weigert men kennelijk het bestaan van dit onderzoek ten ontlaste te erkennen. Wat bijzonder is, de Delta leden hebben hier sedertdien reeds herhaaldelijk op gewezen en telkens doet men alsof dit niet bestaat. Valt men steeds terug op de eindconclusie van de parlementaire commissie.

Meteen wordt hierdoor ook het belang onderstreept van het standpunt uitgaande Delta, onafgebroken verdedigd en aangevoerd sinds begin van het onderzoek, zelfs uitdrukkelijk en met nadruk doch vergeefs in 1990, zie supra, dat om het dossier Delta te doorgronden, beide gerechtelijke dossiers, dossier “Aalst” en het dossier “bende van Baasrode”, samen dienen onderzocht te worden. Het Politiedossier Delta bundelt inderdaad deze twee gerechtelijke dossiers, aangevuld met verslagen, informatieverslagen en documentatie gerangschikt per persoon en per feit.

De cel Jumet / Charleroi heeft in 2012 volkomen ten onrechte de denkpiste en de werkmethode van de cel Delta als misleidend en manipulatief gekwalificeerd.

Onderzoeken voeren in het dossier Baasrode om daaruit elementen te puren nuttig voor het dossier Aalst is echter geen misleiding of manipulatie, doch integendeel, professionele zorgvuldigheid en grondigheid zoals men van rechercheurs, agenten GP, officieren Gerechtelijke Politie en hulpofficieren van de Procureurs des Konings, mag en moet verwachten.

Het onderzoek van Charleroi in 1998 bevestigt bovendien ook het verhaal van de overhandiging van het Proces Verbaal door rechercheur A. van de BOB Halle (in 1998 wordt dit door hem bevestigd) en de rudimentaire zoekactie van de zwaaikom door Soignies in 1985 (2 uur).

De verdachtmakingen aan het adres van de cel Delta missen dan ook iedere grond en zijn volstrekt onwaar en gelogen.

Het dossier zoals het in 1990 aan de cel Jumet / Charleroi integraal diende overgemaakt, werd sedert 1990 totaal verwaarloosd. Het werd letterlijk in een hoek gesmeten en het heeft daar onmiskenbaar jaren onaangeroerd gelegen. Ook aan de hand van de vragen die de Delta leden de jongste jaren kregen, kan men niet anders dan vaststellen dat men er tot op heden niet in geslaagd is het politiedossier van de cel Delta volledig te reconstrueren, laat staan te absorberen en te begrijpen in al zijn details. Het is niet ondenkbeeldig dat er stukken uit verdwenen zijn.

2012 De Cel Jumet / Charleroi beticht de Cel Delta van manipulatie

Rond de jaren 2010 is er vernieuwde belangstelling voor de strategische onderzoekspiste van de cel Delta. In zoverre zelfs dat in januari 2011 de onderzoeksrechter in Charleroi een euforisch bericht de wereld instuurt dat men een DNA match heeft gevonden tussen bloedsporen en de militaire kledij. De kledij dat in beslag werd genomen bij leden van de bende van Baasrode en een slachtoffer van de aanslag in Aalst. Dit bericht wordt later niet bevestigd noch herhaald. Het labo zou zich vergaloppeerd hebben.

Begin 2012 verandert de sfeer, het team in Charleroi wordt vernieuwd en de term “manipulatie door Delta” wordt in de mond genomen. Opnieuw is er de theorie van de vermeende informant. Die verandert echter ook regelmatig:

  1. In oktober 2011 zou de informant N. zijn geweest.

  2. In mei 2012 was dit plots L. die dan uit de gevangenis zou zijn gehaald door leden van Nijvel op vraag van P.V..

  3. Er wordt aangehaald dat er drie personen zijn die stellig beweren dat Delta in Ronquières geacteerd heeft op basis van aanwijzingen van een informant. Eén van deze aanbrengers zou naar verluid Beijer betreffen. De andere twee zouden ex leden van de BOB Halle zijn, waaronder A.. Toeval wil dat in de periode oktober / november 1986 inderdaad informatie werd verstrekt door de BOB Halle omtrent een dumpingplaats van de bende van Baasrode. Dit betrof echter de steengroeve van Lessines, Kenza (!), wat later aanleiding heeft gegeven tot nieuwe duikactiviteiten met het 11de genie Burcht. Enige verwarring is volkomen uitgesloten. Onderzoeker V.P. heeft verschillende malen aangedrongen op confrontatie met de drie personen die beweerden dat hij een informant had en met de personen die L. zouden uitgehaald hebben. Nooit werd hierop ingegaan. Als L. werd uitgehaald dan moet dit met een kantschrift zijn gebeurd en moeten hier alleszins sporen van terug te vinden zijn in het dossier en in de gevangenisadministratie. Hiervan wordt nergens enig bewijs teruggevonden.

  4. Ondertussen, 26 november 2013, is het opnieuw N. die de informant in kwestie zou zijn en is het niet meer V.P. maar C.D. die runner zou zijn. Opnieuw wordt niet ingegaan op de vraag van C.D. om geconfronteerd te worden met diegene die dit beweert.

  5. Of nog, zo zou de dumpingplaats zijn aangewezen door een informateur van SAC die Delta in Frankrijk had ontmoet. (Operatie onder codenaam) Eén en ander zou opgezet spel zijn en wordt gekoppeld aan een contact dat C.D. en XX hebben gehad in 1986 in Frankrijk met een informateur van de SAC waarbij tipgeld werd uitbetaald. Deze informatie zou geleid hebben tot de vondst in Ronquières.

Door deze stelling wordt de verdachtmaking op V.P. rond de vondst in Ronquières uitgebreid naar de leiding van Delta. Ook V.R. is verdacht aangezien de B informant die de informant uit Frankrijk aanbracht, volgens Jumet, een informant zou zijn geweest van V.R. en hij hierover gelogen heeft.

Volgens de rechercheurs van Charleroi is enkel C.D. hierin geloofwaardig. Eén en ander wordt gestaafd door een foto van 1986, genomen in O., waar volgens Jumet, naast V.R. en C.D. de Belgische en Franse informant zouden staan.

In deze hypothese zou C.D. dus de Franse informant reeds vooraf ontmoet hebben in België waardoor eigenlijk de uiterst hachelijke onderneming naar Frankrijk niet nodig was. Niemand stond of staat blijkbaar stil bij de absurditeit van die werkhypothese.

In realiteit kadert deze ontmoeting in de piste rond SAC als mogelijke uitvoerder van de feiten met B.L. in de hoofdrol. Een informateur uit A kon een informant aanbrengen die hierover meer zou kunnen te weten komen. De Franse informant wenste voorafbetaling van de onkosten en wilde niet naar België komen. Uiteindelijk werd beslist om hierop in te gaan. Die operatie heeft echter niet tot bruikbare resultaten geleid.

Deze beschuldiging is andermaal volkomen ten onrechte en volstrekt ongegrond zoals is gebleken.

A.F., die op 2 mei 2012 ’s morgens aan zijn collega’s verklaarde, zich niets meer van de feiten te herinneren, naar aanvoelen van zijn collega’s oprecht na al die jaren en gezien zijn leeftijd. Doch dat men bleef aandringen, verlaat s’avonds het gebouw van de cel Jumet, na een verklaring ondertekend te hebben dat hij nooit het Proces Verbaal over de verdachte handelingen in de zwaaikom heeft overhandigd aan iemand van Delta. Deze verklaring, zoals hierna blijkt, is vals en werd kennelijk afgedwongen door de cel Jumet. Daarvan neemt men uitdrukkelijk het grootste voorbehoud.

Immers, na twee jaar aandringen op een confrontatie zwicht de onderzoeksrechter in Charleroi nadat V. het kwestieuze Proces Verbaal met de door A. geschreven tekst “ter info” voorlegt. Hierna herroept A. zijn verklaring van 2 mei 2012 en herbevestigt de versie van Delta.

Einde van de mythe van de vermeende informant. Voorlopig?

Een aantal bijzondere ontwikkelingen doen zich voor:

  1. De zoekactie met de sonar wordt in twijfel getrokken. Zie voorgaande.

  2. Rechercheur C.D. wordt valsheid in geschriften aangewreven omdat het Proces Verbaal van de zoekactie in de zwaaikom pas is opgesteld op 5 november. In realiteit constateert de onderzoeksrechter op die dag dat hij enkel een machtiging heeft uitgeschreven voor het kanaal en niet voor de zwaaikom. Er is telefonisch contact tussen de onderzoeksrechter en betrokken rechercheur om een apart Proces Verbaal op te stellen zodat een eventuele latere procedurefout kan worden vermeden. Hieruit blijkt reeds de mondelinge opdracht van de onderzoeksrechter aan de cel Delta. Zie terzake ook het onderzoek van onderzoeksrechter Lacroix in 1998. De onderzoeksrechter in dossier Delta is in deze pas op 23 november 2018 bevraagd. Hierdoor is andermaal bijzonder veel tijd verloren met nutteloze verhoren en werd veel leed veroorzaakt aan onder andere C.D.. Zijn verhoor als verdachte wegens valsheid in geschriften had nooit of te nimmer moeten plaatsvinden. Zijn vier dagen durende verhoor kon eenvoudig op één dag worden afgehandeld.

  3. In die periode blijkt uit een nieuwe expertise dat de voorwerpen onmogelijk een jaar in het water kunnen hebben gelegen. Doorheen de laatste jaren evolueren de tijdspannes van maanden tot enkele weken naar vervolgens één dag om dan terug naar enkele weken te evolueren. Het zijn deze expertises die de basis vormen van de stelling van manipulatie door, later afgezwakt naar, van Delta. Men weigerde om inzage te verlenen in deze verslagen, is vergeten op welk stuk van de kogelvrije vest het bloedspoor zat. Nu kan men echter met zekerheid stellen dat de expertiseverslagen niet zo éénduidig zijn in hun conclusies als wordt voorgehouden.

  4. In dezelfde periode wordt een allesbehalve professionele analyse, zowel naar vorm als naar inhoud, van het dossier Aalst opgesteld door het nieuwe team, nadat het vorige team werd opzijgeschoven. Deze “analyse” staat bol van vooringenomenheden en subjectieve interpretaties en haalt alle bezwarende elementen ten laste van sommige leden van de bende van Baasrode met betrekking tot de feiten van Aalst volledig onderuit. Dit verslag wordt aan het gerechtelijk dossier van Aalst gevoegd met alle consequenties naar de toekomst toe. Onderzoeksrechter Troch heeft terzake zijn grieven geuit in een verslag opgesteld ten behoeve van onder andere Procureur Generaal Michaux.

  5. Men kan vaststellen dat sommige elementen in het dossier plots een andere connotatie krijgen. Enkele schrijnende voorbeelden:

Philippe De Staerke zou verklaard hebben dat de Samsonite, die de zondag 10 november 1985 na Aalst begraven werd in het bos van Pepingen, wapens bevatte. De Delta leden staan verbolgen en kunnen zich absoluut niet herinneren dat De Staerke dit verklaarde. Hij sprak van waardepapieren en juwelen, wat op zich al uitzonderlijk is, want een De Staerke praat nooit.

Bovendien zouden die wapens, de wapens van de overvallen van de bende van Baasrode zijn. De vaststellingen van Scotland Yard dat er pas afgevuurde wapens in de valies hadden gezeten, wordt hierbij niet meer als relevant beschouwd noch de elementen duit de wedersamenstelling op het appartement van Sotirios Papadopoulos, waarbij de getuigen de figurant er expliciet op wijzen dat deze schuin moet lopen omdat de valies zo zwaar was. Anderzijds stelt men wel dat er met de wapens tijdens de hold up van de bende van Baasrode maar éénmaal werd gevuurd en dan nog per vergissing. De collectie van de bende van Baasrode bestond uit drie exemplaren. De vaststelling dat de Delhaize van Aalst in 1985 een atypische opstelling had en derhalve de verklaring van Yvette en Sandra bevestigde, werd niet meer teruggevonden noch getoetst, een toetsing, met bevestiging, waar zelfs een journalist in staat is gebleken.

De passage uit de analyse:

“En nu zingen we allen tesamen: Happy Birthday Sandra: Op 02 augustus 1987 dag van haar verjaardag (psychologisch zeer indrukwekkend) wordt de wedersamenstelling uitgevoerd te Aalst. Dat is zoals men zegt in het Frans: de cerise sur le gateau!”

Wordt door de Delta cel als schandalig en kwetsend ervaren. Het ging hier om een beperkte wedersamenstelling. Het bezoek aan de Delhaize van Yvette en Sandra, die op een zondag in een gesloten Delhaize in alle discretie moest worden uitgevoerd. In juli werd hiertoe beslist en de onderzoeksrechter wenste dat dit dringend zou worden uitgevoerd. Ter info, het dossier was hem nog niet zolang toegewezen. Zijn voorkeur ging uit naar de maand augustus. Een vakantiemaand waarin men de pers gemakkelijk kon verschalken. Op zondagmorgen 02 augustus 1987 kon de onderzoeksrechter over iedereen beschikken die hij nodig had. Gerant van de Delhaize, onderzoekers, parket, Parket-Generaal, deskundigen, getuigen. Dat Sandra op die dag verjaarde was voor Delta totaal onbekend en vernamen zij uit die zogenaamde analyse.

6)Vooral via de Franstalige pers wordt getracht de geloofwaardigheid van Delta onderuit te halen door – nooit gezien – de Procureurs Generaal en onderzoeksrechter, in een sfeer van wij willen wel, maar de rechercheurs van Delta willen niet spreken. Ondertussen krijgt de leiding van de Delta cel van de commissaris generaal, op instructie van Procureur Generaal De Valkeneer, het verbod om mee te werken aan de uitzending RTBF van Gerard Rogge over 25 jaar bende. Het uitgebreide interview waarbij de versie Delta rond de vondst in Ronquières reeds was opgenomen, mocht derhalve niet worden uitgezonden.

De sfeerschepperij en het intentieproces die aldus andermaal doch volkomen ten onrechte door de “cel Jumet / Charleroi” werden opgevoerd, zijn bijzonder ernstig en kwalijk te nemen. De verdachtmakende betichtingen inzake enige manipulatie door de cel Delta zijn volkomen onjuist en volledig ongegrond.

Andermaal formuleerden de Delta leden hun grootste voorbehoud.

2018 Federaal Parket:

Wordt vervolgd…

365

(1,233 replies, posted in Onderzoeksdaden)

Goed lezen, Gloacoster, echt goed lezen. Uw persberichten en boeken wat minder voor waarheid aannemen.

366

(817 replies, posted in 1982)

Marie Josée D is nog in leven. Eind jaren 70 heeft ze Marc leren kennen als haar derde kind geboren was. Beging jaren 90 verblijf in Londen. In 1995 gescheiden en veranderde Marc van woonplaats naar Ramsgate. Het slachtoffer, José Vanden Eynde, had twee zussen. Gilberte en Lucienne. Beide hadden drie zonen. Gilberte was gehuwd met een Krijgsauditeur-onderzoeksrechter. Ik aarzel wel bij de functie van onderzoeksrechter. Een krijgsauditeur deed zowel de functie van aanklager als onderzoeksrechter. Aangezien zijn functie bij defensie lag is Krijgsauditeur het juiste. Onder voorbehoud dat hij nadien eventueel is overgestapt naar de Rechtbank van Eerste Aanleg of het Parket.

367

(1,233 replies, posted in Onderzoeksdaden)

Tiens wrote:

Er valt nog iets heel bijzonders te vertellen over Ronquières als de tijd daar rijp voor is.

Tijd nog niet rijp na 40 jaar, Tiens? Dan zullen we toch alles op alles moeten zetten want de CWB is ver op hun einde Latyn. Voor hoelang we nog over de CWB kunnen spreken in nu nog de vraag. Ik ga verder werken aan het vervolg.

368

(568 replies, posted in Bende Bouhouche-Beijer)

Etienne1420 wrote:

Wat is er nieuw? Dat zal zijn vraag zijn.

Het al een tijd dat Mevrouw Michel niet meer al haar tijd toekent aan de Bende van bobbies.

Ik begrijp niet dat een onderzoeksrechter ook Voorzitter is van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Charleroi. Een bijzonder slechte keuze in zulk dossier. In Antwerpen doet de Voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg ook de zittingen voor zaken in kort geding. Dit zijn zaken met een spoedeisend karakter. Ik kan mij moeilijk voorstellen dat O.R. Michel dat ook nog voor haar rekening moet nemen. Dan begrijp ik dat bijkomende en nuttige onderzoeksdaden uitblijven.

369

(1,233 replies, posted in Onderzoeksdaden)

Etienne1420 wrote:

De wonderbaarlijke vangst was frauduleus. De Vlaamse rechercheurs wilden slim spelen.

In een schrijven dd. van Zondag 15 december 2013 heeft de leiding van het Deltateam Dendermonde voor de eerste maal zijn bezwaren kenbaar gemaakt aan de Minister van Justitie en de Procureurs Generaal omtrent de vermeende manipulatie van het onderzoek door de Cel Delta.

Tot op heden, Donderdag 23 februari 2023, heeft het Delta team van geen enkele aangeschreven instantie enige reactie mogen ontvangen. Integendeel, de toon werd door de jaren heen steeds agressiever met rechtstreekse beschuldigingen in de media door de Onderzoeksrechter en de Procureurs Generaal. Men meende te kunnen begrijpen dat onderhand niet meer gedacht werd aan manipulatie “door” de cel Delta maar van manipulatie of poging tot manipulatie van de Cel Delta. De cel Delta derhalve als slachtoffer en voorwerp van manipulaties en/of pogingen daartoe. In de pers en de publieke opinie is dit echter niet zo overgekomen, mede door de bijkomende getuigenis van een assistent duiker.

Enige toelichting is dan ook wenselijk.

Voorgaande:

In de nacht van 10 op 11 november 1985, één dag na de bendeoverval te Aalst, worden verdachte handelingen aan de zwaaikom van Ronquières gemeld, die wijzen op een mogelijke dumping.

Op Dinsdag 12 november 1985 worden door de Rijkswacht van Soignies, op de plaats van de verdachte handelingen ter hoogte het tweede ponton in de zwaaikom, volgende zaken aangetroffen en vastgesteld:

  • 7 lipjes van munitiedozen Legia kal. 12 en Reminton in stukken geknipt

  • Iets verder stukjes koord (twijfelachtig of ze met de verdachte handelingen te maken hebben)

  • Even verder : Naamkaartje tatoueur Rocky Brussel

  • Kolf van wapen die op water dreef

  • Wapentijdschriften

Er wordt een beroep gedaan op een lokale duiker, doch er wordt niets gevonden in het water.

Niettegenstaande deze handelingen de nacht na de feiten in Aalst zijn gebeurd, wordt het Parket Dendermonde noch de gerechtelijke politie of Rijkswacht van Aalst hiervan op de hoogte gebracht.

In 1986 voert het Delta team in Dendermonde onderzoek naar de bende van Baasrode waarvan men vermoed dat sommige leden verband hebben met de Bende van Nijvel. Het Delta team bestaat uit leden van de Rijkswacht en de Gerechtelijke Politie. Uit hun onderzoek blijkt dat de bende het kanaal Brussel Charleroi regelmatig gebruikt als dumpingplaats. Hierdoor ontstaat het plan om het kanaal volledig te doorzoeken. Toch houden de Delta leden er rekening mee, dat rond de feiten van Aalst, de bende in het bezit was van een zwarte VW Golf GTI die nog niet was teruggevonden. (In 1986 stond het niet vast dat de uitgebrande VW Golf in Bois de la Houssiere gebruikt was in Aalst. Een wedersamenstelling op de parking in Aalst in soortgelijke omstandigheden met verschillende types en kleuren Golf bracht geen uitsluitsel over de kleur noch over het type -3 of 5 deurs. Onder aanwezigheid van het kunstlicht spraken verschillende getuigen zichzelf en elkaar tegen.)

Door het technisch team dat verantwoordelijk was voor het sporenonderzoek in het Delta-dossier, werd contact gelegd met de regie van openbare werken. Er werd zelfs het plan opgevat om het kanaal te laten leeglopen. Omwille van het gevaar van implosie van de oevers werd hier echter van afgezien. In hun verdere zoektocht naar oplossingen stuit het team op de Duitse firma Vallon die een prototype van sonar bodemscanner had ontworpen. Deze firma was bereid om voor 30.000 bfr de apparatuur een week ter beschikking te stellen.

In hun onderzoek wordt door de leden van het Delta team nauw samengewerkt met de Rijkswacht BOB Halle. Begrijpelijk, aangezien een deel van de bende afkomstig is uit de regio Lot-Beersel. Eén van de leden van de BOB Halle, Adj. A, is verbindingspersoon tussen Halle en de onderzoekscel Brabant Wallon in Nijvel. Ingevolge de voorbereiding van de doorzoeking van het kanaal maakt Adj. A., één van de leden van het Delta team erop attent inzake het bestaan van het fameuze Proces Verbaal uitgaande de Rijkswacht Soignies rond de verdachte handelingen de nacht na de feiten in Aalst. Dit was in de periode Juni/Juli 1986. Uit vrees voor represailles in Nijvel kopieert de verbindingsman in het geheim het kwestieus PV in het dossier in Nijvel en maakt dit over aan rechercheur V. van het Delta team. Deze overhandiging gebeurde in een openbare drankgelegenheid.

Uit een eerste onderzoek bleek dat er slechts zeer summier gezocht is geweest in de zwaaikom. In het bewust PV werd melding gemaakt van zoeking met een bootje omwille van de sterke stroming. Het Delta team kende de duiker in kwestie, aangezien zij reeds verschillende malen op hem beroep hadden gedaan bij het takelen van voertuigen uit het kanaal. In 1986 sprak men van anderhalf à twee uur zoeken.

Na interne besprekingen en overleg over een nieuwe zoekactie in het kanaal wordt het plan aangenomen om het kanaal te doorzoeken om vervolgens te eindigen bij de zwaaikom. Gezien het aantal vele opzoekingen in het kanaal en waterlopen was er een rechtstreekse lijn met het 11de Genie te Burcht. Gelet op een nota uitgaande van het Parket Dendermonde aan het Parket Generaal te Gent dd. van 20 november 1986, wordt gesproken van 15 augustus 1986. In een interne nota van het Centraal bureau der opsporingen (CBO) wordt deze nakende zoekactie reeds op 18 september 1986 vermeld.

Beide data zijn echter van belang want in 2012 beweerde Charleroi in hun statement van manipulatie door het Delta team, - ten onrechte zoals blijkt -, dat de beslissing pas op het allerlaatste moment in casu 5 november is genomen.

De zoekingen in het kanaal en de zwaaikom worden gepland in de week van 3 op 7 november 1986, en dit omwille de beschikbaarheid van de sonar en het 11de genie, en starten in Brussel samen met het 11de genie in aanwezigheid van personeel van de firma Vallon.

Ook dit detail is van belang want in 2012 beweert Charleroi dat deze zoekactie nooit heeft plaatsgevonden. Dat dit in feite een afleidingsmanoeuvre was in de manipulatie door Delta, volkomen ten onrechte zoals andermaal blijkt. De cel Jumet achtte zich hierin gesterkt door het feit dat de firma Vallon de som van 30.000,- Bfr terug had gestort. Het Delta team heeft zelf het PV van 3 november 1986 van de start van de zoeking in Brussel, in aanwezigheid van de Duitse directeur van de firma Vallon, - PV dat trouwens in hun bezit was - moeten aanbrengen. De firma heeft het bedrag terug gestort omdat zij van oordeel waren dat zij voldoende publiciteit voor hun apparatuur hadden kunnen maken. In een krantenartikel van 1986 steekt de firma trouwens de pluimen van het terugvinden van de wapens op de hoed van hun apparatuur. De stelling van de cel Jumet faalt derhalve manifest.

De werken duurden langer dan gepland en om zekerheid te bekomen dat de zwaaikom wordt doorzocht, onderbreekt de Delta Cel de doorzoeking in het kanaal om in opdracht van onderzoeksrechter Troch op donderdag 6 november 1986 de werken te starten in Ronquières. Deze werken starten ’s morgens.

Dit betekent dat de Cel Delta en het 11de genie ter plaatse zijn op het ogenblik van het opduiken van de zware jute zak door de duiker en zijn assistent Goossens. Zie persbericht Federaal Parket. Blijkbaar heeft betrokkene zelf verklaard dat de cel Delta en het 11de genie ter plaatse waren. Een uitreksel uit zijn verklaring werd op het net geplaatst onder de pseudoniem Merovinger. Diezelfde Merovinger duikt eveneens op in de berichtgeving rond de overhandiging van het PV door A. Ik stel mij daar vragen bij te meer het schrijven van 2013.

De zoekactie van de duiker en zijn assistent is blijkbaar ook niet bekend. In een zoekactie naar wapens in dezelfde zwaaikom lijkt het alvast uitgesloten dat de Delta rechercheurs niet zouden reageren of dit incident niet zouden vermelden in hun Proces Verbaal van vaststellingen. Het zou mij ook logisch lijken dat Goossens, in zijn hoedanigheid van opzichter van het kanaal, betrokken zou geweest zijn bij de duikwerkzaamheden vanaf dag één in Brussel dd. 3 november 1985.

In dezelfde context wil ik ook wijzen op de verschillende versies over de duur van de duikactiviteiten in 1985. Anderhalf à twee uur in 86 en 97. Een halve dag op de Parlementaire commissie, verklaring Procureur Deprêtre. Vier dagen in 2012 (Cel Jumet). Anderhalve dag à twee dagen in 2018. Het Proces Verbaal van de vaststellingen door de BOB Soignies wordt geopend en afgesloten op 12 november '85 en spreekt nergens van zoekactie op 13 november 1985.

Om 15.00 uur wordt een eerste zak bovengehaald op 10 meter van de zuidelijke rand en 4 meter van de waterkant: Voorwerpen bloot op de bodem, niet ingepakt, gedeeltelijk verzonken in het slib:

  • Stukken wapens en wapentuig, munitie

  • Een kraag kogelvrije vest

  • Een lange kaki vest vergroend door het verblijf in het water

Even later, 8 tal meter verder een tweede vondst. Een licht blauwe zak bevattende:

  • Stukken wapens en wapentuig

  • Een kraag kogelvrije vest in twee stukken gesneden.

Tijdstip en plaats zijn opnieuw van belang. In hun manipulatiedossier door Delta stelt Charleroi dat men onmiddellijk en bij wijze van spreken bij het inspringen in het water de zak aantrof. Bij de doorzoeking van de zwaaikom hebben de duikers van de 11de genie beslist om niet de sonar te gebruiken wegens te ondiep en te onzeker, maar de klassieke methode van de lijn. Dit houdt in dat men een ketting spant over de bodem om die vervolgens op de tast af te gaan. Het tijdstip en de plaats weerleggen deze bewering van Charleroi. Andermaal kon men vaststellen, en niet voor het eerst zoals blijkt, dat al deze elementen ten ontlaste in hun bezit waren, maar dat zij die niet hebben gezien.

Niet willen zien of opzettelijk ter zijde geschoven? Uiterst zelfvoldaan? Ten volle overtuigd van hun importantie? Hun nut? Hun recht? Hun gelijk? Hun macht denkende aan derden hun machteloosheid?

De zoekacties worden hierop gestaakt en hervat op Vrijdag 7 november 1986.

In de voormiddag: derde vondst aan zuidelijke kant van zwaaikom aan tweede ponton 15 meter van waterkant: één grijs plastieken zak ter grote van vuilniszak. Deze scheurt bij het overbrengen naar de oever, bevattende twee identiek dezelfde grijze zakken.

Eerste zak:

  • Papieren en cheques Delhaize Aalst

  • Groen metalen brandkoffertje (corrosie op het koffertje wijst volgens experts op langdurig verblijf in het water)

  • Stoffen zakken kas 12

  • Munitie

  • Stukjes verpakking LEGIA Chevrotine kal. 12 en Winchester. (Identiek aan de vondst 12 november 1985)

Tweede zak:

  • 2 delen van kogelvrije vesten.

Op 12 november, om reden van beschikbaarheid van het 11de genie, wordt het slib op eerste vindplaats grondiger onderzocht. Bijkomend worden 17 stukken wapens en wapentuig, 12 patronen en 4 hulzen in de modder aangetroffen. Na contact met deskundigen worden de wapenonderdelen gedroogd met silicagel en worden de papieren die aan elkaar gekleefd waren door het water voorzichtig van elkaar gehaald en te drogen gelegd.

Significant detail:

Het gerechtelijk labo van Brussel was in die periode in het bezit gekomen van een techniek om vingerafdrukken op natte onderdelen te nemen. Dit was echter niet medegedeeld aan andere Politiediensten. Het labo van Brussel had zelfs het verbod gekregen van Hoofdcommissaris Reyniers om samen te werken met het Delta team. Resultaat: geen poging om vingerafdrukken te vinden op de gedumpte onderdelen van wapens of het koffertje van Aalst.

Link dossier Haemers:

Wordt vervolgd…

370

(10 replies, posted in Journalisten)

Door verder onderzoek slaagden Delta speurders er in, en niet Soignies of Nijvel, een link te leggen met het dossier Haemers. Dit in verband met munitiedozen die immers behoorden tot een bijzonder lot dat gefabriceerd werd in Italië omdat de machines in Herstal defect waren. Dit lot was nou net bestemd voor de wapenleverancier van de bende Haemers.