Artikels over het proces:
Moordenaar rijkswachters verwezen naar assisenhof
De Kamer van Inbeschuldigingstelling van Luik heeft donderdag Alfonso D'Anna, beticht van moord op twee rijkswachters, naar het assisenhof verwezen. Samen met hem zullen zijn vrouw en nog een medeplichtige terechtstaan.
Op 15 juli 1992 werden de rijkswachters Jean-Marc Engelbeen en Michel Genicot dood aangetroffen op een parking langs de Autoroute de Wallonie, niet ver van de uitrit Villers-le-Bouillet.
Enkele dagen later gaf de man die zij van de gevangenis van Hoei naar het kabinet van
de onderzoeksrechter in Luik voerden zich aan bij de politie. Hij bekende de dader te zijn. Het ging om de drugsverslaafde Alfonso D'Anna (30) die sinds de moorden door de rechtbanken van Verviers en Luik al werd veroordeeld tot zware straffen wegens onder meer overvallen.
Zijn vrouw, Béatrice Spiga, die hem het wapen gaf, en de Luikenaar Serge Lorenzato, die D'Anna hielp ontsnappen, zullen eveneens op de beklaagdenbank zitten. Naar verwacht komt de zaak in december voor.
Bron: Gazet van Antwerpen | 29 Oktober 1993
Alfonso d’Anna doodde twee rijkswachters
Voor het assisenhof van Luik start maandag het proces rond de moord op twee rijkswachters in juli 1992 in Villers-le-Bouillet. Er staan drie mensen terecht, onder wie de beruchte gangster Alfonso d'Anna. De dubbele moord verwekte in de zomer van 1992 grote opschudding.
Op 15 juli 1992 werden op een parkeerplaats langs de autoweg Luik-Namen de levenloze lichamen ontdekt van twee Luikse BOB'ers, Michel Jenicot en Jean-Marc Engelbel. Vier dagen later meldde Alfonso d'Anna zich bij de rijkswacht en bekende hij de twee speurders te hebben vermoord toen zij hem overbrachten van Luik naar de gevangenis van Hoei.
Op de dag van de moord was reeds zijn echtgenote Béatrice (28) opgepakt. ij had hem tijdens een verhoor bij de BOB van Luik een revolver en munitie gegeven. Zij had hem na de moord ook opgewacht, samen met Serge Lorenzato (27). Deze laatste verleende hem vier dagen onderdak na zijn ontsnapping.
In Villers-le-Bouillet had Alfonso d'Anna (30) beide BOB'ers in koelen bloede doodgeschoten. Hij had al gevuurd op Jenicot, die had bewogen nadat d'Anna had gezegd dat hij het op een lopen wou zetten.
D'Anna zat sinds april '92 gevangen wegens inbreuken op de drugswetgeving, overvallen en andere zware misdrijven.
Bron: Gazet Van Antwerpen | 22 Januari 1994
D’Anna wilde kost wat kost ontsnappen
“We hebben uitsluitend de bedoeling het hof en de gezworenen te overtuigen van het feit dat onze client zijn daad niet van tevoren bedacht.” Dat zeiden mrs. Delrée en Biar maandagochtend voor het assisenhof van Luik. Zij verdedigen Alfonso D'Anna (30), beschuldigd van de moord op twee rijkswachters op 15 juli 1992 op de parking langs de autoweg Luik-Namen,iIn Villers-le-Bouillet. De BOB'ers brachten D'Anna van Luik, waar hij in de rijkswachtkazerne was ondervraagd, terug naar de gevangenis van Hoei.
Samen met D'Anna staan ook zijn vrouw Béatrice Spiga (28) en Serge Lorenzato (27) terecht. Ook zij zijn drugsverslaafden. Spiga gaf D'Anna een revolver en munitie en wachtte hem na de moord op, samen met Lorenzato, die hem 4 dagen onderdak zou geven.
De verdedigers van Spiga, mrs. Defourny (vader en zoon) en mr. Henrard, vroegen de jury zich pas op het einde van het wellicht tien dagen durend proces een oordeel te vormen.
De advocaten van Lorenza-to, mrs. Truillet en Bayard, zijn van oordeel dat hun cliënt enkel schuldig is aan inbreuken op de drugswetgeving. Zijn hulp aan de anderen maakt hem volgens hen geen mededader of medeplichtige.
Oogje dicht
Alfonso D'Anna maakte ontsnappingsplannen vanaf de eerste dag dat hij werd opgesloten voor een overval in april '92. De meeste plannen moest hij laten varen omdat hij geen medeplichtige buiten de gevangenis had.
Op 15 juli 1992 vroeg hij de medewerking van zijn echtgenote, Béatrice Spiga, die hij pas na drie weken kon overtuigen mee te werken. Voor zijn plan had hij het vertrouwen nodig van de Luikse BOB-ers. “Zij zijn zeer vriendelijk tegenover iemand die hen inlichtingen geeft”, zo zei hij.
Op 15 juli had Béatrice Spiga dus geen enkele moeite om het pistool Colt 45 aan haar man te overhandigen. Ze werd niet gefouilleerd en de rijkswachters knepen een oogje toe toen zij elkaar omhelsden.
In de wagen die hem naar de gevangenis van Hoei bracht, merkte Alfonso D'Anna dat het wapen niet geladen was. Het laden van het pistool trok de aandacht van één van de rijkswachters. Toen Michel Jenicot een beweging maakte, loste D'Anna een schot. “Het pistool ging per ongeluk af”, herhaalde Alfonso D’Anna. “Ik wilde ontsnappen, niet doden.”
Maar hij kon niet zeggen of hij zich bedreigd voelde of in paniek was. “Ik stapte uit de wagen en schoot tweemaal op Jean-Marc Engelbel en nog eens op Michel Jenicot. Alles verliep niet zoals gepland”, zo besloot hij.
Bron: Gazet Van Antwerpen | 25 Januari 1994
d’Anna wou cola en sigaretten in ruil voor medewerking
Op de tweede dag van het proces tegen Alfonso d'Anna, zijn echtgenote Béatrice Spiga en zijn vriend Serge Lorenzato, beschuldigd van de moord op twee rijkswachtonderofficieren op 15 juli 1992 op een autowegparking, getuigden vier onderzoeksrechters en twee commissarissen dat de betichten niet wilden meewerken aan het onderzoek. “Ze bekenden enkel als ze in het nauw gedreven waren door bewijsmateriaal en wijzigden herhaaldelijk hun verklaringen”, verklaarden ze.
Commissaris Debras beschreef Béatrice Spiga als een gespannen vrouw “die er enkel op uit was te achterhalen hoeveel wij wisten”. Voorzitter Godin vroeg hem of zij steeds verklaard had dat ze niet wist dat het wapen geladen was. “Ik denk van wel”, antwoordde Debras, maar hij voegde eraan toe dat ze haar verklaringen zo vaak wijzigde dat het moeilijk was de waarheid van de leugen te onderscheiden. Zo verklaarde ze zelfs ooit dat ze haar man kogels had gegeven, wat ze later dan weer ontkende.
Geen vermoedens
Onderzoeksrechter Bouché verklaarde dat d'Anna enkel iets vertelde in ruil voor een sigaret of cola. De voorzitter vroeg een volgende getuige of de rijkswachters nalatig waren geweest. “Die vraag heb ik mij ook gesteld”, zei onderzoeksrechter Ligot, “maar toen ik de wedersamenstelling van de overdracht van het wapen van de riem van Béatrice Spiga naar Alphonso d'Anna in de lokalen van de BOB gezien had, was ik stomverbaasd. De rijkswachter kon onmogelijk zien wat er tussen beide gebeurde. Hij kon ook niets vermoeden, want tijdens vorige bezoeken was nooit iets voorgevallen.”
Getuige noemde de betrokken rijkswachter “het derde slachtoffer”, omdat hij “zich moreel verantwoordelijk acht voor het gebeurde en honderdmaal liever zelf gedood was.”
Om over de handigheid van de twee beklaagden te kunnen oordelen, hield voorzitter Godin een mini-reconstructie, waarbij D' Anna en Spiga op twee stoelen gezeten de overdracht van het wapen moesten overdoen.
De getuigen haalden tot slot een brief aan de Luikse onderzoeksrechter Prignon aan die in de cel van Alfonso D'Anna was teruggevonden na de feiten. Daarin schreef D'Anna dat hij “ten einde raad was, de controle over zichzelf verloor, zijn zenuwen het begaven en dat hij een gijzeling ging beginnen”. Hij noemde dat een grote stommiteit, maar voegde eraan toe dat hij niemand pijn wilde doen, dat hij alles betreurde en dat hij hoopte naar de hemel te gaan”, aldus getuigen.
Tijdens de namiddagzitting kwam een adjudant van de Luikse BOB uitleg verschaffen over de manier waarop de BOB het onderzoek heeft geleid. Een andere collega van de twee slachtoffers bevestigde dat de omstandigheden die tot het drama hebben geleid helemaal niet buitengewoon waren. Het “leek normaal de beklaagde te vertrouwen, omdat hij tijdens het onderzoek helemaal niet had laten blijken dat hij wel eens gevaarlijk zou kunnen zijn.”
De getuige en zijn collega’s waren belast met een belangrijk onderzoek naar een inbraak in enkele postkantoren en warenhuizen. In die zaken was Alfonso d'Anna de enige die van de drie betichten die inlichtingen kon verstrekken.
Stafhouder Jean-Marie Defourny, raadsman van Béatrice Spiga, stipte aan dat de veiligheidsvoorschriften niet werden nageleefd en dat bijvoorbeeld mevr. Spiga niet werd gefouilleerd toen ze de kantoren van de BOB betrad.
De namiddagzitting werd afgerond met het verhoor van de broer van Béatrice Spiga die Alfonso d'Anna naar zijn zeggen in de wereld van de drugs heeft geïntroduceerd.
Bron: Gazet Van Antwerpen | 26 Januari 1994
Alfonso d'Anna betuigt spijt
Op het proces van Alfonso d'Anna, zijn echtgenote Beatrice Spiga en beider vriend Serge Lorenzato, die beschuldigd worden van moord of betrokkenheid bij de moord op twee rijkswachters, getuigden gisteren voormiddag oversten en collega's van de twee slachtoffers.
Een adjudant van de BOB verklaarde dat hij nooit iets verdachts had opgemerkt, zeker niet in verband met het doorspelen van het moordwapen door Spiga aan Alfonso d'Anna. Op geen enkel ogenblik had hij een verdachte beweging gezien.
Nadat de adjudant zijn verklaring had beëindigd, vroeg d'Anna het woord: "Ik weet dat U zich schuldig voelt. Maar ik moet u toch zeggen dat het volkomen onmogelijk, ja uitgesloten was om ook maar een beweging op te merken. De manier waarop mijn vrouw en ik het zaakje hebben geklaard, kon door niemand worden opgemerkt. Misschien is mijn tussenkomst hier misplaatst maar toch hou ik er aan te zeggen dat het mij allemaal erg spijt.”
Geen nalatigheid
Kolonel Parent, verantwoordelijke voor het district Luik, ging uitvoerig in op de naleving door de BOB van de veiligheidsvoorschriften. Zijn conclusie is dat op geen enkel ogenblik nalatigheid kon worden vastgesteld.
Op de vraag van de voorzitter waarom Spiga naar aanleiding van haar bezoek aan d'Anna niet
werd gefouilleerd, antwoordde de kolonel: “Op dat ogenblik en ook vandaag nog is er geen veiligheidsdeur voorhanden. Voorts beschikken we niet over een metaaldetector en kunnen we evenmin een beroep doen op een vrouwelijke rijkswachter die als enige het recht heeft om iemand van hetzelfde geslacht te fouilleren.”
De voormiddagzitting werd afgerond met een “demonstratie”: in amper een paar seconden slaagde d'Anna er in zich van zijn handboeien te ontdoen.
De namiddagzitting was bijzonder kort omdat getuige Franco Spiga, de broer van Béatrice, niet kwam opdagen. D'Anna beschuldigt zijn schoonbroer ervan hem met drugs in contact te hebben gebracht.
Serge Lorenzato, de derde beschuldigde, betreurde dat zijn vriend niet aanwezig was. Hij denkt dat Spiga hem kan vrijpleiten van betrokkenheid bij de voorbereiding van de ontsnapping.
Bron: Gazet Van Antwerpen | 27 Januari 1994
Alfonso d'Anna is hopeloos geval
Donderdag werden op het proces van Alfonso d'Anna, zijn echtgenote Béatrice Spiga en hun vriend Serge Lorenzato, deskundigen en de eerste moraliteitsgetuigen als getuige gehoord.
Gerechtsarts Dodinval onderzocht de twee vermoorde rijkswachters op de parking in Villers-le-Bouillet. Michel Jenicot lag op de rug. Hij was met handboeien vastgemaakt aan zijn collega die op de buik lag.
Hij kreeg een eerste kogel toen hij vooraan in het voertuig op de passagierszetel zat. Steeds volgens de gerechtsarts drong de kogel ter hoogte van het linker schouderblad binnen en doorboorde het hart. De man was praktisch op slag dood.
Jean-Marc Engelbel werd onder vuur genomen op het ogenblik dat hij volop bezig was zijn stervende collega weg te trekken van het voertuig en hij gebogen over hem stond. Vanop korte afstand kreeg Engelbel twee schoten in de hals. Hij was niet op slag dood. Ten slotte viel het vierde schot of het zogenaamde genadeschot waarmee Michel Jenicot werd afgemaakt.
Drugs
Uit het verslag blijkt ook dat dokter Dodinval sporen van morfineproducten en van kalmeermiddelen aantrof in de urine van van Alfonso d'Anna op het moment dat hij zich gevangen meldde, vier dagen na de feiten. Daaruit leidt de deskundige af dat beklaagde tijdens de uren of dagen die zijn gevangenmelding voorafgingen, drugs had gebruikt.
Wapendeskundige Tombeur gaf uitleg bij het wapen dat werd gebruikt, een Colt 45 pistool dat, eenmaal geladen, bij het schieten repetitief werkt.
Een tweede expert, Machiroux, bevestigde de aanwezigheid van kruitsporen op de kleren van de slachtoffers en d'Anna, alsmede in het voertuig van de rijkswachters waar de eerste kogel werd afgevuurd.
De voormiddagzitting werd afgerond met de ondervraging van Béatrice Spiga en Serge Lorenzato door de juryleden. Aan hen werd gevraagd eens te meer in detail hun tijdsgebruik op 15 juli 's namiddags te willen toelichten.
Hopeloos
Tijdens de namiddagzitting volgde het getuigenis van het college van neuropsychiaters samengesteld uit Dr. Timsit, Xhenseval en Denys. Alle drie zijn zij van mening dat Alfonso d’Anna, Béatrice Spiga en Serge Lorenza- to op het ogenblik van de feiten wel degelijk toerekeningsvatbaar waren. Ook waren zij tijdens de dagen die de moorden voorafgingen normaal helder van geest.
Alfonso d'Anna wordt door de medici gerekend tot de categorie van “anti-socialen”. Ingevolge een opvoeding in een zeer goed gestructureerd gezin belandde hij slechts op late volwassen leeftijd in de delinquentie. Dr. Tomsit zag in d'Anna's drang tot moorden een “soort herwaardering van de eigen viriliteit en van zijn eer”. De psychiater sloot iedere invloed van drugsgebruik uit bij de moorden.
Ten slotte werd d'Anna omschreven als “bijzonder gevaarlijk”, ook al omdat hij “in zijn diepste als het ware aan drugs en roesmiddelen is verhangen”. Zijn geval is hopeloos.
Listig
Het gezin waaruit Béatrice Spiga afkomstig is had veel minder structuur dan dat van haar echtgenoot. Nochtans kwam ook zij slechts vrij laat, nl. op 21-jarige leeftijd in het drugsmilieu terecht. Haar persoonlijkheid valt moeilijk te omschrijven en te doorgronden.
Bovendien is ze van nature erg listig en spant ze zich voortdurend in om “haar deelname aan het gebeuren zo veel mogelijk te minimaliseren”. Het gevaar dat zij oplevert is echt gebonden aan de aard van haar drugsverslaafdheid en drugsafhankelijkheid. Nochtans bezit zij geen enkele drang om te moorden.
Serge Lorenzato lijdt onder zijn talrijke affectieve verwondingen en letsels. Zijn affectief leven liet als tijdens zijn kinderjaren te wensen over. Op de drempel van de volwassenheid werd hij ziek en verloor hij zijn vader. Om zich ergens aan een organisch gezag te kunnen onderwerpen, zocht hij toenadering tot een bende. Vandaar zakte hij af in het wereldje van de drugs en de delinquentie.
Als hij door de juiste personen wordt omringd en begeleid, zal hij zeker geen echt gevaar vormen voor de maatschappij.
Bron: Gazet Van Antwerpen | 28 Januari 1994
Ouders getuigen in moordzaak: “Het waren brave kinderen tot de drugs kwamen”
Vrijdag werden voor het hof van assisen van Luik de laatste moraliteitsgetuigen gehoord in de moordzaak d'Anna. Alfonso D'Anna, zijn echtgenote Béatrice Spiga en hun vriend Serge Lorenzato staan terecht wegens moord op twee rijkswachtonderofficieren van de BOB van Luik op 15 juli 1992.
De moeder van Serge Lorenzato werd als eerste gehoord en deed het verhaal van een kleine lieve jongen die prachtige resultaten behaalde op school. In december 1979, toen Serge amper 13 was, overleed zijn vader en enkele maanden later zijn grootmoeder. Omdat moeder uit werken moest gaan, was de jongen deels aan zijn lot overgelaten en raakte hij verstrikt in een jeugdbende. Hij bracht meer tijd door op straat dan thuis, werd verslaafd aan drugs en liet de school varen.
Na een verblijf in de gevangenis, verdween Serge voor twee jaar naar een tehuis voor drugsgebruikers. Hij raakte echter niet af van zijn verslaving en in 1988 viel de tweede veroordeling. Zijn moeder benadrukte dat Serge voor het overige een vriendelijke en attente jongen is gebleven die zich echter moeilijk kan uiten.
Respect
De ouders van Alfonse d'Anna betoogden eveneens dat hun zoon een probleemloze jongen was, die met zijn broers en zussen werd opgevoed in respect voor traditionele waarden. De eerste onweerswolken dateren van '85 toen Alfonso op eigen vleugels wou vliegen en introk bij Béatrice Spiga. Hij raakte er aan de drugs verslaafd en zonk bliksemsnel weg in de criminaliteit.
Vader en moeder d'Anna hebben het onmogelijke gedaan om hun zoon uit de zelfkant te halen: ze lieten hun zoon behandelen, vingen hem op, ook na het huwelijk, zorgden voor een gezondheidskuur in Sicilië, maar de drugs wonnen het telkens weer op alle goede zorgen.
Als laatste getuige werd de moeder van Beatrice Spiga gehoord. Haar verhaal was op enkele details na gelijkluidend: een evenwichtig kind dat pas na de kennismaking met d'Anna de pedalen had verloren. Volgens de vrouw was het Alfonso d'Anna die haar dochter drugs had leren gebruiken.
Het hele gezin, Béatrice heeft acht broers en zussen, deed het onmogelijke om het meisje terug op het rechte pad te brengen, maar eveneens tevergeefs. Kennissen en familieleden getuigden dat Béatrice was veranderd van zodra ze drugs begon te nemen. De verantwoordelijke van een zangatelier in de gevangenis zei dat zij nu van de drugs af.
Bron: Gazet Van Antwerpen | 29 Januari 1994
Vernietigend rekwisitoor tegen D'Anna en co
Advocaat-generaal Jamar heeft maandag voor het assisenhof van Luik een vernietigend rekwisitoor uitgesproken tegen Alfonso D'Anna (30), Béatrice Spiga (28) en hun gemeenschappelijke vriend Serge Lorenzato (27). Dit trio wordt ervan beschuldigd op 15 januari 1992 twee rijkswachters op een parking naast de autoroute de Wallonie, in Villers-le-Bouillet, om het leven te hebben gebracht.
Mevr. Jamar gebruikte krasse omschrijvingen: “Alfonso D'Anna handelt als een machine om te doden, zijn daden lijken wel op een executie; zelfs beesten zijn tot dergelijke handelswijze niet in staat.”
Ook Beatrice Spiga werd niet gespaard: “hij, de doder, haalt fataal de trekker over, maar zij, Béatrice Spiga, overhandigt hem eerst het wapen. Zij is geen haartje beter. Ook bij haar kan men dezelfde voorbedachtheid vaststellen.”
De betrokkenheid van Serge Lorenzato in de hele zaak is, volgens de advocaat-generaal, niet zo voor de hand liggend. Nochtans is de derde beklaagde op zijn minst medeplichtig aan de dubbele moord en schuldig aan heling, ook omdat hij D'Anna vier dagen onderdak verleende.
Wild dier
Eerder waren de advocaten van de burgerlijke partijen, mr. Deprez (namens de Belgische Staat) en mr. Coster (namens de familieleden, de echtgenoten en de kinderen van de twee slachtoffers Jean-Marc Engelbel en Michel Jenicot) uitgebreid aan het woord gekomen. Hun argumenten kwamen overeen met die van het openbaar ministerie. Ook zij vinden dat Serge Lorenzato niet als “mededader” van de dubbele moord kan worden beschouwd, wel als medeplichtige. Spiga daarentegen is wel “mededader”. Zij handelde onder geen enkele dwang.
De twee advocaten spanden zich in om de voorbedachtheid van Alfonso D'Anna aan te tonen. Het is duidelijk dat D’Anna vastbesloten was om zijn slachtoffers geen enkele kans te gunnen, zo zegden ze. “Hij handelde als een wild dier.”
Geïmproviseerd
De verdediging van Alfonso D'Anna concentreerde zich op de persoonlijkheid van de eerste beschuldigde, die voor hij aan drugs verslaafd raakte, ook goede eigenschappen had. De advocaat zei dat D'Anna voor de dubbele moord nooit geweld had gebruikt. “Als hij de gevaarlijke persoon was, die de burgerlijke partijen en het openbaar ministerie hadden geschetst, waarom hadden de Luikse BOB'ers dan een minder strikt veiligheidsregime toegepast?”, zo vroeg hij zich af.
De verdediger van D’Anna had noch in het verleden, noch in de persoonlijkheid van zijn cliënt, noch in de feiten sporen van voorbedachtheid ontdekt. De feiten werden “geïmproviseerd”. Het eerste schot was een ongeluk en kon dus niet voorbedacht zijn. “Zou een koelbloedige moordenaar de lichamen niet verstopt hebben en het wapen van zijn slachtoffers gebruikt hebben om zijn vrouw niet in de zaak te betrekken?”
De verdedigers van Béatrice Spiga erkenden dat hun cliënt een fout had gemaakt, maar ze vroegen zich af of ze wel de keuze had. Ze haalden de liefde van Béatrice Spiga voor haar man aan, haar trouw en de huwelijksband, die door het strafwetboek als een wettelijke verschoningsgrond wordt erkend. Drugsgebruik is geen verschoningsgrond, maar verklaart wel alles. Bovendien is er nog de chantage die D'Anna pleegde om een geladen wapen van zijn vrouw te krijgen.
“Béatrice Spiga kon niet vermoeden dat haar man zou doden, en ze wilde zeker niet dat hij dat zou doen”, zo zegden ze. Ze besloten dat ze meer medeplichtige dan mededader was.
De advocaten van Serge Lorenzato verwierpen zelfs de medeplichtigheid. Hun cliënt was niet op de hoogte van de ontsnapping en heeft er ook niet bij geholpen.
De juryleden zullen zich vandaag, na de replieken, terugtrekken om over de schuld te beraadslagen.
Bron: Gazet Van Antwerpen | 1 Februari 1994
Alfonso D’Anna schuldig aan moord
De jury van het assisenhof van Luik heeft woensdagavond Alfonso d'Anna schuldig bevonden aan moord op twee rijkswachters. De gezworenen antwoordden ‘ja’ op alle vragen, die op hem betrekking hadden. Zijn echtgenote Béatrice Spiga werd schuldig bevonden aan mededaderschap aan doodslag, maar niet aan voorbedachtheid. Voor Serge Lorenzato verwierp de jury de betichting van mededaderschap en van voorbedachtheid.
Na de replieken trokken de juryleden zich dinsdagnamiddag terug om te beraadslagen over in totaal 59 schuldvragen. De zitting van het Luikse assisenhof zal vandaag worden hervat met de debatten over de strafmaat en het uiteindelijke arrest.
In hun replieken wezen de advocaten van de burgerlijke partijen en de openbare aanklager op de verpletterende bewijslast. Zij stelden dat de argumenten van de verdediging om de voorbedachtheid te laten vallen, in strijd waren met het dossier en met het gezond verstand. De rijkswachters Michel Genicot en Jean-Marc Engelbel werden in koelen bloede en na rijp beraad vermoord, zo klonk het van de bank van de burgerlijke partijen.
Advocaat-generaal mevr. Jamar waarschuwde de jury voor de twijfels, die de verdediging poogde te zaaien. “De leugens, uitvluchten en tegenstrijdigheden waarmee de verdachten hun stelling hebben doorspekt, mogen U niet in verwarring brengen", aldus de openbare aanklager.
In een reflex
De advocaten van Alfonso D'Anna herhaalden dat zij uitsluitend de voorbedachtheid betwisten en hun stelling steunen op het ontbreken van enig bewijs dat D'Anna een koelbloedige moordenaar zou zijn. Het eerste schot zou, bewust, maar niettemin in een reflexbeweging zijn afgevuurd. Daarna raakte hij volkomen het noorden kwijt en schoot als een automaat. D'Anna is een doder, maar geen moordenaar, zo besloten diens advocaten hun pleidooi.
Stafhouder Defourny verduidelijkte daarop dat zijn cliënte Béatrice Spiga schuldig pleit, maar dat ze enkel wil veroordeeld worden voor wat ze gedaan heeft en voor wat ze kon weten wat er te gebeuren stond. Bovendien betreurde de stafhouder dat onze samenleving nog geen enkel middel heeft gevonden om de gesel van de drugs te bestrijden.
"Spiga wist toen ze haar man een vuurwapen gaf, dat die een gijzeling zou plegen. Ze had er echter niet het minste vermoeden van dat hij tot doden in staat zou zijn. Daarom mag ze niet schuldig geoordeeld worden aan mededaderschap”, zo besloot mr. Defourny.
Bron: Gazet Van Antwerpen | 2 Februari 1994
Doodstraf voor Alfonso D'Anna
Het assisenhof van Luik heeft Alfonso D'Anna (30) gisteren veroordeeld tot de doodstraf. Hij werd dinsdagavond schuldig bevonden aan onder meer de moord op twee onderofficieren van de Luikse BOB op 15 juli 1992, op de parking van de autoweg Luik-Namen in Villers-le-Bouillet.
Zijn vrouw Béatrice Spiga (28) kreeg twintig jaar dwangarbeid wegens mededaderschap. Serge Lorenzato (27), een vriend van het koppel, werd veroordeeld tot tien jaar dwangarbeid. Hij verschafte D'Anna vier dagen lang onderdak.
De voorlezing van het arrest ging niet gepaard met incidenten in de zaal, waar de spanning te snijden was en uitgebreide veiligheidsmaatregelen van kracht waren.
D'Anna schoot de BOB’ers Michel Jenicot en Jean-Marc Engelbel dood tijdens zijn overbrenging van de rijkswachtkazerne van Luik, waar hij was verhoord, naar de gevangenis van Hoei. Zijn vrouw had het wapen geleverd.
De dubbele moord leidde D'Anna, die geboeid in de dienstwagen zat, naar de vrijheid. Vier dagen na de feiten gaf de dader zich aan bij de rijkswacht en bekende.
Drugsverslaafden
Hij, Spiga en Lorenzato, allen drugsverslaafden uit Luik, werden dinsdagavond schuldig bevonden.
De jury achtte Alfonso D'Anna schuldig aan verboden wapenbezit en -dracht, bedreigingen, willekeurige vrijheidsberoving, diefstal met geweld (sleutels van de boeien), diefstal van de wagen, overtredingen van drugswetten (bezit, gebruik in groep en dealen), maar vooral aan de dubbele moord.
Béatrice Spiga moest worden gestraft wegens verboden wapenbezit en -dracht, bedreigingen, willekeurige vrijheidsberoving, en overtredingen van drugswetten. Wat de dubbele moord betreft noemde de jury haar schuldig aan mededaderschap, maar niet aan voorbedachtheid.
Serge Lorenzato werd schuldig bevonden aan bedreigingen, willekeurige vrijheidsberoving, overtredingen van drugswetten en medeplichtigheid aan de dubbele moord. Hij bracht Spiga tot aan de rijkswachtkazerne, waar ze het wapen aan D'Anna gaf.
Het openbaar ministerie kreeg bijna alles wat het gevraagd had, behalve “geen straf beneden de twaalf jaar” voor Lorenzato. De advocaten riepen verzachtende omstandigheden in: overgave, bekentenissen en spijt voor D'Anna, afwezigheid van antecedenten van gemeenrecht, drugsverslaving en mogelijkheden tot reintegratie in de maatschappij voor Spiga en Lorenzato.
Spiga en Lorenzato voegden geen woord toe aan de pleidooien van hun advocaten. D’Anna vroeg hem te veroordelen, maar zijn vrouw en vriend te sparen.
Bron: Gazet Van Antwerpen | 3 Februari 1994
Cassatie verbreekt doodstraf-arrest van D’Anna niet
Het Hof van Cassatie verwierp woensdag het cassatieverzoek van Alfonso D'Anna, die op 2 februari 1994 van het Luikse assisenhof de doodstraf kreeg voor een moord op twee rijkswachters op een parking in Villers-le-Bouillet langs de autoweg Luik-Namen op 15 juli 1992. De twee gendarmen vervoerden D'Anna van Luik naar zijn cel in Hoei.
De verdediging van D’Anna had drie kritieken geuit op de manier waarop het assisenhof “de procedureregels had geschonden”. Zo zou de voorzitter van het assisenhof de drie beschuldigden elk afzonderlijk hebben ondervraagd. Dat mocht volgens D'Anna niet omdat iedere beschuldigde aanwezig moet zijn tijdens de hele assisenprocedure. Cassatie meent dat deze kritiek onvoldoende duidelijk is.
D'Anna vond ten tweede dat het gerechtelijk wetboek bepaalt dat de ondervraging op een assisenhof moet stoppen met de moraliteitsgetuigen. In zijn geval stopte ze met de ondervraging van een speurder en de vertoning van een video. Cassatie repliceert dat D'Anna het laatste woord kreeg en dat dit soort schendingen van de procedure niet de nietigheid van het arrest tot gevolg heeft.
Tenslotte zei D'Anna dat de willekeurige macht van de assisenvoorzitters te groot is en zelfs botst met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat een eerlijk proces voor iedereen garandeert.
Cassatie zegt dat het hierover niet kan oordelen. Men moet zich tot andere instanties wenden. Het cassatieverzoek werd dus verworpen. De doodstraf van D'Anna is nu definitief.
Bron: Gazet Van Antwerpen | 5 Mei 1994
