8,131

(5 replies, posted in Organisaties)

Ook in het studie van Klaartje Schrijvers komt de Miller-groep aan bod:

(...) In het kader van die opdracht wist Bougerol een heel netwerk uit te bouwen dat door deingewijden de "Miller-groep" werd genoemd. Miller was zoals uit de notitie van Damman al bleek de schuilnaam van Bougerol. Antisubversieteams werden samengesteld in verscheidene groepen, verspreid over een aantal streken. In november 1978 waren bij de activiteiten van PIO in totaal 445 personen betrokken, waarvan militairen, reserve-officieren en burgers.

Maar PIO kostte handenvol geld, en was bovendien financieel erg afhankelijk van deactiedienst van het Ministerie van Landsverdediging en dus van Paul Vanden Boeynants. De uitgewerkte structuur ontving maandelijks 600.000 Bfr. en op het einde van 1978 was de schuld ten aanzien van de Miller-groep meer dan twee miljoen. De militaire gezagsdragers besloten dan ook om PIO te ontbinden. In 1979 werd PIO definitief opgedoekt. 

De volledige tekst kan je hier lezen » Forum

Bron: De netwerking van een neo-aristocratische elite in de korte 20ste eeuw | Klaartje Schrijvers

8,132

(5 replies, posted in Organisaties)

De Miller Groep. Naast de antisubvesrieve acties van de PIO had het bureau ook een dekmantel voor inlichtingenrecherche en contra-informatie. In het kader van deze opdracht wist majoor Bougerol een heel netwerk uit te bouwen dat door de ingewijden de 'Miller-groep' werd genoemd. Miller, de naam van zijn echtgenote, was ook de schuilnaam die Bougerol gebruikte voor de columns die hij schreef in La Dernière Heure.

De Miller-groep bestond uit antisubversieteams samengesteld in verschillende groepen gespreid in een aantal streken, met name in Henegouwen. Een groep bestond uit een chef en een drietal leden. Elk van hen kreeg een codenummer toegewezen dat zij zouden gebruiken voor onderlinge contacten. Met het vertrek van Vanden Boeynants was Bougerol zijn beschermheer kwijt, maar hij ging door, deze keer met privé sponsorgeld. In een gesprek met Guy Bouten heeft Bougerol het onomwonden over de "gewapende actie" van zijn netwerk. "Dit was mijn werk."

Toen Christian Smets naar Charleroi werd gestuurd, was één van zijn taken om de Miller-groep van Bougerol te infiltreren.

Bron: Artikel-rees over de Bende van Nijvel in 't Pallieterke » Forum

8,133

(5 replies, posted in Organisaties)

Majoor Jean Bougerol bouwde onder de dekmantel van het PlO een (illegale) parallelle inlichtingendienst op - de Miller-groep -, die was samengesteld uit verschillende eenheden (van 4 personen), verspreid over een aantal streken van het land en met name in Henegouwen. 

Bron: Verslag Tweede Bendecommissie (bijlage 1 en 2)

Ter info: Hugues Miller was een pseudoniem van Bougerol wanneer hij voor Inforep schreef.

8,134

(34 replies, posted in Bende Bouhouche-Beijer)

Over Operatie Warenhuizen kan je dit stukje lezen in bijlage 1 en 2 van het verslag van de Tweede Bendecommissie: 

(...) Hierbij kan worden gedacht aan het feit dat een groep BOB'ers rond de adjudant Guy Goffinon in 1988 ontdekte dat Bouhouche, Beijer, Amory en nog andere rijkswachters vergaande plannen hadden uitgewerkt om via bomaanslagen de warenhuisketen GB-Inno-BM gigantische bedragen af te persen. 

De tekst heeft volgende voetnoot:

Men leze het verhaal hierover in GI, 108-110, en HUMO, 18 januari 1990. Candidus gaat nog een stap verder en beweert dat de aanslagen op warenhuizen die in de jaren tachtig daadwerkelijk werden gepleegd, beslist het werk waren van een dergelijke groep politiemensen. Hij schrijft:

"Ainsi l'histoire des Tueurs du Brabant est, au principal, une grave affaire de chantage et de racket, mise au point par quelques personnes, que l'on trouve dans la Gendarmerie, dans la Sûreté de l'Etat et dans quelques groupes dits politiques comme le FJ (Front de la Jeunesse) ou le WNP, par exemple. Les gens s'attaquaient à la bonne société bruxelloise compromise dans des affaires de drogues, de sexe, d'argent noir, jusqu'à certains groupes politiques. Les notables visés ici pouvaient difficilement porter plainte puisque entièrement mouillés. C'est pourquoi l'affaire des tueurs est devenue une affaire d'Etat, qui paralyse en quelque sorte le Gouvernement et le Parlement, tout en ruinant nos institutions judiciaires et policières"(Ca,57- 58).

Dit verhaal doet overigens enigermate denken aan het latere verhaal dat de aanslagen op de Delhaize-warenhuizen ook het werk van afpersers waren geweest, in dit geval van Amerikaanse huize, mogelijk gelieerd aan de Amerikaanse casa nostra, De berichten over de mate waarin dit "Amerikaanse" spoor werd uitgespit, lopen overigens uiteen. Vgl. de verklaringen van De Moor, Reyniers en Deprêtre voor de eerste parlementaire onderzoekscommissie: POC3B, 97, 266 en 377. De commissie zelf concludeerde dat ook deze hypothese onvoldoende werd onderzocht: POC3A, 328. De directeur van Delhaize stelde - volgens de journalisten die hem interviewden - in december 1985 echter "dat er van chantage door Amerikaanse misdaadorganisaties helemaal geen sprake is" (DS, 12 december 1985). Zie verder ook LS, 17 juni 1988.

8,135

(3 replies, posted in Gladio - Staatsveiligheid)

Marcel De Roover werd geboren in 1890 te Saint-Marc nabij Namen. Hij was de zoon van Emile De Roover die niet alleen directeur-generaal was van de ASLK, maar ook kapitein van de genie. Het lag dan ook in de lijn van de familiale tradities dat Marcel De Roover eveneens een militaire carrière zou doorlopen. Hij studeerde aan de Koninklijke Militaire School voor ingenieur van de genie AIA, en studeerde met vrucht af in 1913 als onderluitenant van de genie. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog was Marcel De Roover dus een hoog opgeleide militair en als ingenieur gespecialiseerd in bruggen en spoorwegen. Die kennis zou hem in de oorlog zeer goed van pas komen.

Vier jaren lang speelde hij dan ook een glansrol en maakte veel indruk op zijn oversten. Hij zat in de Compagnie des pionnier-pontonnier-cyclistes van de eerste cavaleriedivisie. Hij vervoegde de Vuurkruisers en de IJzerkruisers. Vanuit Frankrijk sloot hij aan bij de Force Publique in Belgisch Kongo onder bevel van luitenant kolonel Olsen. Als kapitein speelde Marcel De Roover een belangrijke rol in het herstel van bruggen en spoorwegen in veroverd Duits gebied. In 1917 werd hij benoemd tot kapitein-commandant en vertrok hij naar Kaapstad.

In 1918 was hij terug in België, maar vroeg bij het ministerie van landsverdediging de toelating om naar Rusland te vertrekken. Hij werd kapiteincommandant van het Bataillon des troupes du chemin de fer.

Aangeduid als Belgisch vertegenwoordiger van het Wit-Russische leger in Zuid-Rusland, had De Roover als opdracht om in het gebied dat onder controle stond van generaal Denekine de relaties van de Belgische industriëlen met de lokale autoriteiten te vergemakkelijken. Hij maakte zich zo verdienstelijk voor de Britse legers dat generaal Keyes persoonlijk hierover koning Albert I informeerde, die op zijn beurt vader De Roover feliciteerde met zijn zoon. Dit is een cruciaal element in het leven van De Roover.

We stelden het hoger al, de Koude Oorlog begon reeds in 1918, maar blijkbaar niet alleen voor de Amerikanen en de Britten die een tiental militaire interventies tijdens de Russische burgeroorlog financierden. Ook voor Marcel De Roover werd in 1918 het startsein gegeven voor een levenslange strijd tegen het communisme. Temeer omdat op 13 april 1920 het Wit-Russische leger werd verslagen.

Marcel De Roover keerde terug naar België en werd voorzitter van de gemengde Grieks/Bulgaarse commissie in het kader van de Volkerenbond. Van 1920 tot 1926 hield hij zich bezig met de eigendomsproblematiek van de noodgedwongen emigratie als gevolg van de grenswijzigingen in Griekenland en Bulgarije. Vanaf 1927 begon ook een opmerkelijke industriële carrière. Hij werd directeur van de Société générale industrielle et chimique du Katanga (Sogechim). Dit bedrijf werd in datzelfde jaar opgericht door Edgar Sengier voor de Union Minière en was gelieerd aan de Société Générale. Marcel De Roover verbleef dan ook geregeld in Katanga, en in 1929 werden door Sogechim nog diverse andere bedrijven gebouwd. Hij bleef directeur van Sogechim tot 1940.

Intussen was Marcel De Roover niet de enige in België met een afkeer van het communisme. Verschillende organisaties ontstonden in de naoorlogse periode met als doel anticommunistische propaganda te verspreiden, te infiltreren in communistische groepen en het verlenen van inlichtingenwerk voor de staatsveiligheid. In 1921 werd de l'Union Economique Belge opgericht, in 1929 het Centre International du Lutte Active contre le Communisme (CILLAC) waarvan de Belgische sectie de technische strijd tegen het communisme uitvoerde en de propaganda toevertrouwde aan de Ligue Nationale Belge contre le Communisme.

In 1925 werd de Société d'Etudes Politiques, Economiques et Sociales (SEPES) opgericht. Een vierde organisatie werd Concentration de la Propagande anti-communiste (COPAC) gedoopt. Een exacte oprichtingsdatum is niet geweten. Vast staat dat op 2 juni 1937 ten huize van Charles Terlinden een reünie plaatsvond waarop diverse grote industriëlen en rabiate antimarxisten waren uitgenodigd. Heel wat leden van SEPES waren aanwezig en in 1938 was officieel sprake van COPAC. Genodigden waren ondermeer baron Paul de Launoit van Ougrée-Marihaye, Greiner van Cockerill, voormalig eerste minister Georges Theunis, burggraaf Simonis, advocaat Duvieusart, Max-Léo Gérard, baron Léon Greindl en ook Marcel De Roover. COPAC fungeerde vermoedelijk als fondsenwerver voor de SEPES en werd voorgezeten door bruggraaf Charles Terlinden, Jean Spiltoir, en pater Morlion.

Het is interessant erop te wijzen dat in mei 1938 een Belgische delegatie bestaande uit De Roover, Greindl, Spiltoir, Terlinden, Stappaerts, pater Morlion en kardinaal Van Roey deelnam aan een congres van de Entente Internationale Anti-Communiste te Genève. (...)

Bron: De netwerking van een neo-aristocratische elite | Klaartje Schrijvers

Ter info: Marcel De Roover stierf in 1971.

8,136

(1 replies, posted in Politiek & Business)

Luc Beyer de Rycke werd geboren in 1933 te Gent als Franssprekende Vlaming. Hij was (is) van onverholen extreem-rechtse signatuur. In 1961 werd hij lid van de Parti Indépendant van Sneyers d'Attenhoven, samen met Piron, Valentijn, Georges de Lovinfosse… en Damman. In 1970 werd hij lid van het erecomité van de Cercle des Nations. In 1971 was hij beheerder van de vzw Société Pierre Teilhard de Chardin, en volgde hiermee Marcel De Roover op.

Luc Beyer de Rycke laveerde tussen zijn politieke activiteiten en zijn journalistieke werk voor de RTBF. Daarnaast was hij ook redactielid van L'Eventail, het blad van de Cercle des Nations. In 1979 nam hij ontslag bij de RTBF (hij hield in 1975 onder meer een toespraak voor CEPIC over de bedenkelijke objectiviteit van de RTBF-verslaggeving), maar bleef actief in de geschreven pers: Le Courrier de Gand, La Semaine de Bruxelles en La Dernière Heure.

Dat hij een uitgesproken Gaullist was, wordt geïllustreerd door het feit dat hij stichter en beheerder was van het in 1976 opgerichte Cercle d'Etudes Charles de Gaulle. Zoals zovele leden van het eerste uur van de Parti Indépendant, stapte ook Luc Beyer de Rycke later over naar de liberale PRL. Dat hij echter ook als katholiek kan bestempeld worden, getuigde dan weer zijn functie als beheerder van de vzw Internationaal Hulpbetoon van Caritas Catholica, van 1977 tot 1992.

Het hoeft niet te verbazen dat een dergelijk figuur ook opdook in de Europese organisaties zoals MAUE (als ondervoorzitter tezamen met Paul Vankerkhoven en generaal Robert Close) en als lid van de Presidentiële raad van de internationale Paneuropese Unie (dit vanaf 1981, toen reeds enkele jaren onder het voorzitterschap van Otto von Habsburg).

Tot slot willen we hier nog vermelden dat Luc Beyer de Rycke van 1980 tot 1986 Europarlementslid was voor de PRL, alwaar hij zich in die functie in maart 1981 liet opmerken, toen hij in het Europees Parlement weigerde één minuut stilte in acht te nemen voor de slachtoffers van de dictatuur van generaal Pinochet in Chili.

Bron: De netwerking van een neo-aristocratische elite | Klaartje Schrijvers

8,137

(1 replies, posted in Politiek & Business)

Luc Beyer de Ryke, beter bekend als Luc Beyer - geboren in Gent op 9 september 1933 - is een voormalig presentator en journalist van de RTBF, de Belgische Franstalige openbare omroep. Hij was tevens politicus.

Na zijn studies Politieke Wetenschappen, Diplomatie en Journalistiek aan de Université libre de Bruxelles, presenteerde Beyer achttien jaar lang het televisiejournaal op de RTB: van 1961 tot 1979.

Beyer was jarenlang gemeenteraadslid in Gent en vervolgens in Ukkel. Van 1979 tot en met 1989 was hij tevens parlementslid in het Europees Parlement namens de PRL. Momenteel is hij voorzitter van de Académie du Gaullisme.

Bibliografie

  • Théo Lefèvre, Pierre de Méyère, Brussel, 1967

  • L'Outre-mer portugais en procès, Pierre de Méyère, Brussel, 1973

  • Afrique noire, pouvoir blanc, Pierre de Méyère, Brussel, 1975

  • Vagabondages, Didier Hatier, Brussel, 1990

  • Tocsin pour la Belgique, François-Xavier de Guibert, Parijs, 1999

  • Les Lys de Flandre : vie et mort des francophones de Flandre (1302-2002), François-Xavier de Guibert, Parijs, 2002

  • Chemins d'Orient - Les déchirures - Algérie, Liban, Israël, Palestine, Francois-Xavier De Guibert, Parijs, 2005

  • La Belgique en sursis, François-Xavier de Guibert, Parijs, 2008 ISBN 978-2755402483

Bron: Wikipedia

8,138

(34 replies, posted in Westland New Post)

Geen idee, maar volgens de info van Trojan hieboven - uit een artikel van Manuel Ubu - zou hij tijdens zijn legerdienst garde-barrière bij SDRA geweest zijn. Of die info klopt, weet ik niet.

8,139

(0 replies, posted in Politiek & Business)

In het verslag van de Tweede Bendecommissie is er sprake van een poging tot staatsgreep op 11 september 1987:

Om te verifiëren of er ook maar iets waar zou kunnen zijn van het gerucht dat de rijkswacht op 11 september 1987 werd gemobiliseerd met het oog op het plegen van een staatsgreep werd door ons in het archief van dit korps de gehele berichtgeving nagegaan die op die dag had plaatsgevonden bij de directie dagelijkse operaties (DOPS). Niet alleen het dagverslag werd doorgenomen, maar ook het overzicht van het telefoonverkeer, de brief-, order- en notawisseling, en tot slot de agenda. In geen van deze stukken valt ook maar een spoor te ontdekken van de bedoelde mobilisatie.

Het verhaal vindt dus geen enkele steun in welk danig stuk ook. Dit laat onverlet dat het relevant is om uit te zoeken waar zo'n gerucht precies vandaan komt - wat meestal onmogelijk is: 'een informant', zoals in dit geval - of minstens waar het betrekking op kan hebben. Bij dit laatste moet hier worden gedacht aan de bijzondere maatregelen die door de rijkswacht sedert het najaar van 1985 werden getroffen om het hoofd te bieden aan terrorisme en banditisme.

Bestudering van de opeenvolgende operationele richtlijnen waarin deze maatregelen zijn opgenomen, leert dat er vanaf dat moment allerlei voorzieningen werden getroffen, gaande van de bewaking van bepaalde autoriteiten en overheidsgebouwen tot en met de versterking van patrouilles rond warenhuizen en de samenstelling van een Franstalig en een Nederlandstalig peloton die direct de nodige bijstand zouden kunnen leveren aan andere eenheden. En het is dus goed mogelijk dat juist de doorlopende organisatie van deze pelotons de vorming van bepaalde geruchten in de hand heeft gewerkt.

Het is hier niet van belang om de details van deze (toen geheime) maatregelen te onthullen. Maar voor een goed begrip ervan is het wel nuttig aan te geven hoe de rijkswacht na verloop van tijd de context definieerde waarbinnen de maatregelen werden getroffen. In de operationele richtlijn van 4 april 1986 werd deze als volgt omschreven:

1. TOESTAND

a. Toestand terrorisme: 

  1. De laatste ontwikkelingen in het CCC-onderzoek tonen aan dat deze terreurgroep momenteel uitgeschakeld lijkt.

  2. Reacties van andere (eventueel buitenlandse) terroristen zijn evenwel NIET uit te sluiten.

b. Toestand onderzoek bende van Nijvel

  1. Het gerechtelijk onderzoek naar de bende van Nijuel vordert. 

  2. Het is evenwel nog te vroeg om nu al te besluiten dat de bende is uitgeschakeld.

  3. De grootste omzichtigheid is hier geboden en de inspanning van de Gd, zowel op het vlak van de genomen beschermingsmaatregelen als voor wat het onderzoek zelf betreft volgehouden wordt.

c. Toestand andere zware criminaliteit: (...)

2. OPDRACHT De rijkswacht zal haar hoofdkrachtsinspanning verleggen van terrorisme naar de verschillende vormen van zware criminaliteit, meer bepaald naar de bestrijding van de bende van Nijvel en van het fenomeen HU (Hold Up)

a. Maneuveridee

Vanaf 070800 Apr 86 in het ganse land de nodige maatregelen nemen om het hoofd te bieden aan de dubbele dreiging door:

  1. de sterk verminderde terroristische dreiging met een defensieve strategie te bestrijden aan de hand van richtlijnen centraal uitgevaardigd door het Comdo;

  2. de hoofdkrachtsinspanning te leggen op de beheersing van het zware banditisme in casu de numeriek fel gestegen hold-up en de eventuele activiteiten van de restanten van de bende van Nijvel volgens richtlijnen uitgevaardigd door de Geb Comd.

In de hernieuwde richtlijn van 28 augustus 1987 was - anders dan in die van 4 april 1986 - alleen nog maar sprake van de bewaking van grootwarenhuizen tegen banditisme, in het bijzonder de bende van Nijvel natuurlijk. Via deze richtlijn werd het korps dus geactiveerd om met ingang van 1 september 1987 deze opdracht weer uit te voeren:

1. TOESTAND

a. Het gerechtelijk onderzoek met betrekking tot de bende van Waals Brabant is nog niet beëindigd.
b. Wat de bedreiging betreft, zijn twee hypothesen mogelijk:

  1. volledige beëindiging van deze vorm van banditisme;

  2. hernemen van de activiteiten vanaf het ogenblik dat de zonsondergang plaats grijpt vóór het sluiten van de grootwarenhuizen.

2. OPDRACHT

In de komende maanden zal de Gd de grootwarenhuizen bewaken, in het kader van een eventueel hernemen van de activiteiten van de bende van Waals Brabant, en meer in het bijzonder voor de zone gelegen tussen Aalst - Mechelen - Tienen - Namen - Charleroi en Mons. 

3. UITVOERING

a. Maneuveridee: Preventieve maatregelen nemen over het gehele grondgebied met het oog op de bescherming van de grootwarenhuizen:

  1. in een eerste tijd, door de diensten te oriënteren zonder verhoging van de voorziene effectieven, alle vrijdagen en zaterdagen;

  2. in een tweede tijd, door het inzetten van supplementaire diensten, beperkt tot de "kritieke dagen" in de bovenvermelde zones.

x. Coärdineringsonderrichtingen:

  1. (a) Eerste tijd: vanaf 01 Sep 87 (b) Tweede tijd: met ingang van het winteruur, met andere woorden vanaf 27 Sep 87 tot 31 Okt 87 incluis

  2. (a) De genomen maatregelen zijn van toepassing vanaf zonsondergang tot aan het sluitingsuur + 15 min. (b) Bijl: efemeriden van Sep tot Dec 87.

  3. De Geb Comd zullen hun richtlijnen voor de tweede tijd overmaken aan de Gst Gd HDO tegen 18 Sep 87.

De huidige commandant van de rijkswacht, De Ridder, schetste in zijn verhoor voor de Onderzoekscommissie de situatie aldus:

"Einde 1985, begin 1986, werden er benevens onze inbreng in het gerechtelijk onderzoek ook een aantal preventieve maatregelen getroffen met het medeweten van de bestuurlijke autoriteiten en de minister van Binnenlandse Zaken. Die maatregelen waren gericht op de beveiliging van de grootwarenhuizen op ons grondgebied door het instellen van een beveiligingsdispositief van geüniformeerde rijkswachters. Deze maatregelen bleven van kracht sinds de aanslagen op de Delhaize in het najaar van 1985 tot begin 1986."

"De dispositieven werden ingesteld op vrijdag- en op zaterdagavond vanaf het invallen van het duister tot het sluitingsuur. In de zomerperiode werd er vóór het invallen van het duister gesloten zodat de beveiligingsdispositieven in de lente en de zomer van 1987 niet ingesteld bleven. Vanaf september 1987 werden er door de Generale Staf terug operationele richtlijnen uitgevaardigd om zich voor te bereiden op het opnieuw instellen van de beveiligingsdispositieven. Dat legt uit waarom er 20 man in het Noorden en 20 man in het Zuiden werden klaargehouden als eerste reserve voor deze dispositieven. Dat is dus de staatsgreep van 11 september 1987."

Bron: Verslag Tweede Bendecommissie (bijlage 5)

8,140

(286 replies, posted in 1980-1989)

Er zijn inderdaad gelijkenissen. Maar ik durf het niet met zekerheid bevestigen.