8,151

(32 replies, posted in Speurders)

De advocaat Michel Graindorge en voormalig hoofdcommissarisvan de Brusselse GP Frans Reyniers wezen me [Guy Bouten] op de rol van de CIA in de Bende van Nijvel. Van Graindorge, die ooit de verdediging van aanhangers van de extreemlinkse Rote Armee Fraktion op zich nam, verbaasde me dat niet. Maar Reyniers, bijgenaamd 'le Broussard belge' (naar de beroemde Parijse commissaris) was goed geplaatst om een genuanceerd oordeel te vellen, hoewel zijn banden met de Mossad me verontrustten, want te vaak merkte ik in het Bendedossier de schaduw van deze zeer professionele inlichtingendienst.

In 1987 beweerde Reyniers openlijk dat de Bende niets met gewoon banditisme te maken had. Hij wees toen beschuldigend naar de rijkswacht, waar volgens hem de daders en de opdrachtgevers zaten. Enkele jaren later werd de GP-commissaris aangehouden op beschuldiging van corruptie. Nam de rijkswacht wraak en betaalde hij de prijs voor zijn gedurfde standpunt?

Zijn door de wol geverfde advocaat Paul Speyer wond er geen doekjes om en stelde: "Zolang men in strafzaken te maken heeft met moord, diefstal of drugs, raakt men niet aan de benoemingen of aan de politiek, maar eenmaal op het terrein van de Bende van Nijvel voelt men meteen dat er stront aan de knikker is."

Bron: De Bende van Nijvel: verraad, manipulatie, geheime diensten | Guy Bouten

8,152

(51 replies, posted in Gladio - Staatsveiligheid)

Dery was commandant bij de militaire inlichtingendienst en een wiskundige bolleboos in het berekenen van de snelheid van de kogelbaan. Maar zijn technische wapenkennis was eerder beperkt. Hij werd als expert aangesteld door Jean Deprêtre. Dery gaf later toe dat hij onder druk enkele ballistische analyses had vervalst. Deze opvallende getuigenis staat in een pv van de speurders Lachlan en Ruth en werd bevestigd door het Gladio-rapport van de Senaat. Een familielid van Dery bekende "qu'il avait des remords d'avoir falsifié certaines conclusions". (Bron: Pv 102244 van 1 oktober 1990, ondertekend door N. Vega)

Wie zette Dery onder druk? Sterke vermoedens rusten op de schouders van de ex-rijkswachter Madani Bouhouche, die de expert soms vergezelde naar de testbank bij FN in Herstal om Bendewapens en munitie te onderzoeken, en hem daar uithoorde.

Bron: De Bende van Nijvel: verraad, manipulatie, geheime diensten | Guy Bouten

8,153

(4 replies, posted in Politiek & Business)

De Brusselse strafpleiter Xavier Magnée, die erg vertrouwd wasmet het Bendedossier, dat hij als stafhouder thuis mocht bewaren, vertrouwde me [Guy Bouten] eens toe dat linkse terroristen zoals de CCC hun aanslagen altijd opeisen, maar dat extreemrechts dat nooit doet. De overvallen van 1985 hadden volgens hem te maken met chantage en dus niets met extreemrechts.

De daders van de eerste Bendefeiten in1982-'83, toen men vooral aanhangers van de christendemocratische politicus Vanden Boeynants liquideerde, chanteerden in 1985 hun opdrachtgevers. "Ils signalaient à leurs anciens maîtres qu'ils les tenaient." DeBende was volgens Magnée immers een crimineel netwerk met internationale vertakkingen.

Het liep allemaal door mekaar. Barbouzesen ripoux, een allegaartje van gewezen politiemannen en gendarmes, knapten met de hulp van enkele criminelen allerlei vuile karweien op voor de gerespecteerde beau monde. De motieven waren divers: drugs, wapens, fiscale fraude en seksuele chantage ...

Bron: De Bende van Nijvel: verraad, manipulatie, geheime diensten | Guy Bouten

8,154

(286 replies, posted in 1980-1989)

Michel van het Franstalig forum zou recent informatie hebben ontvangen dat leden van WNP ook in de oude champignonkwekerij in Oudergem gingen oefenen:

Info reçue récemment: le WNP se serait également entraîné dans la champignonnière dans un but de préparation à des bagarres ou des ratonnades en "milieu hostile". Vrai, faux? Certains membres du WNP habitaient Auderghem.

Bron » Facebook.com

8,155

(770 replies, posted in Westland New Post)

Nog zo'n uitspraak van Libert die volgens mij moeilijk te controleren is:

Volgens Libert was er maandelijks zo'n 10.000 euro nodig om de WNP-machine draaiende te houden. Hij vermoedde dat een groot deel van dat geld afkomstig was van de Bonvoisin, maar die ontkende.

Ik vraag mij af hoe het komt dat WNP - volgens Libert - zo veel kosten had iedere maand. Het was geen politieke partij met secretariaten, drukwerk of betaalde medewerkers. Probeert Libert met deze uitspraak WNP groter te maken dan het in feite was of probeerde hij de Bonvoisin te linken aan WNP (en hem dus zwart te maken)?

8,156

(0 replies, posted in Politiek & Business)

Paul Vankerkhoven is één van de figuren bij uitstek die het Europese perspectief, het Atlantische (de wereld) en de Belgische scène in z'n geheel omvat. Hij was op alle fronten thuis en speelde steeds een vooraanstaande rol. Net als Damman is Paul Vankerkhoven echter een voor het grote publiek quasi onbekende.

Hij werd in 1941 te Brussel geboren en stierf in 1998 op 57-jarige leeftijd te Sint-Lambrechts-Woluwe. Zijn palmares is evenwel indrukwekkend. In 1965 behaalde hij het diploma licentiaat in de journalistiek aan de ULB. Intussen was hij al hoofdredacteur van het katholieke universitaire blad Chantiers Occident. Hij trad hiermee in de voetsporen van Jo Gérard, die deze functie vele jaren eerder had bekleed. Eenmaal afgestudeerd kwam zijn leven in een immense stroomversnelling. Wat dan volgde was een wervelwind doorheen het hele netwerk rondom de Europese constructie.

Nog in het jaar 1965 bracht Emile Lecerf hem in contact met de Europese en Atlantische milieus en schreef voor hem een aanbevelingsbrief aan Florimond Damman. Zo leerde hij algauw Richard van Wijck en Jacques Jonet kennen. Richard van Wijck werd zijn mentor in het Brusselse establishment. Paul Vankerhoven werd lid van MAUE, maar vertoefde tegelijkertijd ook in de kringen rond het Centre Etudiants Nationaux (CEN). Hij was daarnaast ook regelmatig medewerker aan Belgique-Europe, het blad van de Cercle National/Nationale Kring (CNK).

In 1967 richtte hij samen met Marcel De Roover de Ligue Internationale de la Liberté (LIL) op, de Belgische sectie van WACL. Daarnaast verwierf hij actieve steun van de groep Révolution Européenne van Emile Lecerf, en vooral de actieve kern daarvan, het CEN. In het beschermingscomité van LIL zaten onder meer Florimond Damman, Paul Rohr, Paul Delforge, prins François de Merode, baron Paul Kronacker en Florent Peeters. LIL stond rechtstreeks in contact met de Franse zusterorganisatie van Suzanne Labin, de Union pour la défense des Peuples opprimés.

In 1967 werd Paul Vankerkhoven tot ridder in de Ordre de Rouvre van Richard van Wijck geslagen. Twee jaar later stichtten beiden de Cercle des Nations. In 1971 werd hij secretaris-generaal van CEDI België, waarvan de zetel verhuisde naar de avenue Franklin Roosevelt n° 25, het adres van de Cercle des Nations. In 1969 was hij trouwens lid geworden van het in dat jaar opgerichte AESP van Florimond Damman. In 1972 vertegenwoordigde hij België in de internationale raad van CEDI, en volgde hiermee Marcel De Roover op.

In 1975 publiceerde Paul Vankerkhoven in het blad van de Cercle des Nations, l'Eventail, nog een interview met generaal Pinochet. Datzelfde jaar werd hij voorzitter van de ideologische afdeling van de CEPIC. Hij vervulde die functie tot in 1982. Naast die functie was hij ook voorzitter van de commissie internationale relaties van de CEPIC. Ook in 1975 werd hij lid van de European Freedom Council, tezamen met onder meer Yaroslav Stetsko, Ivan Matteo Lombardo en Suzanne Labin.

In 1979 organiseerde Paul Vankerkhoven het 11de congres van de Association St-Benoit de l'Europe, een op vraag van het Vaticaan opgerichte organisatie ter bevordering van de christelijke beschaving in een spiritueel eengemaakt Europa. Sprekers waren onder meer Mark Eyskens, Etienne Davignon en Paul Vankerkhoven zelf. Zijn uitgesproken katholicisme zou zich ook uiten in het lidmaatschap van de Christian Solidarity International (CSI), met hoofdzetel in Zürich.

In 1982 was hij Europees parlementslid voor de PSC, lid van de Association Atlantique Belge en voorzitter van het Centre Sun Yat Sen (Formosa) te Brussel. Hij bleef nog actief in de diverse hoger vermelde organisaties tot in 1988. Tien jaar later stierf hij na een langdurige ziekte.

Ter info: Zijn doodsprentje vermeldde een indrukwekkende lijst van organisaties waarvan hij lid of voorzitter was geweest. Naast de hoger aangehaalde organisaties lezen we ook:

  • Délégué général de la Communauté française de Belgique auprès de l’Union Européenne

  • Ancien inspecteur général aux relations internationales de la Communauté française de Belgique

  • président du Comité international pour un Vietnam Libre

  • Membre du Comité de direction de l'Association Saint-Benoit Patron de l'Europe

  • Administrateur de l'Institut Européen pour la Paix et la Sécurité

  • Administrateur de la Revue Générale

  • Administrateur et ancien président de l'Office économique et culturel de Taipei

  • Membre fondateur de l'Association pour la Coopération et de Développement en Afrique australe

  • Officier de reserve honoraire de Cavalerie Blindée

http://i19.servimg.com/u/f19/11/22/12/24/paul_v10.jpg

8,157

(28 replies, posted in Organisaties)

De CEPIC werd in 1972 opgericht in de schoot van de PSC om er weerwerk te bieden aan de groeiende linkervleugel binnen de partij. Ze bond de strijd aan tegen de invloed van de vakbonden en de linkse subversieve elementen in het land. Op dat vlak vertoonde CEPIC dan ook overeenkomsten met de Mouvement Chrétien des Indépendents et des cadres (MIC). (...)

Uitgaande van het feit dat de maatschappij zich in een crisis bevond en dat door de slecht werkende instellingen de bevolking haar geloof in de politiek verloren had, wilde CEPIC een krachtig signaal geven om dit vertrouwen terug te winnen.

De focus kwam voornamelijk te liggen op de vrijheid van onderneming, het promoten van het privé-initiatief en het winstprincipe. Onder "la majorité silencieuse" diende een nieuwe solidariteit te ontstaan. De staat werd beschuldigd van etatisme, en haar rol in het economische leven moest worden ingeperkt. Eveneens kop van jut waren hier, logisch daaruit voortvloeiend, de vakbonden waarvan men de syndicale actie onomwonden als terroristisch bestempelde.

Daarnaast stelde CEPIC dat de westerse christelijke beschaving systematisch in gevaar werd gebracht door linkse subversieve actie. Die kon worden ingedijkt door in de pers een zuivering door te voeren en in het onderwijs de burger meer gemeenschapszin bij te brengen. Internationaal gezien stond CEPIC voor een sterke Europese en Atlantische solidariteit tegen het communistisch gevaar. De bewapening moest daarom worden opgedreven en de Westerse invloed in de Middellandse Zee en Afrika uitgebreid.

Vanaf 1974 besloot de CEPIC een volwaardige politieke beweging te worden, in plaats van als politieke club binnen de PSC te functioneren. Door het feit dat de statuten van de CEPIC bepaalden dat elk lid zich ook bij de PSC moest aansluiten, werd de partij van hoog tot laag systematisch door CEPIC geïnfiltreerd. Zo werd CEPIC een partij binnen de partij, met een parallelle structuur en eigen leden.

In 1975 werden de basisideeën van de CEPIC in een Manifest ondergebracht. Hieruit bleek een duidelijke westerse en christelijke strijdideologie waarbij CEPIC werkelijk op kruistocht trok tegen iedereen die het niet met hen eens was.

"Omdat we gekant zijn tegen de klassenstrijd, zijn we onvermijdelijk ook overtuigde tegenstanders van alle maatregelen die ertoe leiden ten onrechte de persoonlijke vrijheden te beperken, de ondernemingsgeest in diskrediet te brengen of de geldigheid in vraag te stellen van een rechtmatige winst in verhouding met de inzet en de bewezen diensten."

Waar CEPIC eigenlijk op aanstuurde was een organicistisch geordende maatschappij waarbij het bestaan van de klassen als dusdanig wel erkend werd, maar als statisch en onveranderlijk werd beschouwd. Dit is opnieuw het middeleeuwse denken zoals hoger aangehaald bij de ultramontanen in de 19de eeuw.

De feodale maatschappelijke ordening waarnaar men streefde impliceerde dat men moest leven naar de "orde" waarin men geboren was: de "orde" van de heren, die van de lijfeigenen en die van de ambachten. Er bestond geen enkele mogelijkheid om van de ene stand naar de andere over te gaan. Kortom CEPIC wilde binnen de kapitalistische maatschappij eenzelfde hiërarchie, waarbij de kapitalist de orders gaf, de proletariër die uitvoerde. Dit was de enige juiste ordening. Dit wordt duidelijk in volgende passages uit het manifest:

"De beschaving heeft haar wetten en haar normen. Ze is één in haar essentie, universeel in haar principes … (...) Ze begunstigt de geordende vooruitgang van de volkeren en hun verschillende elites, die normaal gezien en van nature uit veel eerder solidair zijn dan tegenstanders. (...) Gedurende haar ontwikkeling respecteert de beschaving de hiërarchie van de menselijke mogelijkheden en kent aan de geestelijke, morele en intellectuele waarden de doorslaggevende plaats toe. (...)"

"Tenslotte respecteert de beschaving in elke mens een persoonlijk en verantwoordelijk wezen, begaafd met redelijke intelligentie en vrije wil, dat in staat is de waarheden van zijn eigen orde te begrijpen en zijn welzijn na te streven in overeenstemming met zijn natuur. Door in elke mens deze eigenschappen te erkennen, vestigt de beschaving zowel het principe van de gelijkheid van de mensen onder elkaar, vanuit het oogpunt van hun gemeenschappelijke waardigheid, als het principe van de geldigheid van hun verschillen, vanuit het oogpunt van de verscheidenheid van hun noden, talenten en streven."

"Onze beschaving, de westerse en christelijke, heeft getracht deze ideële beschavingscriteria te concretiseren en ze is er ook dikwijls in geslaagd. (...) De crisis die ze vandaag meemaakt, is niet ontstaan omdat haar principes verkeerd of verouderd zijn, maar omdat men er niet trouw genoeg aan was."

Met die trouw aan de oude christelijke en westerse waarden zitten we helemaal in de ideologie van Coudenhove-Kalergi, die eveneens wees op de crisis waarin onze beschaving terecht was gekomen.

"Our democratic era is a miserable interlude between two great aristocratic epochs: the feudal aristocracy of the sword and the social aristocracy of the spirit."

Die crisis was onherroepelijk het gevolg van het algemeen stemrecht dat door Coudenhove-Kalergi bestempeld werd als de "anonieme dictator". Herinneren we aan wat Nietzsche schreef, en waarin we Coudenhove-Kalergi’s principe van een "democratie" geleid door een élite de l'esprit reeds zagen doorschemeren.

"Der höchste Mensch nämlich soll auf Erden auch der höchste Herr sein. Es giebt kein härteres Unglück in allem Menschen-Schicksale, als wenn die Mächtigen der Erde nicht auch die ersten Menschen sind. Da wird Alles falsch und schief und ungeheuer."

Het moge duidelijk zijn dat de CEPIC impliciet hetzelfde nastreefde, maar gezien haar plaats binnen de katholieke partij kon ze een dergelijke ideologie niet openlijk verkondigen. Als deelnemer aan het parlementaire democratische bestel zocht CEPIC dan ook andere kanalen om een dergelijk antidemocratisch streven te ventileren. Zoals we hoger al zagen werden NEM, de NEM-clubs, Jeune Europe en aanverwanten de fora waarop het principe van de neo-aristocratie kon worden gepredikt.

Intussen vond binnen de CEPIC een machtswissel plaats. In 1977 werd Paul Vanden Boeynants verkozen tot voorzitter. In 1979 werd hij evenwel opgevolgd door de Luikenaar Jean-Pierre Grafé, waarmee de CEPIC ook meer invloed in Wallonië trachtte te verwerven. Het zwaartepunt lag immers lange tijd exclusief in Brussel. De samenstelling van CEPIC ging van christen-democratische politici tot technocraten uit de middenstand en militanten van extreem-rechtse groepen.

Ook enkele adellijke lieden bevolkten de CEPIC zoals ridder Paul de Stexhe (samen met Florimond Damman in de permanente raad van de Conseil Belge pour l'Union Européenne), baron Donald Fallon, graaf Yves du Monceau de Bergendal (lid van de Cercle des Nations, net als de volgende vier personen), Nicolas de Kerchove d'Ousselghem, burggraaf Yves de Jonghe d'Ardoye, baron Benoit de Bonvoisin en ridder Jean Breydel.

Daarnaast kwam ook Paul Teichmann als CEPIC-lijsttrekker op te Elsene in 1976. Tot slot mogen in dit lijstje ook Edmond Nerinckx van de NEM niet ontbreken, Jo Gérard, die vanaf de jaren 1950 als ghost-writer de speeches schreef voor Paul Vanden Boeynants, en Paul Vankerkhoven. Met Jo Gérard zat de CEPIC stevig verankerd in de NEM, en ontwaren we tevens een verband met de Europeïstische beweging Cercle de Politique Etrangère. Met Edmond Nerinckx, Benoit de Bonvoisin, Paul Vankerkhoven en Jean Breydel, kwamen vanaf 1974 alvast vier high-society figuren uit de Cercle des Nations een sleutelpositie vervullen in de CEPIC.

Vooral met Paul Vankerkhoven is een ontegensprekelijke connectie vast te stellen met de Europeïstische bewegingen en met het mondiale anticommunistische netwerk. Dat Paul Vankerkhoven naast zijn betrokkenheid in WACL, LIL, AESP, de Cercle des Nations, MAUE/AENA en het Anti-Bolshevik Bloc of Nations ook lid was van de CEPIC, zegt in eerste instantie vooral iets over Paul Vankerkhoven zelf, maar onthult in tweede instantie ook het ondergrondse karakter van CEPIC.

CEPIC verzamelde net als de Europeïstische organisaties naast invloedrijke figuren uit de economische wereld ook enkele figuren uit de top van de politieke machtsuitoefening. CEPIC zette zich onverholen af tegen een parlementaire democratie, maar trachtte die vooral ondergronds te ondermijnen.

Bron: De netwerking van een neo-aristocratische elite | Klaartje Schrijvers

8,158

(28 replies, posted in Organisaties)

Over de voorlopers van het CEPIC:

In 1955 werd door J.P. Craeyencourt het Mouvement Chrétien des Indépendants et des Cadres (MIC) opgericht. Craeyencourt kreeg toen de volle steun van Paul Vanden Boeynants en werd later trouwens voorzitter van één van de commissies van CEPIC. De doelstellingen van de MIC waren het organiseren van de middenstand en het ongenoegen van deze groep tot uiting te laten komen in een pressiegroep binnen de PSC. Vandaar de nauwe band met de Fédération Nationale des Classes Moyennes en het Centre National des Indépendants et des Cadres (CNIC), aanleunend bij de liberale PLP.

Sinds 1972 nam de CEPIC de rol over van MIC, hoofdzakelijk met dezelfde leden zoals Paul Vanden Boeynants, André Saint-Remy, baron Zurstrassen en Antoine Humblet. Toch was Vanden Boeynants met MIC niet aan zijn proefstuk toe. Reeds in 1949 lanceerde hij een rechtse pressiegroep binnen de partij, waarvan hij secretaris-generaal was: het Comité pour le Redressement du PSC. Voorzitter was Jo Gérard. Hij voerde toen een ultra-rechtse verkiezingscampagne, waarin hij scherp uitviel tegen de nationale PSC-CVP-leiding, die hij als te links bestempelde.

Het weekblad VRAI, ipso facto het blad van Jo Gérard en Paul Vanden Boeynants, wierp zich trouwens al sedert 1947 op voor de uitzuivering van de PSC door uitsluiting van de "crypto socialisten".

Bron: De netwerking van een neo-aristocratische elite | Klaartje Schrijvers

8,159

(1 replies, posted in Politiek & Business)

Over het overlijden van Antoine Humblet » Nieuws

8,160

(1 replies, posted in Politiek & Business)

Antoine Joseph André Humblet - geboren op 28 december 1922 en overleden op 25 november 2011 - was een Belgisch politicus voor de PSC; als zodanig was hij onder andere minister. Hij was eveneens lid van CEPIC en van de Milice du Jésus Christ.

Hij leidde, als opvolger van zijn vader, een familiebedrijf in de houtsector. Hij stichtte het Belgisch Houtcentrum, dat hij voorzat, en was ook voorzitter van de Nationale Federatie van zagerijen. Van 1972 tot 1973 was hij voorzitter van het Economisch Studiebureau voor de provincie Namen en van 1971 tot 1973 was hij ondervoorzitter van de Economische Raad voor Wallonië.

Hij werd gemeenteraadslid en schepen (1955-1958) van Serinchamps en provincieraadslid en gedeputeerde (1961-1968) voor de provincie Namen.

Hij werd in 1968 verkozen tot volksvertegenwoordiger voor de PSC in het arrondissement Dinant-Philippeville en vervulde dit mandaat tot in 1971. Dat jaar werd hij verkozen tot senator en bleef dit tot in 1979.

Humblet was staatssecretaris voor begroting (1973-1974) en minister van nationale opvoeding (1974-1977), van landbouw en middenstand (1977-1979) en staatssecretaris voor Waalse zaken (1979). Nog hetzelfde jaar verliet hij de regering, om de eerste voorzitter te worden van de pas opgerichte Waalse Investeringsmaatschappij (S.R.I.W.). Hij bleef deze instelling leiden tot in 1984.

In 1993 werd hij voorzitter van Wallonia Nostra, een vzw voor de verdediging van het erfgoed in Wallonië. Zijn memoires zijn uitgegeven onder de naam "Un entrepreneur en Politique".

Bron: Wikipedia