8,261

(39 replies, posted in 1980-1989)

Claude Dery werd als wapendeskundige ingeschakeld. Hij was de gebruikte munitie maar twee keer in een dodelijke afrekening tegengekomen. De expert wilde voor het assisenhof niet zeggen in welke. Die zaken waren niet afgehandeld en vielen onder het geheim van het onderzoek.

Toen Hilde Geens hem na het proces opzocht, gaf hij dezelfde uitleg: preciseren in welke andere dossiers hij de zeldzame kogels van de dubbele moord in de Herderliedstraat was tegengekomen. Die zaken waren niet afgerond. Het wapen kon hij ook niet bepalen, want er was geen enkele streep intact gebleven op de kogels die hij onderzocht had, en zelfs het kaliber was onzeker.

Twee schietinstructeurs bij de gerechtelijke politie bevestigden wat Hilde Geens in het dossier van de dubbele moord gelezen had: ambachtelijke kogels van dat lichte kaliber worden al vijftig jaar niet meer geperst. Een gepensioneerde wapenhandelaar gaf me in Limburg onder een Romaanse kerktoren een spoedcursus over artisanale laadapparatuur. Hij bekeek de lijst met wapens en munitie die bij Barbier inbeslag waren genomen, en klasseerde de WNP-leider:

"Een amateur, zo ken ik er dertien in een dozijn. Maar de artisanale kogels kloppen daar niet mee. Loden kogels zijn zo goedkoop, waarom dan de moeite nemen om ze zelf te maken? Je hebt een kruitweegschaal nodig, een pan om lood te smelten, een gietmal waar je je warme metaal in giet, en een koer of tuin zodat je de gifdampen niet inademt. Loden ballen hebben een paar voordelen. Ze berokkenen grote schade, dempen het geluid van een schot en ze zijn veel zachter dan fabriekskogels en daardoor voldoende vervormd om weinig of niets te vertellen over het wapen dat ze afvuurde."

"Dat zijn geen voordelen voor een amateur. Is het dat wat niet klopt?" vroeg Hilde Geens. "Die moord is niet het werk van een dilettant?"

"Die moord? Dat weet ik niet, maar de kogels zijn dat niet, dat weet ik wel. Het wapen dat gebruikt is, is vermoedelijk kaliber 7.65. Die zijn in de jaren 70 massaal in onderdelen buiten gesmokkeld uit de FN-ateliers in Luik, waar half Limburg ging werken. De stukken waren niet genummerd. Eens buiten de fabriek werden ze ineen geflanst en verkocht op de zwarte markt. Ik heb klacht ingediend en de BOB begon een onderzoek. Het duurde geen week of de vakbonden maakten kabaal en het onderzoek viel stil. Je kunt je te pletter zoeken naar de eigenaar van zo'n courant wapen."

Ter info: een politieman omschreef de 7.65mm als iets "typisch voor amateurs in de periode van de dubbele moord voor de politiediensten, in het bijzonder voor de BOB, die net dan overschakelde op zwaardere wapens".

Over het moordwapen: ondanks het feit dat Latinus aan Marnette vertelde waar hij het wapen had gedumpt (in de Dijle in Waver), heeft Marnette er nooit achter gezocht.

Waarom hebt u het moordwapen niet gezocht? Latinus had verteld van welke brug in Basse-Wavre hij het in de Dijle gegooid had.
Marnette: "Ik stel me daar ook veel vragen over."

U hebt toch beslist om niet te zoeken.
Marnette: "Daarover zal ik op zekere dag zeggen wat ik daarover te zeggen heb."

U bent de politieman, en u zoekt het moordwapen niet, terwijl u weet waar het ligt. Als u een uitleg hebt, geef hem dan. En waarom hebt u de leverancier van de kogels niet gezocht?
Marnette: "Omdat ik geen toelating kreeg."

Wie kon u verbieden om uw werk te doen in een dergelijk belangrijk dossier?
Marnette: "Het parket... de onderzoeksrechter..." Mamette haalde zijn schouders op en keek weg.

Het parket? Wie van het parket?
Marnette: "Er had zo veel moeten gedaan worden in die zaak. Er had meteen een reconstructie moeten gebeuren."

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

De cover van het boek:

https://s.s-bol.com/imgbase0/imagebase3/large/FC/8/6/3/9/9200000039719368.jpg

8,263

(336 replies, posted in Slachtoffers)

Er wordt vaak gezegd dat Finné lid was van CEPIC. Dit klopt - volgens de Bonvoisin - niet:

"Finné is nooit lid geweest van CEPIC. Omdat ik hem niet vertrouwde. Hij is naar mij gestuurd door senator Saint-Remy. Dat deed die altijd als hij aan iemand twijfelde. Finné kwam zichzelf voorstellen, hij wilde binnen CEPIC een belangrijke rol komen spelen. Maar ik vertrouwde hem niet. Ik wist dat hij optrad als indicateur van de Staatsveiligheid. Dat de Staatsveiligheid ons wilde infiltreren, wist ik van Bernard Mercier, een directielid van de CEPIC. Hij had mij vanaf de eerste dag verteld dat hij was benaderd. Ik had hem gezegd: vooral doen, dan weten we waarnaar de Staatsveiligheid op zoek is."

8,264

(336 replies, posted in Slachtoffers)

Leon Finné runde het filiaal van de Banque Copine op de Louizalaan. Heel wat politiemensen, advocaten en magistraten waren er klant. Hij was zeer bevriend met de GP-commissarissen Reyniers en De Vroom. Na het failliet van de bank vindt Finné werk in Luxemburg voor een bank. Finné vertelde in 1980 tegenover kolonel Vernaillen over de plannen voor een staatsgreep. Finné werd op 27 september 1985 vermoord aan het Delhaize-warenhuis van Overijse. 

Een - anonieme - bejaarde ondernemer uit een residentiële voorstad van Brussel over Finné: "Finné was een informant van verschillende politiediensten. Om te beginnen van de Amerikaanse DEA. In zijn kantoor hingen ook drie rijkswachtuniformen. Hoe hij eraan kwam, is mij een raadsel. Hij was trouwens altijd gewapend en reed rond met een grote Amerikaanse slee waarop het vlagje van een of andere Zuid-Amerikaanse bananenrepubliek wapperde. Finné voerde een liederlijke levenswandel en kende de meeste prostituees van de Louizalaan tot het Noordkwartier. Vooral met Afrikaanse vrouwen kon hij goed overweg. Hij reisde trouwens vaak naar Zaïre waar hij grote sommen geld ging ophalen om op Luxemburgse bankrekeningen te plaatsen."

"Hij woonde in Overijse in een villa vlakbij de Delhaize samen met een vijftal honden, de ene nog vervaarlijker dan de andere. Een paar maand voor zijn dood vertelde hij me dat hij zich bedreigd voelde. Toen ik hem om meer uitleg vroeg, beperkte hij zich tot wat algemene beschouwingen over het belang van de wapenhandel voor ons land maar hij zei ook dat er kapers op de kust waren. Er werd te veel betaald met drugs en daar had hij een broertje aan dood. Herinner u de moord op Finné of liever zijn executie bij de Bende-overval op de Delhaize van Overijse. De cel van Jumet beweert dat hij daar toevallig stond. Ik heb daar mijn twijfels over. Finné beschikte over een telefoon in zijn auto. Men kan hem gemakkelijk naar daar hebben gelokt."

Frans Reyniers over Finné: "Neem nu de vermoorde bankier Finné. Ik heb hem goed gekend en was klant bij zijn agentschap van de bank Copine op de Louizalaan. Finné beheerde er de rekeningen van heel wat magistraten en advocaten maar ook van leden van de GP. Hij ging graag uit, zette dan de bloemetjes buiten en liep naar de hoeren en had inderdaad een extreem rechts gedachtegoed. Maar hij woonde op een boogscheut van de Delhaize in Overijse en ging er dagelijks zijn krant kopen. Toevallig stond hij op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Meer niet."

Bron: De Bende van Nijvel | Guy Bouten

8,265

(26 replies, posted in Organisaties)

Met zijn halfbroer Stellakis Panagyotis ging Constantin Angelou in 1981 aan de slag in de handel in tweedehandsauto's. Op de visitekaartjes die ze uitdeelde stond, Belcar, Liverpoolstraat 54. Op 5 juni 1981 vroeg Constatin Angelou in eigen naam een handelaarsplaat aan en, vreemd genoeg, kreeg hij die ook, alhoewel er officieel nooit een firma met de naam Belcar gevestigd is geweest aan de Liverpoolstraat 54.

Eind 1981 leek Angelou genoeg te hebben van de tweedehandsauto’s. Hij begon opnieuw te werken als taxichauffeur. Maar hij was duidelijk niet helemaal weg uit het milieu van de handelaars in occasies. Een jaar later probeerde hij opnieuw een poot aan de grond te krijgen en kreeg hij contact met een aantal Libanezen uit het automilieu. Ver is hij daarmee niet geraakt. Op 9 januari 1983 werd hij vermoord.

Nu was er in die periode in Brussel, en zelfs in heel België, maar een officiële firma die Belcar heette, en die hield zich inderdaad met auto's bezig. De PVBA Belcar had haar zetel in de Fabriekstraat 18 in Brussel en haar officiële garage aan de Ninoofsesteenweg 644 in Anderlecht. En wat vindt men in het handelsregister van Brussel in verband met die PVBA Belcar? Dat een paar maanden voor Angelou begin april 1981 met naamkaartjes van Belcar liep te leuren, Gérald Lafaurie en zijn broer Jean-Luc het bedrijf hadden overgenomen.

Ter info: Gérard Lafaurie was een Franse crimineel die in België actief was en banden had met de bende Farcy.

De hele tekst vind je hier » Motief

8,266

(83 replies, posted in Bewijsstukken)

Ik was zonet aan het lezen over de moord op Angelou toen ik deze zin tegen kwam:

Het was een publiek geheim dat je toen [begin jaren '80] bij de diensten van het ministerie van Verkeer eender wat gedaan kreeg als je geld op tafel legde.

Er wordt vaak gezegd dat de Bende van Nijvel de kopieën van hun nummerplaten vonden door zelf op zoek te gaan naar hetzelfde type wagen (in de buurt van hun woonplaats, plaatsen waar ze vaak kwamen, ...). Er zijn argumenten voor die theorie maar zou het niet logischer geweest zijn als ze de nummerplaten konden opzoeken bij het DIV of de politie/rijkswacht?

Als je de juiste mensen kent, hoef je gewoon wat geld op tafel te leggen en je krijgt de info die je nodig hebt of een corrupte agent helpt je om de juiste nummerplaat voor je op te zoeken.

8,267

(20 replies, posted in Plaatsen)

Juan Mendez woonde van april 1969 tot februari 1981 in de Avenue des Coccinelles te Watermaal-Bosvoorde. Hij kwam er daarna nog vaak, want zijn moeder bleef in dezelfde buurt wonen. Ter info: dat is vlakbij de Tumilidreef, waar de VW Santana na de overval in Waver werd gevonden.

8,268

(54 replies, posted in 1983)

noorderling wrote:

Eigenaar onder druk zetten lijkt ook uitgesloten want dan zoek je zo iemand persoonlijk op.

Het verhaal van deze Audi doet me ook een beetje denken aan hetgeen Albert Vanden Abiel tweemaal heeft meegemaakt met zijn nummerplaat. Op het Franstalig forum ziet er ook iemand een verband met wat Pierre Romeyer na de overval in Waver heeft meegemaakt (bedreigingen). We kunnen dus niet uitsluiten dat Jacques Culot iets heeft gezien, of iemand heeft herkend, waardoor hij een bedreiging vormde voor de daders en ze hem een signaal wilden sturen.

noorderling wrote:

Ok prima, maar als dit het hele verhaal is, dat zie ik het onlosmakelijke verband met de Bende niet.

Voor zover ik weet, klopt het dat er geen onlosmakelijk verband is. Maar het feit wordt al genoemd in een nota uit 1984 - het staat er tussen de andere Bende van Nijvel-feiten - en staat sinds enkele jaren ook op de website van de onderzoekers. Het staat echter niet op het overzichtsschema van de onderzoekers.

8,269

(40 replies, posted in Wagens)

K& wrote:

De heer Culot had ooit nog met Jurion gespeeld in eerste klasse internationale ploeg en de overval waar de Audi beschoten werd was in Genval.

Michel - beheerder van het Franstalig forum - is formeel: het gaat hier niet over dezelfde Jacques Culot. Of er een verband is met Rodolphe Culot weet ik niet.

8,270

(83 replies, posted in Bewijsstukken)

Op 6 september 1989 meldt zich een anonieme getuige in het kantoor van de Dendermondse substituut Acke. Acke is op dat ogenblik bevoegd voor het onderzoek naar de raid in Aalst. De getuige legt uit dat alle wagens die de Bende gebruikte, na te zijn gestolen, voorzien werden van "reproducties van bestaande nummerplaten". Voor de substituut is dat geen nieuws.

Die luttele keren dat een getuige een nummerplaat wist te onthouden, leidde de combinatie altijd weer naar een bestaande plaat. Maar, beweert de getuige nu, de Bende vulde niet zomaar wat in: "Deze nummerplaten vindt men terug op auto's die regelmatig geparkeerd staan in de wijk rond de Avenue des Coccinelles te Watermaal-Bosvoorde. Juan Mendez woonde daar van april 1969 tot februari 1981." Hij kwam er daarna nog vaak, zegt de getuige, want zijn moeder bleef in dezelfde buurt wonen.

Bron: De Morgen | Juni 2001