Roger Boas van ASCO (...) was intussen zijn moeder opgevolgd aan het hoofd van ASCO en stond innauw contact met Paul Vanden Boeynants. De open overeenkomst tussen ASCO en de aankoopdienst van het leger werd door de voorzitter van het rekenhof Vrebos gecontesteerd. Het hoog comité van toezicht stelde in 1978 en 1979 een onderzoek in naar de Centrale Dienst voor Culturele en Sociale Actie van het Leger (ADSCA), de aankoopdienst dus.
Uit een lijvig dossier bij het parket van de procureur des konings, dd. 1979 met het nummer 25.97.660-78 bleek dat een hele reeks illegale financiële transacties door de Bonvoisin en andere medewerkers van Vanden Boeynants waren ondernomen om leveranciers van Landsverdediging ertoe te brengen de verkiezingscampagne te financieren als ook de CEPIC, en dit al vanaf 1974. Uiteindelijk kwam het hele dossier in de vergeetput terecht. De figuren die erin betrokken waren, bleken over te veel invloedrijke relaties te beschikken en konden niet worden gevat.
Vanden Boeynants veegde die bezwarende feiten gewoonweg van tafel en zette zijn praktijken onverdroten verder. Ditmaal ging ASCO een hoofdrol spelen. De open overeenkomst tussen ASCO en ADSCA resulteerde na enkele jaren in een dubbel zo grote uitgaven op kosten van het ministerie van defensie en ten voordele van ASCO en, zo bleek, van Vanden Boeynants zelf.
Het betrof hier de zaak rond de BDX-pantservoertuigen voor de rijkswacht en de luchtmacht, waarin minister van defensie Vanden Boeynants ASCO als onderaannemer voor de belangrijkste onderdelen van de BDX opdrong aan het bedrijf Beherman-Demoen van Joseph Léon Beherman. Om het contract voor de bouw van de pantservoertuigen binnen te kunnen rijven, richtte Boas met ASCO de nv Belgian Mechanical Fabrication (BMF) op. De pantservoertuigen bleken echter vol met defecten te zitten.
Uiteindelijk werd door het gerecht een onderzoek ingesteld. Op 30 oktober 1984 verwees de raadkamer te Brussel Vanden Boeynants naar de correctionele rechtbank op beschuldiging van fiscale fraude. Vanden Boeynants tekende meteen beroep aan omdat de feiten zouden zijn gepleegd tijdens zijn ministerschap, en dus naar cassatie moesten. Het gerecht vroeg vervolgens de opheffing van zijn parlementaire onschendbaarheid voor de periode 1972-1979.
In 1986 werd hij uiteindelijk veroordeeld voor 3 jaar cel voorwaardelijk en een geldboete van 620.000 Bfr.. Het parket ging echter tegen dit vonnis in beroep. Maar in 1987 werd het door het hof van beroep te Brussel bekrachtigd. Een ontslagen kaderlid van ASCO, de heer Louis Sik, verklaarde voor de rechtbank dat Vanden Boeynants voor 700 miljoen commissiegelden ontving voor de contracten met ASCO.
In 1988 werd door de Kamer een bijzondere onderzoekcommissie opgericht die advies moest verstrekken over het al dan niet in beschuldiging stellen van Vanden Boeynants wegens corruptie tijdens de uitoefening van zijn ambt als minister van defensie.
Bron: De netwerking van een neo-aristocratische elite | Klaartje Schrijvers