1

Allez hier ook een kopie uit de Walm van de Wetstraat (pag. 62):

De rommel van Boas

Paul Vanden Boeynants heeft intussen schoon genoeg van de aanvallen op zijn ministeriële persoon. Op 1 oktober 1979 heeft hij zijn kabinet verlaten om het voorzitterschap van zijn beminde partij op zich te nemen. Wanneer het contract tussen de Belgische staat en ASCO voor de levering van 1189 pantservoertuigen op 21 maart 1980 wordt ondertekend, zet niet VDB maar zijn opvolger Charles Poswick zijn naam onder de overeenkomst. Hoewel die uiteindelijke ondertekening niet meer dan een formaliteit kan worden genoemd, wijst VDB graag en veel op dit detail om zijn tegenstanders de mond te snoeren. Hoe zou men hem verwijten kunnen maken over een contract waaronder niet eens zijn naam prijkt? Wat VDB betreft is deze onaangename affaire afgehandeld, maar dat is alweer buiten Frank De Moor gerekend.

In november 1981 bezorgt een tweede reeks artikelen in Knack de voormalige Defensie-minister opnieuw slapeloze nachten. Deze keer pakt De Moor uit met de onthullingen van Joseph Beherman, afgevaardigd beheerder van de firma Beherman-Demoen in Bomen\. Beherman baalt zo van de rechtszaak tussen zijn bedrijf en ASCO, die nu al oneindig lang lijkt aan te slepen, dat hij zijn belevenissen met de kameraden Boas en VDB openbaar wil maken en zelfs plechtig beloofd "die verklaringen voor alle onderzoeksinstanties staande te zullen houden".

Het verhaal van Beherman begint in 1977, wanneer zijn bedrijf een bestelling voor 123 gepantserde BDX-voertuigen aan de Rijkswacht en het leger in de wacht hoopt te slepen. Zelfs voor een welvarend bedrijf als Beherman-Demoen betekent een staatscontract waarmee 589,5 miljoen frank is gemoeid net iets meer dan een peulschil, dus de afgevaardigd beheerder doet zijn uiterste best om in de prijzen te vallen. Tot zijn grote tevredenheid lijkt alles vlot te verlopen, tot de minister van Defensie op het toneel verschijnt.

Vanden Boeynants weet dat Beherman-Demoen voor de produktie van verschillende onderdelen van de BDX-voertuigen een beroep doet op gespecialiseerde firma's. De minister dringt er - om het eufemistisch uit te drukken - sterk op aan dat de ophangingsarmen voor de wielen door Beherman bij ASCO zouden worden besteld. Aan Knack-journalist De Moor verklaart Beherman dat VDB hem "voor de ondertekening van het BDX-contract op het kabinet van Defensie ontboden heeft om duidelijk te stellen dat Beherman-Demoen dit contract slechts zou krijgen op voorwaarde dat ASCO de belangrijke BDX-onderdelen mocht leveren".

Om begrijpelijke redenen besluit de zakenman dit politiek bijzonder dubieuze voorstel toch maar te aanvaarden. Het duurt echter niet lang voor Beherman spijt krijgt van zijn beslissing, want ASCO blijkt lang niet de meest betrouwbare zakenpartner. De bestelling loopt steeds meer vertraging op en de zaak dreigt in het honderd te lopen. Wanneer de baas van Beherman-Demoen eind 1979 overweegt om de in gebreke gebleven firma ASCO voor de rechtbank te slepen, krijgt hij hoog bezoek. Vanden Boeynants, intussen PSC-voorzitter, komt hoogstpersoonlijk naar Behermans appartement aan de Brusselse Louizalaan om de ondernemer tot enige vergevensgezindheid ten aanzien van ASCO te inspireren. Een rechtszaak zou het contract tussen Defensie en ASCO voor de 1189 pantservoertuigen in gevaar kunnen brengen, en na al het harde werk dat de minister heeft geleverd, zou het toch wel zonde zijn om de overeenkomst in de ultieme fase in het gedrang te brengen.

Na het bezoekje dringt VDB nogmaals via de bekende Brusselse advocaat en voorzitter van BMF Xavier Magnée aan op een minnelijke schikking tussen Beherman en ASCO. Bij monde van zijn raadslieden laat de voormalige Defensie-minister weten dat hij er persoonlijk voor wil zorgen dat de geschillen met ASCO worden bijgelegd, op voorwaarde dat Beherman geen herrie schopt zolang het monstercontract tussen de Belgische staat en de firma van Boas niet volledig in kannen en kruiken is.

Op 27 december 1979 legt de koppige Beherman ondanks alle 'goede raad' van de PSC-voorzitter een klacht neer tegen ASCO bij de Brusselse rechtbank van Koophandel. De ondernemer eist een schadevergoeding van 67,5 miljoen frank, die de gebrekkige leveringen moet compenseren. Op 31 augustus 1981 volgt zelfs nog een tweede klacht. Conceptiefouten bij de aanmaak van de ophangingsarmen zouden er volgens Beherman-Demoen de schuld van zijn dat de bewuste BDX-pantsers niet eens kunnen worden gebruikt. Luttele jaren na de aankoop durven noch de rijkswachters, noch de militairen gebruik maken van de totaal onbetrouwbare voertuigen, die in het heetst van de strijd elk ogenblik door de wielen kunnen zakken.

De klacht van Beherman tegen ASCO kan niet beletten dat Roger Boas en de zijnen zoals afgesproken het Belgische leger met 1189 gloednieuwe pantsers verblijden. Maar ook hier blijkt de vreugde van korte duur. In hun boek 'Van Zwaarden tot Ploegijzers' vertellen de auteurs Mark Deneer, Marc Doms en Ernst Gülcher tot welke teleurstellingen de grootste aankoop bij ASCO heeft geleid. Een eerste pijnlijke punt is het prijskaartje van de pantsers. Bij de aanbesteding in 1977 beweert Boas nog dat het Belgische leger voor 12,5 miljard frank van zijn uitstekende produkten gebruik zal kunnen maken, maar in 1980 blijkt de prijs al op te lopen tot 20 miljard.

Jammer voor de Belgische staat, die een stuk goedkoper af zou zijn geweest als de voertuigen gewoon bij BMF' s Amerikaanse moederbedrijf FMC zouden zijn besteld. De vurige wens van de regering om via legeraankopen de Belgische economie te stimuleren, kost haar in dit geval ettelijke miljarden. Bovendien blijkt de bestelling bij BMF maar een uiterst beperkt aantal Belgische jobs op te leveren. Met de miljarden in prijsverschil tussen het Amerikaanse FMC en de Belgische dochter BMF zou de staat heel wat meer arbeidsplaatsen kunnen creëren dan het geringe aantal tijdelijke jobs dat door Boas en Co. wordt verschaft.

Om het allemaal nog wat erger te maken, blijken de duurbetaalde pantsers totaal onaangepast aan de wetten van de moderne oorlogsvoering. Terwijl andere Europese landen om krijgskundige redenen kiezen voor een combinatie van wielpantsers en rupsvoertuigen, schaft het Belgische leger zich in één klap 1189 supertrage rupsvoertuigen aan zonder ook maar 1 wielpantser te bestellen. Die beslissing wordt in militaire kringen niet bepaald op applaus onthaald. Bij de NAVO-manceuvres sukkelen de Belgische soldaten hopeloos achter hun Europese collega's aan. Om de afstand van 400 kilometer naar het fictieve front af te leggen, hebben de rupsvoertuigen niet minder dan 19 uur nodig, een tijdspanne die in geval van niet-fictieve actie wel eens tot dramatische gevolgen zou kunnen leiden.

Hoewel Roger Boas zijn reputatie van onschuldige koorknaap al lang is kwijtgeraakt, wordt pas aan het eind van de jaren tachtig helemaal duidelijk hoe weinig scrupules de wapenhandelaar erop nahoudt. In het voorjaar van 1988 wordt de firma ASCO door een zekere Houshang Lavi voor de Brusselse handelsrechtbank gedaagd. De rechtszaak, die eigenlijk louter het gevolg is van een ruzie tussen twee zakenpartners, werpt een nieuw en nog dubieuzer licht op de activiteiten van Boas.

Tijdens zijn onder eed afgelegde verklaringen is de Amerikaanse Iraniër Houshang Lavi formeel: Roger Boas heeft het Belgische wapenembargo tegen Iran aan zijn laars gelapt en grote hoeveelheden oorlogsmateriaal aan de ayatollah Khomeini en zijn sjiitische kompanen geleverd. Volgens Lavi werd hij begin 1983 door Boas ingeschakeld om te onderhandelen met het Iraanse ministerie van Defensie, dat onder meer interesse had voor Hawkraketten en AMX-13-pantsers. In ruil voor zijn diensten zou de ...

Et zorro est arrivé.

2

De zaak rond ASCO werd één van de grote schandalen op het eind van de jaren 1970 en begin 1980:

Het betreft de zaak rond de BDX-pantservoertuigen voor de rijkswacht en de luchtmacht, waarin toenmalig minister van defensie Vanden Boeynants ASCO als onderaannemer voor de belangrijksteonderdelen van de BDX opdrong aan het bedrijf Beherman-Demoen van Joseph Léon Beherman. Zoals we konden zien, waren beide mannen lid van de Cercle des Nations. Om het contract voor de bouw van de pantservoertuigen binnen te kunnen rijven, richtte Boas met ASCO de nv Belgian Mechanical Fabrication (BMF) op.

Beheerders waren Boas en jawel de advocaat Xavier Magnée. De slag om de pantservoertuigen woedde in volle hevigheid, en hier en daar werden ongeregeldheden opgemerkt. Beherman deed trouwens zijn beklag over de gang van zaken, maar Vanden Boeynants wist een verzoening tussen Beherman en Boas te bewerkstelligen. Vanden Boeynants wist bovendien meesterlijk het Hoog Comité van toezicht zand in de ogen te strooien.

In 1980 besliste de regering Martens II het pantsercontract met BMF definitief goed te keuren. Reeds in mei van dat jaar vertoonden de voertuigen van ASCO defecten. Beherman wees meteen zijn onderaannemer als schuldige aan. In 1981 moest de luchtmacht de BDX uit de dienst verwijderen wegens te grote defecten. 

Bron: De netwerking van een neo-aristocratische elite | Klaartje Schrijvers

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

3

Roger Boas van ASCO (...) was intussen zijn moeder opgevolgd aan het hoofd van ASCO en stond innauw contact met Paul Vanden Boeynants. De open overeenkomst tussen ASCO en de aankoopdienst van het leger werd door de voorzitter van het rekenhof Vrebos gecontesteerd. Het hoog comité van toezicht stelde in 1978 en 1979 een onderzoek in naar de Centrale Dienst voor Culturele en Sociale Actie van het Leger (ADSCA), de aankoopdienst dus.

Uit een lijvig dossier bij het parket van de procureur des konings, dd. 1979 met het nummer 25.97.660-78 bleek dat een hele reeks illegale financiële transacties door de Bonvoisin en andere medewerkers van Vanden Boeynants waren ondernomen om leveranciers van Landsverdediging ertoe te brengen de verkiezingscampagne te financieren als ook de CEPIC, en dit al vanaf 1974. Uiteindelijk kwam het hele dossier in de vergeetput terecht. De figuren die erin betrokken waren, bleken over te veel invloedrijke relaties te beschikken en konden niet worden gevat.

Vanden Boeynants veegde die bezwarende feiten gewoonweg van tafel en zette zijn praktijken onverdroten verder. Ditmaal ging ASCO een hoofdrol spelen. De open overeenkomst tussen ASCO en ADSCA resulteerde na enkele jaren in een dubbel zo grote uitgaven op kosten van het ministerie van defensie en ten voordele van ASCO en, zo bleek, van Vanden Boeynants zelf.

Het betrof hier de zaak rond de BDX-pantservoertuigen voor de rijkswacht en de luchtmacht, waarin minister van defensie Vanden Boeynants ASCO als onderaannemer voor de belangrijkste onderdelen van de BDX opdrong aan het bedrijf Beherman-Demoen van Joseph Léon Beherman. Om het contract voor de bouw van de pantservoertuigen binnen te kunnen rijven, richtte Boas met ASCO de nv Belgian Mechanical Fabrication (BMF) op. De pantservoertuigen bleken echter vol met defecten te zitten.

Uiteindelijk werd door het gerecht een onderzoek ingesteld. Op 30 oktober 1984 verwees de raadkamer te Brussel Vanden Boeynants naar de correctionele rechtbank op beschuldiging van fiscale fraude. Vanden Boeynants tekende meteen beroep aan omdat de feiten zouden zijn gepleegd tijdens zijn ministerschap, en dus naar cassatie moesten. Het gerecht vroeg vervolgens de opheffing van zijn parlementaire onschendbaarheid voor de periode 1972-1979.

In 1986 werd hij uiteindelijk veroordeeld voor 3 jaar cel voorwaardelijk en een geldboete van 620.000 Bfr.. Het parket ging echter tegen dit vonnis in beroep. Maar in 1987 werd het door het hof van beroep te Brussel bekrachtigd. Een ontslagen kaderlid van ASCO, de heer Louis Sik, verklaarde voor de rechtbank dat Vanden Boeynants voor 700 miljoen commissiegelden ontving voor de contracten met ASCO.

In 1988 werd door de Kamer een bijzondere onderzoekcommissie opgericht die advies moest verstrekken over het al dan niet in beschuldiging stellen van Vanden Boeynants wegens corruptie tijdens de uitoefening van zijn ambt als minister van defensie.

Bron: De netwerking van een neo-aristocratische elite | Klaartje Schrijvers

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

4

De Tuna-kring kon als public-relationsservice voor Boas en zijn firma's goede diensten bewijzen bij het afsluiten van interessante contracten. De commissieleden van de Bendecommissie bis reveleerden zelf dat zowel Boas als zijn goede vriend Vanden Boeynants in het prostitutienetwerk gelieerd zaten. Commissievoorzitter Van Parys had het in een interview met De Standaard over een spoor van bescherming in het zedendossier Montaricourt-Fortunato: "Tot hun contacten behoorden zeer hooggeplaatste personen: de commandant van de rijkswacht luitenant-generaal Beaurir, wapenhandelaar Roger Boas, en via deze laatste Paul Vanden Boeynants."

Later zou Vanden Boeynants in opspraak komen met het beruchte pantsercontract van het Belgisch leger voor de firma ASCO. Roger Boas van ASCO werd voor dit pantsercontract in januari 1992 veroordeeld tot 15 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en 500.000 frank boete wegens valsheid in geschrifte. In dit proces kwam zijdelings ook het arbeidscontract van Fortunato Israel ter sprake.

Na de Bendecommissie bis, op 27 oktober 1997, werd de laatste vennootschap met verwijzing naar de naam ASCO, meer bepaald Asco Management, opgedoekt en overgenomen door Immasco. Dit Immasco is evenzeer een dochterfirma van Boas en is zelfs gelegen op het thuisadres van de familie Boas. Maar nu is vooral zoon Christian Boas op het voorplan getreden. Immasco werd nog in 1976 door Roger Boas opgericht.

In de periode 1972-'79 heeft Boas met zijn firma ASCO omzeggens geen enkel wapencontract van het defensiekabinet gemist. Enkele van die contracten werden zelfs als 'lopende zaak' door Vanden Boeynants afgehandeld. Het ASCO-kapitaal steeg in deze periode van 21 tot 161 miljoen frank en haar winst vertienvoudigde. Buitenlandse vennootschappen wisten dat ze met Boas in zee moesten gaan om bij Vanden Boeynants een kans te maken.

Bron: De namen uit de doofpot | Stef Janssens

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Minstens tot 2008 waren Tuna en Christian Boas nog zakelijk met elkaar verbonden via de NV Immoforis, zoals blijkt uit deze publicatie uit het Belgisch Staatsblad » www.ejustice.just.fgov.be