In 1986 werd Castris tot twaalf jaar gevangenis veroordeeld. Leopold Van Esbroeck heeft Castris begin jaren zeventig leren kennen, toen Van Esbroeck met cheques zat te knoeien in de buurt van het Zuidstation. De inbreker Claude Nitelet, één van de makkers van Van Esbroeck in die periode, heeft Castris en Van Esbroeck aan elkaar voorgesteld.
De groep rond Castris bestond uit de overvaller Constant 'Le Stan' Hormans, de drugstrafikanten Denis Marin en Michel Gigot en de inbreker Francis Lus. Daarnaast had je nog de uitbater van café Big Ben, die toen een hele reputatie had als heler en een kleine mulat die Baba werd genoemd.
Leopold Van Esbroeck: "Dikke Marcel was zeer aangenaam gezelschap. Hij was een beetje de Odilon Mortier van het Brusselse milieu: dik en lawaaierig, 1m75 hoog en 130 kilo vet. Zijn humor kon heel bijtend zijn. Hij zocht je zwakke plek en daar boorde hij zich dan in vast. Maar hij was geen klootzak, hij kon het echt wel verdragen dat iemand anders hem ook aanpakte."
In Nederland had Dikke Marcel een heel belangrijke zakenpartner: Henk Rommy, alias 'De Zwarte Cobra'. Rommy was een Surinamer en een notoir drugstrafikant. Castris is in de drugshandel terechtgekomen via de Fransman Albert Farcy, notoir drugs- en wapensmokkelaar en pooier die meisjes en bars controleerde van Rijsel tot in het zuiden van Nederland. Marcel zat in zijn organisatie.
Bron: Popolino, memoires van een ex-gangster | Leopold Van Esbroeck