9,621

(90 replies, posted in 1980-1989)

Ook de Bergense magistraat Claude Michaux verklaarde tegenover de tweede parlementaire onderzoekscommissie dat de pretparkmoord om diverse technische redenen op de lijst moest worden gezet van de bendefeiten. Voorzitter Tony van Parys wilde daar meer van weten, maar kwam niet door de wol heen die de magistraat zat te spinnen.

De nummerplaat van de gestolen R4 waarmee de moordenaars zich verplaatsen, was gemaakt met dezelfde matrijs als de nummerplaten van de bende van Bouhouche. Bovendien zat er een gat in het dak van de later teruggevonden R4, alsof de overvallers een radioantenne hadden geïnstalleerd. Dat was ook gebeurd met de Ford Taunus waarmee Francis Zwarts werd ontvoerd en daarvoor werd Bouhouche veroordeeld.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

9,622

(201 replies, posted in 1983)

Na de moord op het echtpaar kwam er een boekhoudkundig onderzoek naar de juwelier en zijn cliënteel, en de leveranciers werden doorgelicht. De boeken waren in orde. Tijdens zijn verhoor door de parlementaire onderzoekscommissie verklaarde onderzoeksrechter Schlicker dat zijn medewerkers het verleden van het echtpaar hadden uitgeplozen. Het ging om een rustig koppel, dat zich bezighield met twee dingen, hun zaak en de opvoeding van hun dochters.

"Wij waren arm, en mijn broer herstelde horloges en wekkers. Hij kreeg een goede reputatie en kon zich opwerken en zelf een winkel beginnen. Hij had elke frank eerlijk verdiend, maar hij was naïef", vertelde Marius. Hij was er niet over te spreken dat in het parlementair verslag gesuggereerd werd dat zijn broer het slachtoffer zou zijn van zijn eigen gesjoemel, terwijl hij volgens hem juist slachtoffer werd omdat hij niet wilde sjoemelen.

Marius wist dat omdat hij de moordenaars van zijn broer zelf was gaan zoeken toen hij merkte dat de politie ze niet vond. Dat bracht hem in Polen, Italië en Frankrijk en Luxemburg. "Zo gauw ik de kans kreeg in de tweede helft van de jaren '90, ben ik ook het gerechtelijk dossier gaan lezen. Het was een meter hoog en er was hard in gewerkt. Dat moet ik toegeven."

De aanzet voor dat harde werken had hij tien jaar eerder zelf gegeven. Zijn broer en schoonzus waren geliquideerd, dat stond vast, ze waren niet het slachtoffer van een uit de hand gelopen diefstal. Hem had Jean niks verteld, hoewel ze heel close waren. Vermoedelijk had hij hem willen beschermen. Maar misschien had de schoonfamilie in Polen iets opgevangen? Jean was daar elk jaar met zijn gezin op vakantie gegaan.

Onderzoeksrechter Lacroix en de politieman die jarenlang moederziel alleen in het dossier had gewerkt, moedigde hem aan om die mensen op te zoeken. Op 2 januari 1988 reisde Marius naar Polen. De volgende dag arriveerde hij bij de schoonfamilie van zijn broer. Op 4 januari was hij terug in België. Wat hij gehoopt had was waar: zijn broer had er in de zomer voor de dubbele moord zijn hart uitgestort.

"De familie vertelde wat mijn broer gezegd had, maar toen ik vroeg of ze dat op papier wilden zetten, durfden ze niet. Ik zat in de woonkamer en ze waren even naar de keuken verdwenen en ik hoorde Jeans schoonzus en haar man opgewonden praten in het Pools. Ik kon het gesprek volgen. Ze smeekte haar man om niets te tekenen. 1500 kilometer van hier, in een boerengat in Polen, hadden die mensen angst om op te schrijven wat ze wisten. Maar die man heeft het toch gedaan. Ik kon een verklaring in het Pools meenemen naar België voor onderzoeksrechter Lacroix."

Wat daarin stond? Marius Szymusik was erg terughoudend en ik [Hilde Geens] kon het verhaal dat hij vertelde niet goed volgen. Blijkbaar speelden er drie dingen een rol, en alle drie draaiden ze rond een onduidelijke maffia, en twee ervan rond de West-Vlaamse vertegenwoordiger P. P. had gewerkt bij de Brusselse juwelenhandelaar Valère Valcke, die eind 1980 in Rode vermoord werd. Valckes vertegenwoordiger was kort na die nooit opgehelderde moord ontslagen en overgestapt naar de concurrentie maar hij en Szymusik waren in contact gebleven en bevriend geraakt.

Het eerste motief voor de executie zou te maken hebben met een oorlog binnen een maffiaclan. Op een dag zou de juwelier een oude man op bezoek gekregen hebben, een brocanteur uit de streek die een aantal juwelen aanbood en daar een 'gunstige' prijs voor had gevraagd. De Szymusiks hadden toegehapt. Ze waren zo in de wolken met die 'buitenkans' dat ze er niet over konden zwijgen. Ze vertelden het ook aan P.

"Wat mijn broer en schoonzus niet wisten", zei Marius "was dat de partij afkomstig was van diefstallen." In de verslagen van de tweede parlementaire onderzoekscommissie staat uitvoerig beschreven hoe het systeem in elkaar zat. Dieven en inbrekers leverden gestolen juwelen aan helers van de maffia, die buit verscheepte vanuit Rotterdam naar Tanger, waar de stenen eruit gehaald werden en het goud gesmolten werd. Van het goud werden in Milaan nieuwe juwelen gemaakt, waar in Antwerpen briljanten werden in gezet. Drie groepen waren daarbij betrokken, de dieven, de opkopers van de Italiaanse maffia en malafide diamanthandelaren in Antwerpen.

Wat de Szymusiks volgens Marius ook niet wisten, was dat een heler hun partij juwelen "tegen een betere prijs" van de hand had gedaan bij de brocanteur in plaats van ze aan de eigen organisatie te leveren. Die had er lucht van gekregen - via P? - en ze stuurden ambassadeurs naar de juwelier. Drie mannen eisten drie keer 300.000 frank, zowat 7.500 euro, voor elk van de betrokken benadeelde 'vleugels', de dieven, de mafiosi en de diamantcriminelen.

Een tweede motief was dat P. Szymusik partijen gouden juwelen probeerde op te dringen en hem bedreigde toen de juwelier daar niet op inging. De Szymusiks raakten in paniek. Jean stapte onmiddellijk naar de politie van Anderlues. Hij deed aangifte. En daar liep het mis. De speurders van de Cel Waals Brabant vroegen later de stukken op en vonden volgens Marius geen spoor van dat proces-verbaal.

Als de politie niet kon helpen, waren de juweliers weerloos. De angst groeide. Maria stuurde haar kinderen naar boven om hun huiswerk te maken, dat leek veiliger. Jean kocht een revolver.

Er was nog een derde mogelijk motief. Een klant getuigde bij de Cel Waals Brabant dat ze een tijd voor de moord in de zaak geholpen werd door Maria Szymusik. In de winkel kon ze achter de accordeondeur de radeloze stem van de juwelier horen, die in de woonkamer aan de telefoon was. "Ik betaal niet meer, het is genoeg geweest." De maffia zou beschermgeld geëist hebben. In het dossier las Marius dat andere juweliers in de streek gedwongen werden om pizzo te betalen. Zijn speurtocht bracht hem onder meer in Italië. In een bijlage bij het verslag van de tweede parlementaire onderzoekscommissie stond dat de moord een soort van strafexpeditie zou zijn, gestuurd vanuit Italië.

De Szymusik-speurder bij de politie had contacten met Nederlandse collega's die op dat ogenblik volop verwikkeld zaten in Operatie Spaghetti, een onderzoek naar de hold-up in juni 1988 op een juwelier in Almelo. Drie met vuurwapens en stiletto's gewapende gemaskerde mannen beschoten daar de politie. Het spoor leidde niet alleen naar Italianen in Almelo, maar ook naar een club Sicilianen uit La Louvière en Anderlues met connecties met de Cosa Nostra.

In de streek rond Anderlues wemelde het van de Italianen, vooral in Binche, en Marius ging naar de cafés waar ze kwamen, en stelde met luide stem vragen. "Wat een imbeciel ben ik geweest", zei hij in 2013. "Ik was jong en ik had geen idee met wie ik te doen had."

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

9,623

(25 replies, posted in Bewijsstukken)

Na de moord op Jacques Van Camp in Ohain vond de rijkswacht achter in het restaurant een grège regenmantel, maat 46, dezelfde kleine herenmaat die de kleermaker in Ukkel was opgevallen. De jas had de typische geruite voering van het merk Burberry's. Het was niet de mantel die gestolen werd bij Vanden Eynde, maar hij kwam uit een lot met fouten dat alleen in de uitverkoop te koop was. Hij was vier jaar oud. BOB'er Charles Toumpsin trok het na. Hij vond de vijftig eigenaars van jassen uit dat lot, maar dat monnikenwerk hielp het onderzoek niet vooruit.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

9,624

(325 replies, posted in 1983)

Van Camp werd op een bepaald moment door een van de vele bendeverdachten van verdacht gemaakt dat hij deelgenomen zou hebben aan de overval op de Colruyt in Nijvel de week tevoren, waar de bende met dure voedingswaren aan de haal ging. De speurders vroegen zich af of dat kon kloppen.

De "verdachte afwezigheid op het cruciale moment", zo parodieerde Catherine Van Camp de politie over deze kwestie tegenover Hilde Geens. Haar getraumatiseerde moeder moest vertellen wat ze gedaan hadden tijdens de nacht van de moordpartij bij de Colruyt van Nijvel. Dat wist ze nog goed. Ze waren zoals elke vrijdag na sluitingstijd gaan eten in Chez Rino tegenover het station van Eigenbrakel. Daar waren ze rond twee uur vertrokken, dus ongeveer een half uur na de moorden bij de Colruyt, zij met haar dochter Catherine. Op het kruispunt van de Steenweg naar de Leeuw van Waterloo en de weg naar Nijvel liepen de flikken als gekken rond met machinegeweren.

Haar man bracht op hetzelfde moment, dus ook na de Colruyt-moorden, een werkstudente naar huis in Waterloo. Hij was voor hen vertrokken en ongeveer samen met hen thuisgekomen.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

9,625

(325 replies, posted in 1983)

Na de moord op Van Camp gebeurde er een slachtofferonderzoek. Personeel, klanten van die avond en buren werden uitvoerig verhoord en cliënteel werd nagetrokken. De lijst leek een telefoongids van mondain Brussel. De hele golfclub van Waterloo ging dineren bij Van Camp. De toenmalige prins Albert kwam er één keer "met de moeder van chose, dingske, de kunstenares Delphine Boël", vertelde Chaterine van Camp tegenover Hilde Geens, prins Alexander zat er een keer of vijf aan tafel, prinses Marie-Christine twee keer met haar vrienden. De extreemrechtse dokter Daniel Féret kwam er, net als veel blauw bloed en de Brusselse vastoedtycoon Aldo Vastapane. "Ik weet niet waarvoor de mensen het meest kwamen, de keuken van mijn moeder of de verhalen, de grappen en de gezelligheid van mijn vader", zei de dochter.

De familie had een huis in Frankrijk en leefde bourgondisch. Over Van Camp waren zijn kennissen unaniem: hij was een bon vivant die aquarellen schilderde en fietste, maar geen belangstelling had voor politiek. De speurders gingen er niettemin van uit dat de daders niet kwamen om een Porsche of een Golf te pikken, maar om Van Camp een lesje te leren. Zijn portefeuille, waar doorgaans veel geld in zat, had hij nog op zake. Als ze alleen maar uit waren op een wagen en de kassa, waarom dan de restauranthouder apart buiten houden? Daardoor moest één dader binnen zeven mensen bewaken, een onnodig risico.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

9,626

(325 replies, posted in 1983)

Twee joggers getuigden dat ze de dag van de feiten kort voor 18u00 in een veld vlak bij het restaurant drie mannen op de grond zagen liggen. Het trio zag er zuiders uit maar niet Noord-Afrikaans, ze leken broers en ze hadden een doordringende blik.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

9,627

(26 replies, posted in Bende Farcy)

"Als je de De Staerkes buiten de gevangenis te spreken wil krijgen, moet je snel zijn, want ze vliegen er meteen weer in", aldus Denis Marin, uitbater van de Louis XIV, een beruchte bar aan de Vlaamsesteenweg waarvan de ene na de andere vennoot werd geliquideerd. Philippe De Staerke zelf vermeed de tent volgens een van zijn maten omdat er te veel flikken rondhingen.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

9,628

(932 replies, posted in Bende Bouhouche-Beijer)

De speurders van de Delta-cel hebben nooit de mogelijkheid gehad om Bouhouche te ondervragen. Op een bepaald ogenblik wou [Delta-speurder] Collewaert Bouhouche gaan verhoren. "Ik kom in de gevangenis aan van Nijvel en Bouhouche zegt: 'Ik heb geen uitstaans met u, ik kom niet uit mijn cel, ik heb niets met u te maken, salut en de kost'. En ik stond daar, ik kon niet verder. Ik had een informatief kantschrift van mijn onderzoeksrechter, maar ik zat vast, want ik kon buiten mijn dossier geen dwangmaatregelen nemen. Ik moest eventueel via het dossier van Hennart gaan, maar op dat ogenblik was er geen connectie. Dus Bouhouche is nooit verhoord door Delta."

Bron: Verslag van de Tweede Bendecommissie

9,629

(6 replies, posted in Speurders)

Uit het verslag van de Tweede Bendecommissie:

(...) En onder verwijzing naar hoofdstuk III moet er tenslotte op worden gewezen dat de verdeeldheid tussen de diverse onderzoekscellen in de jaren 1980, en meer nog de tweespalt tussen rijkswacht en gerechtelijke politie die voort duurt tot op de dag van vandaag, een adequaat gebruik van de meer traditionele bijzondere opsporingsmethoden, namelijk het gebruik van informanten en het onder voorwaarden sluiten van "deals" met hen, geweldig heeft bemoeilijkt (154).

(154) Met name in het verhoor van Sack, Van Rie en Collewaert werd er op gewezen dat het feit dat er niet voldoende eendrachtig werd samengewerkt tussen de diverse onderzoekscellen, één en dezelfde persoon soms door de ene cel als verdachte werd beschouwd en door de andere cel als informant. Met alle risico's vandien: conflicten tussen cellen, desinformatie van speurders, enzovoort.

Van Rie verklaarde in dit verband overigens: "Ik denk dat een deel van die desinformatie bewust de wereld wordt ingestuurd. Als men de bron van die informatie kan achterhalen, dan ben ik ervan overtuigd dat men een groot deel van de Bende van Nijvel, of van de organisatie die achter de Bende van Nijvel zou zitten, kan blootleggen. Na analyse van de informatie valt het op dat bepaalde personen steeds opnieuw terugkeren als informant achter de schermen."

9,630

(3 replies, posted in Speurders)

Voor de Tweede Bendecommissie verklaarde Danny Collewaert - samen met een aantal collega's van de Delta-cel - dat er niet voldoende eendrachtig werd samengewerkt tussen de diverse onderzoekscellen, één en dezelfde persoon werd soms door de ene cel als verdachte beschouwd en door de andere cel als informant. Met alle risico's vandien: conflicten tussen cellen, desinformatie van speurders, enzovoort.