Kempenbende
Voor een deel gaat het ook om de mannen over wie officier van justitie Duyx zich in 1977 al zo kwaad over maakte. Ze behoren tot de Kempenbende, die in de jaren zeventig vooral het Oost-Brabantse platteland onveilig maakt. Hun leider is Dikke Toon, woonachtig op het kamp in Eindhoven. In februari 1979 weet de politie zes kopstukken van de bende op te pakken. Dikke Toon krijgt negen jaar cel.
Als hij eind 1984 voorwaardelijk in vrijheid wordt gesteld, rijdt hij, in een gloednieuwe Mercedes van zestigduizend gulden, met enkele handlangers naar Uden. Daar plegen ze een overval op een afgelegen boerderij, waar een weduwe en haar twee vrijgezelle zoons wonen. Onder bedreiging van een jachtgeweer nemen ze een spaarpot met 4.500 gulden mee. Een van de twee boerenzonen wordt neergeschoten: de kogels (twaalf ‘loden reeënbollen’) slaan een gat van twintig centimeter in zijn rug. Zijn 79-jarige moeder krijgt een schot hagel in de rug als ze probeert de telefoon te pakken.
Later ontdekt de politie dat Dikke Toon eerder dat jaar al tijdens zijn proefverloven meedeed aan overvallen op juweliers in Schijndel en Oirschot en op de Rabobank in Vorstenbosch. De nieuwe Kempenbende wordt op 17 december 1984 in de boeien geslagen. Behalve van de genoemde misdrijven worden ze verdacht van het doodschieten van de bedrijfsleider van de Albert Heijn in Hilvarenbeek en overvallen op de Rabobank in Esbeek en het postkantoor in Reusel.
Tussen de start van het politie-onderzoek op 5 oktober en de arrestatie van de verdachten verstrijken 74 dagen. "De bezuinigingen op de politiezorg zijn debet aan een niet slagvaardig optreden”, zo valt in maart 1985 te lezen in een even vertrouwelijk als schuldbewust schrijven van de politie.
"Zo’n stel bandieten en terreurplegers werd vroeger aan de hoogste boom opgehangen”, zegt officier van justitie M. Kolkert tijdens het proces in de Bossche rechtbank. Dat draait deze keer uit op hogere straffen: Dikke Toon – dan 35 jaar - krijgt veertien jaar cel en ook zijn handlangers – die luisteren naar illustere bijnamen als de ‘Schrale Jankert’ en ‘den Bels’ gaan voor jaren achter slot en grendel.
Ponderosa
Leden van de Kempenbende en andere criminele kopstukken kwamen in de jaren zeventig regelmatig naar het woonwagenkamp aan de Vlijmenseweg in Den Bosch (met de bijnaam Ponderosa). Het braakliggende terrein aan de rand van de stad werd gebruikt voor schietoefeningen en het verbeteren van de stuurmanskunsten. Uit een rijdende auto springen, op topsnelheid je auto een draai van 180 graden laten maken, zulke dingen.
Niemand die er beter in was dan Koos R., een jongen van woonwagenkamp Vorstengrafdonk bij Oss. Al op jonge leeftijd was hij volgens de politie een van de grootste rovers in Oost-Brabant. Bij de ramkraken, liefst gepleegd met gestolen BMW’s of Mercedessen, gaat het om bontmantels, schoenen, antiek en televisies.
De politie verdenkt Koos R. van meer dan dertig kraken als ze –in 1977- op de weg van Vorstengrafdonk naar Nistelrode een fuik voor hem opzet. Surveillance-auto’s blokkeren de weg, maar Koos ramt er dwars doorheen. Een politieagent weet het vege lijf te redden met een snoekduik in de berm. De vluchtende kamper wordt beschoten met een karabijn, zijn achterruit wordt doorboord en R. knalt met zijn BMW tegen een boom. Hij weet echter te ontsnappen in de bossen, de politie krijgt hem niet meer te pakken.
Karabijn
Enige tijd later wordt R. toch gegrepen. In zijn eigen woonwagen, op Vorstengrafdonk. Het arrestatieteam van de politie rijdt in een Amerikaanse auto met caravan het kamp op. Ze houden halt voor de woonwagen van R. De achttien politiemensen die in de auto en de caravan zitten, hebben allemaal een karabijn bij zich. Degenen die de deur openbreken, dragen bovendien een kogelvrij vest, in de lucht cirkelt een helikopter. De arrestatie slaagt, R. wordt zonder al te veel tegenstand overmeesterd. De rechtbank veroordeelt hem tot zes jaar cel.
De gevangenis brengt Koos R. niet op het rechte pad. Als hij zijn straf heeft uitgezeten, ontpopt hij zich zich tot de rechterhand van Johan V., alias 'De Hakkelaar'. Deze woonwagenbewoner uit Leidschendam groeit in de jaren negentig uit tot de leider van het Octopus-syndicaat, dat honderden miljoenen verdient aan de invoer van soft drugs.
Politie en justitie zien Koos R. en zijn familieleden in Oss en omgeving nog altijd als machtige mannen in de Brabantse drugsindustrie. Hoofdrolspelers in de Sodom en Gomorra-achtige taferelen die ze nu al zo lang proberen de kop in te drukken.
Bron » www.bd.nl/brabant/