In mijn voorbereidend onderzoek naar de reconstructie van de feiten in Nijvel heb ik de getuigenis van Herman Vernaillen voor de Eerste Bendecommissie nog eens gelezen. Daarin gaat het onder andere over de inbraak in Nijvel. Vernaillen geeft tegenover de commissie ook zijn mening over die gebeurtenissen:
Voorzitter: Hebt u te maken gehad met wat men gemeenzaam "de feiten van Waals-Brabant of de overvallen van Waals-Brabant of de Bende van Nijvel of van de Boringen noemt?
Vernaillen: "Helemaal in het begin. Ik ben ter plaatse geweest na de overval in Nijvel waar rijkswachter Morue en de twee burgers aan de benzinepomp werden gedood. Ik ben ter plaatse geweest in hoedanigheid van tweede commandant van de groep Brabant. Het onderzoek werd gedaan door de heer Deprêtre, de Procureur des Konings in Nijvel. Ik was daar min of meer van bepaalde zaken op de hoogte zonder de details te kennen."
"Ik heb ook de eerste acties meegemaakt van zware controles die werden uitgevoerd in gans Zuid-Brabant. 's Avonds en in de weekends stelden wij dispositieven op om alle voertuigen die bepaalde penetratiestellingen voorbijgingen te controleren."
Voorzitter: Was dat bij alarm of routine?
De heer Venaillen: "Dat was een eigen initiatief."
"In verband met het onderzoek kan ik nog zeggen dat het werd gedaan door Nijvel, door een pas opgerichte cel. Dat was eind 1983. Voor Brabant had, meen ik, majoor Gilbert de leiding. Hij was er althans veel mee bezig. Soms ging ik daar ook wel eens een kijkje nemen omdat ik graag gerechtelijke zaken deed. Ik weet dat tamelijk vlug de eerste aanhoudingen zijn verricht, dat waren Cocu, Vittorio enzovoort. Zij werden nadien terug vrijgelaten om daarna opnieuw te worden aangehouden, maar toen was ik reeds weg uit de gerechtelijke diensten."
Voorzitter: U hebt die mensen niet ondervraagd?
Vernaillen: "Neen."
Voorzitter: Hebt U ook geen expertises gedaan of de plaatsen bezocht?
Vernaillen: "Neen. Het enige plaatsbezoek dat ik heb verricht, betrof de overval in Nijvel. Daar ben ik ter plaatse geweest."
Voorzitter: Wij hebben een wedersamenstelling van de feiten gezien. Zijn er op dat ogenblik geen ideeën in u opgekomen? Welk waren uw eerste reacties nadat u de vaststelling had gedaan? Voor ons zou het interessant zijn dat te weten. Dacht u op dat moment dat men opnieuw een overval had gepleegd omwille van het geld of meende u dat het ditmaal toch iets anders was? Is een dergelijke bedenking bij u of bij de anderen opgekomen?
Vernaillen: "Voor mij was het iets onbegrijpelijks. Ik kan er nog altijd niet bij waarom men twee onschuldige burgers die benzine komen nemen, doodschiet. Dat zij op een rijkswachter schieten kan ik nog enigszins aannemen alhoewel ik dit - versta mij niet verkeerd - ook niet normaal vind, maar een dief die wordt betrapt is een moordenaar. Dat zeggen wij altijd. Het kon een gewone overval zijn geweest of "gewone dieven" die in dat warenhuis kwamen stelen, en wanneer dan een rijkswachterscombi daar onverwachts toekomt en onder vuur wordt genomen, dan is dat spijtig maar niet zo verwonderlijk."
Voorzitter: Volgens u was het dus louter toeval en niet uit te leggen?
Vernaillen: "Inderdaad. Het was ook de eerste in de reeks."
Voorzitter: U hebt zich ook geen vragen gesteld omtrent de gebruikte methodes? Ter plaatse maakte u zich geen bedenkingen zoals: zij gebruiken militaire technieken of het zijn liefhebbers of het zijn beroepsmensen die zich daarvoor hebben getraind?
Vernaillen: "Ik denk niet dat dit militaire technieken waren om de eenvoudige reden - dat is een persoonlijke visie - dat men in Nijvel toch in het wilde weg geschoten heeft."
Voorzitter: U denkt dat men ook in het wilde weg geschoten heeft?
Vernaillen: "Als ik zie hoeveel kogelgaten er in die combi waren, dan is dat niet precies geweest."
Voorzitter: Dat is wat u daar heeft gezien. Ik vind het belangrijk dit eens te horen. Nadien begint men er allerlei wetenschappelijke uitleg aan te geven. Soms is een eerste indruk nogal waarachtig.
Vernaillen: "Iemand die in koelen bloede doodt en kan schieten, schiet geen twintig keer."
Beckers: Tenzij hij het doet om de zaak in te dekken.
Vernaillen: "Dat kan ook."
Voorzitter: In al die feiten werd toch vastgesteld dat men mensen door het hoofd schiet.
Vernaillen: "Om zeker te zijn dat ze niets meer gaan vertellen. Toen men mij beschoten heeft, heeft men twee keer geschoten om te treffen en heeft men getracht om met de kolf van een geweer de deur in te slagen. Ik weet dat het met de kolf van een geweer was omdat de indruk nog altijd in de deur te zien."
Bron: Getuigenis Herman Vernaillen | Eerste Bendecommissie | 9 Mei 1989
"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via »
Facebook |
YouTube