1

Madani Bouhouche, Alain Weykamp, Robert Beijer en Jean-François Buslik waren allemaal lid van deze club. Bouhouche, Beijer en Weykamp werden in januari 1984 uit deze club gezet. Buslik verliet de club op eigen initiatief. De reden hiervoor was dat zij zich hadden aangemeld bij de Black Rose-club.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

2

(...) De twee militanten [Jean-Marie Paul en Alain Weykamp] kozen 'praktisch schieten', de meest gesofistikeerde discipline van het gevechtsschieten. Die schietmethode, uitgevonden door de Amerikaan John Cooper, werd door Roger Swaelens in België geïntroduceerd. Om die discipline te populariseren stichtte hij samen met de wapenhandelaar Paul Binet de Practical Pistol Club of Belgium. De leden van de club oefenen zich samen met de gemeentelijke politie en waarschijnlijk ook met enkele leden van de BOB in het sportcentrum van Etterbeek. Alain Weykamp, een vroeger lid van de schietclub van Anderlecht, werd in november stagiair-lid van de PPCB. Jean-Marie Paul, uit dezelfde Anderlechtse club, vroeg de toelating om lid te worden van de PPCB, nadat hij in maart 1980 de toestemming had gekregen om wapens te dragen.

Om u een beter beeld te geven van de schietdiscipline die de twee militanten kozen - en die trouwens erg in de mode is bij de elite van de verschillende politie- en veiligheidsdiensten - geven we hier een voorbeeld van een proef die moest afgelegd worden op het Europees kampioenschap praktisch schieten in 1980. De deelnemers waren de veiligheidsdiensten van de EEG, het tweede regiment commando's, de gerechtelijke politie van Luik, van Bergen en van Doornik en de gemeentelijke politie van Luik.

"In één test ging het erom zes doelen te raken, die verspreid stonden in een 'menigte' die niet mocht geraakt worden en die opgesteld waren op een afstand van zeven tot vijftien meter. De schutter werd geblinddoekt in de schietbaan gebracht. Hij moest in een wagen naast het stuur gaan zitten. Over die wagen hing een laken. De handen van de schutter lagen op de bovenkant van het dashboard. Het venster stond open. Als het laken viel moest hij van leer trekken en zoveel keer schieten op elk gewapend doelwit als hij nodig achtte."

Maar laten we Roger Swaelens zelf de grote lijnen van de Cooper-methode uitleggen:

"De Coopermethode is dikwijls tegengesteld aan de methode van de officiële polities. Daar zegt men, dat een agent in een moeilijk geval ten hoogste twee tot driemaal mag schieten. Dat is overdreven optimistisch. De dag dat een agent meer kogels moet gebruiken, zal hij de schietcursussen zegenen, waar men van de leerling verlangt, dat hij vlug en goed van lader kan veranderen. Zo vindt Cooper de FBI-stijl, met de doelwitten die steeds op dezelfde hoogte staan en met de lange tijd die aan de schutter gegund wordt, betreurenswaardig."

"In zijn cursus gaat het helemaal anders. De leerling leert eerst zijn wapen door en door kennen. Dat gebeurt op een andere manier die zowel voor hem als voor de anderen helemaal veilig is. Hij leert enkel op zichzelf te rekenen en niet een leraar te roepen als er een probleem opduikt. Hij moet zelf een oplossing vinden. Hij leert ook schieten op alle afstanden en in alle houdingen: gezeten aan een tafel, achter het stuur van een auto, ..."

"De doelwitten zijn opzettelijk neutraal gekleurd en op verschillende hoogten geplaatst. De leerling moet kunnen schieten met de linkerhand en met slechts één hand van lader kunnen veranderen. Hij leert ook enkel het hoofd van het doelwit te raken. Hij kan inderdaad zijn dat de tegenstander een kogelvrij vest draagt."

Wie dat leest twijfelt er niet meer aan, dat het 'praktisch schieten' van John Cooper geen sport is. Het gaat hier zeer zeker om een discipline, die tot doel heeft de tegenstander zo vlug mogelijk te doden. Dat het de Rhodesische en de Zuid-Afrikaanse agenten zijn die in dat soort sport uitmunten, is niet verbazend. Jean-Marie Paul en Alain Weykamp oefenen zich hierin.

Maar het sportcentrum van Etterbeek is niet hun enige oefenplaats. De minister van Landsverdediging maakte bekend, dat ze op 15 november 1980 ook op de schietbanen van het leger te Leopoldsburg oefenden. De twee militanten konden (waarschijnlijk) door bemiddeling van de schietclub Target 121, waarvan gepensioneerd kolonel Lermusiau voorzitter is, gedurende de weekends gaan trainen op de schietstanden van Leopoldsburg, samen met andere leden van die club en van de PPCB. Sinds het verdwijnen van de Tir National te Brussel trainen de Brusselse leden van de clubs als de PPCB immers gewoonlijk 'op lange afstand' op de militaire terreinen van Leopoldsburg.

Bron: Extreem-rechts en de staat | verschillende auteurs | 1981

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube