Spreken van een "lieve dame" die toehoorders "probeert te overuigen" en "goede bedoelingen" geeft aan hoe Bouten, kennelijk behept met een superioriteitsgevoel, op haar neerkijkt. Vervolgens poneert hij de stelling dat profiling niet geschikt was omdat er "diverse kleine bendes" actief waren, iets waarvoor ook Bouten geen enkel bewijs kan aandragen.

Al even speculatief is de stelling dat er "talrijke valse sporen" waren "die wezen op manipulatie en er was de schaduw van machtige geheime diensten". Opnieuw, Bouten kan het niet bewijzen. Een profiler daarentegen gaat uit van de beschrijvingen die er zijn van de misdrijven en de omstandigheden rond dat misdrijf, en behoort zich voor een correcte analyse juist verre te houden van speculaties. Bouten snapt er met andere woorden helemaal niks van.

132

Nog maar een jaar of acht heeft men van de Bende van Nijvel daderprofielen opgesteld. Volgens de eerste profilers waren alle aanslagen tussen 1982 en 1985 het werk van één enkele groep van niet meer dan vier of vijf daders die geen enkele connectie hadden met de georganiseerde misdaad, terrorisme of extreemrechts.

Volgens de analisten waren het marginale individu en, paria's in de rand van de samenleving: keiharde, doortrapte en brutale doders die niet berekend te werk gingen. Een zootje ongeregeld, kortom. Hun manier van werken zou bovendien niet wijzen op een poging om terreur te zaaien en de maatschappelijke spanningen te vergroten. Ze hadden slechts twee motieven: de buit - hoe beperkt die soms ook was - en het verlangen naar avontuur en geweld.

Die analyse beperkt het aantal profielen. De profilers zouden vooral denken aan half sedentaire familiale clans of georganiseerde bendes uit het zigeunermilieu. Maar een van de daders heeft volgens de profilers een heel ander profiel. Hij is de man die de meeste doden op zijn geweten heeft, de man die volgens de Cel Waals-Brabant 22 van de 28 Bendeslachtoffers heeft omgebracht.

Volgens profilers Crocq en Bouchard zou hij een geboren doder zijn, gedreven door een ziekelijk verlangen om mensen te vermoorden, een morbide obsessie die steeds sterker werd. Tijdens de laatste overval op de Delhaize in Aalst op 9 november 1985 vielen acht doden.

Bron: Het Rattenkwartier: Een Blik in het Nest van de Bende van Nijvel | Charlie Hedo

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

133

Uit een artikel met de titel 'Terroristen zijn niet gek, maar wat bezielt hen dan?':

(...) "Er is geen psychologische aandoening die eruit springt bij aanslagplegers", zegt forensisch psychiater Rudy Verelst (UZ Leuven). "Psychische ziektes of stoornissen komen niet vaker voor bij terroristen dan bij de rest van de bevolking." De dynamiek binnen terreurcellen is volgens Verelst eerder sociologisch of via de sociale psychiatrie te verklaren.

Zo staat er vaak een narcistische leider-ideoloog aan het hoofd van een terreurcel die volgelingen om zich heen verzamelt die de eigenlijke terreurdaden plegen. De volgelingen zijn mensen die eerder een aanleg hebben tot afhankelijkheid en doorlopen vaak een heel proces van radicalisering. De eigenlijke terreurdaad gebeurt in veel gevallen onder invloed. (...)

Lees hier het hele artikel » Nieuws

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

134

Ben wrote:

Zo staat er vaak een narcistische leider-ideoloog aan het hoofd van een terreurcel die volgelingen om zich heen verzamelt die de eigenlijke terreurdaden plegen. De volgelingen zijn mensen die eerder een aanleg hebben tot afhankelijkheid en doorlopen vaak een heel proces van radicalisering. De eigenlijke terreurdaad gebeurt in veel gevallen onder invloed. (...)

De oplettende forumlezer zal wel een naam kunnen noemen van iemand die perfect voldoet aan deze omschrijving ...

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

135

Ik heb het al ergens geschreven maar ik blijf het herhalen, wil men dit ten dele kunnen oplossen moet men volgens mij beginnen met de feiten terug los te koppelen. Wie heeft ons ooit doen geloven dat "de bende van Nijvel" bestaat? Welke criminelen zijn er in staat om koelbloedig kinderen af te knallen? Die vraag blijft voortdurend door mijn hoofd spoken. Heel ziekelijke geesten of mensen met ziekelijke ideologieën. Extreem geweld, want dat was het, kan volgens mij alleen gepleegd worden door een bepaald type dader. Het type zoals, hij neemt een hap van een hamburger, gaat een moord plegen, komt terug thuis en eet zijn hamburger verder op. Mensen zonder hart noemen wij ze.

(Ze hebben wel degelijk een hart, alleen klopt het veel trager dan gemiddeld bij de meesten van hen is wetenschappelijk aangetoond, vandaar ook de problemen met de leugendetector waarschijnlijk.)

Voor diegenen onder u die de zaak proberen te bekijken vanuit een andere hoek:

'Probeer je voor te stellen dat je een winkel moet beroven. Of dat je een bekende vermoordt met een mes. Die collega aan wie je een hekel hebt of een geliefde met wie je laatst knallende ruzie had. Maak er een levendige fantasie van, vol details. De doodsangst in de ogen van je slachtoffer, het bloed, de stokkende ademhaling. 'Waarschijnlijk gaat alleen al bij de gedachte aan zo'n daad - en de straf die je ervoor kunt krijgen - je hartslag omhoog en begin je te zweten. Maar bij zware criminelen gebeurt dat nauwelijks. Gemiddeld gezien hebben ze een opvallend lage hartslag, zweten ze weinig en vertonen ze veel langzame hersengolven. Het lijkt wel of hun zenuwstel minder zenuwachtig is afgesteld.

Bron: Adrian Raine (neurocriminoloog), misschien wel 's werelds grootste kenner van criminele hersenen.

136

coconut wrote:

Maar bij zware criminelen gebeurt dat nauwelijks. Gemiddeld gezien hebben ze een opvallend lage hartslag, zweten ze weinig en vertonen ze veel langzame hersengolven. Het lijkt wel of hun zenuwstel minder zenuwachtig is afgesteld.

Je verwart daar een beetje het brein van een psychopaat (welke kan overgaan tot criminele feiten), met het brein van misdadigers. Bij deze laatste groep zie je wel verhoogde hartslag, verhoogde bloeddruk en angstzweten. Over het algemeen zijn ze onder invloed van pepppers. En ik zou ze niet te eten willen geven, zij die op het laatste moment alle plannen afblazen. Van Esbroeck bekende later dat hij voor een overval bijna in zijn broek deed. smile

Er is een groot verschil tussen kinderen 'laten' doden (ik vrees dat nogal wat wereldleiders in aanmerking komen, bij een oorlog heb je altijd onschuldige slachtoffers) en oog in oog een kind zelf dood schieten. Dit laatste is een daad die gelukkig zeer weinig mensen kunnen. Probleem is dat mensen niet met een sticker kindermoordenaar of psychopaat op hun voorhoofd rond lopen, dus het blijft giswerk hoe dan ook.

Nogmaals lijkt het me belangrijk terug te gaan in de tijd zonder achteraf verklaringen te gebruiken. Twee jaar bende stilte? Dit moet een concrete reden hebben. Als je louter voor de fun moordt denk ik niet dat je ineens een break van twee jaar inlast, want eens je een kick hebt moet het almaar harder en straffer zijn. Tenzij je twee jaar in de gevangenis belandt, zint op wraak, en heftiger toeslaat dan ooit tevoren (de tweede golf was nog krankzinniger dan de eerste).

Als je de literatuur er op naslaat, zien we dat onder bepaalde omstandigheden brave huisvaders/moeders tot de verschrikkelijste dingen instaat zijn. Het bekenste voorbeeld is de schutzstaffel (SS) in de Tweede Wereldoorlog, ideologie in groepsverbanden zijn debet aan deze gruwelijkheden. Als je je verdiept in deze zaken kom je tot de schokkende conclusie dat zelf wij hier voor vatbaar zijn.

De Franse journalist van Paris-Match, Frédéric Loore, die steeds de stelling en het rapport van Danièlle Zucker heeft verdedigd, komt vandaag nogmaals terug op het dossier van de Bende van Nijvel en het feit dat dit dossier niets te maken heeft met extreem-rechts, Rijkswacht, destabilisering van de staat of andere doeleinden waar wel met simpele criminelen.

Hij laat de Canadees Jacques Landry, gepensioneerd politieman, aan het woord die een tiental jaar geleden op vraag van de toenmalige onderzoeksrechter Jean-Claude Lacroix het bendedossier onderzocht heeft. Wanneer je alle feiten objectief bekijkt, de getuigenissen doorneemt, de buit bekijkt, rekening houdt met de gebruikte wapens en voertuigen, is er volgens Jacques Landry slechts één conclusie mogelijk: dat de feiten gepleegd werden door ultra gewelddadige en antisociale criminelen die uit waren op de buit en onmiddellijk profijt.

"Les tueries du Brabant sont une affaire criminelle, les autres théories sont farfelues"

Le Québécois Jacques Landry dont les méthodes d’interrogatoire ont permis de résoudre l’affaire Alexia Daval en France a étudié le dossier des tueries du Brabant. Pour lui, "c’est une affaire criminelle et rien d’autre".

"L’extrême droite, la gendarmerie, la déstabilisation de l’État et toutes ces pistes sont complètement farfelues. Les tueries du Brabant sont une affaire criminelle et rien d’autre". C’est Jacques Landry qui s’exprime de la sorte. Cet ex-policier retraité de la Sûreté du Québec a beaucoup fait parler de lui dans les médias hexagonaux ces derniers temps, en raison de sa contribution indirecte à la résolution de l’affaire du meurtre d’Alexia Daval, le fait divers qui a tenu la France en haleine. C’est en s’inspirant de sa méthode d’interrogatoire que les gendarmes de la section de recherche de Besançon sont parvenus à faire craquer le mari de la victime, Jonathann Daval, qui a fini par avouer être l’auteur du crime.

Cette méthode, baptisée "Progreai" (pour Processus général de recueil des entretiens, auditions et interrogatoires), se fonde sur une approche très différente de celle de l’audition classique, au cours de laquelle les enquêteurs confrontent le plus souvent le suspect aux indices matériels, aux éléments de police scientifique et aux éventuels témoignages, dans l’espoir qu’il passe aux aveux. Le crime et ses preuves éventuelles sont au centre de l’interrogatoire. A l’inverse, l’ex-policier de la "Belle Province" s’intéresse prioritairement au suspect et à ses motivations. L’objectif étant de cerner sa personnalité, son parcours de vie, sa situation sociale, familiale et économique, de manière à comprendre ce qui a provoqué le passage à l’acte, qu’il s’agisse d’un crime ou d’un délit. Cette approche repose sur une écoute attentive de l’individu avec lequel on crée du lien, en dehors de toute logique de confrontation et en dépit de la gravité du geste commis. Petit à petit, les mécanismes de défense cèdent et l’auteur finit par se livrer. Aux dires de son créateur, la méthode "Progreai" atteint un taux de réussite de 80 %.

Actuellement, Jacques Landry dirige la société "Polygraphie Jacques Landry Inc." qui propose à sa clientèle une gamme variée de services et de formations dans le domaine de l’enquête. Formé à la polygraphie dans les meilleures écoles d’Amérique du Nord, il s’est spécialisé dans l’interrogatoire de suspects de crimes majeurs. Au cours des vingt dernières années, il a créé une série de programmes de formation en techniques d’audition, en analyse de déclarations de suspects et en identification de profils criminels. Formateur jusqu’en 2010 à l’Institut de police du Québec, il est actuellement chargé de cours en criminologie à l’Université de Montréal.

"Des criminels ultra violents et antisociaux"

Il y a une dizaine d’années, Jacques Landry et ses collègues de la Sûreté du Québec se sont longuement penchés sur le dossier qui hante la Belgique depuis trente ans: les tueries du Brabant. Comme l’avait confirmé à l’époque à Paris Match l’ancien magistrat instructeur carolo Jean-Claude Lacroix, le rapport d’analyse des Québecois s’était révélé assez sentencieux. Ils pointaient une série de carences dans l’enquête, notamment au niveau des auditions de témoins, jugées trop peu professionnelles et de nature à vicier les investigations.

Pour remédier à cela, des recommandations avaient été faites, mais le juge Lacroix nous confiait en 2007 qu’il serait impossible de les appliquer: "Pour des raisons matérielles évidentes – les faits remontent à vingt ans –", disait-il, "mais aussi parce que les policiers québécois ont recours à des techniques d’audition dont s’inspire par exemple l’école de gendarmerie de Fontainebleau, mais qui sont encore largement inconnues en Belgique". C’est en partie pour pallier ce déficit de compétences que la profileuse belge Danièle Zucker, formée aux techniques nord-américaines, avait été engagée par la suite à la cellule d’enquête, où elle a consacré deux ans à l’étude de la première vague des tueries.

Ces initiatives avaient cependant rencontré de fortes réticences. Notamment de la part de certains responsables de la cellule d’analyse comportementale de la police fédérale, lesquels ont adopté une attitude ayant eu pour conséquence d’entraver la collaboration avec les spécialistes de la Sûreté du Québec. A telle enseigne que Jean-Claude Lacroix avait dû mener une mission de bons offices auprès de ces derniers pour rétablir le dialogue. Du reste, on connaît les réserves exprimées publiquement par le procureur Général de Liège, Christian De Valkeneer (qui vient de céder la tutelle de l’enquête à la procureure fédérale Marianne Capelle), à l’égard du travail de profiling réalisé par Danièle Zucker, le magistrat l’ayant qualifié en 2012 d’ "escroquerie intellectuelle".

Or, pour Jacques Landry qui a rencontré Danièle Zucker à deux reprises et pris connaissance de son travail, celui-ci lui est apparu "sérieux, rigoureux et parfaitement objectif". Et il ajoute: "Fort de mes quarante-deux années d’expérience, je peux vous assurer que n’importe quel analyste criminel qui connaît son métier en viendrait aux mêmes conclusions qu’elle. Du reste, je connais bien les profileurs américains avec lesquels elle a travaillé sur cette affaire, notamment Roy Hazelwood, c’est une référence dans sa discipline".

Les conclusions de Danièle Zucker, lesquelles privilégiaient la piste criminelle et non celle impliquant dans les tueries l’extrême droite, d’anciens gendarmes ou encore des agents d’une puissance étrangère, Jacques Landry les fait siennes également: "Si l’on s’en tient, comme nous l’avions fait dans notre analyse, aux seuls faits, en prenant en compte le mode opératoire des tueurs, les circonstances de lieux et de temps, le récit des témoins, les profils des victimes, les véhicules et les armes utilisés, les butins dérobés, etc., je ne vois pas comment on peut creuser autre chose que la piste criminelle". Et le Québécois d’esquisser le profil des tueurs de la manière suivante: "Des criminels ultra violents, antisociaux, motivés par l’adrénaline et le profit immédiat. Ca ressort clairement du dossier si on veut bien ne pas le voir au travers du prisme des hypothèses et des préjugés".

A la question de savoir si, plus de trente ans après les faits, il lui paraît encore possible de démasquer leurs auteurs ou, si au contraire, nous sommes là face à un "cold case" insoluble, Jacques Landry répond: "Pourquoi pas? Ici, au Québec, nous avons une brigade spécialement chargée des "cold case" et elle obtient de bons résultats. Je crois qu’une équipe d’enquêteurs déterminés peut encore aboutir. A condition de repartir des fondamentaux sans se perdre en conjectures sinon ils n’iront nulle part. Ils doivent en revenir aux questions basiques: de quelle façon les crimes ont-ils été commis? A quels endroits? A quels moments? Avec quelles voitures, quelles armes? Pour quelle raison de la nourriture a-t-elle été simplement dérobée à certains moments? Tout ça, ça parle".

Bron: Paris Match (Frédéric Loore) | 21 februari 2018

Het volledige interview met Jacques Landry verschijnt morgen, 22 februari 2018, in de papieren versie van de Paris-Match.