1

Op 17 september 1984 sticht de minister van Binnenlandse Zaken Jean Gol in het geheim de Anti-Terroristische Gemengde Groep, AGG. De AGG telt achttien leden van politie- en inlichtingendiensten. Onder de inlichtingendiensten valt de rijkswacht, de GP, de rijkspolitie, de Staatsveiligheid en de militaire inlichtingendienst SDRA.

De groep staat onder het rechtstreeks bevel van een hogere rijkswachtofficier, is ondergebracht in een kazerne van de rijkswacht en word bijgestaan door de Groep Dyane. Voortaan zal de AGG alle informatie centraliseren en zowel het Anti-Terreur College als magistratuur informeren en adviseren. Hoewel de greep van de rijkswacht op de AGG voor iedereen duidelijk is, volstaat dit voor de generale staf van de rijkswacht blijkbaar niet.

Gelijktijdig met de oprichting van de AGG beslist de generale staf een parallelle speciale anti-terreurcel op te richten die rechtstreeks onder de staf resoreert en de supervisie heeft op de anti-terroristische activiteiten van de BOB. Enkele weken na de oprichting van de AGG begint de CCC met een grote bommencampagne.

Minister van Binnenlandse Zaken Gol beslist om de AGG te belasten met het onderzoek naar de CCC en verplicht hen te zoeken naar sporen die kunnen wijzen op politieke terreur. Over de Bende van Nijvel en een eventueel onderzoek naar politieke sporen bij de overvallen van die groep, wordt met geen woord gerept.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

2

Sinds 1 december 2006 is het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse, of kortweg OCAD, operationeel. Dit orgaan, dat de opvolger is van de Antiterroristische Gemengde Groep (AGG), maakt punctuele of strategische evaluaties over de terroristische en extremistische dreigingen in en tegen België. Het doet dit voornamelijk op basis van inlichtingen die het verkrijgt van de zgn. ondersteunende diensten. Dit zijn:

  • de Veiligheid van de Staat;

  • de Algemene Dienst inlichting en veiligheid van de Krijgsmacht;

  • de federale en de lokale politie;

  • de Administratie der Douane en Accijnzen van de FOD Financiën;

  • de Dienst Vreemdelingenzaken van de FOD Binnenlandse Zaken;

  • de FOD Mobiliteit en Vervoer; en

  • de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

De dreigingsevaluaties zijn bestemd voor de diverse politieke, administratieve of gerechtelijke overheden die enige verantwoordelijkheid dragen op het vlak van veiligheid. Het zijn die overheden die uiteindelijk de gepaste maatregelen zullen moeten treffen om een eventueel gedetecteerde dreiging af te wenden. Het orgaan staat onder het gezamenlijke gezag van de ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie.

Bron » www.comiteri.be

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

3

Wanneer in een later stadium meerdere onderzoekscellen worden gevormd, wordt evenmin voorzien in centrale sturing. Dit gebeurt slechts in het begin van 1988, met de aanduiding van een "substituut nationaal coördinator", de heer Jonckheere. Zo wordt althans op het niveau van het openbaar ministerie een sturende voorziening getroffen. Meerdere auteurs wijzen er dan ook op dat in dit opzicht de bende van Nijvel heel anders werd aangepakt dan de CCC. In dit laatste geval werd al snel - op 17 september 1984 - overgegaan tot de oprichting van de AGG (Anti-terroristische Gemengde Groep), terwijl in het eerste geval een dergelijk coördinerend orgaan niet werd geschapen. En ... hoewel, in de ogen van sommigen althans, ook de bende van Nijvel trekken van een terroristische groep vertoonde, werd de AGG ook niet benut om meer centrale sturing te geven aan het onderzoek naar de bende van Nijvel (234).

Bron: Verslag Tweede Bendecommissie (bijlage 1 en 2)

Voetnoot 234 geeft nog deze informatie:

Zie PD, 264-265. De auteurs geven hierbij aan dat de 23e brigade van de gerechtelijke politie, die in het najaar van 1987 werd opgericht, geen equivalent van de AGG vormt.

Onderzoeksrechter Troch heeft i.v.m. zijn onderzoek ooit contact opgenomen met AGG (of was dit althans van plan):

Tenslotte mag niet onvermeld blijven dat Troch, kennelijk geïnspireerd door de discussie over Gladio, op 14 november 1990 een kantschrift richtte aan Delta met het verzoek:

"(...) contact op te nemen met de AGG ten einde te vernemen of het door hen gevoerde onderzoek i.v.m. Gladio eventuele (...) gegevens oplevert i.v.m. onze onderzoeken in de zaak Temse en Aalst."

Deze opdracht heeft echter evenmin tot resultaat geleid. En dit kon eigenlijk ook niet meer. Want het moment waarop ze werd uitgeschreven lag in de buurt van het tijdstip waarop de onderzoeken naar de overvallen te Temse en Aalst zouden worden overgeheveld naar Charleroi. Het was met andere woorden de parlementaire onderzoekscommissie die zich in de Gladio-affaire heeft verdiept, die zou aantonen dat de opdracht in kwestie - die misschien ook wel uit nood was geboren - zeker niet van relevantie was gespeend.

Bron: Verslag Tweede Bendecommissie (bijlage 3)

Getuige De Saeger merkte tijdens zijn verhoor op dat waar er in het geval van de CCC onmiddellijk werd overgegaan tot de aanwijzing van nationale magistraten, men in het geval van de bende van Nijvel niets had gedaan, "en er werd ook geen nationaal magistraat aangesteld". Dit is dus niet helemaal waar (verhoor De Saeger, 29 april 1997, 43). In aansluiting hierop moet niettemin worden gewezen op de opmerking van getuige Van Den Berghe dat "voor de AGG het bende-onderzoek geen prioriteit was. Ik geloof dat de toenmalige minister van Justitie zei dat de AGG zich niet zou inlaten met het onderzoek naar de Bende van Nijvel. Ze hebben dat wel ooit gedaan inzake de CCC. Ze hebben toen het inlichtingenwerk verricht". Zie verhoor Van Den Berghe, 13 mei 1997, 11.

Bron: Verslag Tweede Bendecommissie (bijlage 6 en 7)

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

4

De Franstalige benaming van deze dienst was Groupe Interforces Antiterroriste (GIA).

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

5

De aanslagen van de CCC leverden niets op en brachten enkel strengere repressieve overheidsmaatregelen teweeg. Het politieapparaat is door de jaren heen duidelijk versterkt. Het aantal personeelsleden en de budgetten werden verhoogd en er kwamen verbeteringen op vlak van uitrusting en trainingen voor de ordediensten.

Na de tweede aanslag richtte minister Gol de AGG en het Antiterreurcollege op. De AGG of Anti-terroristische Gemengde Groep was samengesteld uit leden van de politie, rijkswacht en inlichtingendiensten en probeerde alle informatie te centraliseren. Ze bestudeerden ook de modus operandi en gaven advies over hoe het onderzoek te voeren.

Het antiterreurcollege coördineerde het overleg tussen de regering, de ordediensten en de gerechtelijke overheid. Het moest preventieve maatregelen uitwerken en informeren over dreigende gevaren. Verder werd er ook een speciale interventie eenheid, POSA (Pelotons voor Observatie, Steun en Arrestatie) opgericht. (De Bondt, 1996; Vander Velpen, 1986)

Bron: De radicaal-linkse terreurgolf - 1968-1985: een vergelijkende studie van de RAF, Rode Brigades, Action Directe en CCC | Sander Soenen | Masterproef Universiteit Gent

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube