Er zijn een aantal opvallende parallellen tussen de feiten van de Bende van Nijvel en de Lada-bende. Ik heb dit samen met mijn vriend ChatGPT samen gezet in een tekst.
De Lada-bende en de Bende van Nijvel: dezelfde daders, dezelfde logica?
Eind jaren tachtig werd België opnieuw geconfronteerd met een golf van extreem gewelddadige criminaliteit. Nauwelijks drie jaar nadat de Bende van Nijvel haar laatste bloedige aanval had gepleegd, verscheen een nieuwe groep op het toneel: de zogenaamde "Lada-bende" of bende-Mottry.
De groep werd verantwoordelijk geacht voor een reeks moorden, overvallen en schietpartijen tussen 1988 en 1990. Net zoals bij de Bende van Nijvel viel daarbij vooral één element op: het geweld was extreem zwaar.
Dat roept een ongemakkelijke vraag op. Was de Lada-bende gewoon een nieuwe generatie zware gangsters, of ging het om een voortzetting van dezelfde gewelddadige personen die eerder al achter de Bende van Nijvel zaten?
Een golf van extreem geweld
De bende rond Johnny Mottry werd gelinkt aan tientallen zware feiten en minstens zeventien doden. De groep opereerde voornamelijk in en rond Brussel en gebruikte gestolen voertuigen, zware wapens en bijzonder agressieve tactieken. De feiten varieerden van overvallen op kleine handelszaken tot schietpartijen met politiepatrouilles en moorden.
Opvallend was vooral de irrationaliteit van het geweld. Mensen werden doodgeschoten voor relatief kleine geldbedragen. Pompbedienden, taxichauffeurs en toevallige burgers werden zonder aarzeling geëxecuteerd. In sommige gevallen leek de buit bijna bijkomstig.
Dat patroon roept onmiddellijk herinneringen op aan de Bende van Nijvel. Ook daar vielen tientallen slachtoffers tijdens overvallen.
Het geweld als doel op zich
Criminologisch is dat een belangrijk element. Klassieke overvallers proberen doorgaans risico’s te beperken. Ze vermijden confrontaties met politie en gebruiken geweld vooral functioneel. Zowel de Bende van Nijvel als de Lada-bende deden precies het tegenovergestelde.
In beide dossiers zien we:
onmiddellijke escalatie naar dodelijk geweld;
een opvallende bereidheid om politieagenten neer te schieten;
gebruik van zware vuurwapens;
schijnbaar koelbloedige uitvoering;
en een extreme agressiviteit tegenover willekeurige slachtoffers.
Dat soort gedrag past eerder bij wat criminologen “expressief geweld” noemen: geweld dat niet enkel dient om geld te verkrijgen, maar ook een psychologische of intimiderende functie heeft.
De riot gun als handelsmerk
Een van de meest opvallende parallellen is het gebruik van riot guns. Tijdens de feiten van de Bende van Nijvel werd de riot gun haast een symbool van de terreur. De wapens veroorzaakten zware verwondingen en werden vaak gebruikt op korte afstand.
Ook bij de Lada-bende duikt hetzelfde type geweld op. Verschillende feiten werden uitgevoerd met riot guns of gelijkaardige zware wapens. Natuurlijk bewijst dat op zich niets - riot guns waren niet uniek - maar in combinatie met de tactieken en het extreme geweld ontstaat wel een herkenbaar patroon.
Het gaat telkens om mobiele daders die zeer snel toeslaan, onmiddellijk het vuur openen en geen onderscheid maken tussen burgers en politie.
De moord op politieagenten
Misschien nog relevanter is de houding tegenover de politie. Bij klassieke banditisme wordt een politiecontrole meestal gezien als een risico dat men probeert te ontwijken. Zowel de Bende van Nijvel als de Lada-bende reageerden echter met onmiddellijke en dodelijke agressie.
De moord op politieagent Luc De Lauw in Zellik in 1988 is daar een voorbeeld van. Tijdens een routinecontrole werd vrijwel onmiddellijk geschoten. Dat soort reflexmatig geweld doet denken aan eerdere confrontaties tussen de Bende van Nijvel en rijkswachters.
Dezelfde geografische zone
Ook geografisch zijn de parallellen opvallend. Beide dossiers concentreren zich sterk rond Brussel en de Brabantse regio.
Dat gebied biedt snelle ontsnappingsroutes via autosnelwegen en lag in de jaren tachtig op het kruispunt van verschillende criminele milieus.
Geen identieke bende, wel dezelfde ecosystemen?
De grootste moeilijkheid bij de hypothese van een directe continuïteit is het leeftijdsverschil van sommige betrokkenen. Johnny Mottry zelf was te jong om tot de oorspronkelijke kern van de Bende van Nijvel te behoren. Dat sluit een verband echter niet uit.
Georganiseerde criminaliteit werkt zelden als één stabiele organisatie met vaste leden. Veel vaker gaat het om losse netwerken waarin wapens circuleren, contacten worden doorgegeven en ervaren geweldplegers nieuwe groepen beïnvloeden.
Het is dus mogelijk dat de Lada-bende geen letterlijke voortzetting van de Bende van Nijvel was, maar wel voortkwam uit dezelfde gewelddadige criminele milieus.
Een ongemakkelijke vaststelling
Tot vandaag bestaat er geen juridisch bewijs dat beide dossiers rechtstreeks met elkaar verbonden zijn. Toch blijven de gelijkenissen moeilijk te negeren.
In beide gevallen zien we extreem disproportioneel geweld, moorden op politieagenten, dezelfde geografische regio’s en daders die schijnbaar weinig angst hadden voor confrontaties.
Dat betekent niet noodzakelijk dat exact dezelfde personen betrokken waren. Maar het wijst wel op een opvallende continuïteit van methodes, mentaliteit en criminele cultuur.
"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via »
Facebook |
YouTube