Topic: Ukkel: 22 Maart 1990
Samenvatting
Wat? Moord op Gerard Bull, voorzitter van de Space Research Corporation (SRC)
Wanneer? 22 Maart 1990
Waar? Voor zijn appartement aan de François Folielaan 28 in Ukkel » Google Maps
Hoe? Vermoord met vijf 7.65 mm-kogels
Wie? Onbekend. Hoogstwaarschijnlijk is hij vermoord door de Mossad.
Status: Onopgelost
In 2003 kwam de moord nog eens in de pers » Nieuws.
Nekschoten voor Amerikaan in Ukkel
Gerard Bull, de voorzitter van de groep SRC, Space Research Corporation, is donderdagavond toen hij zijn appartement aan de François Folielaan 28 in Ukkel wilde binnenstappen vermoord met twee kogels in de nek. De man was op slag dood. De politie vermoedt dat de doders professionelen waren.
Gerad Bull (62) werd geboren in Canada en had de Amerikaanse nationaliteit. De SRC houdt zich ondermeer bezig met onderzoek op het vlak van militaire zaken en in het domein van de ruimte. Als nevenactiviteit is deze maatschappij ook nog gespecialiseerd in de verkoop van wapens waarbij ze optreedt als tussenpersoon.
Het ging niet om een roofmoord, want toen de man voor de deur van zijn Ukkels luxe-appartement werd gevonden, had hij nog 20.000 dollar (ong. 700.000 fr.) op zak. De onderzoekers denken aan een afrekening als gevolg van een misgelopen wapentransactie. Het is gebleken dat de zoon van het slachtoffer, die ook in Brussel woonde, momenteel in Irak verblijft om er te onderhandelen over een omvangrijke levering van geavanceerde wapensystemen.
Bron: Gazet van Antwerpen | 24 Maart 1990
Wapensmokkel heeft verband met Brusselse moordzaak
De ontdekking van onderdelen voor een voor Irak bestemd "superkanon" in de haven van Middlesbrough houdt volgens de Britse pers vermoedelijk verband met de moord op de Canadese wapenexpert Gérard Bull vorige maand in Brussel. Bull was destijds betrokken bij het ontwerpen van een kanon voor zeer lange afstand voor het Zuid-Afrikaanse leger. Het wordt niet uitgesloten dat hij getracht heeft dergelijk superwapen te verkopen aan de Iraakse president Saddam Hoessein.
Vorige maand werden op de Londense luchthaven Heathrow 40 voor Irak bestemde krytons in beslag genomen die zouden dienen als ontstekingsmechanisme voor kernwapens. Volgens het Britse persbureau Press Association bestond de in Middlesbrough gevonden lading uit acht kisten en zou de loop van het kanon 40 meter lang worden, wellicht de langste ooit gebouwd.
De krant The Times meldde dat het kanon 140 ton zou wegen en in staat zou zijn nucleaire en chemische granaten 700 kilometer ver te schieten. Zowel Israël als de Iraanse hoofdstad Teheran zouden binnen het bereik van het wapen vallen.
Bron: Gazet van Antwerpen | 13 April 1990
Dr. Bull ontwierp lange-afstandskanon voor Zuid-Afrika
Dr. Gérard Bull, de Canadese ballistische expert die drie weken geleden in Brussel werd doodgeschoten, was in 1978 ook betrokken bij de ontwikkeling van het veelbesproken Zuid-Afrikaans lange-afstandskanon, de G5. De G5, en de volgende versie de G6, werd door Krygkor - het Zuid-Afrikaans Defensiebedrijf - voor het Zuid-Afrikaanse leger geproduceerd en ingezet in zuid-Angola. Voor deze samenwerking met Zuid-Afrika werd Bull door een Amerikaanse rechtbank veroordeeld.
Een woordvoerder van Krygkor zei gisteren dat Bull na die veroordeling "voor wat Zuid-Afrika betreft van het toneel verdween”. Op de vraag of Irak lange-afstandskanonnen van Zuid-Afrika heeft gekocht, antwoordde deze woordvoerder dat "verschillende wapens, die in het Midden-Oosten opduiken, ons niet onbekend zijn …”
Zuid-Afrikaanse legerkringen zegden "zeer enthousiast" te zijn over het lange-afstandskanon van Bull. De G6 is een kanon op motoraffuit, de G5 niet. De maximum trefzekere afstand van beide kanonnen bedraagt 30 tot 39 kilometer. De G6 weegt 37 ton en het hele rijdend stuk is 9 meter lang, 3.3 meter breed en 3.2 meter hoog. Het wordt aangedreven door een luchtgekoelde dieselmotor. De maximum snelheid bedraagt 90 km per uur op de vlakke weg, en 30 tot 40 km in alle terrein. Hoe lang de loop van deze kanonnen is, wou het Zuid-Afrikaanse leger niet kwijt; wél dat zij een loopdoorsnee van 155 mm hebben en dat hun vuurkracht op 4 salvo's per minuut ligt.
Bull's G5 werd in 1978 door het Zuid-Afrikaans leger in gebruik genomen. De G6 werd in 1987 ontwikkeld.
Bron: Gazet van Antwerpen | 13 April 1990
"Superkanon" moest wellicht satellieten goedkoop lanceren
Ondanks officiële ontkenning van de fabrikant Sheffield Forgemasters menen Britse experts steeds meer aanwijzingen te hebben dat de voor Irak bestemde stalen buizen, die vorige week in de haven van Middlesbrough in beslag werden genomen, inderdaad onderdelen waren voor een nieuw soort "superkanon".
De firma ontkende in een formele verklaring dat de buizen konden dienen voor een satellietwapen dat zou ontworpen zijn door de Canadese wapenexpert Gérard Bull, die vorige maand door onbekenden werd vermoord in Brussel.
De buizen vormden deel van een pijpleiding van in totaal 156 meter voor een nog te bouwen petrochemisch complex in Bagdad, aldus het bedrijf, dat er aan toevoegde dat de in beslag genomen onderdelen samen slechts 40 meter vormen en maar één van in totaal acht zendingen zijn.
Britse deskundigen hebben echter sterke vermoedens dat Irak van plan was een "kanon” te bouwen dat satellieten op een goedkope manier in de ruimte zou kunnen zetten. Het "kanon” zou gebaseerd op het Harp-ontwerp van Bull en geen strikt militaire betekenis hebben. Volgens militaire experts zou het voor Irak erg voordelig zijn op dergelijke goedkope manier spionagesatellieten te kunnen lanceren die zowel de posities van Israël als van de andere Arabische landen en eventueel van de supermachten zou bespieden. Indien gewenst zou dergelijk wapen ook kunnen worden gebruikt voor beschietingen op zeer grote afstand, wat zou betekenen dat Israël en Teheran binnen het bereik van het wapen zouden kunnen vallen.
Sheffield Forgemasters gaf maandag formeel toe dat Bulls firma Space Research Corporation SRC had bemiddeld voor het contract met Irak.
Forgemasters zei door SRC te zijn benaderd met het verzoek stalen buizen te maken voor de Iraakse "petrochemische industrie” en dat het contract was ondertekend in juli 1988. Volgens een woordvoerder van het bedrijf was grondig onderzocht of SRC bonafide was.
Bron: Gazet van Antwerpen | 18 April 1990
Stalen buizen moesten dienen voor superkanon
De Britse minister van Handel en Industrie Nicholas Ridley gaf woensdag in het Lagerhuis toe dat de acht stalen buizen voor Irak, die vorige week door de douane in beslag werden genomen, wel degelijk waren bestemd voor de bouw van een "superkanon”.
Ridley zei dat de regering op de hoogte was van een Iraaks project om een lange-afstandskanon te bouwen naar een ontwerp van de Canadese wapenhandelaar Gerald Bull, die vorige maand in Brussel werd vermoord. Het was voor het eerst dat de Britse regering zich openlijk uitliet over de zaak. De krant The Independent had woensdag gemeld dat zowel de ministeries van Handel en Industrie als Defensie wisten van een eventueel militair gebruik van de goederen, maar dat ”hoge regeringsfunctionarissen” zware druk uitoefenden op de douane om de betrokken firma's niet juridisch te vervolgen. Op die manier wilden zij verhinderen dat duidelijk wordt welke rol de regering in de zaak heeft gespeeld, aldus de krant.
In antwoord op het door de Labour-oppositie gevraagde debat om na te gaan of de regering geen schending had toegestaan van haar eigen wapenembargo tegen Irak, zei Ridley dat zijn ministerie al in juni 1988 was gecontacteerd door het bedrijf Walter Somers Ltd. met de vraag of voor de export van stalen buizen naar de Space Research Corporation in België een uitvoervergunning nodig was. SRC was de firma van Bull. Kort nadien vroeg ook de firma Sheffield Forgemasters of het een vergunning nodig had voor de uitvoer van buizen naar een petrochemisch bedrijf in Irak. Op basis waarover wij toen beschikten meenden wij dat dat niet nodig was, zei Ridley.
Moord
Goedingelichte kringen in Londen noemden het opmerkelijk dat de Britse bedrijven contact onderhielden met een niet bestaand Iraaks ministerie van Industrie en Delfstoffen. Onderzoek heeft uitgewezen dat het telefoonnummer van dit "ministerie” hetzelfde is als dat van het ministerie van Industrialisatie, waaronder de Iraakse wapenindustrie valt.
Sheffield Forgemasters had reeds toegegeven dat over het contract met Irak is onderhandeld via Space Research Corporation. Dit bedrijf, dat onder meer in wapentechnologie handelt, werd opgericht door de Canadese rakettenspecialist dr. Gerard Bull. Hij is ook de ontwerper van het "superkanon”.
Wat de affaire nog schimmiger maakt is het feit dat Bull vorige maand voor zijn flat in Brussel werd vermoord. Volgens de politie was er geen sprake van roofmoord, want op het lichaam van Bull werden enige duizenden dollars gevonden. Van de daders - volgens de Brusselse politie professionele moordenaars - ontbreekt elk spoor.
In de jaren ’60 ontwierp Dr. Bull zijn "superkanon”, beter bekend als het High Altitude Research Project (HARP). In de Verenigde Staten en Canada zijn in totaal drie van deze enorme kanonnen gebouwd. Met hun tientallen meters lange lopen zijn de HARP-wapens in staat projectielen in een baan om de aarde te brengen of op duizenden kilometers afstand gelegen doelen te bestoken. Met het project werd gestopt, omdat de VS toch meer toekomst zagen in de ruimtevaart.
Bull is daarna kennelijk doorgegaan met de perfectionering van zijn wapen, in samenwerking met Irak, dat nooit een geheim heeft gemaakt van zijn streven een regionale supermacht te worden. Bull zou verder ook geavanceerde wapentechnologie hebben geleverd aan Zuid-Afrika. Maar ook Israël, dat ervan werd beschuldigd achter de moord op Bull te zitten, heeft bij monde van een oud-militair laten weten zaken te hebben gedaan met de Canadese ingenieur.
Bron: Gazet van Antwerpen | 19 April 1990
SRC staakt alle activiteiten
De firma Space Research Corporation van de Canadees Gerald Bull, die werd genoemd in verband met de smokkel van onderdelen voor een superkanon voor Irak, kondigde donderdag aan al haar activiteiten te staken en alle vestigingen te sluiten.
De familie van de op 22 maart in Brussel vermoorde Buil ontkende iets te maken te hebben met illegale praktijken of wapentrafieken. Michel Bull zei dat de “Group SRC” volledig eigendom was van Gérard Bull en nu eigendom is geworden van zijn zeven kinderen. De groep werd 1981 opgericht en heeft sinds 1983 een afdeling in België.
Er zijn ook afdelingen in Madrid, Zwitserland, Oostenrijk en Joegoslavië, waarvan hij de namen liever niet gaf "omdat we al genoeg worden geplaagd door telefoontjes" en omdat hij het na de moord op zijn vader "niet veilig acht” meer informatie te geven. “Ik ben een beetje angstig geworden ”, zei hij "want we weten nog niet wie achter de aanslag op mijn vader schuilgaat.”
De familie besloot al op 5 april het bedrijf op te doeken. Dat zal nog enige tijd in beslag nemen, er zijn legale wachttijden en de leveranciers moeten betaald worden. Bij SRC werken een tachtigtal mensen.
Bron: Gazet van Antwerpen | 20 April 1990
“Voorlopig geen verband tussen moord Cools en levering munitie superkanon aan Irak"
Volksvertegenwoordiger Hugo Coveliers (VU) interpelleerde woensdag minister van Justitie Melchior Wathelet over de moord op de Waalse politicus André Cools. Hij deed dat naar aanleiding van de publicatie van een boek van de Brit Chris Cowley (Guns, lies and spies), jarenlang medewerker van Gérard Bull, de man die voor Irak het superkanon ontwikkelde. Cowley denkt dat Cools werd vermoord omdat hij te veel wist over smeergeld dat was betaald om munitie van PRB voor dit superkanon te leveren aan Irak. De moordenaars van Gérard Bull en André Cools zouden wel eens dezelfden kunnen zijn, zo vreest Cowley. Coveliers wilde weten of dit allemaal grondig is onderzocht, maar Wathelet antwoordde dat er voorlopig geen enkele reden is om een verband tussen beide moorden te zien.
Cowley stelt in zijn boek dat hij Cools ontmoette vijf dagen vóór de moord op 18 juli 1991. Hij zond hem per aangetekende brief een lijst met namen en rekeninguittreksels, waaruit zou blijken dat Belgen smeergeld kregen voor levering van munitie van de firma PRB, voor het superkanon in Irak. Dat laatste werd ontwikkeld door Cowley’s werkgever, Gérard Bull, een Canadees ingenieur. Deze was al in maart 1990 in Ukkel vermoord.
Volgens Cowley was de top van de Generale Maatschappij op de hoogte van de onwettige wapentransporten naar Irak. Cowley noemt de naam van Hervé de Carmoy. De trafiek ging officieel naar Jordanië, maar werd daarna per vrachtwagen naar Irak gevoerd. Om de munitie naar Amman in Jordanië over te brengen, werd een legervliegtuig gebruikt. Iemand van het ministerie van Landsverdediging zou voor het gebruik van dit toestel 25.000 dollar in goudstaven hebben gekregen bij wijze van smeergeld. Na de verkoop van PRB aan het Britse Astra, bleek dat het orderboek van PRB voor 75% bestond uit bestellingen voor Irak, zo schrijft Cowley. De Engelse overheid verbood dan plots deze wapentransacties, waardoor Astra in de problemen kwam en PRB uiteindelijk failliet ging, zo zei Coveliers.
Cowley besluit in zijn boek dat er grote gelijkenissen zijn tussen de moord op Cools en deze op zijn vroegere werkgever Gérard Bull. De wijze van schieten, het gebruikte kaliber en de manier waarop de politie de zaak afhandelde in de affaire Bull en in de affaire Cools, zijn volgens hem identiek. Coveliers wilde van Wathelet weten of de beweringen van Cowley ernstig werden onderzocht door de Belgische politie en of de minister van Justitie stappen zal ondernemen om de bewuste lijst van namen en bankrekeningen in handen te krijgen.
Coveliers drong er voorts op aan dat men eindelijk eens een aantal gerechtelijke dossiers naast mekaar legt om een en ander te vergelijken. Zowel de moord op de ontwerper van het superkanon Gérard Bull, als deze op André Cools moeten samen bekeken worden met de beweerde diefstal van obligaties op de luchthaven van Zaventem, die op 26 november 1991 in Neufchateau aan het licht kwam én met het eigenaardige ongeval van Jules Verbinnen, kabinetschef van de vroegere Luikse burgmeester Close. Uit de rampauto werden in het holst van de nacht 14 dossiers weggehaald in opdracht van een zeer hoog magistraat. Waarom legt men al die dingen niet snel naast mekaar, zodat de waarheid aan het licht kan komen, wilde Coveliers weten.
Wathelet antwoordde dat in het huidige stadium van het onderzoek geen enkel verband kan worden gelegd tussen de moord op Bull en deze op Cools. De munitie is wel van hetzelfde kaliber, maar van een ander merk. Bovendien werd ze met een ander wapen afgevuurd. Cowley werd tot nu toe nog nooit ondervraagd over de moord op Cools. Het Belgische gerecht stuurde al in augustus 1991 verschillende telexen naar Engeland om Chris Cowley te ondervragen over zijn verklaringen rond de moord op Cools. Engeland slaagde er nooit in om contact op te nemen met Cowley.
De Luikse onderzoeksrechter Véronique Ancia stuurde bovendien in november 1992 een rogatoire commissie naar Engeland om documenten, die van belang kunnen zijn voor het onderzoek naar de moord op Cools, in beslag te laten nemen. Engeland antwoordde tot nu toe nog niet, maar het is volgens Wathelet nog te vroeg om zich hierover te beklagen.
Coveliers repliceerde dat er misschien geen enkel tastbaar bewijs is van de dingen die Cowley zegt, maar dat komt omdat het Engelse gerecht alle bewijsstukken in beslag heeft genomen onmiddellijk na de moord op Bull. Wathelet herhaalde nogmaals dat het niet de eerste maal is dat erop gerechtelijk vlak problemen zijn met Engeland. Hij waarschuwde echter ook voor valse geruchten. "Het Belgische gerecht heeft wel wat anders te doen dan alle mogelijke verhalen uit de pers te ontkennen”, zo zei de minister nog.
Bron: Gazet van Antwerpen | 24 December 1992
Alles wijst naar Israël
Naam: Gérard Bull
Doodsoorzaak: Gerard Bull werd op 22 maart 1990 met vijf 7.65 mm-kogels neergeschoten in de hal van zijn appartement. Geen enkel document, noch de 20.000 dollar die Bull op zak had, waren verdwenen.
Dader(s): onbekend (vermoedelijk Mossad)
Zaak in handen van: parket van Brussel
Verloop onderzoek: Mag de naam van Gérard Bull tot zijn dood voor de doorsnee-burger onbekend gebleven zijn, na de moord werd dat snel anders. Nog voor hij begraven werd namen de Britten nucleaire ontstekers, bestemd voor Irak, in beslag. Op twee plaatsen vond men trouwens ladingen buizen, bestemd voor het zogenaamde superkanon dat de Irakezen bouwden. De moord werd dan ook meteen in verband gebracht met Bulls werk in Irak.
Een jaar na de moord bracht de BBC een reportage waarin 'bewezen' werd dat de dader de Israëlische geheime dienst Mossad is. Maar vlak voor zijn dood had Bull ook een vergadering met de Belgische munitiefabriek PRB. Die was verwikkeld in een hele overnameprocedure met de Astra-groep. De moord zou, hoe dan ook, met wapens te maken gehad hebben.
Bron: Gazet van Antwerpen | 5 Februari 1997