1

Topic: Brussegem: 23 Juni 1983

Samenvatting

  • Wat? Dubbele roofmoord op twee bejaarde broers

  • Wanneer? In de nacht van 23 op 24 juni 1983

  • Waar? Brusselsesteenweg 408 in Brussegem » Google Maps

  • Wie? Paul Barrez en Moussa Benchaqroudi

  • Wapen? Een mes

  • Status: Opgelost

De twee broers werden vermoord met verschillende messteken nadat ze een inbreker hadden betrapt. De twee daders waren Paul Barrez, broer van Albert Barrez, en Moussa Benchaqroudi. Ze werden in juni 1986 allebei veroordeeld tot de doodstraf.

Ze stonden eveneens terecht voor een diefstal met geweld in de nacht van 9 op 10 juni 1983 gepleegd in Dendermonde, een inbraak bij een slager in Schellebelle en vier andere diefstallen.

De twee daders tijdens het assisenproces in 1986:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/moussa10.jpg

Twee bejaarde vrijgezellen doodgestoken te Opwijk

In Brussegem, een deelgemeente van Opwijk, heerste vrijdag grote opschudding toen bekend geraakte dat Petrus (81) en Frans (74) Schampaert in hun woning aan de Brusselsesteenweg werden neergestoken, waarschijnlijk in de nacht van donderdag op vrijdag.

Zo goed als zeker gaat het om een roofmoord, want het was geweten dat de twee vrijgezellen er warmpjes in zaten, hoewel bij een eerste onderzoek zou blijken dat zij wellicht niet zoveel in huis hadden als hun moordenaars vermoedde. Onderzoeksrechter Guy Bellemans kwam ter plaatse, samen met de gerechtelijke politie van Brussel, de rijkswacht van Opwijk en Asse en deze laatste gemeente ook de BOB.

Aan de hand van achtergelaten sporen kon al duidelijk vastgesteld worden dat de inbreker langs achter in de woning van de broers geraakte. De woonkamer lag overhoop, wat doet veronderstellen dat er een vechtpartij moet geweest zijn. Werd de inbreker door de broers verrast en heeft hij, zich niet aan een taaie weerstand verwachtend, toegestoken?

De twee bejaarden, gepensioneerde handelaars, waren nog flink te been. Zij kweekten groenten, waarvoor zij hun vaste klanten hadden.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 25 Juni 1983

Marktkramer verdacht van moord op bejaarde broer

De moord, gepleegd op 23 juni 1983 te Brussegem op de bejaarde broers Petrus (81) en Frans (74) Schampaert, is bijna opgelost. Door de BOB van Asse werd een 33-jarige marktkramer uit Willebroek aangehouden.

Marktkramer Paul B. blijft hardnekkig loochenen iets met de dubbele moord te maken te hebben, maar de rijkswacht van Asse is optimist. Paul B. zal naar alle waarschijnlijkheid voor nog andere onopgehelderde diefstallen met geweld op de rooster worden gelegd. Er zijn redenen om aan te nemen dat hij een beroepsdief is. Bij de broers Schampaert werd voor honderdduizenden gestolen.

Vechtpartij

Petrus en Frans Schampaert, die vrijgezellen waren, zaten er warmpjes in. Ondanks hun leeftijd waren ze nog flink te been en kweekten ze groenten waarvoor ze vaste klanten hadden. Aan de hand van achtergelaten sporen kon worden vastgesteld dat de inbrekers langs achter in de woning van de broers waren binnen geraakt. De woonkamer lag overhoop zodat men veronderstelde dat de dieven door de broers werden verrast en dat er een vechtpartij ontstond. Beide broers moesten echter het onderspit delven en werden door een van de boeven met ene mes neergestoken. Naar verluidt waren de bejaarde slachtoffers erg toegetakeld.

Vrij vlug kon de gerechtelijke politie van Brussel in een café van de Brusselse Marollen, een 20-jarige Marokkaan uit Buggenhout arresteren. Op de plaats van de moord waren vingerafdrukken gevonden die op de zijne geleken. Maanden aan een stuk ontkende de Marokkaan bij de moord te zijn betrokken. Wellicht viel hij thans door de man en heeft hij aan zijn ondervragers een en ander opgebiecht.

Wat dan weer tot de arrestatie van Paul B. heeft geleid. Het onderzoek is nog niet afgerond want er zijn redenen om aan te nemen dat, behalve de twee thans aangehoudenen, er nog andere medeplichtigen kunnen zijn. Enkele dagen na de moord werd ook een 15-jarige ondervraagd, doch hij werd toen niet ter beschikking van het gerecht gesteld.

Omdat er in de streek van Asse, Dendermonde, en zelfs Mechelen een aantal diefstallen met geweld nog steeds geen ontknoping kregen, acht men het niet uitgesloten dat Paul B. daar eventueel meer kan over weten. Het onderzoek is sinds de moord, nu zeven maanden geleden, toevertrouwd aan de Brusselse onderzoeksrechter Guy Bellemans.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 27 Januari 1984

Dubbele moord te Brussegem volledig opgelost

Op 23 juni van vorig jaar werden de bejaarde gebroeders Frans en Jozef Schampaert, 81 en 86 jaar, in hun woning te Brussegem op brutale manier om het leven gebracht. Drie dagen na de feiten werd een 20-jarige Marokkaan uit Buggenhout aangehouden, doch hij legde slechts gedeeltelijke bekentenissen af. Andermaal de BOB van Asse verhoord viel de jonge Marokkaan thans volledig door de mand. Het is hij die alleen bij de gebroeders Schampaert, die er warmpjes inzaten, is binnengedrongen en ze beide heeft vermoord.

Een vriend van de Marokkaan, de Vlaming P.D., een kermisreiziger van amper 20 uit Blaasveld, hield buiten de wacht en dacht dat de Marokkaan aan het inbreken was. Die P.B. werd op 22 januari van dit jaar gearresteerd.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 18 Mei 1984

Jonge Marokkaan neemt schuld op zich

Op 23 juni 1983 werden te Brussegem twee bejaarde broers op brutale manier om het leven gebracht. Twee kerels, een jeugdige Marokkaan en een dertigjarige Belg werden nadien aangehouden en ze legden bekentenissen af. Voor onderzoeksrechter Bellemans, aan wie het onderzoek werd toevertrouwd, was de zaak rond nadat ook tijdens een wedersamenstelling, de feiten schenen te kloppen.

Maar nu zou Ben M., de jonge Marokkaan uit Buggenhout, hebben verklaard dat hij op zijn eentje Petrus (81) en Frans Schampert (74) heeft doodgestoken. Wat dan de schuld die op Paul B. werd gelegd, zou verlichten. Hoe dan ook, zal de Brusselse onderzoeksrechter verplicht zijn tot een nieuwe wedersamenstelling over te gaan. Die zal eerstdaags plaatsvinden.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 5 Juni 1984

Dubbele roofmoord in Brussegem voor assisen Brabant

Het hof van assisen van Brabant behandelt vanaf vandaag het proces tegen de 35-jarige foorreiziger Paul Barrez, uit Willebroek, en de 22-jarige Marokkaan Moussa Benchaqroudi, ingeschreven te Buggenhout. Zij worden beschuldigd van dubbele roofmoord, gepleegd tijdens de nacht van 23 op 24 juni 1983, op de 74-jarige Frans Schampaert en zijn 80-jarige broer Petrus in de woning van het bejaarde broederpaar, aan de Brusselsesteenweg 408, te Brussegem.

Barrez blijkt opgetreden te zijn als tipgever en uitkijkpost. Benchaqroudi trok met een pistool en een slagersmes bij het broederpaar binnen. De Schampaerts stonden bekend om hun geld dat ze thuis bewaarden. Beide bejaarden werden met messteken toegetakeld en overleden later. Benchaqroudi legde beslag op een brieventas met 400.000 fr. inhoud. Barrez kreeg daarvan 20.000 fr.

Het duo was ook berucht voor tal van inbraken met geweld in de streek van Dendermonde. Bijzonder brutaal was de overval in de nacht van 9 op 10 juni 1983 op de 81-jarige alleenwonende Alfonius Willocx te Dendermonde. Benchaqroudi diende de man verscheidene kolfslagen op het hoofd toe.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 9 Juni 1986

Barrez en Benchagroudi beschuldigen elkaar

Voor het Hof van Assisen van Brabant, voorgezeten door raadsheer Jos Durant, begon maandag het proces tegen de 35-jarige Paul Barrez, een kermisreiziger uit Willebroek, en de 22-jarige Marokkaan Moussa Benchaqroudi uit Buggenhout. Het tweetal wordt beschuldigd van diefstallen met geweld, waarbij in juni 1983 de bejaarde broers Frans en Petrus Schampaert te Brussegem om hun geld werden vermoord.

Barrez wordt verdedigd door Mrs. August Gooris en Luc Deleu. Benchaqroudi door Mrs. Jan Scheers en Charles Van Olmen. Het openbaar ministerie is vertegenwoordigd door advocaat-generaal Moens.

Barrez ging slechts tot zijn veertiende jaar naar school en ging dan zijn vader helpen, die ook kermisreiziger was. Nadien ging hij bij andere familieleden werken die ook de kermissen afreisden. Tijdens zijn dienstplicht trad Barrez in het huwelijk met Micheline. Met deze vrouw bezocht hij later de kermissen, elk afzonderlijk met een molen. Doordat Barrez en zijn vrouw telkens naar verschillende kermissen gingen, kwam het tot een feitelijke scheiding.

Barrez maakte in 1983 kennis met Benchaqroudi die hem op de kermissen kwam helpen. Benchaqroudi stelde hem voor om een handel te beginnen naar Marokko toe vor het importeren van hasj. Voor een investering van 500.000 fr. kon men volgens Benchaqroudi gemakkelijk 2 miljoen fr. verdienen.

Uit de ondervraging van Benchaqroudi blijkt dal hij in het Rif-gebergte in Marokko werd geboren in een Berbergezin met tien kinderen. Op 14-jarige leeftijd komt hij zich met zijn vader in Buggenhout vestigen. Hij was in Marokko reeds betrokken geweest bij het plunderen van vrachtwagens. Op zekere dag diende hij rattenvergif toe aan zijn vader, zogezegd om hem te kalmeren. Wegens zijn gedrag kwam hij in het rijksopvoedingsgesticht te Ruiselede terecht en moest later ons land verlaten, maar keerde in 1979 naar België terug. Wegens motordiefstallen kwam hij andermaal in Ruiselede terecht. Later bleek de handel in drugs zijn voornaamste bron van inkomsten te zijn geworden.

Beiden staan nu ondermeer terecht om diefstal tijdens de nacht van 6 op 7 juni 1983 bij een slager te Schellebelle. Het tweetal roofde twee slagersmessen, een fototoestel, een identiteitskaart en wat kleingeld.

In de nacht van 9 op 10 juni 1983 waren ze betrokken bij de diefstal bij de 81-jarige Alfons Willocx te Dendamonde. Barrez geeft wel toe dat hij samen met Benchaqroudi tot bij de woonplaat van Willocx reed, maar hij zou heel de tijd buiten zijn gebleven. Volgens Benchaqroudi was het Barrez die de bejaarde met de kolf van zijn pistool op het hoofd had geslagen.

Betreffende de tweevoudige moord gepleegd op de bejaarde gebroeders Frans en Petrus Schampaert in de nacht van op 24 juni 1983 houdt Barrez vol dat hij, net zoal bij Willocx, wel zijn gezel ter plaatse bracht maar de woning niet betrad.

Volgens Benchaqroudi echter ging hij hier ook samen met Barrez het huis binnen na een ruit te hebben verbrijzeld. Toen ze via de badkamer tot in een gang kwamen, hoorden ze de stem van één van de broers die weldra in de deuropening verscheen. Barrez was volgens Benchaqroudi op dat ogenblik gewapend met een pistool en een slagersmes. Barrez hield volgens Benchaqroudi één van de broers met zijn vuurwapen in bedwang.

Benchaqroudi zou toen op zoek zijn gegaan naar geld en een portefeuille hebben gevonden waarin 611.000 fr. zat. Toen hij terugkeerde, stelde hij vast dat éen van de broers messteken had gekregen. De andere broer was ook aanwezig en zegde in aanwezigheid van Benchaqroudi tot Barrez: “Sakkerloot, gij zijt Paul, wat komt gij hier doen deugniet”. De tweede broer zou toen ook door Barrez zijn neergestoken. Benchaqroudi zou alles bij mekaar 425.000 fr. in de woonplaats van de broers hebben ontdekt, doch hij zou alleen maar hebben gestolen en zeker niet hebben gestoken, wat formeel door Barrez wordt tegengesproken. Deze zegt immers dat alle messteken aan beide broers alleen door Benchaqroudi werden toegebracht.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 10 Juni 1986

Benchaqroudi bleef zeven maanden ontkennen

Voor het Hof van Assisen van Brabant, waarPaul Barrez en Moussa Benchaqroudi terechtstaan wegens diefstallen met geweld en een roofmoord op twee bejaarde broers te Brussegem, werden dinsdagvoormiddag de onderzoeksrechter en twee gerechtsartsen als getuigen ondervraagd.

Onderzoeksrechter Bellemans trof in de villa van de twee slachtoffers de grootste wanorde aan. De meeste kastladen waren opengetrokken en de inhoud ervan was gedeeltelijk over de vloer verspreid. In de gang lag het lichaam van de 74-jarige Frans Schampaert, die zeven messteken had gekregen. Wat verder in de living werd het lichaam van de 80-jarige Petrus Schampaert aangetroffen, die twee messteken had gekregen.

Er werden ook afdrukken van schoenen met rubberen zolen gevonden. Deze bleken van Benchaqroudi te zijn, terwijl op een blikken doos zijn vingerafdrukken voorkwamen. Dank zij deze vingerafdrukken kon de Marokkaan vijf dagen nadien in een Brusselse herberg worden aangehouden.

Benchaqroudi bleef zeven maanden lang de feiten loochenen. Eerst in januari 1984 legde hij bekentenissen af. Ook bekende hij met Barrez een overval te hebben gepleegd op de 81-jarige Alfons Willocx te Dendermonde. Tijden de wedersamenstelling van de roofmoord te Brussegem weigerde Banez medewerking aangezien hij er volgens zijn verklaring niet had aan deelgenomen. Men was nochtans van zijn deelname overtuigd, nadat hij in januari 1984 aan de BOB van Asse had verteld dat hij telkens had deelgenomen aan de feiten waarvan Benchaqroudi werd beschuldigd, maar nooit ergens binnen was gegaan.

Terwijl het onderzoek nog aan de gang was, wijzigde Benchaqroudi volgens Bellemans al zijn vorige verklaringen. Hij beweerde ineens dat hij alleen was binnengedrongen in de woningen van de gebroeders Schampaert en Alfons Willockx, terwijl Barrez telkens buiten bleef wachten. Benchaqroudi verklaarde achteraf dat hij zijn versie had gewijzigd in de hoop dat Barrez hem aan een goede advocaat zou helpen. Later herhaalde Benchaqroudi zijn eerste bekentenissen.

Tijdens de namiddagzitting werden prof. Cosyns en Dr. Mommaerts gehoord die als psychiater de twee beklaagden onderzochten. Benchaqroudi was tegen zijn zin naar België overgebracht door zijn vader. Deze overbrenging had hij aangevoeld als een ontvoering. Hij kon moeilijk het gezag van zijn vader verdragen en op 12-jarige leeftijd diende hij zijn vader rattenvergif toe. Het zou niet in de bedoeling van Benchaqroudi gelegen hebben zijn vader te doden. Hij wilde hem alleen maar kalmeren omdat hij te veel slaag kreeg.

Benchaqroudi getuigt van een erg onafhankelijke persoonlijkheid. Hij wil overal zeer vlug resultaten bekomen. Dat zette hem ertoe aan geld te verdienen door middel van een handel in drugs. Hijzelf gebruikt slecht sporadisch marihuana. Volgens de psychiaters is Benchaqroudi een man die gemakkelijk liegt en die de zaken zo kan uitleggen dat men hem wel moet geloven. Toch is zijn fantasie niet zo erg groot. Zijn verstand is middelmatig. Hij wentelt gemakkelijk de schuld af op de anderen. Hij is volkomen toerekeningsvatbaar voor zijn daden en betekent een gevaar voor de maatschappij.

Wat Barrez betreft, verklaarden de deskundigen dat hij lijdt aan grootheidswaanzin en hij een mooiprater en geldverspiller is. Hij werd steeds door vrouwen aangetrokken en is weinig begaan met het familieleven. Hij aarzelde niet geld te verspillen in casino's en speelhuizen. Zijn intelligentie ligt eerder aan de lage kant. Barrez is geen vechtersbaas. Om aan geld te geraken zijn echter alle middelen goed. Barrez is een asociale persoonlijkheid. Reeds van jongsaf had hij met delinquentie te maken. Volgens de psychiater is ook Barrez toerekeningsvatbaar voor zijn daden. Hij levert echter geen gevaar op voor de maatschappij.

Vandaag gaat het getuigenverhoor verder.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 11 Juni 1986

Vingerafdrukken voetsporen wijzen naar Benchaqroudi

Voor het Assisenhof van Brabant, waar Paul Barrez en Moussa Benchaqroudi terechtstaan voor diefstallen met geweld en roofmoord, kwamen leden van de recherche hun vaststellingen toelichten. Bij de diverse inbraken werden meerdere vingerafdrukken en voetsporen aangetroffen, die alle wijzen naar Benchaqroudi.

Gerechtelijk commissaris De Petter had het over de diefstal met geweld gepleegd in de nacht van 9 op 10 juni 1983 op de 81-jarige Alfonsius Willocx te Dendermonde. Deze man werd daarbij met de kolf van een pistool een hersenschudding geslagen en van 196.000 fr. beroofd. Ter plaatse werden vingerafdrukken van Benchaqroudi aangetroffen. Benchaqroudi kon daarvoor geen enkel deugdelijk alibi voorleggen. Hij kon alleen verklaren dat hij tijdens bewuste nacht bij Barrez, die toen zijn werkgever was, had doorgebracht.

Als gevolg van de verschillende verhoren begon Benchaqroudi zichzelf voor te stellen als een slachtoffer. Hij beweerde dat men hem ten onrechte allerlei dingen ten laste wilde leggen. Benchaqroudi kon overigens niet geloven dat vingerafdrukken volstonden om hem als één van de daders aan te duiden.

Gerechtelijk commissaris Meurillon deed het onderzoek in de roofmoord op de gebroeders Schampaert te Brussegem. Ook hier werden vingerafdrukken maar ook voetsporen teruggevonden. Nadat was gebleken dat ze aan Benchaqroudi toebehoorden, werd deze vijf dagen later in herberg “Casablanca”, nabij het Zuidstation te Brussel gearresteerd.

Nog een getuige was opperwachtmeester Van Coensel van de BOB te Asse. Benchaqroudi legde ten overstaan van hem zijn eerste bekentenissen af in oktober 1983. Het ging toen om bekentenissen over het stelen van fietsen en bromfietsen. Pas op 23 januari 1984 bekende Benchaqroudi dat hij bij de tweevoudige moord op de gebroeders Schampaert was betrokken. Ook dat hij deelgenomen had aan de diefstal met geweld op Alfonsius Willocx te Dendermonde en ten slotte dat hij slagersmessen was gaan stelen bij een beenhouwer te Schellebelle.

Volgens Benchaqroudi werd hij telkens vergezeld door Barrez. Deze zou niet alleen Willocx hebben neergeslagen, maar later ook de gebroeders Schampaert hebben doodgestoken. Als gevolg van de beschuldigingen van Benchaqroudi werd toen ook Barrez aangehouden. Deze ontkende aanvankelijk maar ging weldra tot bekentenissen over. Wel verklaarde Barrez dat hij niet bij de slachtoffers was binnen geweest en dat het geweld dat herhaaldelijk plaatsvond alleen het werk was van Benchaqroudi.

Op 8 mei 1984 wijzigde Benchaqroudi plots zijn versie. Hij gaf toe dat hij alleen schuld droeg aan het geweld bij de verschillende slachtoffers. Een maand later echter keerde Benchaqroudi tot zijn eerste bekentenissen terug. Hij verklaarde toen zijn versie op zeker ogenblik te hebben gewijzigd omdat hij gehoopt had dat Barrez hem 200.000 fr. zou voorschieten voor een degelijke advocaat.

Tijdens de namiddagzitting kwam wachtmeester Lommens uit Opwijk aan het woord. Lommens was op patrouille in de nacht van 24 juni 1983 toen hij per radio werd verwittigd van een tweevoudige moord in een bungalow te Brussegem. In de bungalow stelde hij een grote wanorde vast. Hij trof de twee lijken aan en merkte dat het raam van de badkamer en het venster van de living waren verbrijzeld.

Opperwachtmeester Van Leuven uit Wetteren werd ter plaatse geroepen bij beenhouwer Burgerman te Schellebelle voor een inbraak in de garage waaruit o.a. twee jagersmessen en een fototoestel verdwenen. Bij de garage werden voetsporen teruggevonden. Het ging om sporen van pantoffels met rubberen zolen zoals Benchaqroudi er bezat.

Adjunct-commissaris Bourgoi was belast met het onderzoek naar de diefstal met geweld gepleegd bij de 81-jarige Alfonsius Willocx te Dendermonde. Het was duidelijk dat iemand naar binnen was gekomen via de achterzijde van de woning waar een ruit was verbrijzeld en een raam volledig open stond. Er werden vingerafdrukken aangetroffen op een muziekdoosje op de nachttafel. Uit dat doosje was meer dan 100.000 fr. weggenomen. Toen Willocx later werd ondervraagd, verklaarde hij dat hij slechts één enkele aanrander had opgemerkt. Deze had hem aanvankelijk op het hoofd geslagen en was hem vervolgens beginnen wurgen.

De indringer had nagelaten aan de kapstok in de broekzakken van het slachtoffer te kijken, waarin een portefeuille met 265.000 fr. stak. Er was elders ook nog een geldbeugel aanwezig met 50.000 fr.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 12 Juni 1986

Slachtoffers en familie getuigen over overvallen

In het proces van Paul Barrez en de Marokkaan Moussa Benchaqroudi, beiden beschuldigd van verscheidene diefstallen met geweld, waaronder de tweevoudige moord op de gebroeders Schampaert te Brussegem, kwamen donderdag slachtoffers of hun familieleden en kennissen getuigen.

Jan Van Belle, een handelaar die erg goed bevriend was met Petrus en Frans Schampaert, had beide broers nog de avond voor de feiten ontmoet. De gezondheid van beiden was toen uitstekend. De daaropvolgende morgen vernam getuige wat er gebeurd was.

Louisa Van den Bossche, nicht van de twee vermoorde broers Schampaert, zorgde regelmatig voor de schoonmaak in het huis van haar ooms. Toen ze vernam wat er gebeurd was, begaf ze zich met een paar familieleden ter plaatse. Aan de achterkant van de bungalow zag ze dat een ruit van de badkamer was verbrijzeld en dat de keukendeur dicht was maar niet slotvast. Getuige verklaarde dat haar ooms waardevolle documenten verborgen hielden bij de schoorsteen op zolder. Ze kon niet geloven dat er een geldbedrag verstopt was achter de kleerkast. Benchaqroudi beweert daar een belangrijke som geld te hebben ontdekt.

Daarna kwam Kamiel Burgelman, slager uit Schellebelle, getuigen. Bij hem werd op 7 juni 1983 ingebroken. De daders, de twee beklaagden, gingen er vandoor met twee slagersmessen, een waardevol fototoestel, wat pasmunt en ook een identiteitskaart. Alvorens de diefstal te plegen hadden ze de koehond van het slachtoffer in een hok opgesloten.

De bejaarde Alfons Willocx, die op 10 juni 1983 te Dendermonde werd neergeslagen en beroofd, kon om gezondheidsredenen niet komen getuigen. Zijn zoon Eugene zei Barrez, die een kilometer voorbij zijn deur woonde, te kennen. Getuige kende ook Benchaqroudi die een tijdje in een naburige fabriek had gewerkt. De morgen na de feiten trof getuige zijn vader in comateuze toestand in bed aan. Het aangezicht van de bejaarde was stukgeslagen en de hele kamer zat onder het bloed. Het slachtoffer diende veertien dagen in het ziekenhuis te blijven. Sindsdien lijdt hij aan evenwichtsstoornissen. Volgens getuige werd een omslag met 192.000 fr. bij zijn vader gestolen.

Twee op rust gestelde veldwachters uit de streek van Brussegem zegden dat de vader van Barrez een kermisreiziger was die een hele tijd een autoscooter uitbaatte, maar aan de gevolgen van drankmisbruik ten onder ging. De moeder van Barrez kwam uit een eerbare en gegoede familie. Barrez zelf kwam reeds op 18-jarige leeftijd wegens diefstal met het gerecht in aanraking. Getuigen beschouwden hem als een eerder loense kerel. Ze achten hem wel in staat tot het plegen van diefstallen, maar konden moeilijk geloven dat hij bij een tweevoudige roofmoord was betrokken.

Vrouwen

Tijden de namiddagzitting getuigde René De Staebel, die ooit samen met Barrez een kermismolen uitbaatte, dat de zaak failliet ging omdat beklaagde “te veel achter de vrouwen liep” en zijn werk verwaarloosde.

Yvette V., herbergierster uit Ramsdonk, woonde samen met Barrez en noemde hem gisteren een joviale man, aangenaam in de omgang. De verhouding was kort, want na vier maanden had Barrez kennis gekregen met een andere vrouw.

Karin C. uit Antwerpen was 18 jaar toen de relatie begon. Ze werd door Barrez met dure geschenken overladen. Na ruim drie jaar gingen ze uit elkaar. In juni 1983, toen de gebroeders Schampaert werden vermoord, toonde Barrez zich volgens getuige bijzonder zenuwachtig. Hij toonde zich verontwaardigd toen hij vernam dat zijn knecht Benchaqroudi van de tweevoudige moord werd beschuldigd.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 13 Juni 1986

Familie van beklaagden komt getuigen

In het proces tegen Paul Barrez en Moussa Benchaqroudi, beschuldigd van diefstallen met geweld waaronder de roofmoord op de gebroeders Schampaert te Brussegem, werden vrijdag opnieuw getuigen ondervraagd voor het Hof van assisen van Brabant.

Francine Barrez, zuster van Paul, kwam als eerste aan het woord, gevolgd door haar zuster Anita. Deze laatste bezoekt haar broer regelmatig in de gevangenis. Ook de jongere broer van de beklaagde, Albert, kwam getuigen.

Daarna was het de beurt aan Robert Verhelst, directeur van de technische school te Buggenhout. Benchaqroudi liep daar school vanaf 1976, toen hij 13 jaar was. Volgende getuige was de 53-jarige moeder van Benchaqroudi. Ze spreekt alleen het Berberdialect uit het Rifgebergte. Ze vertelt dat haar zoon Moussa een goede jongen is. Ze was er niet van op de hoogte dat Moussa ooit zijn vader had willen vergiftigen. Ze zei ook nog dat Moussa door zijn vader naar België werd overgebracht zonder dat hem vooraf werd verteld waar ze naartoe zouden gaan.

Daarna kwam de 19-jarige Mohammed Benchaqroudi, broer van Moussa getuigen. Hij studeert voor automecanicien. In 1978 kwam hij naar ons land. Nog vooraleer hij was aangehouden had Moussa hem verteld dat Barrez hem geld had gegeven voor de aankoop van een pistool. Na zijn aanhouding vertelde hij hem dat hij samen met Barrez bij de gebroeders Schampaert te Brussegem was binnengedrongen.

Een andere getuige was Frieda Dauwe. Ze kende de vader van Benchaqroudi toen die nog werkte in een fabriek in de streek van Dendermonde. De vader was belast met het reinigen van vaten en deed zijn werk voortreffelijk. Getuige vernam op zekere dag dat Moussa zijn vader rattenvergif had toegediend. De familie Benchaqroudi woonde toen kosteloos in een werkmanshuisje dat aan de fabriek toebehoorde.

Jan De Handschutter is de vroegere directeur van de school voor kinderen van kermisreizigers, die destijds in Rixensart was gevestigd. Paul Barrez liep er een paar jaren school en was alles behalve een puike leerling. Dit was blijkbaar voor een deel te wijten aan het feit dat hij de taal niet voldoende kende. Johan Schmidt is zelf een kermisreiziger. Hij zei dat Barrez een goede reputatie had bij de andere kermisreizigers. Volgens getuige wou Barrez naar het einde toe een winkel van video-apparaten openen.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 14 Juni 1986

Beklaagden even schuldig zegt openbaar ministerie

In het proces tegen Paul Barrez en Moussa Benchaqroudi, beiden beschuldigd van diefstallen met geweld waaronder de roofmoord op de gebroeders Schampaert te Brussegem. volgden maandagvoormiddag voor het Hof van Assisen van Brabant het rekwisitoor en het eerste pleidooi van de verdediging.

Het openbaar ministerie betoogde dat ze allebei even schuldig zijn. Wel werden Willock en later bij de gebroeders Schampaert alleen voetsporen of vingerafdrukken an Benchaqroudi gevonden, maar het openbaar ministerie achtte het niet uitgesloten dat ook Barrez bij deze slachtoffers binnen ging.

Het slagersmes waarmee de gebroeders Schampaert werden gedood, werd door Barrez een hele tijd verstopt in zijn woning. Hij was ook het brein achter de tweevoudige roofmoord bij de gebroeders Schampaert. Hij duidde ook de plaats aan waar beide broers woonden. Barrez had op dat ogenblik 4 miljoen frank schuld en had alle belang bij een winstgevende overval. Zonder Barrez zouden de diefstal met geweld bij Willocx en bij de gebroeders Schampaert zeker niet plaats hebben gevonden.

Mr. Luc Deleu van zijn kant wilde vooral bewijzen dat zowel bij de gebroeders Schampaert, als bij Willocx en bij beenhouwer Burgelman te Schellebelle, Benchaqroudi alleen naar binnen ging. De voetsporen en vingerafdrukken zijn alleen van Benchaqroudi afkomstig. Willocx zegde dat hij slechts door één enkele man werd overvallen. Enkele uren na deze feiten ging Benchaqroudi zijn bebloed hemd in de Schelde weg gooien. De advocaat gaf wel toe dat zijn cliënt Barrez financieel voordeel haalde uit de feiten.

Tijdens de namiddagzitting nam Mr. August Gooris het woord als tweede advocaat van Paul Barrez. In tegenstelling tot de Openbare Aanklager, die beide beklaagden als moordenaars bestempelde, mag dit volgens Mr. Gooris niet gezegd worden van zijn cliënt. Mr. Gooris verwees toen naar Moussa Benchaqroudi, die hij beschreef als een sluwe kerel die reeds diefstallen pleegde in Marokko en dat later bleef doen in België. Hij smeerde zich ook met de verkoop van verdovende middelen. Benchaqroudi is bovendien een gewelddadig iemand, die steeds rond liep met een mes op zak. Reeds op 12-jarige leeftijd mengde hij rattengif m het eten van zijn vader.

Net zoals Mr. Luc Deleu was Mr. Gooris de mening toegedaan dat zijn cliënt nergens bij de slachtoffers binnendrong. Barrez aanvaardde weliswaar een deel van het geld dat Benchaqroudi was gaan stelen. Maar, omdat Barrez, volgens de verdediging niet doodde, vroeg de advocaat dat aan de jury twee bijkomend vragen zouden worden voorgelegd. Uit deze vragen moet blijken, aldus Mr. Gooris dat Barrez de gebroeders Schampaert wel bestal, maar niet doodde.

Voor Moussa Benchaqroudi pleitten vervolgens Mr. Johan Scheers en Kris Van Olmen. De verdediging van de Marokkaan vroeg zich af waarom haar cliënt zeven maanden lang wachtte alvorens tot bekentenissen over te gaan. Dat was volgen de advocaten omdat Benchaqroudi juist aarzelde de mededader in deze zaak, nl. Paul Barrez, te verklikken. Anderzijds beklemtoont zij dat Benchaqroudi zijn eerste verklaringen tijdens het huidige proces helemaal niet wijzigde, berouw heeft en spijt heeft over hetgeen er gebeurde.

Wel is het juist, zo stellen de verdedigers, dat Benchaqroudi op een gegeven ogenblik van het onderzoek zijn versie helemaal wijzigde in het voordeel van Barrez. Benchaqroudi deed zulks - niet omdat hij zelf de slachtoffers doodde of neersloeg - maar alleen omdat hij hoopte aldus geld te bekomen van Barrez, teneinde een beroep te kunnen doen op een degelijk advocaat.

Wat de dubbele roofmoord bij de gebroeders Schampaert betreft, staat het vast dat beide slachtoffers, ondanks hun gevorderde leeftijd, nog kloek en gezond waren. Mocht Benchaqroudi deze twee kloeke mannen alleen hebben aangerand met een mes - want er mocht niet worden geschoten teneinde de buurt niet te wekken - dan had hijzelf wel het slachtoffer van de broers kunnen worden. Om dit risico te vermijden, was het nodig dat Barrez hem vergezelde.

Toen Barrez door één van de broers werd herkend, bleef niets anders over dan beide slachtoffers te doden, aldus Benchaqroudi’s verdedigers.

Vandaag volgen de replieken en het verdict.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 17 Juni 1986

Barrez en Benchaqroudi schuldig aan roofmoord

De gezworenen van het Hof van Assisen van de provincie Brabant hebben gisteren Paul Barrez en Moussa Benchaqroudi schuldig bevonden aan de moord op de gebroeders Frans en Petrus Schampaert te Brussegem.

Eerder hadden hun respectieve verdedigers hun pleidooi gehouden. Pleitend voor Barrez zei Mr. August Gooris dat hij door twee bijkomende vragen de jury in de mogelijkheid wou stellen uit te maken wie van beide beschuldigden de gebroeders Schampaert doodstak. Mr. Johan Scheers die voor Benchaqroudi pleitte betoogde dat zijn cliënt geen enkele reden had om te gaan doden.

Na een beraadslaging die drie uur duurde antwoordde de jury positief op de eerste 22 vragen en negatief op alle andere. Het arrest wordt echter pas vandaag in de namiddag verwacht.

Barrez en Benchaqroudi pleegden de roofmoord om de diefstal van 425.000 fr. te vergemakkelijken. Ze werden ook schuldig bevonden aan het neerslaan van de bejaarde Alfonius Willocx te Dendermonde. Voorts antwoordde de jury positief wat betreft hun schuld bij een inbraak hij slager Burgelman te Schellebelle en aan een poging tot diefstal bij Emiel Leemans te Dendermonde.

Blijkbaar hebben de beschuldigden toch wroeging over hun daden. Toen hen het woord werd verleend zei Barrez spijt te hebben. Hij zei geen moordenaar te zijn. Benchaqroudi drukte ook zijn spijt uit en vroeg vergiffenis aan de families, de slachtoffers, aan God en zijn eigen familie.

De vijf eerste vragen verwezen naar de diefstal met dodelijke afloop, gepleegd op de gebroeders Schampaert waarbij 425.000 fr. werd geroofd. De zesde tot en met de 12de vraag hadden betrekking op de diefstal met geweld gepleegd op Alfons Willocx te Dendermonde, waarbij 192.000 fr. werd geroofd. De 13de en 14de vraag hadden betrekking op de bij beenhouwer Burgelman te Schellebelle gepleegde diefstal met braak waarbij slagersmessen en fototoestellen werden gestolen. De 11de tot 22ste vraag hebben betrekking op een poging diefstal bij Emile Leemans. De 23ste tot en met de 43ste vraag ten slotte hadden betrekking op drie andere pogingen tot diefstal van beide beklaagden, met verschillende verzwarende omstandigheden.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 18 Juni 1986

Doodstraf voor Barrez en Benchaqroudi

Het Assisenhof van Brabant heeft woensdagmiddag zowel Paul Barrez als Moussa Benchaqroudi tot de doodstraf veroordeeld. Ze werden schuldig bevonden aan roofmoord op de gebroeders Schampaert te Brussegem, aan een diefstal met geweld te Dendermonde, aan een inbraak te Schellebelle en aan een poging tot diefstal met geweld te Dendermonde.

Advocaat-generaal Moens had tegen de twee beklaagden de doodstraf geëist, “omdat ze een ploeg vormden”. Barrez was op zoek naar geld en vond in Benchaqroudi de ideale partner om zijn plannen uit te voeren, aldus het openbaar ministerie. Mr. Deleu pleitte dat Barrez zijn medebeklaagde niet gedwongen heeft te slaan of te doden, terwijl mr. Van Olmen op de jeugdige leeftijd wees van Benchaqroudi en op zijn moeilijke aanpassing aan de westerse beschaving.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 19 Juni 1986

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube