1

Topic: Nantes: 26 Januari 1974

Samenvatting

  • Wat? Poging tot moord op de Franse industrieel en aannemer Serge Bréthome.

  • Waar? Saint-Herblain, nabij Nantes (Frankrijk).

  • Wanneer? 26 Januari 1974, omstreeks 7.10 uur ’s morgens.

  • Wie?
    - Jean (Paul) Graton, opdrachtgever
    - Christian Verhoeven, organisator
    - Paul Jaccachoury, schutter

  • Status: Opgelost

Op 26 januari 1974 werd de Franse aannemer Serge Bréthome voor zijn woning in Saint-Herblain, nabij Nantes, het slachtoffer van een zorgvuldig voorbereide huurmoordaanslag. Terwijl hij zijn krant uit de brievenbus haalde, opende Paul Jaccachoury het vuur met een pistool van kaliber 6,35 mm.

Een eerste kogel ketste af op de brievenbus en trof Bréthome in de dij; een tweede schot miste zijn doel doordat het slachtoffer opnieuw in elkaar zakte. De aanslag was opgezet door de Brusselaar Christian Verhoeven, die in opdracht van Bréthomes voormalige zakenpartner Jean Graton huurmoordenaars had gerekruteerd.

Graton wilde Bréthome laten uitschakelen na een jarenlange zakelijke ruzie over hun gezamenlijke ondernemingen. Dankzij de bekentenissen van Verhoeven en Jaccachoury kon de volledige organisatie van de moordpoging worden blootgelegd. Graton werd in Frankrijk veroordeeld als opdrachtgever en Verhoeven kreeg in België twaalf jaar dwangarbeid wegens zijn rol als organisator van de mislukte moordpoging.

Frans industrieel wilde vennoot laten vermoorden

De gerechtelijke politie van Nantes heeft zaterdag de 48-jarige Paul Graton, directeur-generaal van een grote steengroeve in de agglomeratie van Nantes, aangehouden wegens medeplichtigheid aan doodslag met voorbedachtheid.

Volgens de officieren die met het onderzoek in deze zaak werden belast, zou Graton, die aandeelhouder was in verscheidene maatschappijen van openbare werken, een bedrag van 630.000 fr. hebben uitbetaald aan huurdoders. Hun opdracht zou er hebben in bestaan zijn vennoot, Serge Brethome, eveneens directeur van een maatschappij van openbare werken, uit de weg te ruimen.

Zo waren er op 26 januari jl. enkele schoten afgevuurd op Brethome toen hij zich te Saint-Herbiain (Loire) op straat bevond. Brethome werd vrij ernstig aan het been gewond.

Safe met steekkaarten

De dader van de aanslag was de 28-jarige uitbater van een nachtclub Christian Verhoeven, die afkomstig is uit Anderlecht. Hij werd in april van dit jaar te Brussel aangehouden als een van de drie mannen die de safe van het Bureau voor Crimineel Inlichtingen in de hoofdstad hadden gestolen. In de brandkoffer staken 1.200.000 fr. en een reeks steekkaarten over tipgevers uit het milieu.

De koffer en de steekkaarten werden later in het kanaal van Charleroi teruggevonden. Tijdens een huiszoeking bij Verhoeven werd een grote som geld gevonden. De man bekende dat een deel van de buit kwam van de diefstal in Brussel en dat de rest een voorschot was op een tot dan toe mislukte aanslag. Hij vertelde bovendien dat een andere persoon was belast met een nieuwe poging om Brethome te vermoorden.

De Franse politie was op haar hoede en nam Brethome onder haar bescherming. Op het einde van augustus slaagde zij erin de tweede doder te Eure (Savoie) bij de kraag te vatten: het betrof de 24-jarige Paul Jaccachoury, een barman die bij Verhoeven werkte. De bekentenissen van Jaccachoury en Verhoeven leidden dan tot de aanhouding van Graton. Paul Graton en Serge Brethome werden in 1963 vennoten in een en dezelfde onderneming “Brethome en Cie”. Geleidelijk aan kwamen er misverstanden en in 1972 braken zij met mekaar en ging ieder zijn weg.

Bron: Gazet van Antwerpen | 15 Oktober 1974

Brusselse huurdoder voor Assisenhof van Brabant

Maandag begint voor het Hof van Assisen van Brabant, voorgezeten door raadsheer Mathoux, het proces ten laste van Christian Verhoeven, een 38-jarige handelaar uit Brussel. De man wordt ervan beschuldigd gepoogd te hebben vrijwillig, met de bedoeling te doden en met voorbedachtheid Serge Brethome te doden. De bedoeling de misdaad te begaan is aangetoond door daden, die een begin van uitvoering van de misdaad inhielden, en die slechts zijn onderbroken of die hun effect hebben gemist door omstandigheden, onafhankelijk van de wil van de dader.

De beschuldigde zal worden verdedigd door Mrs. Edmond Weyten en Eduard van Huyleghem. het Openbaar Ministerie zal worden waargenomen door eerste substituut Du Jardin. Het is een geschiedenis van huurdoders. Voor een niet onbelangrijk bedrag werd Christian Verhoeven door een zekere Jean Graton geronseld om een zakenrelatie van deze laatste in Nantes (Frankrijk) te gaan afranselen. Na een eerste mislukte poging luidde de opdracht “doden”.

Christian Verhoeven zocht nu op zijn beurt helpers om dit karweitje op te knappen. Na herhaalde reizen slaagden hij en een helper er uiteindelijk in hun slachtoffer te benaderen, maar de man werd slechts licht in de dij geraakt. De twee keerden ijlings naar België terug.

Zij wachtten echter vergeefs op hun beloning want Jean Graton, de opdrachtgever, werd inmiddels door een Frans assisenhof veroordeeld en langs deze weg vernam België de aan Verhoeven ten laste gelegde feiten.

Bron: Gazet van Antwerpen | 24 Maart 1979

Graton had plan om Verhoeven te laten ombrengen

In het proces tegen de 33-jarige Christian Verhoeven, beschuldigd van moordpoging op de Fransman Serge Bréthome, werd dinsdag als eerste getuige de Franse onderzoeksrechter Dubigeon uit Nantes voor het Hof van Assisen van Brabant ondervraagd.

Hij gaf een beschrijving van de aanstoker tot de moord poging, de Franse aannemer Jean Graton, die zijn vennoot Bréthome uit de weg wilde laten ruimen.

Graton was volgens de rechter een erg autoritair man die niet kon dulden dat iemand hem iets in de weg zou leggen. Samen met Bréthome stond Graton aan het hoofd van twee belangrijke steengroeven, waar beiden elk een aandeel van 45% in bezaten. Graton had het kapitaal geleverd voor de exploitatie van de groeven, terwijl Bréthome als deskundige de vereiste technische kennis had.

Nadat Graton vaststelde dat Bréthome achter zijn rug bouwmaterialen bestelde in andere steengroeven tegen goedkopere prijzen, besloot hij zich van zijn vennoot te ontdoen. Graton maakte eerst gewag van een pak slaag maar achteraf bleek duidelijk dat hij Bréthome eenvoudig uit de weg wilde laten ruimen. Nochtans had Graton er volgens de rechter geen rechtstreeks voordeel bij Bréthome te laten verdwijnen, omdat hij zijn technische hulp moeilijk kon missen. Tijdens het onderzoek bleek dat Graton een beroep op huurmoordenaars had gedaan.

Schrik voor Graton

De Franse rechter die tijdens het onderzoek herhaaldelijk Verhoeven had ondervraagd, vernam van hem dat hij er niet erg op gesteld was Bréthome om te brengen, en dat hij alles in het werk stelde om de zaak zo lang mogelijk te laten aanslepen om ondertussen Graton zoveel mogelijk geld afhandig te maken.

Dat had echter tot gevolg dat Verhoeven zelf bang werd voor Graton. Verhoeven had kunnen vaststellen dat Graton een zwaar pistool verborgen hield waarmee deze heftige man weleens zou kunnen schieten. Maar er is geen formeel bewijs dat Graton werkelijk gepoogd heeft Verhoeven te doden. Nadat Graton in de gevangenis van Nantes werd opgesloten, stuurde hij vanuit zijn cel kleine briefjes naar bepaalde medeplichtigen met de boodschap hoe ze tijdens de ondervragingen moesten antwoorden. Van de twee mannen die Verhoeven opdracht gaf Bréthome in zijn plaats neer te schieten, nl. Faucheux en Jaccachoury, werd alleen de laatste vervolgd.

Toen Graton was opgesloten, poogde hij vanuit de gevangenis Bréthome te laten doden. Hij liet 2 miljoen oude Franse fr. deponeren in een bank te Nantes, geld dat bestemd was voor een andere huurmoordenaar. Graton koesterde ook plannen om Jaccachoury te laten verdwijnen in een bad zuur en Bréthome met een spuit curare. Hij wilde ook de minnares van Verhoeven laten vermoorden, en Verhoeven zelf laten doodschieten op de begrafenis van de vrouw.

Dan kwamen de Belgische onderzoeksrechter De Brabandere en eerst aanwezend gerechtelijk commissaris Esser nog enige uitleg geven over de feiten, zonder evenwel nieuwe elementen te onthullen. Een rijkswachter en twee inspecteurs van de gerechtelijke politie uit Nantes kwamen vertellen hoe ze tot de vaststelling kwamen dat bij de aanslag op Bréthome vooral in de richting van het hoofd werd gevuurd.

Een van de politie-inspecteurs, die Jaccachoury over de feiten had ondervraagd, vernam dat Verhoeven had voorgesteld een duchtig pak slaag te gaan toedienen aan een handelaar in verdovende middelen, doch Jaccachoury voegde eraan toe dat hij moest zorgen dat de sporen werden uitgewist, terwijl de aanslag zelf door Verhoeven zou worden gepleegd.

Roger Van Malder, politiecommissaris te Brussel, ging destijds naar Nantes en vernam er van Verhoeven dat Bréthome op aandringen van Graton diende gedood, of ten minste zodanig gekwetst te worden dat hij niet langer zijn beroep zou kunnen uitoefenen. Wat Jacca-choury betreft, deze was ervan overtuigd Bréthome dodelijk te hebben getroffen, wat er hem toe aanzette achteraf te gaan dansen.

Vervolgens werd hetslachtof-fer Serge Bréthome, een ingenieur van beroep, als getuige ondervraagd. Op het ogenblik van de feiten bewoonde Brétho-me een paviljoen in een buitenwijk van Nantes met eromfeen een tuintje met een metalen hek. De dag van de feiten, n.l. op 26 januari om 7.10 u. in de ochtend, toen het nog donker was, kwam Bréthome uit zijn garage en legde een zevental meters af om uit zijn brievenbus de krant weg te halen. Hij merkte toen op de stoep een man die tegen een bromfiets leunde.

Defect

Deze verklaarde dat hij een klein defect had. Toen Bréthome een knie op de grond zette om zijn krant te nemen en even later weer wou rechtstaan, nam hij plotseling een geel-oranje vlam waar en hoorde een knal. Meteen voelde hij een hevige pijn in het linkerdijbeen, zodat hij weer in elkaar zakte. Toen zag hij dadelijk een tweede vlam en een kogel flitste boven zijn hoofd in de garagepoort Bréthome was ervan overtuigd dat hij de tweede kogel recht in het hoofd zou hebben gekregen indien hij niet opnieuw in elkaar was gezakt.

Onmiddellijk zou hij toen aan een aanslag hebben gedacht vanwege Graton. Bréthome vond nog de kracht zich in zijn garage te gaan opsluiten zodat hij niet langer in gevaar verkeerde. De opgelopen verwonding maakte hem vier weken lang werkonbekwaam.

Toen hij later werd geconfronteerd met Verhoeven en Jaccachoury, meende Bréthome laatstgenoemde te herkennen als de aanrander. Bréthome verklaarde dat er voor Graton redenen te over waren om hem uit de weg te ruimen. Bréthome en Graton hadden beiden voor 45 procent aandelen in twee belangrijke maatschappijen voor het aanleggen van wegen.

De dood van Bréthome zou Graton toegelaten hebben de meerderheid van de aandelen op te kopen en dus heer en meester te zijn. Vanop de beklaagdenbank zegde Verhoeven toen dat hij weliswaar zelf niet schoot, maar toch zijn excuses aanbood. Bréthome stelde zich burgerlijke partij.

Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Maart 1979

Verhoeven bedreigde ook ex-inspecteur van BCI

Voor het Hof van Assisen van Brabant zijn woensdag de laatste getuigen gehoord in het proces tegen de 33-jarige Christian Verhoeven, beschuldigd van moordpoging op de Fransman Serge Bréthome.

Eerste getuige was Paul Garnier, een op pensioen gestelde wapenhandelaar, die als wapenkundige verklaart dat de 6,35 mm kogel, waarmee het slachtoffer werd gekwetst, afgevuurd werd van op een afstand van meer dan 20 centimeter, daar er nergens sporen van kruit op de kleren van het slachtoffer werden teruggevonden en ten hoogste van op een afstand van 4 meter gezien de straat waar werd gevuurd niet breder was. Omdat een huls werd teruggevonden op de stoep nabij het huis van Bréthome, mag worden aangenomen dat werd geschoten vanaf ongeveer 1,5 m.

De afgevuurde kogel ketste eerst tegen de brievenbus af alvorens Bréthome te treffen. Zonder dit voorval zou de kogel in de romp van het slachtoffer zijn gedrongen.

De volgende getuigen zijn de psychiaters, nl. de Drs. Owieczka en Van Vijve. Zij stelden vast dat Verhoeven een gelukkige jeugd kende, maar reeds vrij jong als delinquent optrad. “Hij is erg koel, intelligent en zeker verantwoordelijk voor zijn daden. Hij ondervond steeds moeilijkheden om zich aan de maatschappij aan te passen omdat hij de gewone normen niet aanvaardt”, aldus de artsen.

Vervolgens is het de beurt aan een gewezen lid van het Bureau voor Criminele Informatie. Deze had op het ogenblik van de feiten nauwe contacten met Verhoeven. Bij het uitoefenen van zijn ambt ging deze gewezen politieman vaak Verhoeven opzoeken in zijn bar “Le Milord”, in de Beenhouwerswijk te Brussel. Deze getuige hoorde er toevallig spreken over de aanslag te Nantes op de Fransman Bréthome.

Bedreiging

Toen Verhoeven begreep dat deze getuige alles had gehoord, begon hij te dreigen en zei hij: “U weet er nu genoeg van. Wees op Uw hoede voor Uw vrouw en Uw kinderen. Mocht U Uw mond voorbijpraten, dan mag U deze personen vergeten.” Enkele maanden later, na arrestatie van Verhoeven, schreef deze getuige een brief naar de onderzoeksrechter te Nantes om te melden dat hij bang was, niet alleen voor zich zelf maar ook voor zijn vrouw en kinderen.

Dezelfde getuige was tijdens de nacht van 19 op 20 april 1974 betrokken bij de diefstal in de kantoren van het Bureau voor Criminele Informatie, waarbij 1.250.000 fr. werd gestolen. Hij gaf aan Verhoeven en aan de Fransman Jaccachoury de sleutel die hen moest toelaten de brandkast zonder veel hinder te komen weghalen. Zowel Verhoeven als Jaccachoury liepen voor deze diefstal verscheidene jaren gevangenisstraf op.

Vervolgens kwam de tweede echtgenote van Verhoeven, de 24-jarige Virginia Santa Cruz, getuigen. De dag dat Bréthome in Nantes werd neergeschoten, nl. op 26 januari 1974, bevond de jonge vrouw zich met Verhoeven en Jaccachoury in de streek van Nantes. Om 6 uur 's morgens stelde ze vast dat Jaccachoury zich aan het schminken was, dat hij een bivakmuts opzette, verscheidene vestjes aantrok met daarover een oude versleten jas en wegreed met een splinternieuwe bromfiets. Enkele uren nadien keerde Jaceachoury terug en zei toen: “Ik ben geslaagd Ik ben een caid”.

Vervolgens ging hij de bromfiets in een rivier gooien en eveneens de verschillende vestjes samen met de oude jas. Er had dan een twist plaats tussen Jaccachoury en Verhoeven.

Een andere getuige, de 33-jarige eerste echtgenote van Verhoeven, vernam de feiten uit de kranten. Ze beschreef haar gewezen echtgenoot als een onstandvastig persoon. De 28-jarige Yves Verhoeven, broer van beklaagde, kwam vertellen dat hij nooit moeilijkheden ondervond.

Tijdens de namiddagzitting werden aanvankelijk nog enkele getuigen ten gunste gehoord, onder wie een gewezen werkgever van beklaagde, die zich allen in positieve zin uitlieten over Verhoeven.

Vervolgens begon Mr. Guy Delfosse met zijn pleidooi voor de burgerlijke partij, het slachtoffer Serge Bréthome. De advocaat verwees dadelijk naar de thesis van Verhoeven, volgens welke de feiten gepleegd op het slachtoffer een soort van afrekening tussen twee industriëlen uitmaakten. Als advokaat van de burgerlijke partij vroeg Mr. Delfosse niet om een sanctie, maar wel eiste hij dat gerechtigheid zou geschieden.

Graton, die een losbandig leven leidde, wilde Serge Bréthome uit de weg laten ruimen om de alleenheerschappij te verwerven over twee machtige vennootschappen en daarbij deed hij vooral een beroep op Verhoeven. Deze had op dat ogenblik al verscheidene veroordelingen opgelopen. Hij stond bekend om zijn sluwheid en valsheid. Verhoeven ging in op het voorstel van Graton om, mits een fors bedrag, Serge Bréthome te gaan doden. Het slachtoffer ontsnapte echter op het nippertje aan de dood en achteraf leefde hij in een bestendige vrees dat er een nieuwe moordpoging tegen hem zou worden ondernomen. Ook indien Verhoeven niet zelf heeft geschoten, toch is hij even schuldig als de man die het wapen hanteerde, aldus Mr Delfosse.

Het arrest wordt verwacht tegen donderdagavond.

Bron: Gazet van Antwerpen | 29 Maart 1979

Twaalf jaar dwangarbeid voor Verhoeven

De jury bij het Assisenhof van Brabant heeft Verhoeven schuldig bevonden aan mededaderschap, en poging tot doodslag met voorbedachte rade op Serge Bréthome. Na de beraadslaging antwoordde de jury positief op de eerste vraag met zeven stemmen voor en vijf stemmen tegen.

Verder: positief op de tweede vraag. Het Hof diende derhalve afzonderlijk te beraadslagen over de eerste vraag (zien de zeeven stemmen voor en de tegen) en sloot zich na een korte afwezigheid bij de meerderheid hierover aan.

Vervolgens eiste advocaat-generaal Du Jardin een strenge en voorbeeldige straf, daarbij rekening houdend met het zwaar strafregister van Verhoeven.

De twee advocaten van de verdediging, Mr. Weythen en Van Huyleghem, betoogden dat hun cliënt zich ondertussen heeft gebeterd en dat hij alle contacten met het milieu heeft verbroken zodat hij een milde straf verdient.

Verhoeven wendde zich tot de jury en verzocht hem een kans te bieden en hem spoedig naar de maatschappij terug te laten keren, te meer daar hij ondertussen typograaf is geworden.

Na een beraadslaging die ongeveer vijftig minuten duurde, werd hij tot twaalf jaar dwangarbeid veroordeeld.

In het proces tegen de 33-jarige Christian Verhoeven, beschuldigd van moordpoging op de Fransman Serge Bréthome, nam advocaat-generaal Du Jardin donderdagvoormiddag het woord voor het Hof van Assisen van Brabant. Bij de aanvang van zijn rekwisitoor zei hij dat een nuchtere kijk op de feiten tot het besluit leidt dat de realiteit hier de fictie van de meest sombere politie-roman overtreft.

Hij had het uitgebreid over het verloop van de feiten: De talrijke reisjes van Verhoeven naar Nantes om het slachtoffer te gaan bespieden, zijn contacten met Faucheux en Jaccachoury, met de bedoeling uiteindelijk Serge Bréthome te laten doodschieten. De hele operatie op touw gezet door de Fransman Graton, maakte zonder de minste twijfel een poging tot moord uit. Indien van de twee afgevuurde kogels slechts één in het dijbeen van het slachtoffer terechtkwam, was dat louter omdat het slachtoffer telkens een onverwachte
beweging maakte.

De kogels werden niet afgevuurd om te intimideren, maar wel om te doden. Na het tweede schot raakte het 6,35 mm-pistool klem, zodat het leven van Bréthome uiteindelijk gespaard bleef.

Hoofdaanstoker Graton had het plan opgevat zijn concurrent Bréthome uit de weg te doen ruimen om zijn eigen financiële toestand te verbeteren. Daarom kwam hij herhaaldelijk Verhoeven te Brussel opzoeken. Die was dadelijk bereid op de voorstellen van Graton in te gaan.

Faucheux en Jaceachoury voerden uit, maar het was Verhoeven die aan de touwtjes trok. Verhoeven maakte zich als mededader schuldig aan de moordpoging. Zonder de tussenkomst van Verhoeven zou de poging niet eens plaats hebben gehad.

Geen doder

Als eerste advocaat van de verdediging gaf Mr. Van Huyleghem toe dat Verhoeven heel wat kan worden verweten. Hij werd reeds herhaaldelijk veroordeeld wegens diefstallen, maar in het milieu staat hij niet bekend als een doder wel als een gewone inbreker. De advocaat betoogde dat het slachtoffer in feite per toeval werd getroffen, want Verhoeven noch Yaccachoury hadden de bedoeling hem te raken. Ze wilden Bréthome alleen maar bang maken.

De tweede advocaat van de verdediging, Mr. Weyten, heeft het eerst over de zonderlinge procedure die in Frankrijk in deze zaak werd gevolgd en waarbij Graton niet als de dader van de aanslag kan worden veroordeeld, ook al was hij de aanstoker. Graton speelde immers een essentiële rol in deze zaak. Hij is een soort monster en beschikt over een enorme macht in de streek van Nantes.

Verhoeven is slechts “een dikke nek”. Herhaaldelijk kwam Graton naar Brussel om er Verhoeven aan te sporen een pak slaag aan Bréthome te geven. Doch het wapen, een 6,35 mm-pistool, is weinig precies en slechts een van de twee kogels raakte het slachtoffer en slechts na tegen een brievenbus te zijn afgeketst.

De advocaat ziet er een bewijs in dat Jaccachoury van op zeer grote afstand schoot en zeker niet de bedoeling had Bréthome te raken. Hij wilde hem enkel bang maken. Hij had Bréthome gemakkelijk kunnen doden indien hij het werkelijk had gewild. Volgens de advocaat bestaat er twijfel over het het toedienen van slagen en verwondingen aan Bréthome.

Tijdens de namiddagzitting had Verhoeven nog wat te zeggen na de gebruikelijke replieken. Hij verklaarde: “Ik bied de h. Bréthome mijn verontschuldigingen aan. Het spijt mij wat hem is kunnen. overkomen. Ik begrijp niet hoe ik op dergelijke wijze heb kunnen handelen. Ik had niet de bedoeling hem enig kwaad te berokkenen. Van mijnentwege heeft hij niets meer te vrezen.”

Toen las voorzitter Mathoux de vier vragen voor die de juryleden dienen te beantwoorden. Ze luiden:

1. Is Verhoeven schuldig als mededader aan een poging tot doodslag op Serge Bréthome?
2. Trad hij als mededader op met voorbedachten rade?
3. Is Verhoeven schuldig als medeplichtige aan een poging tot doodslag op Serge Bréthome?
4. Trad hij als medeplichtige op met voorbedachten rade.

Daarna trokken de gezworenen zich terug om te beraadslagen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 30 Maart 1979

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube

2

Re: Nantes: 26 Januari 1974

De schoonvader van Christian Verhoeven, Julian Santa-Cruz-Claessens, schoot in 1978 een barman dood.

Brusselse barman schoot collega dood

De baas van de bar “Santa Cruz” heeft donderdagochtend omstreeks 3u.30 de barman van een andere bar “Club Seven”, gevestigd aan de Pletinckxstraat te Brussel, neergeschoten. De feiten gebeurden in de bar “Santa Cruz”, Pletinckxstraat 16, toen Jean-François Roudeix, 31 jaar, van Franse nationaliteit, wonende aan de Wereldtentoonstellingslaan te Jette, en barman in de “Club Seven” in de “Santa Cruz” aan de uitbater kwam vragen zijn schulden te betalen.

De uitbater van de “Santa Cruz”, Julian Santa-Cruz-Claessens, geboren te Oostende in 1928, moest Roudeix nog een bedrag van 12.000 fr. betalen voor zijn verbruik in de “Club Seven”. Wat er precies gebeurde tussen beide mannen is nog niet duidelijk. Op een bepaald ogenblik heeft Santa-Cruz-Claessens een pistool boven gehaald en zes schoten afgevuurd die Roudeix dodelijk troffen. Santa-Cruz-Claessens verwittigde zelf de politie. Er waren geen getuigen. Het parket stapte ter plaatse af.

Bron: Gazet van Antwerpen | 30 Juni 1978

Drie jaar cel voor “verschoonbare moord” te Brussel

De Correctionele Rechtbank te Brussel heeft woensdag de 51-jarige barhouder Julian Santa Cruz-Claessens veroordeeld tot 3 jaar gevangenisstraf en 10.000 fr. boete wegens “verschoonbare moord” en tot 3 maanden en 4.000 fr. wegens verboden wapendracht.

De feiten deden zich voor in de bar van Julian, de “Santa Cruz”, Plettinckxstraat 16 te Brussel, in de nacht van 28 op 29 juni 1978. Omstreeks 3.30 u. kreeg Santa-Cruz-Claessens het bezoek van de 31-jarige Jean-Claude Roudeix uit Jette.

Roudeix was de uitbater van de nabijgelegen bar “Club Seven”. Hij kwam eisen dat Santa-Cruz zijn schulden zou betalen. Naar verluidt voelde Santa Cruz zich bedreigd. Op een bepaald ogenblik werden zes schoten gelost met een revolver. Roudeix was op slag dood. Santa-Cruz belde zelf de politie op. Er waren geen getuigen van de feiten.

Deze zaak kwam ook even ter sprake toen in maart jl. de schoonzoon van Santa-Cruz, Christian Verhoeven, voor het Brabants Hof van Assisen verscheen. Deze werd veroordeeld tot 12 jaar dwangarbeid wegens zijn aandeel in een moordpoging op een industrieel uit Nantes.

Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Juni 1979

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube