De 22 maanden stilte: pauze van de Bende of pauze van de bendewapens?
In de klassieke chronologie van de Bende van Nijvel ligt tussen de roofmoord in Anderlues op 1 december 1983 en de feiten in Eigenbrakel en Overijse op 27 september 1985 een periode van bijna 22 maanden. Die periode wordt vaak voorgesteld als een soort stilte: de Bende zou gedurende bijna twee jaar niets meer hebben gedaan.
Maar wat weten we eigenlijk zeker? We weten vooral dat er in die periode geen andere feiten zijn die officieel en voldoende overtuigend aan de Bende zijn gekoppeld. Dat is iets anders dan weten dat de daders gedurende 22 maanden geen misdrijven pleegden.
Ittre is daarbij een interessante insteek. De roofmoord op Maurice Douillet op 15 februari 1984 wordt pas veel later in verband gebracht met de Bende. Dat is op zichzelf al veelzeggend. In de jaren 1982-1983 werden verschillende feiten in een relatief beperkt geografisch gebied gepleegd en konden ze via wapens, voertuigen of modus operandi aan elkaar worden gekoppeld. Maar zodra men ervan uitging dat men de daders of het Bende-milieu voldoende in beeld had, lag het minder voor de hand om tientallen andere dossiers uit dezelfde periode opnieuw systematisch tegen het licht te houden.
Pas decennia later is men sommige van die oude dossiers opnieuw gaan bekijken.
Een pauze van de bendewapens
De belangrijkste vraag is daarom niet alleen: stopten de daders na Anderlues? De belangrijkere vraag is: waarmee werden de feiten uit die periode aan elkaar gekoppeld?
De kern van de onderlinge koppeling van de Bende-feiten ligt immers vooral in de ballistiek. In mindere mate spelen ook voertuigen en modus operandi een rol. De terugkerende wapens vormden dus een soort verbindingsmechanisme tussen afzonderlijke misdrijven.
En precies daar zit een belangrijke beperking. Wanneer tussen december 1983 en september 1985 geen van de bekende bendewapens opnieuw wordt aangetroffen of gebruikt, ontstaat er automatisch een periode zonder ballistische verbinding. Maar dat betekent niet dat de daders zelf verdwenen zijn.
Ze konden andere wapens hebben gebruikt.
Ze konden bij bepaalde feiten helemaal niet hebben geschoten.
Ze konden andere soorten misdrijven hebben gepleegd.
Of ze konden dezelfde wapens hebben gebruikt in een dossier waarin niemand op dat moment aanleiding zag om een verband met de Brabantse feiten te onderzoeken.
Een pauze in de bekende bendewapens is dus niet noodzakelijk een pauze van de daders.
De manier waarop dossiers werden onderzocht is daarbij belangrijk
Er is nog een element dat gemakkelijk wordt vergeten: niet elk crimineel feit waarbij werd geschoten, werd automatisch en systematisch ballistisch vergeleken met alle andere schietincidenten. Een verband ontstaat immers pas wanneer iemand de afzonderlijke dossiers daadwerkelijk naast elkaar legt.
Dat kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer dezelfde deskundige de analyses van twee verschillende feiten uitvoert en een overeenkomst vaststelt. Bij de Bende was de rol van Dery daarin belangrijk: doordat hij bij verschillende dossiers betrokken was, kon hij verbanden tussen feiten herkennen en verder onderzoeken.
Maar stel dat feit 1 door expert A werd onderzocht en feit 2 door expert B. Als beide experts uitsluitend hun eigen dossier bekeken en er geen gecentraliseerde vergelijking plaatsvond, kon een overeenkomst tussen beide feiten eenvoudig onopgemerkt blijven.
Dat is geen complottheorie. Het is een gevolg van de manier waarop forensisch onderzoek destijds georganiseerd was. Vandaag zijn we gewend aan veel meer gecentraliseerde gegevensverwerking en wetenschappelijke ondersteuning. In de jaren 80 bestond er geen nationale databank of gecentraliseerd wetenschappelijk onderzoeksapparaat zoals we dat vandaag bijvoorbeeld met het NICC kennen. Onderzoek verliep veel sterker via afzonderlijke dossiers, arrondissementen, politiediensten en individuele deskundigen.
Dat kan relevant zijn voor de zogenaamde 22 maanden stilte.
Veel Bende-feiten uit 1982-1983 vonden plaats in Brabant en binnen dezelfde gerechtelijke omgeving. Het was daardoor relatief gemakkelijker om verschillende dossiers met elkaar te vergelijken. Maar stel dat in dezelfde periode met één van de bekende bendewapens ergens in Veurne of een ander arrondissement werd geschoten.
Als daar een andere expert werd aangesteld, die geen zicht had op de eerdere ballistische analyses, en de onderzoeksrechter in dat arrondissement geen reden zag om vergelijkbare feiten uit Brabant erbij te halen, dan kon een potentiële link eenvoudig buiten beeld blijven.
De vraag is dan niet alleen of een ballistische link bestond, maar ook of iemand destijds de gelegenheid en aanleiding had om die link te ontdekken.
Ittre maakt de periode extra interessant
Daarom is Ittre een interessante casus. Op 15 februari 1984 werd Maurice Douillet bij Ittre tijdens een roofmoord om het leven gebracht. Bij de feiten werden drie riotguns buitgemaakt. Enkele weken later, in maart 1984, werden die wapens teruggevonden in de vijvers van Zevenbronnen in Sint-Genesius-Rode. Daar werden bovendien voorwerpen aangetroffen die eerder waren gestolen bij een inbraak in Wauthier-Braine op 10 februari 1984. Dat geeft minstens een concrete materiële verbinding tussen verschillende misdrijven: Wauthier-Braine → Ittre → Zevenbronnen
Dat bewijst op zichzelf nog niet dat dezelfde daders verantwoordelijk waren voor al die feiten. Zevenbronnen kan bijvoorbeeld een gemeenschappelijke dumpplaats zijn geweest, of er kan een heler, tussenpersoon of andere verbinding tussen verschillende daders hebben bestaan.
Maar precies daarom is Ittre interessant als onderzoekspiste. Als Ittre uiteindelijk wel overtuigend aan dezelfde dadergroep kan worden gekoppeld, verandert dat de betekenis van de zogenaamde 22 maanden stilte aanzienlijk. Dan begint de periode zonder officieel gekoppelde feiten niet meer op 1 december 1983, maar ligt er al in februari 1984 een mogelijk Bende-feit.
En dan wordt de vraag nog interessanter
Stel bovendien dat Ittre inderdaad door dezelfde dadergroep werd gepleegd, maar dat daar andere wapens werden gebruikt dan de wapens die we kennen uit de eerste Bende-feiten. Dan bewijst Ittre niet alleen dat de daders na Anderlues mogelijk actief bleven.
Het toont vooral aan dat we voorzichtig moeten zijn met de veronderstelling dat het ontbreken van de bekende bendewapens gelijkstaat aan het verdwijnen van de daders. Dezelfde redenering kan dan worden doorgetrokken naar de rest van 1984 en het voorjaar van 1985. Misschien waren er in die periode geen Bende-feiten. Maar misschien waren er wel feiten waarbij:
niet werd geschoten;
andere wapens werden gebruikt;
andere voertuigen werden gebruikt;
een ander type doelwit werd gekozen;
of de feiten helemaal niet als mogelijke Bende-feiten werden herkend.
In al die gevallen zou de gebruikelijke ballistische koppeling ontbreken.
Wat kan er dan gebeurd zijn?
Er zijn verschillende mogelijkheden.
1. Dezelfde daders bleven actief, maar zonder de bekende bendewapens.
Ze gebruikten andere vuurwapens of pleegden feiten waarbij helemaal niet werd geschoten. Daardoor ontstond geen bekende ballistische link met de eerdere Bende-feiten.
2. Dezelfde daders pleegden andere soorten criminaliteit.
De Bende hoeft niet noodzakelijk gedurende die hele periode warenhuizen te hebben overvallen. Wie ervan uitgaat dat de daders in de eerste plaats zware bandieten waren, moet ook rekening houden met gewone overvallen, inbraken, wapendiefstallen of andere vormen van criminaliteit die nooit met de Bende in verband zijn gebracht.
3. Een deel van de groep viel weg.
Een of meer personen kunnen tijdelijk of definitief uit beeld zijn verdwenen, terwijl anderen actief bleven.
4. De samenstelling veranderde.
Het kan ook dat niet steeds exact dezelfde personen betrokken waren. Dan wordt de term "de Bende" zelf al problematisch: gaat het over een vaste groep, een kern van daders, een netwerk of telkens gedeeltelijk overlappende groepjes?
5. Ze zijn daadwerkelijk gestopt.
Dat blijft uiteraard mogelijk. Het probleem is alleen dat de beschikbare chronologie dit niet bewijst.
Hetzelfde probleem bestaat na Aalst
En dit is misschien nog belangrijker. Als we accepteren dat het ontbreken van de bekende bendewapens tussen Anderlues en Eigenbrakel niet noodzakelijk betekent dat de daders gestopt waren, dan moeten we exact dezelfde redenering toepassen op na Aalst.
De laatste bekende Bende-feiten dateren van november 1985. Maar ook daaruit volgt niet automatisch dat de daders daarna geen misdrijven meer pleegden.
Ze konden andere wapens hebben gebruikt.
Ze konden niet hebben geschoten.
Ze konden andere soorten criminaliteit hebben gepleegd.
Of eventuele feiten werden nooit met de Bende in verband gebracht.
De gedachte dat "Aalst het einde van de Bende" was, is dus methodologisch gebaseerd op hetzelfde probleem als de gedachte dat Anderlues het begin van een 22 maanden durende stilstand was: we verwarren het einde van de bekende ballistische en forensische verbindingen met het einde van de criminele activiteit zelf.
De echte betekenis van de 22 maanden
Daarom zou ik de periode tussen Anderlues en Eigenbrakel/Overijse niet zomaar omschrijven als "22 maanden stilte". Strikter geformuleerd gaat het om:
22 maanden waarin geen andere feiten voldoende overtuigend aan de Bende van Nijvel werden gekoppeld.
Dat is een belangrijk verschil. Want een chronologie van de Bende is geen volledige chronologie van alles wat de betrokken daders ooit hebben gedaan. Het is een reconstructie van de feiten die men achteraf voldoende met elkaar heeft kunnen verbinden.
En die verbinding was in belangrijke mate afhankelijk van terugkerende wapens en ballistische analyses.
Als de daders andere wapens gebruikten, niet schoten, andere soorten feiten pleegden of in een ander arrondissement opereerden waar niemand de dossiers met de Brabantse feiten vergeleek, kon een verband buiten beeld blijven.
Daarom is de juiste conclusie niet: "De Bende zweeg 22 maanden." Maar: "We kennen gedurende 22 maanden geen voldoende bewezen ballistische of andere verbinding met de Bende."
Dat eerste is een uitspraak over het gedrag van de daders. Dat tweede is een uitspraak over de grenzen van onze kennis. En dat zijn twee totaal verschillende dingen.
Ittre hoeft daarvoor zelfs niet noodzakelijk een Bende-feit te zijn. De kern van de redenering blijft overeind zonder Ittre: het ontbreken van officieel gekoppelde feiten bewijst geen criminele inactiviteit.
Als Ittre daarentegen wél overtuigend aan dezelfde dadergroep kan worden gekoppeld, wordt de klassieke voorstelling van de "22 maanden stilte" alleen maar moeilijker vol te houden.
"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via »
Facebook |
YouTube