Re: Alain Bertels
8 maanden cel wegens bedrog bij café-overname
De correctionele rechtbank te Brussel veroordeelde vrijdag de 22-jarige Alain Bertels, barman uit Brussel, en de 23-jarige Edmond Henderickx, café-uitbater uit Sint-Genesius-Rode, elk tot 8 maanden cel effectief en 20.000 fr. boete.
Het tweetal had op 4 april 1977 de uitbater van een herberg, die ze te Lot wilden overnemen, bij de ondertekening van het kwijtschrift beetgenomen voor een bedrag van 250.000 frank. Bertels en Hendrickx waren van plan de herberg "Het witte paard" in het Brabantse Lot over te nemen. De toenmalige uitbater vroeg 400.000 fr. voor de overname, met welke prijs de twee zich akkoord verklaarden. Tot driemaal toe werd er een voorschot van 50.000 fr. uitbetaald en op 4 april 1977 dienden de overblijvende 250.000 fr. te worden uitgekeerd.
Kwijtschrift
Op voormelde datum ging Bertels, die als barman werkt in een Brussels café, samen met zijn werkgever de vereiste som ophalen in een bank. Nadien trok hij met Henderickx naar de herberg te Lot om er zogezegd het nog verschuldigde bedrag te betalen.
Bertels was in het bezit van een zakje waarin, naar zijn verklaring, het geld zat. Hij legde het zakje neer op tafel en verzocht de vorige uitbater een kwijtschrift op te maken, volgens hetwelk de resterende 250.000 fr. werden betaald. De goedgelovige man ondertekende wat hem werd gevraagd, maar toen bleek Henderickx plots te zijn verdwenen. Mogelijk was hij ergens in het huis afmetingen aan het nemen, en Bertels verklaarde zijn makker te zullen opzoeken.
Hij nam het zakje met het geld, het ondertekende kwijtschrift en de sleutels van het café van tafel en ging op zoek naar Henderickx. Deze kon nergens worden teruggevonden en Bertels kon verdwijnen, in het bezit van het kwijtschrift waarvoor hij geen cent had uitbetaald.
Toen de benadeelde een uur later vaststelde dat hij was beetgenomen, belde hij de BOB op die spoedig ter plaatse afstapte. In aanwezigheid van de rijkswacht telefoneerde hij dan naar Bertels, die toegaf dat hij de 250.000 fr. nog niet had betaald maar dat Henderickx weldra met het geld zou komen. Henderickx begaf zich inderdaad naar het café in Lot, maar toen hij in de verte de wagen van de BOB zag staan muisde hij er vanonder.
Voor de rechtbank achtte substituut Deprêtre de feiten voldoende bewezen. Hij eiste 8 maanden cel. De rechtbank, voorgezeten door mw. Halsberghe, gaf volledig gehoor aan de eis van de openbare aanklager. De vraag tot onmiddellijke aanhouding van het tweetal werd echter door de rechtbank afgewezen.
Bron: Gazet van Antwerpen | 11 Maart 1978