Onderzoeksrechter Schlicker over het onderzoek naar Dekaise, tijdens de Tweede Bendecommissie:
“Een aantal speurders hadden enige twijfels omtrent de persoon Dekaise. Het is moeilijk om een slachtoffer te verdenken. Ik herinner u eraan dat de heer Dekaise in een ziekenhuis diende te worden opgenomen ingevolge een aanranding. Ik herinner me nochtans dat ik om een dossier tegen de heer Dekaise te kunnen openen, gebruik gemaakt heb van een onderschepping aan de douane van twee of vier messen van het Rambo-type die werden ingevoerd zonder de benodigde vergunningen."
"Ik heb toen zowel een huiszoeking laten verrichten in zijn winkel en in zijn woonplaats, als in het atelier van zijn werkman in Court-Saint-Etienne. Die huiszoeking gebeurde in aanwezigheid van een ballistisch deskundige, namelijk kolonel Demanet (?). Het wapenregister, de stock, en dergelijke meer werden grondig gecontroleerd en als ik me nog goed herinner waren slechts een of twee wapens zonder vergunning in het magazijn of het atelier opgeslagen. Voorts leek alles in orde. Ingevolge de moord op Mendez, hebben de speurders heel wat bezoeken gebracht aan de wapenhandelaars in de regio Brussel en Luik en tijdens dat onderzoek hebben wij nooit enige negatieve dingen gehoord over de heer Dekaise.”
“Uit het Mendez-onderzoek is gebleken dat wapenliefhebbers zich tot de heer Dekaise richtten om hun wapens op punt te stellen. De heer Dekaise was vooreerst gekend als een uitstekende wapentechnicus. Zo kwamen mensen die in schietclubs werkzaam waren, bij de heer Dekaise langs met de vraag of hij de trekker van hun vuurwapen wat gevoeliger kon afstellen en de heer Dekaise deed al dat soort werk.”
“Een deel van zijn cliënteel was ook lid van enkele schietclubs en bij die klanten behoorden inzonderheid de heer Bouhouche en de heer Mendez.”
De speurders die Dekaise inderdaad niet geloofden en ook geen genoegen namen met de resultaten van de zoëven genoemde onderzoeken, waren Bihay en Balfroid. Ook tijdens hun verhoor door de Commissie hielden zij hun verdenkingen tegen Dekaise staande. Uit hun getuigenis voor de Tweede Bendecommissie:
“Door die huiszoeking zijn we erachter gekomen dat Youssef Chebib, Attalah Pierre en Harouk Antoine bij Dekaise geweest waren, evenals een andere man die op dat ogenblik niet gekend was in België. We hebben het CBO om inlichtingen gevraagd, maar het had er geen. We hebben deze vervolgens via Interpol gekregen. Zo vernamen wij dat er onder die Libanese falangisten een welbekende wapen- en drughandelaar was die tot een netwerk behoorde, met andere woorden de Libanesen verkochten drugs om wapens aan te kopen. Ik zal later even terugkomen op de organisatie op zich.”
“Toen we aan Dekaise zeiden: u kent de falangisten goed, waarom heeft u ons belogen? (Dat was zes maanden later) Dekaise was verbaasd. Ik zal het nooit vergeten, hij stond tussen zijn winkel en zijn keuken. Hij zei ons: ‘Als u dat weet, kan ik het wel vergeten.’ We dachten bij onszelf: we zijn hier iets op het spoor. Aangezien we echter geen bewijzen hadden, om de heer Dekaise te vragen met ons mee te gaan, om hem dus aan te houden, zijn we terug gegaan en hebben onderzoeksrechter Schlicker verwittigd. Kort daarna zijn we weer bij de heer Dekaise gegaan om een diepgaander verhoor te voeren.”
“Men zei ons dat de procureur des Konings helemaal niet akkoord ging met het feit dat wij de slachtoffers lastig vielen: ‘Dit is geen onderzoeksprocedure, u staart zich blind op de slachtoffers.’ Wat is er toen gebeurd? En dat hebben wij via een lid van de GP vernomen die dit had horen zeggen. De heer Dekaise voelt zich sterk. Toen wij hem wilden ondervragen, was het afgelopen, we kregen geen woord meer uit hem. Hij gaf ons ook duidelijk te kennen dat wij hem met rust moesten laten.”
“We hebben via een lid van de GP vernomen dat de procureur des Konings door Dekaise persoonlijk gecontacteerd was en dat hij voorts niet van plan zou zijn samen te werken. Tijdens een bezoek enige tijd later zei Dekaise ons dat hij via de telefoon doodsbedreigingen gekregen had in het kader van de zaak rond de Bende van Nijvel. Nadat de onderzoeksrechter hierover werd ingelicht, besliste hij de Zoller op het telefoontoestel van de heer Dekaise aan te sluiten. Aangezien we echter twijfels hadden omtrent de eerlijkheid van de heer Dekaise, vroegen wij of het eveneens mogelijk was de Malicieux aan te sluiten. Het ene dient voor de binnenkomende gesprekken, het andere voor de uitgaande gesprekken.”
Later in het verhoor gingen deze beide getuigen zover om te beweren dat Deprêtre geen slachtoffer probeerde te beschermen tegen ongepast politie-optreden, maar een verdachte in bescherming had genomen tegen rechtmatige opsporing. Uit het verhoor van Bihay en Balfroid voor de Tweede Bendecommissie:
“Volgens mij genoot Dekaise een bijzondere bescherming! Een van de beste bewijzen daarvoor was dat hij begonnen was met de samenstelling van heel bijzonder materiaal, met name attaché-koffertjes; het ging om een revolver-mitrailleur van het INGRAM-type met een laserzoeker en een elektrische drukknop als overhaalmechanisme, dat in een attaché-koffertje geplaatst was. We zijn samen overgegaan tot een huiszoeking in Court-Saint-Etienne bij een werkman die voor Dekaise werkte. We hebben een veertigtal geluiddempers in beslag genomen; geluiddempers zijn immers verboden.” (…)
“Dat werd in bewaring gegeven aan de griffie van de correctionele rechtbank van Nijvel. Vervolgens werd alles aan de heer Dekaise teruggegeven.”
En Deprêtre zou op deze manier het verdere onderzoek naar de ware toedracht van de overval op Dekaise onmogelijk hebben gemaakt. Uit het verhoor van Bihay en Balfroid voor de Tweede Bendecommisssie:
“De reden voor die manipulatie van Dekaise (met de lopen van bepaalde wapens) is dat hij op het ogenblik waarop hij ons beschuldigd heeft, zelf op het punt stond in staat van beschuldiging gesteld te worden, aangezien wij zes maanden voor zijn aanranding de Libanese falangisten geïdentificeerd hadden die bij hem waren geweest nog vóór hij werd aangerand. Tijdens het verhoor was Dekaise volledig uit het lood geslagen.”
“Toen wij deze feiten ter kennis brachten van het parket, heeft de procureur des Konings zich voor hem garant gesteld en heeft hij ons ervan beschuldigd een slachtoffer lastig te vallen. De procureur des Konings heeft de bewijsstukken die in beslag genomen waren in het kader van de drughandel in Colombia opnieuw aan Dekaise laten bezorgen en heeft hem niet vervolgd. We hebben dat onderzoek niet kunnen voortzetten en niemand lijkt dat te hebben gedaan. Ter informatie nog even dit: de heer Dekaise heeft kort daarna aan een Arabisch land sniper-geweren geleverd voor een totaal bedrag van 60 miljoen (volgens de tekst). Wat de kanonnen betreft, zal ik wat meer uitleg geven.”
Dekaise was deze tweestrijd tussen (bepaalde) speurders en magistraten natuurlijk niet ontgaan. En hij was - zo verklaarde hij - ook ernstig gedupeerd door verdachtmakingen aan zijn adres. Uit het verhoor van Daniel Dekaise voor de Tweede Bendecommissie:
“Reeds aan het begin van het onderzoek waren bepaalde speurders ervan overtuigd dat ik mijn aanranders kende. Dat heb ik laatst nog gehoord. Ik vraag me toch af waar ze dat vandaan halen. Reeds van bij het begin heb ik horen zeggen dat zo’n gewelddadige aanval enkel met drugs te maken kan hebben. Een lid van de GP van Brussel heeft mij een bepaald aantal geruchten bevestigd die door de BOB van Brussel werden verspreid en die op geen enkel bewijs steunden. Dat moest wel vaker gebeuren. Het waren ook steeds dezelfde dingen die herhaald werden.”
“Was er toen al sprake van manipulatie? Was er toen al sprake van beïnvloeding? Was het vrijwillig of niet? Ik kan daar niet op antwoorden. Pas na 1984 zijn de ernstige problemen met de pers begonnen. Er was een campagne op gang gekomen, allerlei verhalen, officieuze inlichtingen, copies van verslagen, en dat was allemaal en alleen maar tegen mij gericht.” (…)
“Ik heb meer problemen ondervonden met de publieke opinie, dan met het gerecht, met uitzondering van die twee speurders en hun chef. Na de Colruyt in Nijvel, zijn de verdachtmakingen gestopt. Men is toen in een klimaat van vertrouwen beginnen werken, en op een veel constructievere wijze. Wanneer een politie-agent langskwam, stelde ik me niet meer voortdurende de vraag wat er met mij zou gebeuren. Het spreekt van zelf dat ik en mijn naasten er onder geleden hebben. Mijn zoon werd op school gepest, mijn buren vroegen mij wat voor afgrijselijk man ik wel was, mijn contacten op de officiële markten (de politiekorpsen en de officiële korpsen in België) - die ik de laatste jaren toch wel aanzienlijk had uitgebreid - verliepen erg moeilijk. Ik werd daardoor met ernstige problemen geconfronteerd.”
“Het toenmalige hoofd van GP sprak zich in het openbaar uit. Hij zei: ‘We hebben een dossier tegen Dekaise.’ En als men hem vroeg welk dossier, kreeg ik als antwoord dat men dat niet wist, maar dat men een dossier had.”
En natuurlijk wist Dekaise heel goed wie de aanstichters van - in zijn ogen - het kwaad waren. Uit het verhoor van Daniel Dekaise voor de Tweede Bendecommissie:
“Er waren natuurlijk de onderzoekers van de BOB van Waver, de heren Bihay en Balfroid, die u gehoord heeft. Zij hadden reeds een getuigenis afgelegd voor de eerste onderzoekscommissie. Wat onze contacten betreft, zal ik geen commentaar leveren. U weet wat ze gezegd hebben. Ik zal tevens achter gesloten deuren antwoorden.”
Maar met de speurders van de CBW had hij geen enkel probleem. Zij beschouw(d)en hem eindelijk wel als een slachtoffer, en niets dan een slachtoffer. Uit het verhoor van Dekaise voor de Tweede Bendecommissie:
“De contacten met de speurders van de cel waren zeer professioneel. Zij zijn als eerste met een constructief element gekomen, namelijk de wapens uit het kanaal. Zij hadden een positieve ingesteldheid. Zij zijn er ook als eerste in geslaagd om mij als een waardevolle bondgenoot te zien. Als u ze hoort, zullen zij u dat wel zeggen. Zij hebben niet getracht mij grof te behandelen. Er bestonden geen elementen tegen mij. Ik werd gezien als een slachtoffer. Hadden zij een bewijs van het tegendeel gehad, zouden zij zich er ook naar hebben gedragen. Zo zie ik de zaken. Daar wil ik het ook bij houden. Zij kunnen er zo lang over doen als ze willen, zij komen nooit voor niets.”
De betrokken speurders van de CBW beaamden tijdens hun verhoor inderdaad dat zij Dekaise enkel als een slachtoffer beschouwden. Uit het verhoor van CWB-speurders Lionel Ruth en Alain Lachlan voor de Tweede Bendecommissie:
“U heeft de heer Dekaise gehoord. Volgens mij is hij een eerlijk persoon. Hij is als dader of als medeplichtige beschouwd. Hij is echter nooit als slachtoffer beschouwd. Welnu, wat mij betreft, is Dekaise tot op heden een slachtoffer en niets anders. Als ik kan bewijzen dat hij heeft gelogen, is dat jammer voor hem. Maar tot het tegendeel bewezen is, dient hij als dusdanig te worden beschouwd.”
"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via »
Facebook |
YouTube