Dissociatieve amnesie
Het roemruchte pv 563/85, waarvan Philippe Vermeersch beweert dat hij het van François Achten heeft gekregen in juni of juli 1986 in een Brussels café: ‘Als jullie toch gaan duiken in het kanaal Brussel-Charleroi, is dit misschien interessant.’
Wanneer Achten er in 2011 over wordt ondervraagd, herinnert hij zich NIETS: geen pv, geen ontmoeting met Vermeersch in een café. Achten vertelt de speurders iets anders: "Ik heb het nagevraagd bij een collega van toen, Louis V., en die vertelde dat het zijn informant was – iemand uit de entourage van de familie De Staerke – die de Deltaspeurders naar Ronquières had gestuurd."
Het PV dat doorslaggevend was voor de vondst in Ronquières én nét dat kon François Achten zich toch wel niet herinneren zeker. Geen herinnering aan dat pv waarvan François Achten het toch absoluut aan speurder Vermeersch én dan nog in het geniep want stel je voor ... moest bezorgen. Ook niet nadat deze merkwaardige vondst op dat moment (2011) al 25 jaar over de tongen ging!
Ferm geheugenverlies over zoiets cruciaals.
Tipgevers waren er genoeg bij de BOB Halle, maar je kent dat hé... geen tijd!
Hilde Geens in Humo op 9 november 2025:
"Wellicht werden er ook vóór 1985 al wapens in de zwaaikom gedumpt. Eind 1983, na de overval in Beersel, heeft Delhaize zijn premie voor tips verdubbeld naar 10 miljoen frank (250.000 euro). Een lid van de bende De Staerke, Oscar Van Walem, heeft de BOB Halle toen gecontacteerd met de informatie dat hij Philippe De Staerke naar Ronquières had gevoerd om daar wapens te dumpen. In 1983! De man werd bij gebrek aan tijd wandelen gestuurd, en toen de BOB’ers hem veel later gingen opzoeken, zei hij dat ze de pot op konden."
"In 2003 hebben twee gemotiveerde speurders van Halle het spoor opnieuw opgepikt, maar de man was toen al dementerend. Het zou dus best kunnen dat sommige spullen die de Deltaspeurders in 1986 uit het water hebben gehaald al lánger dan een jaar op de bodem van de zwaaikom lagen. Er was één zak waarin alleen spullen zaten die gelinkt waren aan de feiten van 1982 en 1983."
"Daaruit is gebleken dat het pv dat Vermeersch aanhaalde weinig concrete aanleiding gaf tot een nieuwe zoektocht", klinkt het bij het nieuwe speurdersteam. "Er doken ook verscheidene tegenstrijdigheden op en blijkbaar was Vermeersch er enorm op gebrand om in 1986 zo snel mogelijk die tweede duik te organiseren. Daarom vermoeden we dat Vermeersch een tipgever had, mogelijk iemand uit het criminele milieu en verbonden aan de Bende van Nijvel, die hem naar Ronquières heeft geleid. Mogelijk heeft hij achteraf het pv uit 1985 als drogreden gebruikt om de zoektocht te verantwoorden."
Allemaal de fout van Oscar Van Walem en co. En dat de BOB Halle geen tijd had. En toch wel "geheugenverlies" over de meest essentiële zaken. Eerst zei Achten dat er wél een informant was, om 2 jaar later, dan toch te beweren dat de zoekactie er kwam door het herlezen van een pv dat hij stiekem aam Vermeersch bezorgd had. 2 jaar later!
Allicht hadden ze ook geen tijd voor dit:
"De informant heeft vroeger de BOB ingelicht over de wapens die terug gevonden werden te Ronquières. Op dat ogenblik wou hij verder niets kwijt omtrent de Bende van Nijvel of wie hem had ingelicht nopens de voorwerpen die werden terug gevonden te Ronquières. De tip zou gegeven zijn voor dat de wapens (in Ronquières) werden terug gevonden.
En de BOB Halle die de moord op Vanden Eynde onderzocht, gelieerd aan de Bende van Nijvel had allicht ook geen tijd voor deze tip van OOK een informant:
"De moord op Vanden Eynde kan verband houden met de familie De Staerke aangezien de zoon van Vanden Eynde in heroïne deed met De Staerke Philippe. De vriendin van de zoon van Vanden Eynde heeft de BOB van Halle medegedeeld dat zij in verband met de Bende van Nijvel dienden te zoeken in de richting van de familie De Staerke. De Staerke Julien, bijgenaamd Le Garcon, zou indertijd nog gezegd hebben dat er bloed hing aan de handen van Philippe."
En:
In elk geval wil hij, Cirlande, niets meer van de bloedige overvallen horen.
"Het is allemaal doorgestoken kaart..."
Ik (André Rogge) probeer wat meer los te krijgen van Frans Reyniers. Tevergeefs. Alles wat ik te weten kom, is dat mijn informatie is doorgespeeld aan de overkoepelende cel, die is opgericht om de verschillende politiediensten te coördineren. ...
Dat is mijn laatste contact met de mensen van de gerechtelijke politie in de zaak van de bloedige overvallen. Ik blijf tot december 1988 met Daniel Cirlande omgaan. Hij waarschuwt me voor Reyniers en Vandyke, zegt me dat ze me willen zien hangen, maar weigert me ook maar iets te vertellen over de zaak van de bende van Nijvel en Papadopoulos."