Topic: Bundeskriminalamt
Het Bundeskriminalamt (BKA) is het federale Duitse opsporings- en criminaliteitsbureau. Het is de belangrijkste nationale politie-instantie voor ernstige en georganiseerde misdaad en staat onder het Duits ministerie van Binnenlandse Zaken.
Eén van de afdelingen binnen het BKA is het ballistisch laboratorium in Wiesbaden. Dit is een hoog-gespecialiseerde forensische faciliteit die technische en wetenschappelijke methoden inzet om schietincidenten te analyseren, te reconstrueren en technisch bewijs te leveren aan opsporingsinstanties en rechtbanken.
Het is dit laboratorium dat de befaamde Rüger van Cocu heeft onderzocht en tot de conclusie kwam dat het wapen niet werd gebruikt bij de feiten van de Bende van Nijvel. Het rapport van het BKA bleef nadien maanden in een schuif van onderzoeksrechter Schlicker liggen.
In de periode tussen deel 1 en deel 2 van het Borinage-proces verscheen in Gazet van Antwerpen een uitgebreide reportage over de werking van het ballistisch laboratorium van het BKA:
Kogels van schuld en onschuld
Wanneer op 6 april e.k. Cocu en Co weer voor het Assisenhof te Bergen verschijnen, zullen de talrijke en elkaar volstrekt tegensprekende rapporten van ballistische experten en dito commissies ongetwijfeld weer voor de grootste verwarring zorgen. Werd Cocu's beruchte Rüger .38 al dan niet gebruikt bij verschillende roofmoorden die aan de zogeheten Borinage-bende worden toegeschreven? De desbetreffende verslagen gaan van “zeker” over “misschien” en “onwaarschijnlijk” tot “onmogelijk” …
Bovendien werd het Assisenproces tegen Cocu en Co op 21 januari 1988, amper 4 dagen nadat het was begonnen, abrupt afgebroken. Dit gebeurde op grond van - alweer - ballistische expertises. In het kader van het onderzoek naar de moord op FN-directeur Mendez was door de Brusselse BOB een wapen in diepgevroren tomatensaus ontdekt, en dit schiettuig zou volgens onze experten “hoogstwaarschijnlijk” ook gebruikt zijn bij verschillende, aan de bende toegeschreven roofmoorden. Enkele dagen later echter slikten deze experten hun woorden terug in. En iedereen vroeg zich luidop af: hoeveel zijn ballistische onderzoeken eigenlijk waard?
Ballistische onderzoeken zijn bij rechtszaken van het allergrootste belang, want zij kunnen beslissen over schuld of onschuld van een verdachte. In Europa en zelfs daarbuiten worden de conclusies van het ballistisch laboratorium van het Duitse Bundeskriminalamt te Wiesbaden - dat eveneens de Rüger van Cocu had onderzocht en tot de bevinding kwam dat hij niet bij de bewuste overvallen was gebruikt - zeer hoog aangeslagen.
Hoe werkt dit wereldbefaamde ballistisch onderzoekscentrum?
Onopgeloste misdaden
Bij de afdeling “Vuurwapens” van het Bundeskriminalinstitut te Wiesbaden - afdeling die in 1952 werd opgericht en beter bekend staat onder haar niet-officiële naam “ballistisch labo” - werken 20 experten 8 uur per dag en 5 dagen per week. De hele tijd houden ze zich met wapens en munitie bezig (voor een buitenstaander: munitie bestaat uit de huls, ook patroon genoemd. die na het vuren in het wapen achterblijft of wordt uitgeworpen, en de kogel, ook projectiel genoemd, die door de loop wordt gejaagd.)
“Naast de eerder klassieke drie domeinen van de ballistiek, waarbij de gedragingen van huls en projectiel in het wapen zelf, de gedragingen van het projectiel tussen het verlaten van de loop en de inslag, en de uitwerking van het projectiel op het moment van de inslag worden bestudeerd, houden wij ons vooral met identificatie van munitie en schiettuigen bezig”, verklaart afdelingschef Ruprecht Nennstiel, 36. “Die zijn zeker of vermoedelijk gebruikt bij een of andere misdaad. Het kan hierbij zowel gaan om een moord, als om het ongewild aan diggelen schieten van een vensterruit.”
“Projectielen en hulzen van alle onopgeloste misdaden van over heel Duitsland worden naar Wiesbaden gestuurd”, gaat Nennstiel verder. “Zij komen terecht in wat wij onze “centrale verzameling” noemen. Daar worden zij gerangschikt volgens het kaliber en het wapentype waarmee ze zijn afgevuurd - indien wij dat tenminste hebben kunnen bepalen. Dank zij deze verzameling kunnen we bij voorbeeld vaststellen dat munitie van een onopgeloste moord te Hamburg dezelfde sporen vertoont als die van een onopgeloste schietpartij te München, een jaar later, en dat dus in beide gevallen hetzelfde wapen werd gebruikt.”
“Wordt anderzijds bij iemand een wapen in beslag genomen, dan vuren we daarmee een rits munitie af. “Vergelijkingsmunitie” noemen wij die. Vinden we op deze vergelijkingsmunitie dezelfde sporen als op munitie uit onze verzameling “onopgeloste misdaden”, dan weten we meteen dat dit in beslag genomen wapen bij een welbepaalde misdaad is gebruikt. Vooral met betrekking tot allerlei terreuracties waarmee Duitsland geplaagd werd, bewees onze “centrale verzameling” onschatbare diensten. De munitie van de onopgeloste misdaden blijft zolang in onze verzameling, tot de feiten strafrechtelijk verjaard zijn.”
Revolvers en pistolen
“Riot-guns, shotguns en jachtgeweren worden, in tegenstelling met België en Frankrijk, in Duitsland bijna nooit bij misdaden gebruikt”, onderstreept Nennstiel. “Die tuigen zijn voor gangsters te log, te groot, en te moeilijk weg te stoppen. Duitse gangsters tonen een uitgesproken voorliefde voor pistolen en revolvers. Deze werkwijze heeft ook voor ons haar voordelen. Want projectielen uit wapens met een gladde loop - waartoe de riot-en shotguns en de jachtgeweren behoren - kun je na inslag omzeggens niet meer identificeren. Alleen op de patronen zelf - de cartouche, zoals ze in België zeggen - kun je nog bruikbare sporen ontdekken. Maar dikwijls valt zelfs van deze sporen niet veel heil te verwachten.”
“Pistolen en revolvers daarentegen laten op projectielen en hulzen duidelijke afdrukken na. Gaat het om wapens, die door de gangsters zelf werden omgebouwd. dan kan ons geluk niet op. Want dergelijke tuigen veroorzaken zulke onmiskenbare afdrukken. dat je ze als het ware met je ogen toe kunt identificeren. Momenteel telt onze verzameling zowat 5.000 projectielen en 8.000 hulzen, allemaal afkomstig van onopgeloste misdaden. We beschikken bovendien over een eigen wapenverzameling, waarin je een exemplaar vindt van om het even welk schiettuig dat in Europa op de markt is. Die verzameling is nu 2.800 vuurwapens groot.”
Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Maart 1988
Unieke microscoop
Een bepaald wapen laat steeds typische sporen na op de munitie die ermee werd afgevuurd. Die zou je de “vingerafdrukken” van het betrokken schiettuig kunnen noemen. Maar projectielen worden bij inslag steeds vervormd, soms zelfs zodanig dat alle sporen worden uitgewist. “Grosso modo kun je stellen, dat wij zelfs met de meest gesofisticeerde elektronische apparatuur nog achter een “gemerkt” stukje projectiel zoeken”, legt Nennstiel uit. “Dat kan gebeuren met de gewone lichtmicroscoop, of met de raster-elektronenmicroscoop, waarmee we een vergrotingsmaatstaf van 5 tot 100,000 kunnen bereiken. Ons labo is trouwens het enige ballistisch labo in heel Europa dat met dergelijke microscoop is uitgerust. Kostprijs. zonder de speciale snufjes 500,000 DM, 10 miljoen frank.”
“Krijgen we een “misdaadprojectiel” en een “misdaadwapen” te onderzoeken, dan vuren we met dit wapen een hoop (vergelijkings-) munitie af in een buis, die met watten is opgevuld, zodat we de projectielen ongeschonden kunnen recupereren. Onder de gewone lichtmicroscoop zetten we links het misdaad-, en rechts het vergelijkingsprojectiel. In de kijker zien we de twee beelden naast mekaar. We kunnen beide projectielen zodanig draaien en keren. tot we - in het beste geval uiteraard - links en rechts duidelijk identieke merktekens bespeuren. En we besluiten dat het welbepaald misdaadprojectiel met het welbepaald misdaadwapen werd afgevuurd.”
“Worden wij met de lichtmicroscoop niet wijzer, dan gaan misdaad- en vergelijkingsprojectiel onder de raster-elektronenmicroscoop. Hier werken we zonder kijker, maar zien we de twee beelden afzonderlijk op een monitorscherm. De onderscheiden projectielen worden weer zodanig gekeerd en gedraaid, minuscule fragmentjes worden zodanig vergroot, tot we uiteindelijk links en rechts gelijkaardige sporen ontdekken. Dan brengen we het linkse en rechtse beeld op één monitorscherm naast mekaar, en we kiezen links en rechts een “uitsnit” waarop de sporen van het projectiel links nauwgezet over het projectiel rechts doorlopen. Van deze bewijsvoering maken we uiteraard terzelfder tijd een videoband en foto’s.”
Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Maart 1988
Eén miljoen beelden per seconde
Het ballistisch labo gebruikt eveneens technieken, waarbij tot één miljoen beelden per seconde worden opgenomen. Daarmee worden op film en foto's beelden vastgelegd, die anders nooit door mensenogen zouden worden opgemerkt. Deze technieken worden gebruikt om uit te vissen hoe munitie uit de lader in de kamer terechtkomt, hoe de huls wordt uitgeworpen, hoe de kogelbaan verloopt, en welke de impact bij inslag is. Aan de hand van deze beelden kan o.m. verklaard worden hoe bepaalde krassen op een huls terechtkomen, hoe de gassen het wapen verlaten, vanop welke afstand gevuurd werd.
“Maar zelfs de meest gesofisticeerde apparaten zijn waardeloos zonder ervaren experten”, voegt Nennstiel eraan toe. “Een makkelijk geval lossen wij binnen het kwartier op, een moeilijk in één week. Eén ding staat vast: weten we het niet, dan zeggen we het ook klaar en duidelijk. Twijfelen wij, dan delen we mee dat we twijfelen. Zijn we zeker, dan zeggen we het onomwonden. Wanneer we dus bij voorbeeld stellen, dat de sporen op bepaalde misdaadmunitie niet overeenstemmen met een bepaalde misdaadrevolver, dan staat daar de kennis en de ervaring van de 20 ballistische experten van het BKA achter, dat de resultaten van elektronische apparaten, uniek in Europa, nauwkeurig heeft onderzocht. En volgens onze eigen bescheiden mening, kan geen enkel privé-expert ter wereld daar tegenop!”
Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Maart 1988