Naast het hergebruik van wapens en voertuigen vertonen de feiten ook een duidelijk geografisch patroon. Het merendeel van de gebeurtenissen situeert zich in een relatief beperkte zone ten zuiden van Brussel, voornamelijk in Waals- en Vlaams-Brabant. Binnen deze zone ligt Eigenbrakel (Braine-l’Alleud) centraal. Wanneer men de locaties van de verschillende feiten geografisch analyseert, blijkt Eigenbrakel het centroïd van de feiten te vormen, met andere woorden het punt dat zich gemiddeld het dichtst bij alle feitenlocaties bevindt.
Dit wijst erop dat de daders waarschijnlijk opereerden vanuit een comfortzone in deze regio. Binnen deze zone konden zij zich snel verplaatsen via belangrijke verkeersassen, terwijl zij tegelijk vertrouwd waren met de omgeving. De meeste feiten, de diefstallen van voertuigen en het dumpen van materieel situeren zich dan ook binnen of in de onmiddellijke nabijheid van dit gebied.
De logistiek rond voertuigen sluit hierbij aan. In meerdere gevallen werden voertuigen gestolen binnen deze comfortzone, vervolgens gedurende langere tijd gebruikt en pas later gedumpt. Het langdurig gebruik van sommige voertuigen suggereert bovendien dat de daders over plaatsen beschikten waar zij deze voertuigen tijdelijk konden opslaan of verbergen.
Ook de manier waarop voertuigen werden ingezet wijst op een georganiseerde aanpak. In bepaalde gevallen werden voertuigen gebruikt als aanvoervoertuig voor de diefstal van een ander voertuig dat vervolgens bij een feit werd gebruikt. Zo werd de gestolen Austin enkel gebruikt om naar de plaats van de diefstal van een VW Santana te rijden, waarna de Austin daar werd achtergelaten. In een ander geval werd een Peugeot eerst gebruikt bij de overval op het warenhuis in Genval en reeds vier dagen later opnieuw ingezet als aanvoervoertuig voor de diefstal van een VW Golf Rabbit.
Hoewel sommige feiten buiten deze comfortzone plaatsvonden – zoals de diefstal van kogelwerende vesten in Temse of de diefstal van alcohol in Maubeuge – lijken dit eerder gerichte operaties met een specifiek doel te zijn geweest. Na dergelijke acties keren de daders telkens terug naar hun kerngebied ten zuiden van Brussel.
Ook bij het achterlaten van voertuigen is een patroon zichtbaar. Wanneer de vlucht werd verstoord door politieachtervolging of een vuurgevecht, zoals bij de VW Santana en een Saab, werden de voertuigen noodgedwongen achtergelaten binnen de comfortzone. Wanneer de vlucht daarentegen niet werd verstoord, werden voertuigen vaak bewust achtergelaten in bosgebieden buiten de comfortzone, vermoedelijk om sporen verder van het operationele kerngebied te verwijderen.
De combinatie van geografische concentratie en logistiek voertuiggebruik wijst erop dat de daders waarschijnlijk opereerden vanuit een duidelijk afgebakende operationele zone ten zuiden van Brussel, met Eigenbrakel als geografisch middelpunt van de feiten.