1

Topic: Getuigenis René De Jonge

René De Jonge reed op het moment van de overval in Aalst de parking van het warenhuis op. Hij werd toen beschoten door een dader. Hij werd - voor zover ik weet - vier keer ondervraag.

  • Op 9 november, kort voor zijn transport naar het ziekenhuis

  • Op 10 november: langer verhoor

  • Op 12 april 1986

  • Op 28 januari 1989

Tussen november 1985 en januari 1989 evolueert zijn getuigenis. Hieronder een verslag. De tekst is gebaseerd op alle verhoren die reeds in het verleden op de verschillende Bende-fora gepubliceerd zijn. De teksten zijn door mij verzameld en geanalyseerd en samen met ChatGPT omgezet in een leesbare tekst. De uiteindelijke tekst is door mij gevalideerd als volledig correct.

De getuigenis van René De Jonge: een evoluerende verklaring

De getuigenis van René De Jonge behoort tot de meest geciteerde verklaringen over de overval op de Delhaize van Aalst van 9 november 1985. Dat is niet verwonderlijk. De Jonge bevond zich op de parking op het ogenblik dat de overval begon, werd beschoten tijdens zijn vluchtpoging en raakte gewond aan het hoofd.

Bovendien legde hij niet één, maar meerdere verklaringen af verspreid over een periode van meer dan drie jaar. Daardoor is het mogelijk om niet alleen de inhoud van zijn getuigenis te bestuderen, maar ook de evolutie ervan.

Wanneer men de vier bekende verhoren chronologisch naast elkaar legt, valt een opmerkelijke tegenstelling op. Enerzijds blijft de kern van zijn relaas vrijwel onveranderd. Anderzijds worden in de loop der jaren nieuwe elementen toegevoegd die de identificatie van de schutter steeds nadrukkelijker in de richting van Philippe De Staerke en het zigeunermilieu sturen.

De onmiddellijke verklaringen

De eerste twee verhoren werden afgenomen op 9 en 10 november 1985, onmiddellijk na de feiten. Vanuit historisch en criminologisch oogpunt zijn dit de belangrijkste verklaringen, omdat zij het dichtst aansluiten bij de oorspronkelijke waarneming.

De Jonge en zijn vriendin R. Moens beschrijven hoe zij de parking van de Delhaize oprijden en een gewapende man opmerken tussen het leeggoed en de opgestapelde laadplanken. De man wordt omschreven als ongeveer 1,80 meter groot, zwaar gebouwd en opvallend soepel in zijn bewegingen. Hij draagt een grijze gebreide bivakmuts en een lange gespikkelde winterjas. In zijn handen houdt hij een pompgeweer.

Wanneer De Jonge probeert weg te rijden, wordt zijn wagen achtervolgd. De schutter blijft vuren tot op parking 3, waar De Jonge uiteindelijk in het hoofd wordt getroffen.

Tussen beide verhoren bestaan nauwelijks verschillen. Het tweede proces-verbaal bevat enkele bijkomende details, zoals de preciezere locatie van de schutter, de vaststelling dat hij het wapen met beide handen vasthield en de verklaring van R. Moens dat zij hem zag herladen. De essentie van de getuigenis blijft echter identiek.

Dat is belangrijk. In de literatuur over getuigenverklaringen wordt de consistentie van onafhankelijke verklaringen vaak beschouwd als een indicatie dat de kern van de waarneming relatief stabiel is gebleven. De beschrijving van de schutter, zijn kleding, zijn wapen en het verloop van de beschieting vertoont tussen 9 en 10 november 1985 geen betekenisvolle verschillen.

De eerste identificatie

Een eerste belangrijke verschuiving vindt plaats tijdens het verhoor van 12 april 1986. De Jonge wordt dan niet langer gevraagd om de feiten te beschrijven, maar krijgt videobeelden en fotomappen voorgelegd.

Voor het eerst verschijnt een concrete verdachte in zijn verklaring. Op videobeelden herkent hij persoon nummer 8 aan diens lichaamsbouw als de man die op hem schoot. Die persoon blijkt Philippe De Staerke te zijn. Vervolgens herkent hij dezelfde persoon opnieuw in een fotoalbum. Daarnaast wijst hij een bivakmuts en een mantel aan die volgens hem identiek zijn aan de kledingstukken van de schutter.

Opmerkelijk is dat De Jonge geen gezichtsherkenning uitvoert. Zijn identificatie berust volledig op algemene fysieke kenmerken zoals gestalte en lichaamsbouw. Hij merkt bovendien expliciet op dat de man op de videobeelden magerder oogt dan de schutter die hij zich van de feiten herinnert.

Tegelijk moet worden vastgesteld dat deze herkenningen plaatsvinden binnen een onderzoekscontext. De Jonge wordt geconfronteerd met geselecteerde foto’s, videobeelden en voorwerpen. Daardoor verschilt deze fase fundamenteel van zijn spontane verklaringen uit november 1985. Waar de eerste verhoren gebaseerd zijn op onmiddellijke waarnemingen, gaat het hier om herkenningen achteraf.

Nieuwe elementen in 1989

De meest opvallende evolutie vindt plaats tijdens een nieuw contact met de onderzoekers op 28 januari 1989.

De Jonge herhaalt eerst zijn eerdere verklaringen, maar voegt vervolgens elementen toe die in geen van zijn eerdere verhoren voorkomen. Zo verklaart hij dat hij er zeker van is dat de schutter een zigeuner was. Daarnaast stelt hij dat de schutter nog naar hem toe kwam nadat hij gewond op parking 3 lag, klaar om hem definitief af te maken. Op dat moment zou hij instinctief de woorden “Te dab termune boie” hebben uitgesproken.

Deze toevoegingen verdienen bijzondere aandacht omdat zij meer dan drie jaar na de feiten voor het eerst opduiken. Noch in het verhoor van 9 november 1985, noch in dat van 10 november 1985 wordt melding gemaakt van een zigeuneruitdrukking, een vervloeking of een schutter die terugkeerde om hem af te maken.

Daar komt nog bij dat de onderzoekers in hetzelfde proces-verbaal zelf interpretaties toevoegen. Zij bespreken de mogelijke betekenis van de uitspraak en wijzen erop dat Philippe De Staerke tijdens eerdere ondervragingen had verklaard te geloven in een opperwezen en in het hiernamaals. Op dat punt wordt het onderscheid tussen getuigenverklaring en onderzoeksinterpretatie minder scherp.

De uitbreiding van het verhaal

De aanvullende informatie over het contact tussen De Jonge en de Deltacel werpt een bijkomend licht op deze fase. Uit de notities blijkt dat René De Jonge niet alleen zijn verklaring herhaalt, maar ook informatie verstrekt over vermeende banden tussen de familie De Staerke en de levering van wapens voor de overval in Aalst.

Dat suggereert dat De Jonge tegen 1989 niet langer uitsluitend optreedt als slachtoffer-getuige, maar ook deel gaat uitmaken van een bredere onderzoeksdynamiek rond de piste-De Staerke.

Een vergelijkbare evolutie is zichtbaar in het relaas dat later verschijnt in "Beetgenomen" van Hilde Geens. Daar wordt het verhaal rond de uitdrukking "Te dab termune boie" verder uitgewerkt. Er wordt beschreven hoe Delta-speurders naar het woonwagenkamp van Hofstade trekken om de uitspraak te laten vertalen en hoe een familielid van de familie De Staerke een betekenis aan de woorden geeft.

Daarnaast wordt een bijkomend element geïntroduceerd: de mogelijkheid dat de schutter en de getuige elkaar zouden hebben herkend als Manoesjen tijdens de schietpartij. Ook wordt gesteld dat De Jonge Philippe De Staerke kende uit het uitgaansleven en hem pas later definitief zou hebben herkend toen hij foto’s van hem in de pers zag verschijnen.

Deze elementen komen niet voor in de eerste processen-verbaal en tonen hoe het verhaal in de loop der jaren steeds verder wordt uitgebreid en geïnterpreteerd.

Een getuigenis in drie fasen

Wanneer alle beschikbare gegevens samen worden bekeken, lijkt de getuigenis van René De Jonge drie duidelijk onderscheiden fasen te doorlopen.

De eerste fase bestaat uit de onmiddellijke verklaringen van november 1985. Die bevatten uitsluitend feitelijke observaties over de schutter, het gebruikte wapen en het verloop van de beschieting.

De tweede fase ontstaat in april 1986, wanneer voor het eerst een mogelijke verdachte wordt geïdentificeerd op basis van lichaamsbouw, kleding en gestalte.

De derde fase begint in 1989. Vanaf dan verschijnen bijkomende elementen die de schutter expliciet met het zigeunermilieu verbinden en wordt de verklaring steeds meer ingebed in de piste rond Philippe De Staerke.

Conclusie

De getuigenis van René De Jonge illustreert hoe een ooggetuigenverklaring zich doorheen de tijd kan ontwikkelen. De onmiddellijke beschrijving van de feiten blijft gedurende meer dan drie jaar opmerkelijk stabiel. De schutter, zijn kleding, zijn wapen en de achtervolging naar parking 3 worden consequent op dezelfde manier beschreven.

De identificatie van de dader kent daarentegen een duidelijke evolutie. Waar Philippe De Staerke in 1986 verschijnt via herkenningen van lichaamsbouw en kledingstukken, worden vanaf 1989 bijkomende elementen toegevoegd die hem expliciet in beeld brengen als mogelijke schutter.

Voor onderzoekers is dat onderscheid essentieel. De oorspronkelijke waarnemingen behoren tot de meest consistente onderdelen van de getuigenis.

De latere identificaties en interpretaties zijn daarom niet noodzakelijk onjuist, maar zij ontstaan in een andere context, op grotere afstand van de feiten en onder invloed van een onderzoek dat zich steeds nadrukkelijker op een specifieke piste richt. Juist daarom verdienen beide niveaus van de getuigenis een verschillende beoordeling.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube

Re: Getuigenis René De Jonge

Wat mij betreft een zoveelste voorbeeld van hoe er een narratief in het onderzoek wordt gestoken, door aanwijzingen/getuigenissen/interpretaties vlot en onoverzichtelijk door elkaar te laten lopen en aan de buitenwereld te presenteren als 'bewijs'. Getuigenissen die opmerkelijk genoeg met de jaren verfijnder en uitgebreider worden zijn voor mij meestal een rode vlag. Het geheugen wordt er doorgaans niet beter op met de jaren, integendeel.

Het doet me ook denken aan die getuigenis uit Overijse, waarbij de details doorheen de jaren veranderen (op de ladder, naast de ladder) en er plots met de jaren een 'herkenning' en link met het SIE bijkomt, terwijl het rijkswacht/SIE-spoor op dat moment al meermaals aan bod is gekomen in alle media.

En journalisten en schrijvers nemen die 'verhalen' graag over, presenteren ze dan als ijzersterke bewijslast, terwijl ze eigenlijk op heel wankele getuigenissen en bedenkelijk onderzoekswerk gebaseerd zijn.

Ik denk niet dat getuigen bewust liegen of het onderzoek proberen om zeep te helpen. Ik denk dat het juist heel menselijk is om zo'n traumatische gebeurtenis te blijven herleven in je hoofd, er vragen over te stellen en op zoek te gaan naar antwoorden. 'Waarom maakte hij me niet af? Waarom werd niet ik maar mijn vriend meegenomen als menselijk schild? Waarom heb ik niet meteen ingegrepen, hulp gehaald?' Niet onderschatten wat survivor guilt met een mens (en getuigenissen) doet.

En als je dan met onderzoekers zit die duidelijk heel hard op een bepaald spoor zitten, dan krijg je vrees ik een onbetrouwbare wisselwerking met een getuige die heel hard wil helpen.

3

Re: Getuigenis René De Jonge

Volledig juiste analyse. De belangrijkste getuigenissen zijn degene die vlak na de feiten afgelegd worden. Voor mij is de grootste "rode vlag" in dit verhaal hetgeen de vader van René De Jonge - zelf een veroordeeld crimineel - op 28 januari 1989 tegen de speurders zegt:

(...) In fine van zijn betoog vraagt De Jonge Jozef nogmaals om discretie, zegt dat de mededelingen waartoe hij zijn zoon zal aanzetten dit te doen belangeloos zijn, dat een eventuele premie voor hen geen enkel belang heeft. Niettemin vroeg hij of er voorlopig niets kon gedaan worden voor zijn zoon René die zich op dinsdag 31.01.1989 voor verhoor diende aan te bieden bij de Rijkswacht te Ninove in verband met een "banaliteit".

Ik denk trouwens dat de vader van René De Jonge in mei 1984 veroordeeld werd » Forum Al heb ik nog geen bevestiging dat het dezelfde persoon is (dus onder voorbehoud).

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube

Re: Getuigenis René De Jonge

De speuders die de getuige in een bepaalde richting willen duwen? Het is onthutsend om vast te stellen hoe elke speudersploeg vast zat in een tunnelvisie. Vos met zijn dode killer, de WNP, De Borains, De Staerke, Bouhouche & Beijer... en wellicht vergeet ik er nog enkele. Allemaal waren en zijn ze rotsvast ervan overtuigd dat hun piste de enige juiste is. Hoog tijd om de wetenschappers en historici op dit dossier los te laten.

5

Re: Getuigenis René De Jonge

Tunnelvisie is inderdaad een groot probleem bij politiediensten. Speurders in Nederland worden specifiek getraind om tunnelvisie te vermijden (ik weet niet of dit in België ook zo is).

De getuigenis van René De Jonge toont aan hoe een getuige en onderzoekers in een tunnelvisie elkaar kunnen versterken en ze horen wat ze willen horen.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube

Re: Getuigenis René De Jonge

Zeer goed dat dit verhaal eindelijk een eigen topic heeft en er chronologische duiding wordt gegeven. Voor mij staat deze episode in het onderzoek qua belang op gelijke voet met de vondst in Ronquières. Waar deze laatste veelvuldig werd besproken, is de getuigenis De Jonge steeds onderbelicht gebleven.

Ik wens dit met de nodige voorzichtigheid aan te kaarten, maar als ik me niet vergis werden de verklaringen uit april 1986 opgenomen door de speurder die zich enkele jaren geleden van het leven beroofde, toen de Bende van Nijvel zaak (en spoor De Staerke) opnieuw media aandacht kreeg/kregen.

Ook nog dit (over speurder Philippe Vermeersch, uit de Eerste Bende Commissie):

Eenmaal de BOB van Dendermonde was gestart met het onderzoek in de richting van de Bende De Staerke, werd hij aangeduid om de Delta-cel te versterken voor het onderzoek naar de Bende De Staerke en de Bende van Nijvel (dit was vanaf maart 1986).

Na ongeveer één jaar en twee maanden heeft hij op eigen vraag de Delta-cel verlaten, vanwege persoonlijke redenen ("familiale moeilijkheden"), en is hij teruggekeerd naar de sectie verdovende middelen in Gent.

Wie mijn reacties wel eens leest weet ik dat ik positiever sta tegenover Delta dan tegenover latere onderzoekscellen, maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik rond deze episode steeds een weinig behaaglijk gevoel heb gehad.

Dit kan dan worden gelinkt aan de ondervragingen uit april 86 en zo komen nog meer 'zekerheden' op losse schroeven te staan:

Aan René De Jonghe worden video-opnamen getoond en worden foto-albums voorgelegd (bij de RW-brigade Aalst).

René De Jonghe herkent in een video-opname de persoon die op hem schoot bij de overval in Aalst : de persoon die hij herkent is Philippe De Staerke.

René De Jonghe herkent in een foto-album (nr. 1) de persoon die op hem schoot bij de overval in Aalst: het is terug Philippe De Staerke die hij herkent.

In een foto-album (nr. 2) wijst René De Jonghe foto nummer 6 aan, namelijk "de rechter bivakmuts die identiek is als deze gedragen door de dader": het betreft de bivakmuts in beslag genomen bij Karafilis Vasilios.

In een foto-album (nr. 3) wijst René De Jonghe foto nummer 2 aan, namelijk "de mantel gedragen door de dader": het betreft de mantel in beslag genomen bij Moussa Alain.

Bron: PV nr. 1727 dd. 12 april 1986 RW-Brigade Aalst - Verhoor René De Jonghe.

En nu we toch aan het fileren zijn, ik vraag me af wat de primaire bron van volgend bericht is, want ook dit zit in dezelfde sfeer:

Nicolas Karafilis probeerde zelfmoord te plegen toen de Deltacel hem wou ondervragen over de wapenvondst bij Alain Moussa. Hij bevestigde de aanwezigheid van Philippe De Staerke in Aalst. Die zou een donkergrijze gespikkelde overjas hebben gedragen en die begin 1986 samen met andere kledij gedumpt hebben in het kanaal Brussel-Charleroi ter hoogte van het slachthuis van Anderlecht.

Deze bekentenis was sensationeel. Karafilis kwam meteen op vrije voeten. Nicolas Karafilis wordt omschreven als één van de beste vrienden van Philippe De Staerke.

7

Re: Getuigenis René De Jonge

Spectator Of Life wrote:

In een foto-album (nr. 3) wijst René De Jonghe foto nummer 2 aan, namelijk "de  mantel gedragen door de dader" : het betreft de mantel in beslag genomen bij Moussa Alain.

... Hij bevestigde de aanwezigheid van Philippe De Staerke in Aalst. Die zou een donkergrijze gespikkelde overjas hebben gedragen en die begin 1986 samen met andere kledij gedumpt hebben in het kanaal Brussel-Charleroi ter hoogte van het slachthuis van Anderlecht.

Dit kan dan niet alle twee waar zijn; of de betreffende mantel / jas is gevonden bij Moussa of die is in het kanaal Brussel-Charleroi gedumpt.

En hoe verhoudt dit zich tot de in het kanaal van Ronquières gevonden mantel.

Re: Getuigenis René De Jonge

Is het echt verrassend dat iemand die zo'n trauma heeft meegemaakt, niet binnen 24 uur al zijn herinneringen op een rijtje heeft?

9

Re: Getuigenis René De Jonge

Er is geen reden om zulke onderzoekers te verdedigen, noch hun dienaars die, hoewel ze het geld niet najagen, om clementie voor hun samenwerking vragen.

Het is jammer dat deze "onderzoekers-inquisiteurs" hun tijd hebben besteed aan het creëren van schuldigen (zoals ze deden met de Borains)... Daarentegen hebben ze niets gedaan met de getuigenis van DVDS, die iets anders zag dan een wollen masker. Dit gedrag gaat verder dan de hierboven beschreven tunnelvisie: Het doel van zo'n aanpak, namelijk het creëren van schuldigen, kan ook worden genoemd 'bescherming van de daders'.

10

Re: Getuigenis René De Jonge

Spectator Of Life wrote:

Nicolas Karafilis probeerde zelfmoord te plegen toen de Deltacel hem wou ondervragen over de wapenvondst bij Alain Moussa.

Ik heb (gelukkig) geen ervaring met verhoren of verhoord worden, maar het lijkt me niet normaal dat iemand probeert zelfmoord te plegen voor, bij of na ondervraging.