Nu het stof stilaan terug neerdaalt over de piste Sliman, is de tijd rijp voor een volgend hoofdstuk in 'De Bende van Twaalf', de hypothese die in feite geen hypothese meer is. En wel met de voorstelling van één van de 'reuzen' van de Bende van Nijvel: Robert ‘Le Grand Robert’ Peeters. 190 cm, indrukwekkend breed geschouderd, zelfzeker, kent geen angst, vol bravoure, bekent nooit, wat hij ontbreekt aan intelligentie maakt hij goed door brutaliteit, het accent van de Franse hoofdstad.
In de jaren 1960, begin de jaren ’70 behoort hij tot de Brabantse Bende Maillard, die verantwoordelijk is voor een lange sliert inbraken, overvallen enz. Echte topcriminelen zijn de bendeleden niet, want ze zijn kind aan huis in meerdere gevangenissen. In 1968 en ’69 brengt de bende heel wat tijd door in de gevangenisbibliotheek van Oudenaarde. Daar zoeken ze alle informatie die ze nodig hebben om vals geld te drukken. De technische details voor het drukproces heeft men in Oudenaarde niet, maar die worden op eenvoudig verzoek netjes opgestuurd vanuit de gevangenisbibliotheek van Nijvel...
Een andere gedetineerde, een zekere Claude Barré, gaat er prat op alles over valsmunterij te kennen. Er worden grote plannen gesmeed, en eens vrij willen (o.a.) Maillard en Peeters die meteen in de praktijk omzetten. Dit loopt echter niet volgens afspraak (o.a. de financiering van het noodzakelijke materiaal loopt fout, waardoor nog een reeks misdrijven gepleegd worden en Barré blijkt dan toch geen specialist valsmunter te zijn). Barré wordt daarom op 28 maart ’72 naar café Vieux Bruxelles, Boulevard Poincaré 10 Anderlecht, gelokt. De drie daders gaan ermee naar boven, de jukebox speelt ondertussen op volle kracht, en Barré wordt afgemaakt met twee schoten in de rug. Voor de zekerheid wordt de zieltogende man nog gewurgd en vastgebonden. Het lijk verhuist naar de kelder.
Twee dagen later wordt de vriendin van Barré, moeder van drie kinderen Angela Christantelli, naar hetzelfde café gelokt, met de belofte dat ze er meer zal vernemen over Barré, die verdwenen is. De daders sturen haar naar boven, zogezegd om een pakje te halen dat haar verloofde heeft achtergelaten, schieten haar eveneens twee kogels in de rug en hangen haar dan op, waardoor ze de wurgdood sterft. ‘We zouden best een stukje van het koord houden, dat brengt geluk.’ Dit lijk wordt voorlopig verborgen in het Terkamerenbos. Nadien worden beide lichamen samen gedumpt in een ravijn in het bos van Beausart in Bossut-Gottechain (naast Overijse). De bende gaat dan gewoon verder, onder andere met een gewelddadige overval op een dokter.
In augustus van dat jaar worden de lijken na een intense speurtocht ontdekt. Bij een verschijning voor de raadkamer willen de daders ontsnappen. De wapens: een busje peper (om de rijkswachters te verblinden) en een blikje pilchards (scherp deksel...) In december 1975 staat Peeters (samen met Detraux en Maillard) terecht voor het Assisenhof Brabant. Meester Delfosse schildert Peeters af als een koorknaap, die in de gevangenis het geloof gevonden heeft. Blijkbaar werkte dit argument wel, want Peeters kwam er lichtst vanaf, met 20 jaar dwangarbeid. Dat betekende in ons Belgenlandje dat hij, zoals een dader het tijdens het proces verklaarde: ‘In België valt het altijd wel mee,’ al snel terug op vrije voeten was en zich aansloot bij de Bende Hamon, deel van de Bende van Twaalf, kweekvijver van de Bende van Nijvel.