Dit weekend verscheen op de website van Humo een "artikel" over de vondst in de Dender » Nieuws
Ik weet niet of Douglas De Coninck te moe, te lui of te hard heeft gefeest, maar als hij dit artikel als student Journalistiek had ingediend, dan was hij gegarandeerd gebuisd. Geen enkele stelling wordt onderzocht of kritisch bevraagd, het wordt allemaal klakkeloos overgenomen.
Terwijl het allemaal niet zo moeilijk is tegenwoordig.
Je zoekt wat zaken op via Google, je zoekt in geval van twijfel een tweede bron, je steekt al je gegevens in ChatGPT en voilà ... je krijgt een artikel. 
Om één van de magneetvissers te citeren: "Wij denken dat men er iets groters van aan het maken is dan wat het was."
Als de onderzoeksjournalist geen onderzoek doet, doen wij het wel
Een stuk autocarrosserie uit de Dender. Een verondersteld kogelgat. Een Golf GTI in Aalst. Een killer die mogelijk werd geraakt. En onderdelen die uiteindelijk voor een paar euro bij de schroothandel belandden. Het is een verhaal dat zichzelf bijna schrijft. Maar precies daarom had het extra controle nodig.
In Humo brengt Douglas De Coninck de vondst van auto-onderdelen in de Dender in verband met de vluchtauto van de Bende van Nijvel na de overval in Aalst. De tekst bevat getuigenissen, herinneringen en hypotheses. Wat ontbreekt, is de noodzakelijke scheiding tussen die drie. De lezer krijgt een spannend verhaal, maar nauwelijks de documentatie waarmee hij kan beoordelen of het klopt.
De belangrijkste vraag is voorlopig eenvoudig: wat is er precies gevonden?
Volgens de berichtgeving haalden magneetvissers onderdelen uit de Dender en vond de brandweer later nog meer stukken. Een achterklep zou bij de schroothandelaar zijn beland. De andere delen liggen volgens het artikel bij de politie, in afwachting van instructies van het parket. Dat is geen identificatie van een voertuig. Het is een verzameling onderdelen waarvan de herkomst nog moet worden vastgesteld.
Toch schuift het artikel al snel op van "auto-onderdelen" naar "de laatste vluchtauto" en van een mogelijke VW Golf naar de in Aalst gebruikte VW Golf. De beweringen worden soms als citaten aan betrokkenen toegeschreven, maar hun plaats in het verhaal maakt ze groter dan het bewijs dat wordt getoond. Een lezer kan na afloop de indruk krijgen dat de link met Aalst bijna vaststaat. Dat is absoluut niet het geval.
Een deskundige die niet wordt genoemd
David De Mey zegt dat "een deskundige" op basis van een foto concludeerde dat de achterklep van een vijfdeurs-Golf uit 1984 kwam. Maar wie was die deskundige? Welke foto kreeg die te zien? Welke kenmerken waren zichtbaar? Was er een schriftelijk verslag? En hoe zeker was de conclusie?
Een paar weken geleden vertelde David De Mey zelf wie die "deskundige" was: ChatGPT. ChatGPT is geen deskundige. ChatGPT is een taalmodel, geen voertuigdeskundige en geen forensisch onderzoeker. Het kan een suggestie doen, maar geen onderdeel identificeren alsof het een expertiseverslag heeft opgesteld. De lezer hoort te weten hoe een belangrijke bewering tot stand kwam.
Zelfs een echte deskundige zou bij een onduidelijke foto voorzichtig moeten zijn. Op basis van de foto die in de media circuleerde, kan je niet zonder meer vaststellen of het onderdeel van een drie- of vijfdeursmodel komt, uit welk bouwjaar het afkomstig is of dat het bij een GTI hoorde.
Volkswagen bracht de Golf II vanaf 1983 op de markt; de GTI was een uitvoering, geen kenmerk dat je zomaar uit een los stuk plaatwerk kan aflezen. Een achterklep bewijst dus niet dat de gevonden auto een GTI was, laat staan de auto uit Aalst.
De juiste aanpak was hier niet om de identificatie als feit te brengen, maar om te zeggen: de herkomst is onbekend en moet technisch worden onderzocht.
Een datum die het verhaal niet kan dragen
Ook de passage over de suikerbietenteler Luc Vindevogel wringt. De Coninck schrijft dat de rijkswacht van Oudenaarde op maandag 11 september 1985 telefoon kreeg. Maar 11 september 1985 was een woensdag. 11 November 1985 was wél een maandag, alleen was de overval in Aalst toen al twee dagen achter de rug.
Daar komt bij dat de tekst zegt dat Vindevogel zijn bieten rooide in de week vóór Aalst. Geen van die gegevens past netjes bij de andere. Misschien staat er een verkeerde datum, misschien klopt de weekaanduiding niet, misschien is er een ander misverstand. Maar zolang het oorspronkelijke proces-verbaal niet wordt geraadpleegd, weten we dat niet.
Een journalist die een historische tip opvoert als mogelijke aanwijzing in een moordonderzoek, hoort die tegenstrijdigheid op te lossen vóór publicatie. De tekst doet dat niet. Hij gebruikt de bivakmuts als suggestieve schakel, maar vertelt niet wat er destijds precies mee gebeurde, wat het onderzoek opleverde of waarom die vondst vandaag relevant zou zijn.
Wat schoot Nevens precies?
In het artikel zegt Eddy Nevens dat hij drie keer schoot en "niet denkt" dat hij op korte afstand kon missen. Dat is een opmerkelijke uitspraak. Maar ze bewijst niet dat hij een bendelid raakte.
Ook de eerdere verklaringen verdienen zorgvuldige vergelijking. In een ouder artikel over Nevens staat dat hij op de vluchtende wagen schoot en dat kogels boven hem floten. Een later profiel van Eddy Vos schrijft dat Nevens verklaarde te denken dat hij iemand geraakt had. Dat maakt het noodzakelijk om de precieze versies naast elkaar te leggen: wat zei Nevens destijds in een proces-verbaal, wat vertelde hij later aan journalisten, en wat bedoelt hij nu met "niet missen"?
De Coninck doet dat niet. Hij legt de nieuwe uitspraak niet naast de eerdere verklaringen en vraagt niet door naar de precieze schietrichting, afstand, houding, zichtlijn of kogels. Een gevoel achteraf is geen ballistisch bewijs.
De redenering rond de achterklep lost dat probleem niet op. Nevens zegt dat hij richtte op het vlak onder de openstaande klep. Dat betekent niet automatisch dat een kogel het deksel moet hebben geraakt. Daarvoor zijn onder meer de positie van de auto, de hoek van het schot en het traject van de kogel nodig. Omgekeerd bewijst een gat in een gevonden stuk evenmin dat het tijdens de vlucht uit Aalst werd geschoten.
Het artikel maakt van twee onzekerheden samen geen zekerheid.
De deurenkwestie vraagt om bronnen
De tekst wijst terecht op een mogelijke tegenspraak: getuigen zouden in Aalst een vijfdeurs-Golf hebben gezien, terwijl de in het Bois de la Houssière teruggevonden Golf drie deuren had. Dat kan relevant zijn voor de vraag of beide waarnemingen over dezelfde auto gingen.
Maar Humo geeft de lezer geen volledige verwijzingen naar de verklaringen. Wie legde die af, wanneer, onder welke omstandigheden en met welke bewoordingen? Hoeveel getuigen spraken werkelijk van vijf deuren? Waren ze het daarover eens? En hoe reageerden de onderzoekers op die verschillen?
Zonder die informatie blijft de tegenstelling een losse bewering. Ze kan belangrijk zijn, maar het artikel maakt haar niet controleerbaar.
De achterklep is mogelijk al verdwenen
Dan is er de meest concrete onderzoekskans in het verhaal. De magneetvissers zeggen dat ze ongeveer twintig kilo metaal naar een schroothandelaar brachten en daarvoor twintig cent per kilo kregen. Als de achterklep daarbij zat, kan het belangrijkste stuk inmiddels zijn verwerkt.
Het artikel vermeldt niet of de journalist de handelaar heeft opgespoord. Geen naam, geen adres, geen datum van verkoop, geen weegbon, geen betalingsbewijs, geen inventaris van wat precies werd binnengebracht. Ook wordt niet duidelijk of iemand de magneetvissers vroeg om de verkoop onmiddellijk te melden, of de handelaar het metaal nog kon bewaren en of de politie naar die plek is gegaan.
Dat zijn geen details voor een later verhaal. Dat ís het onderzoek.
De vondst en de verkoop hadden ook vragen moeten oproepen over bewaring en overdracht. Wanneer haalden de vissers de stukken boven? Wie fotografeerde ze? Welke stukken gingen naar de schroothandel? Welke stukken bleven over? Wie raakte ze aan? Wanneer kreeg de politie ze? Zijn de stukken intussen veiliggesteld en beschreven? Zonder een betrouwbare keten van bewaring wordt het moeilijker om achteraf vast te stellen wat het materiaal is en waar het vandaan komt.
De roestvraag die Humo overslaat
De Coninck schrijft uitvoerig over de mogelijke herkomst van de gevonden auto-onderdelen, maar stelt geen zichtbare vraag over hun staat. Dat is opvallend. Op de gepubliceerde foto’s lijkt de groene lak op sommige plekken nog opvallend gaaf en glanzend, terwijl andere plekken als roestschade worden beschreven. Als die stukken al tientallen jaren in de Dender lagen, verdient dat beeld uitleg.
Een foto volstaat niet om te bewijzen wanneer een onderdeel in het water terechtkwam. De corrosie hangt onder meer af van de staat van de lak, de hoeveelheid zuurstof, de water- en bodemomstandigheden en de manier waarop het stuk na de vondst werd behandeld. Maar juist daarom had Humo een materiaaldeskundige moeten laten kijken en de vraag moeten stellen: strookt de zichtbare staat van dit metaal met tientallen jaren onder water?
Als de coating op de foto inderdaad beschadigd is en het plaatstaal daar al die tijd aan het water blootstond, zou een deskundige moeten kunnen uitleggen of de geringe of plaatselijke roestvorming daarmee verenigbaar is. Als dat niet zo is, moet dat helder worden gezegd. De journalist had minstens moeten vragen of de onderdelen zijn schoongemaakt, behandeld of anderszins veranderd nadat ze boven water kwamen.
De foto’s bewijzen op zichzelf niet dat de stukken pas recent in de Dender zijn beland. Maar ze roepen wel een concrete, toetsbare vraag op. Een deskundige die het materiaal en de laklagen onderzoekt, kan mogelijk aangeven of de zichtbare toestand past bij langdurige onderdompeling. Die beoordeling ontbreekt volledig in het artikel.
Dat is geen detail. Als de onderdelen er volgens een deskundige uitzien alsof ze onmogelijk al dertig jaar in het water hebben gelegen, raakt dat rechtstreeks aan de centrale suggestie van het verhaal. Humo had die mogelijkheid moeten onderzoeken vóór het de vondst aan de vluchtauto uit Aalst koppelde.
Een hypothese is nog geen slotconclusie
Eddy Vos’ theorie dat Nevens de killer raakte, dat die later in het bos stierf en dat de bende daarna ophield, wordt in het artikel verteld als een mogelijke verklaring. Het blijft een hypothese. De Golf in het bos werd volgens de geciteerde deskundige aangetroffen zonder kogelinslagen. Dat roept vragen op, zeker in het licht van de nieuwe uitspraak van Nevens, maar beantwoordt ze niet.
Hetzelfde geldt voor de achterklep, de zakken in de Dender en de oude melding over een bivakmuts. Elk element kan een onderzoeksvraag opleveren. Geen ervan bewijst op zichzelf dat de onderdelen van de vluchtauto uit Aalst komen.
De kop en de anekdotes - ooit de meest gezochte auto ter wereld, twintig cent per kilo, “reken maar uit” - geven het verhaal vaart. Maar vaart is geen verificatie. En citaten zijn geen vervanging voor documenten.
Wat had Humo moeten uitzoeken?
Een degelijk vervolg zou minstens de oorspronkelijke pv’s en verklaringen over de bivakmuts en de schoten van Nevens opvragen. Het zou de getuigenverklaringen over het aantal deuren naast elkaar leggen, de technische verslagen over de Golf in het bos publiceren of samenvatten, en de magneetvissers vragen om foto’s, data en een precieze lijst van de verkochte stukken.
Het zou de schroothandelaar identificeren en nagaan of er nog materiaal, administratie of camerabeelden bestaan. Het zou de onderdelen laten onderzoeken door een onafhankelijke voertuigspecialist en forensisch laboratorium. En het zou de politie of het parket vragen welke stappen zijn gezet om de stukken veilig te stellen en hun herkomst te bepalen.
Dat zijn geen onmogelijke eisen. Het zijn de basisvragen die horen bij een verhaal dat een nieuwe vondst verbindt met een van de zwaarste misdaaddossiers van België.
Voorlopig is er geen bewezen “Golf van de Bende” uit de Dender opgedoken. Er zijn auto-onderdelen gevonden, een achterklep is mogelijk verkocht, en verschillende betrokkenen verbinden die vondst aan hun herinneringen en theorieën over Aalst. Dat verdient onderzoek. Maar zolang dat onderzoek niet is gebeurd, verdient het verhaal vooral één woord: "onbevestigd".
Als onderzoeksjournalisten die stap overslaan, moeten lezers ze zelf terugzetten. Niet door vermoedens tot feiten te verheffen, maar door precies te vragen wat nog niet bewezen is.
"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via »
Facebook |
YouTube