1

Begin jaren '80 stelen WNP-leden, in dienst van het Belgisch leger, geheime NAVO-telexen in het extra beveiligde communicatiecentrum van de legerstaf in Evere. De telexen worden gepubliceerd in het eerste nummer van Althing. De kopstukken van WNP, Paul Latinus en Michel Libert, komen er rond voor uit dat de diefstal bedoeld is om aan te tonen dat het Belgische leger niet afdoende beveiligd is tegen spionage van de Russische geheime dienst KGB.

Hieronder het verhaal zoals het beschreven staat in het boek 'Operatie Staatsveiligheid' van René Haquin:

Wie had in 1980 ooit kunnen denken dat beroepsvrijwilligers - de meesten waren nauwelijks 20 jaar - het in hun hoofd zouden halen om militaire geheimen te stelen? Zomaar voor hun plezier, zoals sommige van hun leeftijdgenoten zich afreageren door een telefooncel stuk te slaan ... Hoe waren ze op die idee gekomen?

Voor die jongelui was het echter geen spel. Ik ben ervan overtuigd dat de meesten van hen een blind vertrouwen hadden in Paul Latinus en aangetrokken waren door zijn ongetwijfeld opwindende idee: aantonen dat het transmissiecentrum van Evere een zeef is, één grote Gruyèrekaas vol gaten. Paul Latinus speelde handig in op een bepaald soort verwrongen plichtsbesef. Door geheime documenten te stelen, die te publiceren en dan te wijzen op de afwezigheid van een reactie vanwege de autoriteiten, zouden ze het bewijs - een bewijs uit het ongerijmde - leveren dat die autoriteiten een dubbele rol spelen. Als militaire leiders voor het Oostblok werkten, kon niets de ondergeschikten tegenhouden om hen te ontmaskeren. Hun handelwijze zou natuurlijk grote risico's met zich meebrengen, zowel voor hun privé-leven als voor hun militaire loopbaan.

Voor deze jongelui waren de extreem-rechtse organisaties te slap geworden. De oprichting van Westland New Post werd door hen met enthousiasme begroet. Ook in een embryonaal stadium kon je de Himmleriaanse inspiratie van de mysterieuze nieuwkomer best aanvoelen. Zoiets moest wel de verbeelding prikkelen van jongelui die ervan droomden het klassieke extreem-rechtse milieu van Brussel en later van het hele land de stuipen op het lijf te jagen.

Sleutelfiguur bij de diefstal van de militaire documenten was Michel Libert. Libert werkte bij de decoderingsdienst van de Zeemacht en had zo toegang tot geheime documenten. Vanaf 1980 stond hij klaar.

Drie periodes

In het hoofdkwartier van de Strijdkrachten in Evere, en meer bepaald in het transmissiecentrum heeft zich een spionageverhaal in drie bedrijven afgespeeld.

De eerste fase begint in 1980 of 1981. Michel Libert, de rechterhand van Paul Latinus en kwartiermeester bij de Zeemacht, slaagt erin verschillende gecodeerde boodschappen naar buiten te smokkelen en laat dit vertrouwelijk materiaal zien aan militanten van het Front de la Jeunesse of Westland New Post. Een van hen is Paul Latinus. Latinus laat de documenten op zijn beurt zien aan een vriend, commissaris Christian Smets van de Staatsveiligheid. Dat was volgens Latinus in juli 1981. Canard zal inderdaad toegeven dat hij dergelijke telexen gezien heeft, maar hij dacht toen dat het om banale persberichten ging. Latinus beweert daarentegen dat hij Smets op de hoogte gebracht heeft van de herkomst van de telexberichten: het transmissiecentrum van Evere.

Begin 1982 slaan Paul Latinus en Michel Libert de handen in mekaar. De gecodeerde boodschappen worden nu buiten gesmokkeld om ze te publiceren in semi-confidentiële tijdschriften zoals Althing en Thingvellir. Volgens Latinus werden deze diefstallen gepleegd in de periode van maart tot augustus 1982. Als Libert tegen eind augustus het leger vaarwel zegt, is de zaak voor Latinus afgelopen.

Over de derde periode zijn we minder goed ingelicht. Verschillende vrienden van Libert, WNP-militanten, waren op het transmissiecentrum blijven werken. De diefstal van documenten ging ook na augustus 1982 nog verder. Ook Michel Libert kwam na zijn demobilisatie nog af en toe op het centrum. Dat wordt tenminste verteld: zelf beweert Michel Libert dat hij er nooit meer teruggekeerd is.

Een aantal van de documenten die in deze periode ontvreemd werden zijn later teruggevonden, in de woning van Libert of Barbier. Paul Latinus was daarover niet weinig verbaasd. Voor hem was ongetwijfeld het beoogde doel bereikt. Hij begreep bovendien niet waarom de documenten die in bezit waren van Westland New Post niet al lang vernietigd waren, zoals hij het bevolen had. Libert preciseert dat hij de telexen bijgehouden had voor een laatste nummer van Althing. Daarna zouden ze een meer filosofisch getint tijdschrift uitgeven onder de naam Thingvellir

Minstens zeven militairen waren op een of andere manier betrokken bij de diefstal. Verschillende leden van WNP zijn in staat van beschuldiging gesteld voor heling van de telexen. Technisch gezien was de operatie niet zo moeilijk. Degenen die toegang hadden tot het transmissiecentrum spraken in de cafetaria af met andere militairen die geen speciale toegangskaart hadden. Het is in de eerste plaats daar dat de documenten doorgegeven werden. Dit gebeurde meestal tussen 9u45 en 10u15 's ochtends. De militairen die van een andere dienst kwamen, moesten zich weliswaar inschrijven in het toegangsregister. Maar de contacten die ze hadden met de mensen van het transmissiecentrum lieten geen sporen na.

In het transmissiecentrum komen voornamelijk militaire berichten van de NATO toe. Meestal zijn die telexen niet gecodeerd. Het telexapparaat dat uitzendt is uitgerust met een crypto, een apparaat dat berichten on line codeert, maar het ontvangsttoestel zorgt voor een automatische decodering. De telexen die algemene informatie bevatten komen dus perfect leesbaar binnen op het transmissiecentrum. Deze berichten worden Intsum genoemd (Intelligence Summary) en zijn bestemd voor de afdeling 'Inlichtingen'.

Voor meer confidentiële berichten wordt het Slydex-systeem gebruikt. Dit systeem wordt toegepast in functie van actualiteitsgegevens. Er worden verschillende roosters gebruikt met telkens wijzigende combinaties. Deze roosters worden toegepast bij sommige berichten en voor welbepaalde procedures. Sommige ultra-geheime operationele berichten worden zo één of meerdere malen gecodeerd.

Leden van Westland New Post houden vol dat vijf crypto-decoderingsmachines spoorloos verdwenen uit het centrum. Toch hebben de militaire autoriteiten daar niks van gemerkt. De crypto's vallen onder de verantwoordelijkheid van het 5e bataljon transmissietroepen (het 5e TTR) en kunnen aangesloten worden op de telextoestellen in de verschillende eenheden. De basis van het 5e TTR ligt in Peutie (voordien lag ze in de Rolinkazerne in Brussel) maar het bataljon beschikt ook over territoriale afdelingen in de meeste kazernes. Op die manier zorgen ze er voor dat de transmissietoestellen, en dus ook de crypto's, op die plaats terecht komen waar ze het meest nodig zijn. Maar dat zijn dus gecontroleerde verplaatsingen. De verdwijning van vijf crypto's had dus normaal een ver doorgedreven onderzoek moeten teweegbrengen. Dit is niet het geval geweest, heel eenvoudig omdat er nooit een toestel verdwenen is. 

Wel werden er een aantal decoderingsroosters gestolen. Ze werden teruggevonden samen met de gestolen telexberichten. Deze roosters die bij het Slidex-systeem horen, zijn op zichzelf niet bruikbaar. Alleen voor berichten die met een overeenkomstig rooster gecodeerd werden, kan je er iets mee doen. Als je dus honderd berichten steelt en je beschikt enkel over twee roosters, dan kan je hoogstens een paar berichten ontcijferen. En dan moet je nog weten welke code gebruikt werd bij elk bericht.

Gewoonlijk komen de boodschappend die op het centrum binnenstromen of die van daaruit verzonden worden na gebruik in een machine terecht die de papieren versnippert tot kleine onleesbare strookjes. Deze machine wordt ook gebruikt om dossiers te vernietigen. Als extra voorzorgsmaatregel wordt het dossier eerst dubbel gevouwen vooraleer het in de molen gestopt wordt: de versnippering is dan optimaal.

De vernietiging van documenten moet verlopen volgens bepaalde voorschriften. Maar het is een banaal werkje. Degenen die ervoor instaan geven de berichten, de dossiers en de roosters gewoon door aan de ordonnans van dienst. Deze begeeft zich dan, vaak helemaal alleen, naar de versnipperingsmolen en vernietigt de documenten. Of dat zou hij tenminste moeten doen. Want het is waarschijnlijk hier dat de meeste telexberichten gestolen werden. Militairen die deden alsof ze documenten gingen vernietigen, smokkelden ze in werkelijkheid naar buiten. Het reglement voorziet natuurlijk ook dat het personeel regelmatig gefouilleerd wordt door de militaire veiligheid om te beletten dat vertrouwelijk materiaal gestolen wordt. Maar dat gebeurt niet systematisch. Meestal beperkt de militaire veiligheid zich tot een steekproef, op het einde van de werkdag. De militairen van het transmissiecentrum moeten dan hun boekentassen en de koffers van hun auto's openmaken ... Zo'n controlesysteem is natuurlijk volstrekt inefficiënt als de berichten 's ochtends in de cafetaria worden doorgegeven.

Overigens werden in de kasten van WNP-leden ook blanco toegangskaarten teruggevonden. Sommige van deze kaarten waren niet meer geldig (de kaarten die toegang verlenen tot het hoofdkwartier worden vaak vervangen), andere wel op het ogenblik van de diefstal. Ze waren echter nog niet genummerd. Klaarblijkelijk werd de voorraad blanco toegangskaarten weinig of niet gecontroleerd.

Toen de politie de gestolen NATO-documenten ontdekte, bleek dat niemand van de militaire veiligheid de verdwijning van de kaarten had gemeld.

"Wat gebeurd is op het transmissiecentrum, kunnen we niet lichtzinnig opvatten", meent een hogere officier. "Het is vooral erg op het vlak van de principes. Maar verder heb ik de indruk dat de verdwenen documenten geen belangrijke informatie bevatten. Het merendeel van de berichten was al doorgegeven aan de geadresseerden; de informatie was al verouderd op het moment dat ze het centrum buitenkwamen. Tenminste, als die mensen van WNP er niet in geslaagd zijn om ultra-geheime operationele berichten te ontvreemden ..."

We tasten daarover in het duister. We weten we dat de politie in de kasten van WNP twee boekjes teruggevonden heeft die PUMA en CODI heten en die uiterts vertrouwelijk materiaal bevatten: operationele instructies in verband met de praktische organisatie van luchtaanvallen, veiligheidsprocedures, noodprogramma's, coderings- en transmissiesystemen, ...

We weten dus dat tijdens de tweede periode (begin 1982) militaire documenten gestolen zijn met de bedoeling ze te publiceren. Daarbij werd een zeer eenvoudig systeem toegepast. Ze werden gefotokopieerd in een winkel dichtbij het Sint-Gillis-Kerkplein. Dit gebeurde op helrood papier om verdere reproductie onmogelijk te maken; een rode achtergrond heeft immers een volledig zwarte kopie als resultaat. De WNP-koeriers zorgden er dan voor dat het geheime tijdschrift op tafel van een aantal correspondenten belandde. Dit konden zowel leden van de Staatsveiligheid zijn als legerofficieren, hooggeplaatste rijkswachters, BOB'ers uit het Brusselse of journalisten gespecialiseerd in militaire problemen.

Soms gebeurde het dat een militair die betrokken was bij de diefstal van documenten aarzelde om de bevelen op te volgen. Dan kwam de Sicherheitspolizei (SIPO) langs om het weerspannige element tot betere gevoelens te brengen. Zo kreeg een vrouwelijke beroepsmilitair te horen dat ze maar beter kon gehoorzamen of haar kind zou het met zijn leven betalen.

Als er twijfel rees over de loyauteit van een WNP-lid zette de SIPO allerhande operaties op touw, operaties die soms een hallucinerend karakter aannamen zoals het bewaken van privé-woningen of huiszoekingen in SS-stijl. Een dergelijke huiszoeking vond plaats eind 1982 in de Parviastraat in Elsene. Een zekere Loki (*) werd door één van de leiders van WNP als een verrader beschouwd. Hij werd een van de geliefkoosde doelwitten van de SIPO die minstens tweemaal bij hem aanklopte voor een gespierd verhoor. Daarna liet de SIPO de man met rust omdat, volgens Michel Libert, de Staatsveiligheid de zaak overnam.

(*) Loki was WNP-lid Philippe Vandenherewege.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

2

Op 1 februari 1984 wordt minister van Defensie Freddy Vreven in de kamer van volksvertegenwoordigers langdurig geïnterpelleerd door de socialistische afgevaardigde Luk Van den Bossche. Van den Bossche brengt de namen in herinnering van de belangrijkste militairen en miliciens die betrokken zijn bij de diefstal van documenten uit het transmissiecentrum. Hij vraagt de minister welke maatregelen er zullen genomen worden tegen de daders en meer in het bijzonder tegen Paul Latinus, de organisator van die diefstal en op het ogenblik van de interpellatie nog altijd reserve-officier bij de Luchtmacht.

Van den Bossche vraagt zich af hoe het mogelijk is dat de Staatsveiligheid niet vroeger reageerde terwijl ze in 1982 toch in het bezit was van tenminste een exemplaar van Althing waarin gestolen telexberichten afgedrukt stonden. Hij onderstreept de tekortkomingen van de militaire veiligheid die niet in staat is geweest de jarenlange infiltratie in het transmissiecentrum te ontdekken. "Uit dit alles blijft", aldus Van den Bossche, "dat, niettegenstaande alle hoogdravende en bombastische, en ik zou bijna zeggen operettemethodes en voorstellingen gehanteerd door de militaire veiligheid, deze ten hoogste de naam militaire verdienen, maar in elk geval niet de naam veiligheid. In feite is de CTR een zeef, meer niet. Hoe reageert de NATO op het feit dat haar geheimen zomaar in vreemde handen terechtkomen?"

"Tenslotte is er de kwestie van het Althing-tijdschrift. Feit is dat de Staf en de SGR terzake exemplaren toegestuurd kregen. Welke was de houding van beide diensten ten opzichte van dit tijdschrift op het ogenblik dat het werd toegestuurd? Welke concrete initiatieven hebben ze genomen? Overigens heeft de Minister van Justitie ook erkend dat in 1982 een exemplaar doorgestuurd werd aan de SGR door de Staatsveiligheid. Zodat vaststaat dat in elk geval de militaire veiligheid een exemplaar an Althing in handen gehad heeft."

Luk Van den Bossche citeert ook verschillende namen die in verband gebracht zijn met Westland New Post: een kolonel van de rijkswacht, een legerluitenant, een persfotograaf die voor Faez All Ajjaz gewerkt heeft en die zeer goed geïntroduceerd is in hogere kringen van rijkswacht en leger.

Minister Freddy Vreven beklimt de tribune en antwoordt als volgt: "Aangezien de verduistering van de geheime documenten in het Transmissiecentrum van Evere aanleiding is geweest tot zowel een gerechtelijk als een administratief onderzoek moet ik mijn antwoord noodzakelijkerwijs beperken tot die elementen die aangebracht zijn door het interne administratieve onderzoek en waarvan de openbaring geen schade kan toebrengen aan de gerechtelijke enquête."

"Uit het interne onderzoek is gebleken dat de feiten begaan werden door personeelsleden van de dienst zelf. Het personeel is voor hun indiensttreding aan een veiligheidsonderzoek onderworpen maar op dat moment is geen enkel verdacht element naar boven gekomen. Verschillende personen die bij de diefstal betrokken zijn werden na het veiligheidsonderzoek lid van Westland New Post, een organisatie die op dat moment nog niet bekend was bij de diensten van de miliaire veiligheid. Tijdens de periodieke inspecties werd geen enkele onregelmatigheid vastgesteld in verband met de veiligheid van het Transmissiecentrum."

"Een onderzoek van de veiligheidsdienst heeft aan het licht gebracht dat er fouten gebeurd zijn en dat het systeem van bewaren en vernietigen van de archieven niet waterdicht was. Er zijn onmiddellijk maatregelen genomen om die veiligheidsrisico's uit te schakelen."

De NATO is op de hoogte gebracht van de verduistering van de berichten. De SGR (Service Général de Renseignements) kende inderdaad het tijdschrift Althing. Dit tijdschrift stelde zich tot doel zijn lezers in te lichten over 'feiten die nooit in de traditionele pers vermeld worden omdat ze niet goed passen in het kraam van de heersende economische en politieke belangen'. Het tijdschrift bevatte enerzijds aanklachten tegen bepaalde situaties in de Sovjet-Unie en anderzijds tegen de laksheid van de zogenaamde Westerse pseudo-democratieën."

"De artikels die in het tijdschrift gepubliceerd werden hadden geen betrekking op België of op de NATO. Althing werd geklasseerd bij de onbelangrijke blaadjes die door tal van kleine organisaties worden uitgegeven. Wat de andere personen betreft, o.a. een Arabische journalist en een persfotograaf, die hebben niets uit te staan met Landsverdediging, behalve dan dat de persfotograaf me onlangs vergezelde op mijn reis naar Zaïre. Hij was aangeduid geweest door de Federatie van Persfotografen."

Luk Van den Bossche neemt daarna opnieuw het woord. Hij maakt zich ongerust over de discriminatie die er in het leger heerst tussen militairen met een linkse en militairen met een rechtse overtuiging:

"Ik heb de indruk dat iemand met een rechtse overtuiging gemakkelijker door de mazen van het militaire veiligheidsnet glipt. De militaire top is nog altijd geobsedeerd door het communistisch gevaar; ze zien het gevaar niet dat komt vanuit de rechtse dus anticommunistische hoek."

Luk Van den Bossche merkt ook op dat het systeem van militaire veiligheid niet hermetisch is. Anders was de SGR vanaf 1982 een onderzoek begonnen terwijl de wagen nu pas aan het rollen kwam in augustus 1983 toen Barbier tijdens een straatruzie zijn revolver bovenhaalde en begon te schieten. [Zie het topic over de gebeurtenissen in Vorst » Forum] Hij wijst erop dat in Althing, één van die 2.385 kleine blaadjes die in ons land verspreid worden en die niet veel aandacht waard zijn, gegevens werden gepubliceerd over de ligging van de Amerikaanse schepen in de Middellandse Zee. NATO-gegevens dus, waarvan we weten dat ze via een Arabische journalist terecht kwamen in een land van het Midden-Oosten. Van den Bossche dringt erop aan dat de minister meer aandacht zou besteden aan het geval Paul Latinus en dat hij van zijn bevoegdheden zou gebruik maken om hem te ontslaan als reserve-officier.

Freddy Vreven merkt op dat Paul Latinus gedemobiliseerd werd in 1974, dat hij drie maal heropgeroepen werd, 43 dagen in totaal, en dat hij momenteel geen andere relaties heeft met Landsverdediging. Toch belooft de minister dat hij zal nagaan of het inderdaad nodig is om Latinus voor het beëindigen van het gerechtelijk onderzoek te ontslaan uit zijn graad van reserve-officier.

Merken we terloops op dat verschillende teksten het statuut van reserve-officier regelen. De wet van 1 maart 1958 bepaalt in artikel 59 dat een reserve-officier uit zijn graad kan ontslagen worden als hij zich schuldig maakt aan feiten die niet in overeenstemming te brengen zijn met zijn staat. Volgens kamerlid Van den Bossche is het organiseren van de diefstal van geheime legerdocumenten een ernstig feit dat binnen de wettelijke voorzieningen kan vallen.

Er bestaat ook een Koninklijk Besluit van 25 september 1959 dat bepaalt dat de Koning bij zware feiten een reserve-officier kan ontslaan, na een rapport van de minister. De ernstige feiten waarvan sprake worden bepaald door de wet van 1863 en hebben te maken met ongehoorzaamheid, wangedrag, onwaardigheid, verzuim van militaire verplichtingen.

Sinds de ontdekking van de diefstal van vertrouwelijke documenten zijn zeven militairen die erbij betrokken waren overgeplaatst van het transmissiecentrum naar andere eenheden. Dit als veiligheidsmaatregel. Maar tot februari 1984 is er nog geen enkele disciplinaire sanctie getroffen. Het leger wacht op de conclusie van het gerechtelijk onderzoek.

Het vooronderzoek van rechter Coppieters 't Wallant is waarschijnlijk bijna rond. De voorlopige invrijheidstelling van Michel Libert in januari, na vijf maanden gevangenis, wijst daarop. Maar ondertussen wordt het administratief onderzoek in het hoofdkwartier van de strijdkrachten verder gezet. Er liggen verschillende voorstellen ter tafel om de controlemethodes te wijzigen en om de veiligheidsprocedures, waarvan gebleken is dat ze allesbehalve veilig zijn, te verbeteren.

Bron: Operatie Staatsveiligheid | René Haquin

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

3

Christian Smets over de gestolen NAVO-telexen:

"Latinus heeft me op zekere dag een aantal telexen laten zien", zegt commissaris Smets. "De conclusie die ik toen trok, was dat de groep over voldoende geld beschikte om een telexabonnement te nemen. Latinus heeft me ook een exemplaar van Althing laten zien. Hij zei dat het tijdschrift uitgegeven werd door IRIS en dat het 1.500 frank per nummer kostte. De Staatsveiligheid heeft het tijdschrift doorgegeven aan de SGR met de vermelding dat het waarschijnlijk om een uitgave van IRIS ging."

Bron: Operatie Staatsveiligheid | René Haquin

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Wat als de ware bedoelingen anders zijn dan dat in de media gemeld.

Begin jaren '80 stelen WNP-leden, in dienst van het Belgisch leger, geheime NAVO-telexen in het extra beveiligde communicatiecentrum van de legerstaf in Evere. De telexen worden gepubliceerd in het eerste nummer van Althing.

In mijn tijdslijn staat maart '81, dat is kort nadat Latinus terugkeert van Chilli, worden er een paar gestolen en de systemen uitgetest. De 2de periode wanneer er het meest gestolen word is:

Begin 1982 slaan Paul Latinus en Michel Libert de handen in mekaar. De gecodeerde boodschappen worden nu buiten gesmokkeld om ze te publiceren in semi-confidentiële tijdschriften zoals Althing en Thingvellir. Volgens Latinus werden deze diefstallen gepleegd in de periode van maart tot augustus 1982. Als Libert tegen eind augustus het leger vaarwel zegt, is de zaak voor Latinus afgelopen.

De tussen maart en augustus '82, het zijn marine-inlichtingen over schepen en aanvals- en verdedigingsmethodes. De Falklandoorlog is van April '82 tot Juni '82. Pas in Augustus is er het tijdschrift waarin ze bepaalde telexen publiceren. Na de Falklandoorlog, ideaal om je in te dekken. Ook interessant om te weten is dat de speciale Argentijnse troepen die meededen in de staatsgreep in Bolivia van de marine waren.

Maar als we aandachtig lezen wat er allemaal gestolen is, het het duidelijk om veel meer dan telexen. Leden van Westland New Post houden vol dat vijf crypto-decoderingsmachines spoorloos verdwenen uit het centrum.

Wel werden er een aantal decoderingsroosters gestolen. Ze werden teruggevonden samen met de gestolen telexberichten. Deze roosters die bij het Slidex-systeem horen, zijn op zichzelf niet bruikbaar. Alleen voor berichten die met een overeenkomstig rooster gecodeerd werden, kan je er iets mee doen. Als je dus honderd berichten steelt en je beschikt enkel over twee roosters, dan kan je hoogstens een paar berichten ontcijferen. En dan moet je nog weten welke code gebruikt werd bij elk bericht.

Overigens werden in de kasten van WNP-leden ook blanco toegangskaarten teruggevonden. We tasten daarover in het duister. We weten we dat de politie in de kasten van WNP twee boekjes teruggevonden heeft die PUMA en CODI heten en die uiterts vertrouwelijk materiaal bevatten: operationele instructies in verband met de praktische organisatie van luchtaanvallen, veiligheidsprocedures, noodprogramma's, coderings- en transmissiesystemen, ...

Het laatste is echt wel de top, met wat ze hadden gestolen konden waarschijnlijk vele boodschappen gelezen worden, dus uiterst interessant voor Argentinië en de drughandel uit Bolivia.

De waarheid schaadt nooit een zaak die rechtvaardig is.

Nog een element die bovenstaande piste versterkt is het schema van Latinus, daar staat La Vega centraal. La Vega is de:

On a déjà parlé de la P2 avec César de La Vega (ambassadeur d'Argentine à Paris).

Waarom heeft La Vega - de ambassadeur van Argentinië (die in Parijs verbleef) - een centrale plaats?

Er is ook nog dat de Santana gestolen is midden de Falklandoorlog, en ik ben niet zeker maar ik vermoed dat hoge officieren zich ook met een Santana lieten vervoeren. Kan de Santana en de blanco toegangsbewijzen met de diefstal van de vijf crypto-decoderingsmachines te maken hebben?

De waarheid schaadt nooit een zaak die rechtvaardig is.
the end wrote:

Wat als de ware bedoelingen anders zijn dan dat in de media gemeld.

Begin jaren '80 stelen WNP-leden, in dienst van het Belgisch leger, geheime NAVO-telexen in het extra beveiligde communicatiecentrum van de legerstaf in Evere. De telexen worden gepubliceerd in het eerste nummer van Althing.

In mijn tijdslijn staat maart '81, dat is kort nadat Latinus terugkeert van Chilli, worden er een paar gestolen en de systemen uitgetest. De 2de periode wanneer er het meest gestolen word is:

Begin 1982 slaan Paul Latinus en Michel Libert de handen in mekaar. De gecodeerde boodschappen worden nu buiten gesmokkeld om ze te publiceren in semi-confidentiële tijdschriften zoals Althing en Thingvellir. Volgens Latinus werden deze diefstallen gepleegd in de periode van maart tot augustus 1982. Als Libert tegen eind augustus het leger vaarwel zegt, is de zaak voor Latinus afgelopen.

De tussen maart en augustus '82, het zijn marine-inlichtingen over schepen en aanvals- en verdedigingsmethodes. De Falklandoorlog is van April '82 tot Juni '82. Pas in Augustus is er het tijdschrift waarin ze bepaalde telexen publiceren. Na de Falklandoorlog, ideaal om je in te dekken. Ook interessant om te weten is dat de speciale Argentijnse troepen die meededen in de staatsgreep in Bolivia van de marine waren.

Maar als we aandachtig lezen wat er allemaal gestolen is, het het duidelijk om veel meer dan telexen. Leden van Westland New Post houden vol dat vijf crypto-decoderingsmachines spoorloos verdwenen uit het centrum.

Wel werden er een aantal decoderingsroosters gestolen. Ze werden teruggevonden samen met de gestolen telexberichten. Deze roosters die bij het Slidex-systeem horen, zijn op zichzelf niet bruikbaar. Alleen voor berichten die met een overeenkomstig rooster gecodeerd werden, kan je er iets mee doen. Als je dus honderd berichten steelt en je beschikt enkel over twee roosters, dan kan je hoogstens een paar berichten ontcijferen. En dan moet je nog weten welke code gebruikt werd bij elk bericht.

Overigens werden in de kasten van WNP-leden ook blanco toegangskaarten teruggevonden. We tasten daarover in het duister. We weten we dat de politie in de kasten van WNP twee boekjes teruggevonden heeft die PUMA en CODI heten en die uiterts vertrouwelijk materiaal bevatten: operationele instructies in verband met de praktische organisatie van luchtaanvallen, veiligheidsprocedures, noodprogramma's, coderings- en transmissiesystemen, ...

Het laatste is echt wel de top, met wat ze hadden gestolen konden waarschijnlijk vele boodschappen gelezen worden, dus uiterst interessant voor Argentinië en de drughandel uit Bolivia.

Een heel interessante analyse the end. Het gaat inderdaad om veel meer dan die telexen alleen en het aantonen van onvoldoende beveiliging van het NAVO-hoofdkwartier. Je kan er ook niet naast kijken dat alles in het werk is gesteld geweest opdat er geen onderzoek noch proces naar deze affaire zou komen en om de zaak te laten verjaren. Hiervoor werden zeer bewuste procedurefouten gemaakt. De reden hiervoor kan te vinden zijn in je analyse. De WNP-operatie Falkland gebeurde nl., dixit Barbier, op bevel en aansturen van Smets. Ik heb hierover nog wat info gevonden die ik nog moet posten.

Wel ik heb ook nog wat verder gezocht en begin dit meer en meer als een waarschijnlijk gegeven te zien. Er is ook nog volgens de fiche van Geschier, dat GeschierBourgerol en Lecerf regelmatig afspraken met iemand van de Argentijnse ambasade.

De waarheid schaadt nooit een zaak die rechtvaardig is.

De naam van een shoppingcenter kiezen voor een organisatie die geheime documenten steelt en waarschijnlijk doorverkoopt, is toch wel grappig.

Ook nog de link Frankrijk-Argentinië: Frankrijk was toen in '81 geen lid van de NAVO, en via de marine was er een hele sterke samenwerking met Argentinië, ook via de speciale eenheid die aan de staatsgreep in Bolivia meedeed. Er werden in Parijs voor hen cursussen georganiseerd. De Franse en Engelse marine waren om het zacht uit te drukken niet de beste vrienden, dus de rol van Fransen in die zaak is niet onbelangrijk, zie bijvoorbeeld Bender die vanuit Frankrijk komt of het schema van Latinus.

De waarheid schaadt nooit een zaak die rechtvaardig is.
Ben wrote:

(...) de precieze samenstelling van de vechtende troepen op de Falkland-eilanden, gedetailleerde aanvalsplannen, en lijsten van geficheerde personen.

Hoeveel zou dit waard zijn voor de Argentijnen?

Argentina's 'Dirty War', And Bolivia's 'Cocaine Coup': Blessed By The CIA And The Vatican » YouTube

De waarheid schaadt nooit een zaak die rechtvaardig is.

Nog een interessant gegeven zijn de wapenleveringen aan Argentinië via Frankrijk.

HMS Sheffield werd twee dagen na het zinken van de Belgrano midscheeps getroffen door een exocetraket, die Argentinië van Frankrijk had gekocht.

De aankoop van de raketten gebeurde via Libië. Wat Operatie Libië van WNP in een ander perspectief plaatst. Alsook Armaco en Baugniet. De kans dat WNP-leden naar het kamp van F. Terpil en E. Wilson zouden gestuurd worden is heel groot.

De waarheid schaadt nooit een zaak die rechtvaardig is.