1,361

(45 replies, posted in Gladio - Staatsveiligheid)

De anticommunistische terreurstrategie in Italië lijkt in 1947 definitief van start te zijn gegaan, toen tijdens de viering van één mei aan de Portella della Ginestra in de Siciliaanse gemeente Piana degli Albanesi een aanslag werd gepleegd met machinegeweren vanaf de omringende heuvels en door mannen te paard. Er vielen elf doden, waaronder vier kinderen. De aanslag kwam twaalf dagen na de overwinning van het linkse "Blocco del popolo" en werd uitgevoerd door de bende van Salvatore Giuliano, een bandiet die ook bekend stond als voorvechter van de omvorming van Sicilië tot een nieuwe staat van de Verenigde Staten. Er werd door Mario Scelba, de minster van Binnenlandse Zaken, gehamerd op het feit dat het bandieten betrof en dat er geen politieke achtergrond mee gemoeid was.

Hoogstens werd verwezen naar de maffia. Maar vele elementen doen vermoeden dat hoge politieke kringen wel degelijk aan de basis lagen van de aanslag, mogelijk zelfs Scelba in eigen persoon. Zo wordt melding gemaakt van een samenzwering van april 1947 met deelname van baron La Motta, de burgemeester van Palermo Lucio Tasca, de advocaat Concetto Gallo en kolonel Charles Poletti die toen Amerikaanse proconsul in Rome was. Deze laatste zou de wapens hebben geleverd terwijl de twee eersten instonden voor financiële tegemoetkomingen. Hoe dan ook, Giuliano werd vermoord in juli 1950, officieel door een groep van politie en rijkswachters hoewel ook geopperd wordt dat zijn luitenant Gaspare Pisciotta de dader was. Deze laatste werd vier jaar later in de gevangenis vermoord door een kop vergiftigde koffie, nadat hij zijn bereidheid bekend had gemaakt om alle details rond de aanslag te geven.

Hij noemde eerder al Bernardo Mattarella, de monarchist Tommaso Marchesano en prins Gianfranco Alliata, met Giacomo Cusumano Geloso als tussenpersoon. Ook had hij verwezen naar wapens afkomstig van de Amerikanen, volgens sommige bronnen via Frank Gigliotti en met goedkeuring van William Donovan. Er wordt zelfs gesteld dat de bende van Giuliano tijdens de aanslag werd bijgestaan door personen die gerecruteerd waren door de OSS. Deze laatste had in juli 1947 zijn goedkeuring voor het gebruik van terreur door Giuliano laten blijken tijdens een onderhoud met Giuseppe Saragat.

1,362

(45 replies, posted in Gladio - Staatsveiligheid)

Gladio in Italië vind zijn oorsprong in de onderlinge historische banden tussen Amerikaanse, Britse en Italiaanse vrijmetselaarloges, vaak in nauwe samenwerking de maffia. De basis hiertoe werd reeds gelegd bij de OSS-operaties die zorgden voor de landing van de Amerikanen in Sicilië tijdens WOII. Na de oorlog werd deze occulte samenwerking verdergezet in de strijd tegen het communisme. Via vrijmetselaarloges beheersten de Amerikanen het Italiaanse politieke landschap, wat culmineerde in de activiteiten van de P2-loge. In een document van de Amerikaanse inlichtingendiensten uit 1945 staat reeds dat generaal Roberto Bencivenga een nieuwe loge had geopend "om de contacten met het Verenigd Koninkrijk te vergemakkelijken".

Tot deze loge behoorden ondermeer de twee eerste presidenten (Enrico De Nicola en Luigi Einaudi) en enkele andere politieke kopstukken zoals Vittorio Emanuele Orlando. Ook de Amerikaanse president Harry Truman, zelf een vrijmetselaar van de 33ste graad en grootmeester van de Missouri-loge, zorgde voor de uitbouw van de Italiaanse vrijmetselarij met de bedoeling deze te doordringen van anticommunisme. Dit moet gezien worden als aanvulling op de vergelijkbare banden met het Vaticaan, waar zich trouwens ook een bepaalde vorm van vrijmetselarij ontwikkelde, tegen de wetten van de Roomse kerk in. In 1947 stuurde Truman de vrijmetselaar Frank Gigliotti naar Rome, mogelijk op vraag van de Cosa Nostra. Gigliotti was lid van de door de maffia geïnfiltreerde Garibaldi-loge uit New York, maakte deel uit van de American Labour Council en beheerde de contacten tussen Italiaanse anticommunisten en Amerikaanse maffiosi.

Hij werkte voor het "Italiaanse team" van de OSS onder James Angleton (samen met Earl Brennan, Vincent Scamporino, Victor Anfuso en Max Corvo) en sinds 1947 voor de CIA. De masonische invloed vertaalde zich al snel in een greep op de Italiaanse politek. In 1947 bezocht De Gasperi de Verenigde Staten, samen met Donato Menichella en Guido Carli van de Banca d'Italia, op aanraden van Walter Dowling van het US State Department. De Gasperi schikte zich volledig naar de wensen van Truman in ruil voor politieke steun en beloofde de communisten uit de regering te houden. Gigliotti zou hierbij ook gestuurd hebben om de sociaaldemocratische vrijmetselaar Giuseppe Saragat, die in 1947 voor de door de Amerikanen gewenste breuk in de socialistische PSI zorgde, in de regering te krijgen, een strategie waarmee ook Ivan Matteo Lombardo akkoord was. Gigliotti vertrouwde in 1947 aan Saragat ook toe akkoord te gaan met het gebruik van terreur in de strijd tegen communisten, ondermeer door de bandietenbende van Giuliano.

Elke communistische vooruitgang moest de kop in gedrukt worden. In het document "The position of the United States with respect to Italy" (NSC 1/1) van 14 november 1947 had de National Security Council zelfs goedkeuring gegeven voor militaire tussenkomt in geval van een communistische omwenteling na de verkiezingen van april 1948. De greep van de vrijmetselaars op het politieke gebeuren bleef zich verstevigen. In 1960 slaagt Gigliotti erin om de historische zetel in het palazzo Giustiniani terug te schenken aan het Italiaanse Groot-Oosten (eerder geconfisqueerd door Mussolini), waarvoor reeds in 1948 door Truman werd geijverd. Hij kon voor dit project ook rekenen op de hulp van ondermeer de joodse vrijmetselaar James Zellerbach, de ambassadeur in Rome. In ruil werd CIA-pion Giordano Gamberini er in 1961 geïnstalleerd als Grootmeester, werd het anticlericalisme van de loge teruggeschroefd en het anticommunisme gestimuleerd, en moesten Amerikaanse loges op Italiaans grondgebied worden toegelaten tegen de masonische regels in.

Zo werd de "Colosseum"-loge in Rome opgericht bij de ambassade, de "George Washington"-loge en de "Verona American Lodge" in de NATO-basissen van Vicenza en Verona, de "Benjamin Franklin"-loge in Livorno, enz. Ook het samensmelten van het Grootoosten en de ALAM-grootloge van de Sicliaanse prins Giovanni Alliata di Montereale in 1960 moet als een eis van de Amerikanen gezien worden. Alliata wordt vernoemd in verschillende Gladio-dossiers en zou ook lid worden van de P2-loge. De beruchtste vrijmetselaar was uiteraard Licio Gelli, die tot het Grootoosten toetrad in 1959 en door grootmeester Gamberini werd opgedragen om Gigliotti op te volgen als schakel met de Amerikanen. Gelli zou in 1970 de P2-loge in handen nemen, volgens sommige bronnen in persoonlijke opdracht van Gigliotti, en deze uitbouwen tot een anticommunistische en maffieuze schaduwregering met steun van de CIA. Gigliotti onderhield trouwens ook banden met P2-lid Michele Sindona

1,363

(8 replies, posted in 1980-1989)

Voor degene die nog niet helemaal mee zijn: "Titi" is een sudist en één van de vijf namen genoemd door Deprêtre als Bende-leden. Wat betreft La Cala aangehaald door K&: camping waarover de politie een tip binnenkreeg (Bende zou zich er na Nijvel gaan verschuilen). Bovendien: een heel dicht familielid van "Titi" hield er de cafétaria open en sommige kerels die er min of meer woonachtig waren lieten uitschijnen dat ze van de Bende wel iets afwisten (helaas liggen ze nu onder de zoden).

Een diepere analyse en de oorspronkelijke artikels vind je hier » anneesdeplomb.topdiscussion.com

1,364

(25 replies, posted in Organisaties)

Securitas zou een contract gehad hebben voor de bewaking van de VW-fabriek van Vorst, de VAG's in Erps kwerps, Rue du mail, Waterloo. Securitas zou moeten gezien worden, net als Wackenhut overigens, als een bedrijf dat gestuurd werd door de CIA.

Zie ook de Sudisten die voor deze firma werkten, en café 421 waar securitaspersoneel kwam. Zie ook André Moyen die er directeur was. Zie ook het ex-hoofd van Group4 Securitas, Sven Carlsson, die regelmatig Benoît de Bonvoisin ontmoette, ondermeer in de Brusselse Hilton. In 1981 was er een ontmoeting in de Boulevard Saint-Michel in aanwezigheid van PDG-beheerder Jean-Marie Detournay, waarbij een aantal honderdduizenden franken aan PDG werd gestort. Officieel betrof het headhunter-contracten waarbij PDG een verkoper en verkoopsdirecteur zou leveren, maar deze personen zouden nooit in dienst treden bij Securitas.

Volgens de Bonvoisin hield de storting verband met VdB die geld nodig had voor een verkiezingscampagne. In 1982 stelde de Bonvoisin aan Securitas voor om een nieuw filiaal op te starten (Secury-Press), waarbij "Europe Magazine" aangebracht werd als klant. De marktstudie werd gedaan door een para die helikopterpiloot geworden was in Koksijde, die hiervoor betaald werd! Op 1/10/1985 vond men "Way-Up" van Karel Delombaerde op de klantenlijst van Secury-Press. Ook advocaat José Saels werd bij de financiering betrokken.

1,365

(25 replies, posted in Bewijsstukken)

Dat is toch wel straf, dus vermoedelijk:

  • ofwel heeft die Grandjean er iets mee te maken;

  • ofwel wil men een dwaalspoor leggen naar die persoon.

In beide gevallen, verder onderzoek waard.

1,366

(3 replies, posted in Bende Haemers)

Zijn naam komt niet voor in Atlas, maar hij valt wel in verband te brengen met dit milieu.

1,367

(25 replies, posted in Organisaties)

Wijlen Paul van Zeeland, Bilderberger van het eerste uur, tiens is die niet onlangs in het nieuws geweest omwille van zijn off-shore bedrijfje in Panama (gesticht in 1946). Welk geld moest daar geparkeerd worden zou iemand zich dan afvragen... en van waar was het afkomstig? Hoe dan ook, de familie Van Zeeland is er met een boete van 18.000 Euro makkelijk van onderuit gemuisd. Dossier dicht. Wat een koopje.

» www.hln.be

1,368

(25 replies, posted in Organisaties)

En nog deze visie over Bilderberg, die me niet eens zo gek lijkt:

Bilderberg is in essentie geen "mondiale regering" maar wel een NATO-werktuig

Depuis plusieurs années, l’idée s’est répandue que le Groupe de Bilderberg serait un embryon de gouvernement mondial. Ayant eu accès aux archives de ce club très secret, Thierry Meyssan montre que cette description est une fausse piste utilisée pour masquer la véritable identité et fonction du Groupe: le Bilderberg est une création de l’OTAN. Il vise à convaincre des leaders et à manipuler l’opinion publique à travers eux pour la faire adhérer aux concepts et aux actions de l’Alliance atlantique.

De eerste samenkomst was gericht op anticommunisme (inclusief via het éénmaken van Europa)

70 personnalités, issues de 12 pays, participent à la première réunion du Groupe. C’est un séminaire de trois jours, du 29 au 31 mai 1954, près d’Arnhem (Pays-Bas). Les invités sont répartis dans deux autres hôtels avoisinants, mais les débats se tiennent dans l’établissement principal qui donna son nom au Groupe. Les invitations, à en-tête du Palais de Soestdijk, sont sybillines: "J’apprécierais vivement votre présence au congrès international, sans caractère officiel, qui se tiendra aux Pays-Bas vers la fin du mois de mai. Ce congrès désire étudier un certain nombre de questions d’une grande importance pour la civilisation occidentale et a pour but de stimuler le goodwill et l’entente réciproque grâce à un libre échange de vues."

Elles sont signées du prince consort des Pays-Bas, Bernhard zur Lippe-Biesterfeld, et accompagnées de quelques pages d’informations administratives sur le transport et l’hébergement. Tout au plus y apprend-on que les délégués seront issus des États-Unis et de 11 États ouest-européens, et que 6 séances de travail de 3 heures chacune sont prévues. Vu le passé nazi du prince Bernhard (qui avait servi dans la cavalerie SS jusqu’à son mariage en 1937 avec la princesse Juliana) et dans le contexte du McCarthysme, il est clair que les "questions d’une grande importance pour la civilisation occidentale" tournent autour de la lutte contre le communisme. Une fois arrivé sur place, l’impression des invités est tempérée par les deux présidents de séance : l’entrepreneur états-unien John S. Coleman et le ministre belge sortant des Affaires étrangères Paul van Zeeland. Le premier est un militant du libre-échange, le second est un partisan de la Communauté européenne de Défense (CED).

La CED est un projet qui visait à créer une armée européenne intégrée à l’OTAN. Il fut rejeté en 1954 par le Parlement français à l’instigation des Gaullistes et du Parti communiste. Il faut attendre 2010-11 pour que ce projet trouve un début de réalisation avec l’entente franco-britannique au sein de l’OTAN et la guerre de Libye. Enfin, on aperçoit en bout de tribune Joseph Retinger, l’éminence grise des Britanniques. Tout cela laisse à penser que les monarchies hollandaise et britannique ont sponsorisé cette réunion pour soutenir la Communauté européenne de Défense et le modèle économique du capitalisme libre-échangiste face à l’anti-américanisme que promeuvent communistes et gaullistes. Cependant, les apparences sont trompeuses. Il ne s’agit pas de faire campagne pour la CED, mais de mobiliser les élites pour la Guerre froide. S.A.R. le prince Bernhard a été choisi pour convoquer ce congrès parce que son statut de prince consort lui donne un caractère étatique sans pour autant être officiel.

Il masque le commanditaire: une organisation inter-gouvernementale qui entend manipuler les gouvernements de certains de ses États membres. John S. Coleman n’est pas encore le président de la Chambre de Commerce des États-Unis, mais il vient de créer le Comité des citoyens pour une politique nationale du Commerce (Citizen’s Committee for a National Trade Policy — CCNTP). Selon lui, le libre-échange absolu, c’est-à-dire le renoncement à tous les droits de douane, permettra aux pays alliés des États-Unis d’accroître leur richesse et de financer la Communauté européenne de Défense (c’est-à-dire de réarmer l’Allemagne et d’intégrer sa puissance militaire potentielle au sein de l’OTAN) Or, les documents en notre possession montrent que le CCNTP n’a de citoyen que le nom. C’est en réalité une initiative de Charles D. Jackson, le conseiller en guerre psychologique de la Maison-Blanche.

L’opération est pilotée en amont par William J. Donovan, l’ancien commandant de l’OSS (le service de renseignement US durant la guerre) désormais chargé d’édifier la branche américaine du nouveau service secret de l’OTAN, le Gladio. Paul van Zeeland n’est pas seulement le promoteur de la Communauté européenne de Défense, c’est aussi un politicien de grande expérience. À la Libération, il a présidé la Ligue indépendante de coopération européenne (LICE) dont l’objectif est de créer une union douanière et monétaire. Cette organisation a été mise en place par Joseph Retinger, déjà cité. Précisément Retinger, qui fait office de secrétaire du congrès de Bilderberg, a servi durant la guerre dans les services secrets anglais (SOE) du général Colin Gubbins. Aventurier polonais, Retinger s’est retrouvé conseiller du gouvernement Sikorski en exil au Royaume-Uni. À Londres, il a animé le microsome des gouvernements en exil se faisant ainsi le plus beau carnet d’adresse de l’Europe libérée. Son ami Sir Gubbins a officiellement quitté le service et le SOE a été dissout.

Il dirige une petite entreprise de tapis et textiles, qui lui sert de "couverture". En réalité, aux côtés de son homologue Donovan, il est chargé de créer la branche anglaise du Gladio. Il a participé à toutes les réunions préparatoires du congrès de Bilderberg et est présent parmi les invités, assis à côté de Charles D. Jackson. À l’insu des participants, ce sont donc les services secrets de l’OTAN qui sont la puissance invitante. Bernhard, Coleman et van Zeeland servent de paravents. Parmi les dix orateurs inscrits, on relève deux anciens Premiers ministres (Guy Mollet, France et Alcide de Gasperi, Italie), trois responsables du Plan Marshall, le faucon de la Guerre froide (Paul H. Nitze) et surtout un très puissant financier (David Rockefeller).

Slechts een harde kern maakt deel uit van het plan, de rest is aanwezig om "gemanipuleerd te worden" :

Selon les documents préparatoires, une vingtaine de participants sont dans la confidence. Ils savent plus ou moins en détail qui sont les tireurs de ficelles et ont rédigé à l’avance leurs interventions. Les moindres détails ont été ajustés et il n’y a aucune part d’improvisation. Au contraire, la cinquantaine d’autres participants ignore tout de ce qui se trame. Ils ont été choisis pour influencer leurs gouvernements respectifs et l’opinion publique de leur pays. Le séminaire est donc organisé pour les convaincre et pour les pousser à s’engager à propager les messages que l’on veut diffuser. Les interventions ne portent pas sur les grands problèmes internationaux, mais analysent la stratégie idéologique supposée des Soviétiques et exposent la manière dont elle doit être contrée dans le « monde libre ».

De Gladio-strategie wordt er versterkt

Les premières interventions évaluent le danger communiste. Les « communistes conscients » sont des individus qui entendent placer leur patrie au service de l’Union soviétique afin d’imposer au monde un système collectiviste. Ils doivent être combattus. Mais cette lutte est difficile car ces « communistes conscients » sont noyés en Europe dans une masse d’électeurs communistes qui ignorent tout de leurs sombres desseins et les suivent dans l’espoir de meilleures conditions sociales. Progressivement, la rhétorique se durcit. Le « monde libre » doit affronter le « complot communiste mondial », non seulement de manière générale, mais aussi en répondant à des questions concrètes sur les investissements états-uniens en Europe ou sur la décolonisation. Enfin, les orateurs en arrivent au problème principal —que les Soviétiques, assurent-ils, exploitent à leur profit— : pour des raisons culturelles et historiques, les responsables politiques du « monde libre » emploient des arguments différents aux États-Unis et en Europe, arguments qui se contredisent parfois. Le cas le plus emblématique est celui des purges organisées par le sénateur McCarthy aux États-Unis. Elles sont indispensables pour sauver la démocratie, mais la méthode choisie est ressentie en Europe comme une forme de totalitarisme. Le message final, c’est qu’aucune négociation diplomatique, aucun compromis n’est possible avec les « Rouges  ».

Il faut empêcher coûte que coûte les communistes de jouer un rôle en Europe occidentale, mais il va falloir ruser : comme on ne peut pas les arrêter et les fusiller, il faudra les neutraliser avec discrétion, sans que leurs électeurs eux-mêmes s’en rendent compte. Bref, l’idéologie qui est développée, c’est celle de l’OTAN et du Gladio. Il n’a jamais été dit que l’on truquerait les élections, ni que l’on assassinerait les tièdes, mais tous les participants ont admis que pour sauver le « monde libre », il faudrait mettre la liberté entre parenthèses. Bien que le projet de Communauté européenne de Défense (CED) ait échoué trois mois plus tard sous les coups de boutoir des députés communistes et « nationalistes extrémistes » (c’est-à-dire gaullistes) au Parlement français, le congrès fut considéré comme un succès. Malgré les apparences, il n’avait pas pour but de soutenir la création de la CED ou toute autre mesure politique précise, mais de diffuser une idéologie dans la classe dirigeante, puis à travers elle dans la société. Objectivement, les Européens de l’Ouest avaient de moins en moins conscience des libertés dont ils étaient privés et ils étaient de plus en plus informés des libertés qui faisaient défaut aux habitants de l’Europe de l’Est.

De tweede meeting: exit Bernhard wegens Lockheed-schandaal

Un second congrès est donc organisé en France, du 18 au 20 mars 1955. À Barbizon. Progressivement l’idée que ces congrès seront annuels et qu’ils nécessitent un secrétariat permanent s’impose. Le prince Bernhard se met en retrait lorsqu’il est pris en flagrant délit de trafic d’influence (scandale Lockheed-Martin). Il cède à l’ancien Premier ministre britannique Alec Douglas Home (1977-80), la présidence qui sera ensuite tenue par l’ancien chancelier et président allemand Walter Scheel (1981-85), l’ancien gouverneur de la Banque d’Angleterre Eric Roll (1986-89), l’ancien secrétaire général de l’OTAN Peter Carrington (1990-98), et enfin l’ancien vice-président de la Commission européenne Étienne Davignon (depuis 1999). Pendant longtemps, le président du Groupe de Bilderberg est assisté de deux secrétaires généraux, un pour l’Europe et le Canada (les États vassaux), l’autre pour les États-Unis (le suzerain), cependant, il n’y a plus qu’un seul secrétaire général depuis 1999.

Volgende meetings: meer van hetzelfde maar wisselende leden om de "blijde boodschap" te verspreiden

D’une année sur l’autre, les débats sont très redondants, c’est pourquoi les invités changent. Il y a toujours un noyau dur qui a préparé le séminaire à l’avance et des nouveaux venus à qui l’on inculque la rhétorique atlantiste du moment. Actuellement, les séminaires annuels rassemblent plus de 120 participants, dont toujours un tiers forment le noyau dur. Ils ont été sélectionnés par l’Alliance en fonction de l’importance de leurs relations et de leur capacité d’influence, indépendamment de leurs fonctions dans la société. Ainsi, ils restent membres du noyau dur lorsqu’ils changent de métier. Les Bilderbergers n’engagent pas les entreprises ou institutions dans lesquelles, ils travaillent.

Cependant, il est intéressant d’observer la diversité de leurs secteurs d’activité. Au cours des dernières années, le nombre de sujets abordés lors des séminaires annuels a augmenté en fonction de l’actualité internationale. Mais cela ne nous apprend rien, car ces discussions n’ont aucun objet en elles-mêmes, elles sont juste des prétextes pour faire passer des messages. Malheureusement, nous n’avons pas eu accès aux documents préparatoires les plus récents et ne pouvons que supputer sur les mots d’ordre que l’OTAN s’efforce de diffuser via ces leaders d’opinion. La réputation du Groupe de Bilderberg a conduit certains auteurs à lui attribuer des capacités de nomination. C’est stupide et cela masque les vrais tireurs de ficelles qui se trouvent au sein de l’Alliance atlantique.

Het is niet: de plaats waar wereldpolitiek op een paar dagen geklonken wordt

Par exemple, on a rapporté que durant la dernière campagne électorale présidentielle aux États-Unis, Barack Obama et Hillary Clinton ont disparu durant une journée, le 6 juin 2008, pour négocier à l’écart la fin de leur rivalité. Ils se sont en réalité rendus au séminaire annuel du Groupe de Bilderberg, à Chantilly (Virginie, USA). Or, le lendemain, Mme Clinton annonçait qu’elle se retirait de la course. Certains auteurs en ont conclu que la décision a été prise au cours de la réunion du Bilderberg. Ce n’est pas logique, dans la mesure où cette décision était certaine depuis trois jours vu le nombre de voix du sénateur Obama au sein du comité d’investiture du Parti démocrate. Selon notre source, c’est autre chose qui s’est passé. Barack Obama et Hillary Clinton ont conclu à l’écart un accord financier et politique. Le sénateur Obama a renfloué les caisses de sa rivale et lui a offert un poste dans son administration (Mme Clinton a refusé la vice-présidence et a choisi le département d’État) en échange de son soutien actif durant la campagne contre le candidat républicain.

Puis, les deux leaders ont été introduits par James A. Johnson au séminaire du Bilderberg où ils ont assuré les participants qu’ils travailleraient ensemble. Depuis longtemps déjà, Barack Obama était le candidat de l’OTAN. M. Obama et sa famille ont toujours travaillé pour la CIA et le Pentagone. De plus, les premiers financements de sa campagne ont été fournis par la Couronne d’Angleterre via l’homme d’affaire Nadhmi Auchi. En présentant le sénateur noir aux Bilderbergers, l’Alliance atlantique organisait à l’échelle internationale les relations publiques du futur président des États-Unis. De même, on a rapporté que le Groupe de Bilderberg a organisé un dîner impromptu, hors séminaire, le 14 novembre 2009 au Château de Val Duchesse, propriété du roi de Belgique.

L’ancien Premier ministre belge Herman von Rompuy y a prononcé un discours. Or, cinq jours plus tard, il fut élu président du Conseil européen. Là encore, certains auteurs en on conclu à tort que le Groupe de Bilderberg était le « faiseur de roi ». En réalité, le président de l’Union européenne ne pouvait pas être choisi en dehors des cercles de l’OTAN, puisque —rappelons-le— l’Union européenne est issue des clauses secrètes du Plan Marshall. Et ce choix devait être avalisé par les États membres. Ce type de décision nécessite de longues négociations et ne se prend pas lors d’un dîner entre amis.

Van Rompuy werd door Davignon via Bilderberg "gelanceerd" in de juiste kringen

Toujours selon notre source, le président du Groupe de Bilderberg, Étienne Davignon, a convoqué ce dîner exceptionnel pour présenter van Rompuy à ses relais d’influence. La chose était d’autant plus indispensable que la première personnalité à occuper la nouvelle fonction de président de l’Union était totalement inconnue en dehors de son pays. Au cours du repas, M. Van Rompuy a exposé son programme de création d’un impôt européen pour financer directement les institutions de l’Union sans passer par les États membres. Il restait aux Bilderbergers à clamer partout où ils le pouvaient qu’ils connaissent Herman von Rompuy et attestent de ses qualités pour présider l’Union.

Bron » www.voltairenet.org

1,369

(25 replies, posted in Organisaties)

En voor zij die geen Italiaans begrijpen maar wel wat Frans, een interview met Imposimato » YouTube

1,370

(25 replies, posted in Organisaties)

De informatie van Imposimato over Bilderberg staat reeds sinds november 2012 vermeld in zijn boek "La Repubblica delle stragi impunite". De persartikels uit januari kregen blijkbaar weinig respons, zodat het deze maand (april) nog maar eens wordt opgerakeld. Ik heb het boek intussen gekocht (enkel in het Italiaans beschikbaar). Het lijkt bijzonder interessant.

Helaas staat er geen reproductie in van het aangehaalde document en is de passage in de tekst behoorlijk summier. Bilderberg wordt trouwens maar op één plaats in de tekst genoemd. Ik heb het boek nog niet gelezen (mijn Italiaans is behoorlijk goed maar het leest wat trager) maar begin er weldra aan en laat wel weten of er nog belangrijke info instaat.

Dit is wat ik er voorlopig van maak:

In zijn boek "La Repubblica delle stragi impunite” (november 2012), alsook in persberichten uit januari en april 2013, beweert de Italiaanse toprechter Ferdinando Imposimato te beschikken over informatie die aantoont dat Bilderberg mee achter de NATO-gelinkte terroristische aanslagen zat van de loden jaren die overkoepeld werden door de P2-loge. Hij haalde deze informatie uit een rapport van de in 1979 door de extreem-linkse Prima Linea vermoorde magistraat Emilio Alessandrini dewelke op zijn beurt een document uit juni 1967 lijkt te hebben bekomen van Giovanni Ventura, een fascist van Ordine Nuovo gestorven in 2010. Het rapport van Alessandrini over "Gruppi di pressione internazionale in occidente" is getiteld RSD/1Zeta n°230, was opgesteld naar aanleiding van zijn onderzoek naar de Gladio-aanslag in Piazza Fontana van december 1969 en bevatte nota's over de CIA, Bilderberg en de Americans for Democratic Action (ADA).