1,551

(7 replies, posted in 1980-1989)

De dader, Ulrich Trepte:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/ulrich10.jpg

Belgische rijkswachter gedood

In de nacht van vrijdag op zaterdag is aan de grenspost Heer-Agimont een Belgisch rijkswachter doodgeschoten door een Duitser die in zijn land bekend staat als een extreemrechts militant. De man kon later worden aangehouden.

Vrijdagnacht stapte een Duitser op het Stationsplein te Namen in een taxi en vroeg naar Mazé gereden te worden. Tijdens de rit zwaaide de Duitser geregeld met een dik pak geld en was zijn houding zo eigenaardig dat de taxichauffeur besloot om door te rijden naar de grenspost met Frankrijk. Hij wist dat daar controle werd uitgeoefend door de rijkswacht.

Aan de post Heer-Agimont werd de taxi tegengehouden. Tijdens de controle haalde de Duitser een revolver boven en vuurde naar de twee rijkswachter. Eén werd getroffen in de arm, de andere in het hoofd. De Duitser sprong uit de taxi en vluchtte te voet de grens over naar Frankrijk.

De twee rijkswachters werden in allerijl naar het ziekenhuis van Namen gebracht waar wachtmeester Leonard Danis later aan zijn verwondingen overleed. Zijn collega René Naisse was er veel minder erg aan toe.

In de loop van zaterdagnamiddag werden de Franse gendarmes gealarmeerd door de sluiswachter in Chooz. Hij had gehoord van de schietpartij aan de grens en was meteen op zijn hoede toen een Duitser hem wat te eten vroeg en voorstelde het voedsel in marken te betalen, De Duitser bood geen weerstand toen de gendarmes hem kwamen aanhouden.

Na een eerste ondervraging leek het te gaan om de 26-jarige Ulrich Ernst Trepte uit de streek van Karlsruhe. Trepte staat bij de uit e politie bekend als een extreemrechts militant. Het geld dat de man bij zich had toen hij in Frankrijk zaterdag werd aangehouden, is afkomstig van een gewapende overval die op 15 maart werd gepleegd.

Bij de Westduitse gerechtelijke politie in Stuttgart is vernomen dat de overval, die Trepte heeft gepleegd, in Maulbronn, plaatsvond.

De overval vond plaats om 8.45 uur aan een filiaal van de Volksbank, op het ogenblik dat een bediende terugkeerde van het hoofdkantoor met een bedrag van 39.000 DM. Toen de bediende net aangekomen was, is Trepte het kantoor binnengestormd, heeft hij twee andere bedienden met een revolver in bedwang gehouden, en heeft hij de tas met het geld meegenomen. Dan is hij weggelopen tot bij een rode Alfa Romeo Julia Super, die met draaiende motor en iemand achter het stuur op hem stond te wachten.

Getuigen konden de nummerplaat van de wagen noteren, en daar is uit gebleken dat die toebehoorde aan een 19-jarige Italiaan.

De wagen werd nadien teruggevonden op een parkeerplaats nabij het station van Mannheim. Het tweetal zou van daar de trein hebben genomen naar Amsterdam, waar ze de buit hebben verdeeld. Verondersteld wordt dat de Italiaan er wel in geslaagd is Frankrijk te bereiken en op weg is naar huis.

De West-Duitse gerechtelijke politie meent ook dat er een verband kan bestaan tussen de rechts-radicale ingesteldheid van Trepte en de Italiaan die hem hielp bij de overval, daarbij verwijzend naar de Italiaanse extreem-rechtse groepering “Ludwig”, die herhaaldelijk de verantwoordelijkheid heeft opgeëist voor aanslagen in Noord-Italië, en meer bepaald in Zuid-Tirol.

De rechter van instructie van Dinant heeft een hevel tot aanhouding uitgevaardigd tegen Ulrich Ernst Trepte, op beschuldiging van poging tot vrijwillige doodslag.

In het bevel tot aanhouding is enkel sprake van poging tot doodslag daar het overlijden van rijkswachter Leonard Denis nog niet officieel kon worden vastgesteld. Volgen de artsen evenwel verkeert deze in een niet te keren comateuze toestand.

Bron: Gazet van Antwerpen | 19 Maart 1984

Wedersamenstelling moord op rijkswachter aan Franse grens

Maandagochtend heeft de wedersamenstelling plaatsgevonden van de schietpartij aan de Belgisch-Franse grensovergang Heer-Agimont, en waarbij een rijkswachter werd gedood.

De dader is Ulrich Ernst Trepte (27) uit Grondsheim, nabij Karlsruhe. Hij heeft verklaard dat hij die bewuste nacht geschoten heeft uit paniek. Hij deed de zaak zonder enige bewogenheid over.

Uit de wedersamenstelling bleek dat Trepte bij de rijkswachtpost aan de grenscontrole de beide dienstdoende rijkswachters, de 51-jarige René Naisse uit Agimont, en de 34-jarige Denis Leonard uit Flawinne, vijf maal onder vuur heeft genomen met een pistool kaliber 6,35, hetzelfde wapen waarmee hij op 15 maart in Maulbronn (nabij Stuttgart) een overval pleegde op de Volksbank.

Naisse kreeg een kogel in de schouder en in de hals, maar werd niet levensgevaarlijk gewond. Denis Leonard kreeg twee kogels in het hoofd en werd in comateuze toestand naar het ziekenhuis gevoerd. In de nacht van zondag op maandag werd zijn overlijden officieel bekend gemaakt. Een vijfde kogel ging verloren.

Op het ogenblik dat hij aan de Belgische-Franse grens arriveerde had Trepte 23.000 Duitse marken bij zich, afkomstig van de buit van de bankoverval van 15 maart.

De onderzoekers menen dat hij waarschijnlijk op weg was naar Italië om er zijn spitsbroeder en vriend te vervoegen die met hem de bankoverval in Maulbronn pleegde. Beiden zouden contacten hebben met de extreem-rechtse groep “Ludwig” die vooral in Noord-Italië en meer bepaald in Zuid-Tirol actief is geweest. Deze groep heeft reeds de verantwoordelijkheid opgeëist voor verschillende moordaanslagen, maar op dit ogenblik is het onmogelijk te zeggen of Trepte daarmee iets te maken heeft.

De West-Duitse gerechtelijke diensten willen officieel alleen kwijt dat Trepte bij hen bekend staat als autodief.

Bron: Gazet van Antwerpen | 20 Maart 1984

Duitser Trepte naar Assisenhof van Namen

De kamer van inbeschuldigingstelling te Luik heeft de 28-jarige Duitser Ulrich Trepte naar het assisenhof van Namen verwezen. De man moet terechtstaan voor de moord op de 35-jarige rijkswachter Denis Léonard uit Flawinne en voor moordpoging op diens collega, de 52-jarige René Naisse uit Agimont.

De feiten speelden zich af in de nacht van 16 op 17 maart 1984 te Heer-Agimont. Ulrich Trepte nam in Namen een taxi en vroeg hem naar Mazée te brengen. Onderweg werd de taxichauffeur argwanend door “bizar gedrag” van zijn klant. Hij had gezien dat de man een belangrijke som geld bij zich had en reed daarom naar de Franse grens toe in de hoop langs een rijkswachtcontrole te komen.

Dit was het geval te Heer-Agimont. Tijdens de identiteitscontrole haaide Trepte een 6.35 pistool tevoorschijn en schoot op de rijkswachters. Denis Léonard werd dodelijk gewond door twee kogels in het hoofd. René Naisse liep verwondingen op aan de hals en schouder. Later verklaarde Trepte dat hij in paniek geschoten had. Het geld dat hij bij zich droeg was de buit van een overval, op 15 maart gepleegd te Mannhein.

Bron: Gazet van Antwerpen | 17 Oktober 1985

Ulrich Trepte raakte niet over de grens

Voor het Assisenhof van Namen deed de Duitser Ulrich Trepte via een tolk zijn relaas hoe hij niet over de Belgisch-Franse grens raakte en hoe hij twee rijkswachters neerschoot.

Ulrich Trepte wordt beschuldigd van moord op een rijkswachter en van moordpoging op een tweede rijkswachter. De feiten deden zich voor aan de grenspost van Heer-Agimont op 17 maart 1984. De nu 28-jarige Duitser Ulrich Trepte loste zes pistoolschoten met het bekende gevolg.

Gezien Trepte geen Frans spreekt, is een beroep gedaan op een tolk. Die heeft het niet onder de markt omdat beklaagde een dialect spreekt. De jury bestaat uit 7 vrouwen en 5 mannen. Trepte verscheen gekleed in een korte bruine lederen jas en een beige trui. Hij heeft lang zwart haar dat bijna tot over zijn ogen hangt. Hij is mager en ziet er beroerd uit. Hij zei weinig, maar vertelde zonder problemen over de hem ten laste gelegde feiten.

Uit de lezing van de akte van beschuldiging blijkt dat de beschuldigde egoïstisch is, dat hij weinig rekening houdt met anderen en dat bij geen diep berouw kent. Zijn enige vrees is opgesloten te worden. De verdedigers gingen in tegen deze voorstelling van zaken. Hun cliënt werd misdadiger tegen wil en dank.

Tijdens het verhoor verklaarde Trepte dat hij in een arm gezin van 9 kinderen is geboren. Het oudste kind is nu 32, het jongste 7. Vader Trepte, een metselaar, stierf toen Ulrich 13 jaar was. Ulrich ging twee jaar naar de basisschool en volgde nadien bijzonder onderwijs tot zijn 15 jaar. Hij staat alleen in het leven, werkte een beetje en pleegde verscheidene diefstallen van motoren en auto's. Hij was nog maar twee maanden uit de gevangenis toen de feiten in Heer-Agimont zich voordeden.

Op 15 maart 1984 pleegde hij, samen met een vriend, een gewapende overval op een kleine bank in Maulbron. De buit bedroeg ongeveer 800.000 Bfr., en werd verdeeld. Daarop gingen beide vrienden samen naar Nederland. Daar ging elk zijn eigen weg. Trepte, die geen papieren had, wou via België naar Frankrijk doorreizen. Op 17 maart kwam hij uit Luik aan in het station van Namen. Hij zocht een middel om zonder controle over de Franse grens te geraken. Hij vroeg een taxi hem naar Marue te rijden. Trepte viel in slaap en werd wakker aan de grenspost van Heer-Agimont, waaraan de taxichauffeur de voorkeur had gegeven.

De rijswachters van dienst, Denis Léonard uit Flawinne en René Naisse uit Heer-Agimont, namen aldaar Trepte mee in hun kantoortje. Daar bleek dat hij 23.000 mark in zijn bezit had. Trepte heeft toen zijn pistool getrokken en zeven schoten gelost. Denis Léonard werd gedood, René Naisse zwaar gewond. Trepte vertelde op het proces heel zijn verhaal via de tolk, zonder de minste emotie.

Bron: Gazet van Antwerpen | 17 December 1985

Ulrich Trepte is een alleenstaand roofdier

“Hij is een alleenstaand roofdier dat gevaarlijk wordt wanneer zijn vrijheid wordt bedreigd”, zo beschreven de psychologen de Duitser Ulrich Trepte die voor het Assisenhof van Namen terechtstond voor moord op de rijkswachter Denis Léonard en moordpoging op rijkswachter René Naisse.

Kolonel Doms, plaatscommandant van Namen, legde uit dat de grenspost van Heer-Agimont dagelijks tussen middernacht en 5 uur ’s ochtend, bewaakt wordt door een permanentie van de rijkswacht. In zijn dertigjarige loopbaan had hij buiten Denis Leonard, die een uitstekend rijkswachter was, nog nooit een man verloren.

De commissaris van de gerechtelijke politie van Dinant, die de zichtbaarheid 's nachts bij gedoofd licht in het kantoor van de rijkswacht moest nagaan, verklaarde dat rijkswachter Naisse, die bij het raam stond, zeer goed zichtbaar was. Van Denis Léonard, die tegen de muur stond, kon men enkel de schaduw ontwaren, maar de zilverkleurige knopen van zijn uniform waren zeer goed zichtbaar omdat doe door de straatverlichting werden weerkaatst.

De expert in ballistiek, kolonel Demanet, zei dat naar ziJn oordeel de beschuldigde geprobeerd had Naisse tweemaal in de nek te raken. zonder daar evenwel in te slagen. “Het wapen van de misdaad is geen gangsterwapen, maar wel een precies wapen, zeker op de afstand tussen 50 cm en 1 m, wat de afstand was waarop de beschuldigde en de slachtoffers zich van elkaar bevonden.”

Het hof en de juryleden hoorden daarna 3 Duitse getuigen, die speciaal voor het proces naar Namen waren gekomen. Ze verklaarden dat, tijdens de enkele weken waarin zij Trepte kenden, hij overkwam als een zacht, vriendelijk, stipt man die hard werkte.

Tijdens de namiddagzitting luisterde het Naamse Assisenhof naar de bevindingen van de psychologen en de psychiater, die tot de bevinding waren gekomen dat Trepte een koele man is die slechts zelden enige affectiviteit uitstraalt. Hij bezit wel affectiviteit, maar minder dan normaal.

Sinds zijn kindertijd kende hij onafhankelijkheid, het enige dat nu nog voor hem telt. De behoefte aan vrijheid en bewegingsruimte is fundamenteel voor hem. Trepte was vanaf zijn twaalfde jaar reeds aan delinquentie toe en had op zijn 14 jaar reeds zijn eerste seksuele contacten. Zo is beklaagde onmiddellijk van kindertijd in de volwassenheid terecht gekomen.

De deskundigen typeerde hem als een “alleenstaand roofdier”, ook al omdat beklaagde in 80 procent van de vlektesten roofdieren of afgezonderde dieren zag. “Trepte heeft de levensweg bewandeld zoals een roofdier door de savanne stapt”, zo is gezegd. Hij kent geen liefde en haat, geen principes, geen hoop, geen respect voor de menselijke waarden. Hij houdt enkel van de vrijheid”, zo werd Trepte beschreven. “Hij is een nihilist die gevaarlijk wordt wanneer zijn vrijheid wordt bedreigd. Juist dit is voorgevallen te Heer-Agimont.”

Bron: Gazet van Antwerpen | 18 December 1985

Twintig jaar dwangarbeid voor onbewogen Ulrich Trepte

Ulrich Trepte werd voor het Assisenhof van Namen tot twintig jaar dwangarbeid veroordeeld voor moord op een rijkswachter en moordpoging op een andere rijkswachter. De Duitser hoorde de uitspraak onbewogen aan, een voor hem kenmerkende houding.

De burgerlijke partij, vertegenwoordigd door Mr. Puissant vroeg gerechtigheid voor Denis Léonard en voor René Naisse, de twee rijkswachters die het slachtoffer werden van Trepte. “Houdt rekening met de feiten, niet met details”, zo zei Mr. Puissant tot de juryleden.

“Of Trepte nu gevuurd heeft met het licht aan of in het donker heeft uiteindelijk weinig belang omdat werd aangetoond dat ook in het donker Léonard zichtbaar was ... Voor de advocaat moest men er niet mee afkomen dat Trepte niet heeft willen doden. “Wat dacht hij te doen toen hij zijn wapen richtte op vitale organen? De beklaagde is geen monster maar wel een kleine misdadiger die een moordenaar van formaat is geworden.”

De advocaat-generaal, mevrouw Abras, van haar kant wou bewijzen dat de beklaagde opzettelijk Denis Léonard heeft willen doden en opzettelijk in de richting van René Naisse heeft gevuurd met het inzicht hem neer te schieten. Tot tweemaal toe schoot hij op ieder van de rijkswachters. Beklaagde liep rond met een gevaarlijk geladen wapen. Hoe kan men in dergelijk geval spreken van niet-voorbedachtheid, aldus de advocaat-generaal.

Voor de verdediging bestonden er schakeringen voor wat het opzet te doden betrof. Zij voerden aan dat Ulrich Trepte iemand is die tegenslagen heeft gekend maar geen gangster die in koelen bloede iemand neerkogelt. “Trepte heeft geen wapen gekocht met het inzicht op de rijkswachters te schieten maar om een overval te plegen en aan geld te geraken. Zonder het te willen belandde hij aan de grenspost en na het eerste schot is het tweede automatisch gevolgd”, aldus de verdediging.

Na de middag trokken de gezworenen zich terug om te beraadslagen over twee vragen: “Is beklaagde schuldig aan moord op rijkswachter Denis Léonard, en is beklaagde schuldig aan moordpoging op de persoon van rijkswachter René Naisse?”

Trepte zei nog dat hij spijt had over wat er gebeurd is, en voegde eraan toe dat hij Léonard niet had willen vermoorden. Drie kwartier later keerden de gezworenen terug in de rechtszaal en antwoordden bevestigend op de twee vragen.

Na een beraadslaging die 65 minuten duurt, veroordeelde de jury Ulrich Trepte tot 20 jaar dwangarbeid, rekening houdend met de lichte beperkte aansprakelijkheid die door de psychiaters is aangebracht. Trepte moet ook de gerechtskosten, ten bedrage van 205.000 Bfr., betalen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 19 December 1985

1,552

(0 replies, posted in 1970-1979)

Samenvatting

  • Wat? Een man vermoordt zijn gewezen vriendin

  • Wanneer? 7 Juni 1978

  • Waar? Rue du Patriote in Ittre » Google Maps

  • Wie? Johnny Hoogstoel

  • Wapen? .22 long rifle

  • Status: Opgelost

Wanneer Josiane Gheys 's avonds aankwam bij de caravan waar zij en haar vriend woonden, kwam Johnny Hoogstoel naar haar toe. Hij was vroeger bevriend geweest met de vrouw en had Josiane en haar vriend vanuit Brussel gevolgd.

Voor de caravan ontstond een woordenwisseling tussen de vrouw en haar vroegere vriend. Toen zij de discussie wilde beëindigen, liep Hoogstoel naar zijn wagen. Hij nam er een wapen en loste vier schoten op de vrouw. Zij was op slag dood.

De dader werd in februari 1980 veroordeeld tot 15 jaar dwangarbeid.

Johnny Hoogstoel:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/johnny11.jpg

Vrouw vermoord te Itter

Woensdag is een moord gepleegd in de gemeente Itter bij Nijvel. Slachtoffer is mevr. Josiane Gheys, echtgenote Taverne, die leefde in een caravan, Patriotstraat te Wauthier-Braine. Momenteel is een onderzoek aan de gang.

Bron: Gazet van Antwerpen | 8 Juni 1978

Dader van moord te Itter aangehouden

Donderdag omstreeks 11u30 werd te Jumet de man aangehouden die woensdag te Itter (nabij Nijvel) Mw. Josiane Gheys om het leven bracht. De dader is Johnny Hoogstoel. Hij wordt overgebracht naar het parket van Nijvel om door de onderzoeksrechter verhoord te worden.

Intussen zijn meer details bekend over de omstandigheden van de moord. De 24-jarige Josiane Gheys was woensdagavond samen met haar echtgenoot, de 26-jarige Eric Taverne, op weg naar huis. Zij woonden in een caravan in de Patriotstraat te Woutersbrakel. Toen zij hun wagen verlieten, kwam Johnny Hoogstoel naar hen toe. Hij was vroeger bevriend geweest met de vrouw en had het paar vanuit Brussel gevolgd.

Voor de caravan ontstond een woordenwisseling tussen de vrouw en haar vroegere vriend. Toen zij de discussie wilde beëindigen, liep Hoogstoel naar zijn wagen. Hij nam er een wapen en loste vier schoten op de vrouw. Zij was op slag dood. Voor Taverne kon tussenbeide komen, was Hoogstoel er met zijn wagen vandoor.

Een persoonsbeschrijving werd aan de politie doorgegeven. Ten slotte kon hij donderdag worden aangehouden. Vrijdagnamiddag heeft de wedersamenstelling plaats.

Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Juni 1978

Moord op gewezen vriendin voor Brabants assisenhof

Het Hof van Assisen van Brabant, voorgezeten door raadsheer Heilier, zal van maandag 25 februari af het proces behandelen van de 35-jarige Johny Hoogstoel, vrachtvoerder, wonende rue Taillelabe te Thui-nGozée, die er van beschuldigd wordt op 7 juni 1978 zijn vriendin Josiane Gheys opzettelijk en met voorbedachten rade te hebben gedood met een .22 long rifle.

Hoogstoel, die uit de echt was gescheiden, ging van juli 1977 samenwonen met Josiane Gheys, die zelf haar echtgenoot in de steek had gelaten. Hoogstoel stelde zich echter zodanig brutaal tegenover zijn vriendin aan, dat ze hem in juni 1978 verliet om bij haar echtgenoot, Emeric Taverne, terug te keren. Hoogstoel beweerde dat zijn vriendin 100.000 fr., die hem toebehoorde, had meegenomen toen ze van hem wegging. Hij stelde alles in het werk opdat ze opnieuw met hem zou komen samenwonen.

Op 7 juni 1978 begaf Hoogstoel zich tot bij de schoonmoeder van Josiane Gheys en toonde haar een reeks pornofoto’s die hij vroeger van zijn vriendin had genomen. Toen Josiane van het vertoon van deze foto's op de hoogte kwam, zou ze Hoogstoel met een ijzeren staaf hebben bedreigd. Met een .22 long-rifle, die Hoogstoel de dag zelf had aangekocht, schoot hij toen tot acht maal toe naar zijn gewezen vriendin. De vrouw kreeg verscheidene kogels in de longen en stierf.

Hoogstoel wordt verdedig door Mrs Guy Delfosse en Fernande Motte-De Raedt. Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door advocaat-generaal Basch. Er worden 36 getuigen ondervraagd, en de debatten nemen vier dagen in beslag.

Bron: Gazet van Antwerpen | 23 Februari 1980

Drie van de zeven kogels waren dodelijk voor Josiane Gheys

Het Hof van Assisen van Brabant begon maandag met het proces ten laste van de 35-jarige Johnny Hoogstoel, een vrachtvoerder uit Thuin-Gozée. Hoogstoel wordt ervan beschuldigd op 7 juni 1978 zijn vriendin Josiane Gheys opzettelijk en met voorbedachte rade te hebben gedood met een long-rifle.

De vrouw had Hoogstoel in de steek gelaten wegens zijn al te brutaal optreden. Vergeefs had Hoogstoel gepoogd de verhouding een nieuwe start te geven, tot hij uiteindelijk de vrouw doodschoot.

Na de voorlezing van de akte van beschuldiging, begon voorzitter Van de Walle met de ondervraging van beklaagde. Deze werd geboren te Dworp uit een eenvoudig gezin. Volgens beklaagde was zijn vader erg autoritair en veeleisend. Toen hij als knaap zijn moeder verloor, ging zijn vader amper vier maanden later met een andere vrouw samenwonen.

Bewogen leven

Hoogstoel werd voor legerdienst afgekeurd nadat tests hadden uitgewezen dat hij op de rand van de zwakzinnigheid verkeerde. Hij was voordien op klacht van zijn vader in de rijksinstellingen van Ruiselede en Mol terechtgekomen, omdat hij zich veel te veel in herbergen ophield. Tussen zijn 20ste te en 25ste jaar liep hij verscheidene veroordelingen op, overwegend wegens kleine diefstallen.

Terwijl hij nog een gevangenisstraf uitzat, maakte hij per briefwisseling kennis met een vrouw die zes kinderen had en ook reeds met het gerecht in aanraking was gekomen. Eenmaal vrij, ging hij met die vrouw, Jacqueline Lefèvre, samenwonen en hij werd bij haar tweemaal vader. In 1977 maakt hij voor het eerst kennis met Josiane Gheys, die haar man Erik Taverne, in de steek had gelaten.

Nog voor hij met Josiane Gheys ging samenwonen, ondernam Jacqueline Lefévre een poging tot zelfmoord. Het leven dat Hoogstoel met Gheys leidde, was erg onstuimig. Hij had de gewoonte de vrouw hardhandig aan te pakken, zogezegd “om haar te kalmeren”, want ze leed aan suikerziekte. Als gevolg van de talrijke slagen die hij haar toebracht, ging de vrouw tot zesmaal toe klacht indienen bij de rijkswacht of de politie. Op 1 juni 1978 liet Josiane Gheys hem in de steek. Hoogstoel stelde toen ook vast dat zij z'n spaarcenten, zowat 100.000 fr. had meegenomen. In de daaropvolgende dagen uitte hij in het bijzijn van verscheidene getuigen, doodsbedreigingen aan het adres van zijn gewezen bijzit.

Met het verder relaas van de feiten wordt de ochtendzitting afgerond. Maandagnamiddag komt onderzoeksrechter Joris als eerste getuige aan het woord. Hij was aanwezig bij de reconstructie en vernam van de betichte dat hij het vuurwapen had gekocht om Josiane Gheys te ontmoeten en vooral omdat hij bang was voor bepaalde personen uit haar omgeving en van haar echtgenoot Erik Taverne. Deze had hem al eerder met een ijzeren staaf bedreigd. Hoogstoel zou geschoten hebben uit vrees, bijna automatisch, maar zonder het inzicht om werkelijk te doden.

Drie dodelijke kogels

Vervolgens worden twee rijkswachters uit Kasteelbrakel en een officier van de gerechtelijke politie uit Nijvel aIs getuigen gehoord. Zij troffen het lichaam van het slachtoffer aan naast een voertuig waarvan de deur open stond. Eén van deze getuigen vond in de woonplaats van het slachtoffer een document waarop de vrouw eigenhandig had geschreven dat ze er genoeg van had als een beest te worden geslagen. De echtgenoot van het slachtoffer, Erik Taverne, zag er volledig teneergeslagen uit, zodat hij moeilijk kon vertellen wat er was gebeurd.

Hoogstoel werd aangehouden in een herberg en verklaarde zijn karabijn te hebben weggegooid te Eigenbrakel, wat gelogen was. Hij ontkende de kolf en de loop te hebben afgezaagd.

Volgende getuigen zijn de gerechtsartsen Desoignies en Chailly, die tot de lijkschouwing overgingen. Zij stelden vast dat Josiane Gheys door 7 kogels werd geraakt, waarvan er drie dodelijk waren, namelijk de projectielen die de twee longen en de nier doorboorden.

Laatste getuige is maandag wapenkundige kolonel Van der Stock. Hij beschrijft de karabijn als een half-automatisch wapen, dat wil zeggen dat voor het afvuren van elke kogel telkens de trekker moet worden overgehaald. Het wapen is dodelijk op een afstand van 15 meter. Hoogstoel vuurde vermoedelijk de kogels af vanop 3 meter.

Heden wordt het getuigenverhoor verder gezet.

Bron: Gazet van Antwerpen | 26 Februari 1980

Hoogstoel had een zwak voor oudere vrouwen

In het proces van de 35-jarige Johnny Hoogstoel vrachtvoerder uit Thuin-Gozée, beschuldigd van moord op zijn bijzit Josiane Gheys, kwamen dinsdagvoormiddag voor het Hof van Assisen van Brabant verscheidene familieleden van het slachtoffer, evenals twee psychiaters aan het woord.

Deze psychiaters, de Drs. Beine en Dehon, verklaarden dat Hoogstoel niet zwakzinnig is en dat zijn verantwoordelijkheid slechts in lichte mate is verminderd. Hoogstoel, die aanvankelijk in het Nederlands en later in het Frans studeerde, was nooit een schitterende leerling. Hij werd oververwend door zijn moeder en voelde zich later aangetrokken door oudere vrouwen, die meestal een ongelukkig verleden hadden. Een van die vrouwen had haar bijzit met een hakbijl doodgeslagen, maar werd vrijgesproken door het Hof van Assisen.

Josiane Gheys, die door Hoogstoel om het leven werd gebracht, leed aan suikerziekte, wat haar hevige crisissen bezorgde, zodat zij wel eens in comateuze toestand geraakte. Hoogstoel had de gewoonte, “blijkbaar te goeder trouw”, om de vrouw tijdens die crisissen hardhandig aan te pakken en haar zelfs slagen toe te dienen, eenvoudig om haar te kalmeren. Toen Josiane hem op 1 juni 1978 in de steek liet, betekende haar heengaan voor Hoogstoel zoveel als een catastrofe.

Volgende getuige is wapenhandelaar Frederik Descamps uit Charleroi bij wie Hoogstoel de .22 long-rifle karabijn aankocht waarmee hij enkele uren later Josiane Gheys ging doodschieten. De wapenhandelaar verkocht zonder argwaan het wapen en gaf er twee dozen met elk 50 patronen kosteloos bij. Hoostoel had aan de wapenhandelaar gezegd dat hij de karabijn kocht om in zijn tuin te schieten. Hoogstoel vroeg evenwel of het wapen nog kon worden gebruikt wanneer de loop was afgezaagd, waarop de wapenhandelaar hem deed opmerken dat het afzagen van een loop tegenstrijdig is met de wet.

Pornofoto’s

Daarna is het de beurt aan Erik Taverne, gewezen echtgenoot van het slachtoffer. Josiane had getuige in de steek gelaten omdat hij een verhouding was begonnen met zijn schoonzuster. Enkele dagen voor de feiten was Josiane teruggekeerd om het echtelijk leven te hervatten, waarmee getuige volgens zijn verklaringen instemde.

Josiane sprak hem eveneens over de pornofoto’s die Hoogstoel van haar had gemaakt tegen haar wil in. Met het ook op de hervatting van het echtelijk leven had getuige in Brussel een appartementje voor beiden gehuurd. Getuige ontkent ten stelligste dat hij of Josiane met een ijzeren staaf zouden hebben gedreigd toen Hoogstoel begon te schieten. Wel geeft hij toe dat hij die ijzeren staaf, die normaal in de koffer van zijn wagen lag, binnen in het voertuig onder een zetel had gelegd omdat hij vernomen had dat Hoogstoel op komst was in het bezit van een karabijn.

Volgende getuige is de schoonmoeder van het slachtoffer. Zij heeft het eveneens over de pornofoto’s die Hoogstoel haar voorlegde. Ze hoorde buiten schieten terwijl ze in haar woonwagen overbleef. Toen ze kwam kijken, zag ze haar schoondochter levenloos op de grond liggen.

Daarna komt Arnould Taverne, schoonvader van het slachtoffer, getuigen. Hij hoorde zekere dag Josiane tegen Hoogstoel zeggen dat hij een leugenaar was, wanneer hij beweerde dat de pornofoto’s door een vreemde man waren genomen. Ze voegde er aan toe dat Hoogstoel zelf de foto’s had genomen en haar er toe verplicht had. Getuige was afwezig op het ogenblik van de feiten, maar zag Hoogstoel de dagen voor de feiten, toen hij van op afstand met een verrekijker de nieuwe woonplaats van Josiane kwam bespieden.

Een op rust gesteld veearts was van op afstand, namelijk vanuit zijn tuin, getuige van de feiten. Hij hoorde een discussie tussen Hoogstoel en Josiane over geld en daarna hoorde hij verscheidene schoten. Hij zag even later HoogstoeI wegrijden, terwijl de echtgenoot van het slachtoffer het voertuig achternaliep.

Tijdens de namiddagzitting werd als eerste getuige Christiane Gheys, zuster van het slachtoffer Josiane, ondervraagd. Josiane kwam bij deze getuige inwonen, nadat ze had vastgesteld dat haar man, Erik Taverne een intieme relatie was begonnen met één van zijn schoonzusters. In de buurt van deze getuige woonde Hoogstoel, die Josiane uitnodigde bij hem te komen inwonen, al leefde hij toen nog met een andere vrouw, Jacqueline Lefevre. De getuige zegt dat Hoogstoel de foto's wou gebruiken tegen Josiane om haar langs wettelijke weg van haar zoontje te kunnen beroven.

Volgende getuige, Serge Gheys, een broer van het slachtoffer, vermeldt dat Hoogstoel een karabijn wou aankopen waarmee hij het lot van Josiane en haar man wou bezegelen.

Gerard Gheys, een andere broer van het slachtoffer, en zijn echtgenote Nicole, kwamen vertellen dat ze het bezoek kregen van Hoogstoel drie dagen voor de feiten. Hoogstoel zei hun dat hij een karabijn wou aankopen en er Josiane en haar man mee doodschieten.

Jacqueline Lefevre, een 44-jarige vrouw, thans moeder van tien kinderen, met wie Hoogstoel van 1973 tot 1977 samenwoonde, kwam vertellen dat Hoogstoel zich vaak brutaal aanstelde en haar herhaaldelijk slagen toebracht.

Een andere getuige, Maria Richelet, kreeg het bezoek van Hoogstoel, toen hij op weg was naar Josiane om haar neer te schieten. HoogstoeI toonde aan getuige zijn karabijn met afgezaagde loop en liet eveneens aan getuige de naaktfoto’s zien en zei dat hij haar zou doodschieten.

Heden wordt het getuigenverhoor voortgezet.

Bron: Gazet van Antwerpen | 27 Februari 1980

Beschuldigde en slachtoffer waren als kat en hond

Voor het Hof van Assisen van Brabant werden woensdag nieuwe getuigen ondervraagd in de zaak van Johnny Hoogstoel, vrachtwagenrijder uit Thuin, beschuldigd van moord op zijn gewezen vriendin Josiane Gheys.

Bij de aanvang van de zitting werd nog even onderzoeksrechter Joris uit Nijvel ondervraagd in plaats van een ander getuige die ondertussen is overleden, maar van wie de verklaringen ten slotte geen nieuwe elementen aan het licht brachten. Vervolgens werd Albert Boon ondervraagd, een man die instaat voor de wijk waar Josiane en Hoogstoel een hele tijd samenwoonden. Getuige was op de hoogte van verscheidene vechtpartijen tussen de beklaagde en het slachtoffer. Hij hoorde Josiane soms beledigingen uitbrengen aan het adres van haar bijzit en op zekere dag vloog een bord dat Josiane had geworpen vlak voorbij het hoofd van deze getuige.

In de dagen die de feiten voorafgingen bemerkte de getuige in de bagagekoffer van het voertuig van Hoogstoel de steel van een houweel en ook een hamer. Hoogstoel verklaarde dat hij met deze werktuigen Josiane Gheys zou gaan opzoeken. De getuige wist ook nog te vertellen dat, toen Jacqueline Lefevre en Josiane Gheys samen bij Hoogstoel inwoonden, deze twee vrouwen vaak dronken waren en dan ruzie met elkaar maakten.

De dag van de feiten toonde Hoogstoel zijn karabijn aan de getuige en zei dat hij er Josiane mee zou gaan doodschieten. De getuige raadde hem dit ten stelligste af.

Daarna werd Monique Henney ondervraagd, de vrouw die Josiane onderdak verleende de avond en de nacht dat ze Hoogstoel in de steek had gelaten om het echtelijk leven te hervatten met Emeric Taverne. Enkele dagen later, nl. op 7 juni 1978, is Hoogstoel bij de getuige toegekomen in het bezit van een karabijn die was opgeborgen in een kartonnen doos. De getuige vernam toen dat hij met dat wapen niet zijn eerste bijzit Jacqueline Lefevre, maar wel zijn latere vriendin Josiane Gheys wou doodschieten. Volgens de getuige was Hoogstoel een brave man die meestal vriendelijk optrad.

Vervolgens werd Carmen Taverne, een zuster van Emeric Taverne, als getuige ondervraagd. De getuige kreeg begin juni 1978 het bezoek van Josiane Gheys die haar voornemen bekend maakte om het echtelijk leven te hervatten. Josiane bleef een nacht bij de getuige slapen. Ze droeg geen sporen van slagen en zag er gelukkig uit dat ze haar man kon opzoeken.

Een andere zuster van Emeric Taverne, Genevieve, zei dat ze het bezoek van Josiane had gekregen, in gezelschap van Emeric en hun zoontje. Het drietal bracht de nacht door bij de getuige. Omdat ze over geen geld leken te beschikken gaf ze hen 3.000 fr.

Een rijkswachter uit Thuin kwam vervolgens vertellen dat hij herhaaldelijk klachten moest behandelen die Josiane over Hoogstoel kwam neerleggen wegens slagen en verwondingen. Ze vertoonde overigens meer dan eens sporen van deze slagen. Volgens Josiane had Hoogstoel haar eveneens met de dood bedreigd. De onenigheid tussen Josiane en Hoogstoel hield meestal verband met hun verlangen om al dan niet uit te gaan.

Een gerechtelijk inspecteur van Charleroi die het moraliteitsonderzoek over Hoogstoel instelde, kwam tot het besluit dat deze een tamelijk heftig en impulsief karakter had zonder daarom een slechte kerel te zijn, terwijl Josiane Gheys van haar kant driftig kon zijn en zich in geen geval liet domineren. Hoogstoel stond gekend als een regelmatig werker.

Laatste getuige was een rijkswachter uit Thuin die eveneens op de hoogte was van de ruzies tussen Josiane en Hoogstoel. Nadat ze op zekere dag klacht had neergelegd tegen Hoogstoel, vroeg Josiane om met een rijkswachtwagen naar haar broer te worden gebracht. Onderweg werd ze zo agressief dat ze verzocht werd uit te stappen.

Donderdag worden de laatste getuigen ondervraagd.

Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Februari 1980

Beklaagde en slachtoffer hadden veel ruzie

In het proces van Johny Hoogstoel zijn donderdag voor het Hof van Assisen te Brussel de laatste getuigen gehoord, namelijk de getuigen van de verdediging.

Eerste getuige is Rose Failly, een buurvrouw van beklaagde, die alleen af en toe kon horen hoe Hoogstoel en zijn bijzit Josianne elkaar beledigden. Een paar dagen vóór de feiten, toen Josianne bij haar echtgenoot was gegaan, probeerde Hoogstoel aan getuige zijn wasmachine te verkopen, “omdat zijn vriendin ervandoor was gegaan”. In de periode dat Hoogstoel met twee vrouwen leefde, namelijk met Jacqueline en Josianne, zorgde hij meestal zelf voor het huishouden.

Een andere getuige is buurman Geruy, die zegt dat hij nooit moeilijkheden had met Hoogstoel en dat, als er in het huishouden ruzie werd gemaakt, hij overwegend de stem van Josianne hoorde. Op zekere dat trof getuige Josianne samen met Jacqueline volkomen dronken aan. Beide vrouwen lagen uitgestrekt onder een straatlantaarn en dienden met een ziekenwagen te worden weggebracht.

De voorzitter van de Nationale Vereniging voor Vrachtvoerders, de h. Henrard, zegt dat hij Hoogstoel tot afgevaardigde had aangesteld omdat hij hem volledig vertrouwde. Hoogstoel was volgens getuige een uitstekend vrachtvoerder, en hij was dan ook verbaasd te vernemen dat hij zijn bijzit had doodgeschoten.

Leopold Kovac is vrachtvoerder en een gewezen buurman van Hoogstoel. Die was volgens hem erg gedienstig, maar zijn huishouden liet altijd te wensen over. Een andere vrachtvoerder, Marcel Maronet, zegt dat Hoogstoel vaak door Josianne werd uitgescholden.

Een echtpaar dat een café uitbaat dat vooral door vrachtvoerders uit de streek van Thuin wordt bezocht, René en Lucienne Allard, komt vertellen dat Hoogstoel nooit moeilijkheden veroorzaakte in hun gelegenheid en meestal een limonade bestelde. Meer dan eens, wanneer er ruzie ontstond tussen Hoogstoel en Josianne, ging hij de meubels buiten op de stoep zetten. Als de ruzie voorbij was, droeg hij de meubels weer naar binnen.

Twee bewakers van de gevangenis te Nijvel zeggen dat Hoogstoel zich altijd correct gedroeg en dat hij in zijn cel voor de elektriciteitsregie kabels vervaardigt. Wanneer een medegevangene in geldnood verkeert, is Hoogstoel steeds bereid om hulp te bieden.

Laatste getuige is een sociaal assistente, die in de gevangenis Hoogstoel regelmatig sprak. Hij was erg kalm en stelde soms de vraag of hij geen bezoek kon krijgen van zijn zoontje.

Provocatie

Tijdens de namiddagzitting zei advocaat-generaal Basch in zijn rekwisitoor dat de verdediging heel vermoedelijk de provocatie zal pleiten en dat Hoogstoel, in de veronderstelling dat deze omstandigheid wordt aanvaard, slechts tot maximum vijf jaar gevangenisstraf kan worden veroordeeld.

Josianne Gheys, een vrouw die vrij jong door suikerkziekte was aangetast, verliet haar echtgenoot Emeric Taverne nadat deze een verhouding was begonnen met een erg jong meisje. Ze poogde troost te vinden bij Hoogstoel. Josianne was ongetwijfeld vaak grof in haar uitlatingen, maar ze had nog een heel leven voor zich en ze was moeder van een zoontje. Vooraleer te sterven riep ze haar echtgenoot nog toe: “Red het knaapje”.

Wat Hoogstoel betreft, deze kon ongetwijfeld innemend en gedienstig zijn. Hij was ook een regelmatig werker, maar tevens een groot leugenaar, ondermeer waar hij beweerde dat hij door het slachtoffer met een ijzeren staaf werd bedreigd alvorens de vrouw dood te schieten. Andere leugens van Hoogstoel vindt men terug in zijn bewering dat de pornofoto's die van Josianne bestonden door een vreemde man werden gemaakt. Ook nog de bewering dat hij de loop van de karabijn, het wapen van de misdaad, helemaal niet had afgezaagd. En zijn weigering om toe te geven dat hij aan verscheidene personen ging verklaren Josianne en ook haar echtgenoot te willen doodschieten.

Hoogstoel kon het zonder Josianne Gheys niet stellen. Om haar terug te krijgen maakte hij gebruik van drie middelen. Hij liet nl. geloven dat de vrouw bij haar heengaan 100.000 fr. van hem had meegenomen. Hij liet de pornofoto's van Josianne zien aan haar schoonmoeder opdat deze haar zou verwerpen. Hij uitte herhaaldelijk doodsbedreigingen aan het adres van Josianne opdat ze zou bang worden. Wat de ijzeren staaf betreft waarmee Hoogstoel bedreigd zou zijn, die heeft hij zeker opgemerkt in de wagen van Emeric Taverne, die het voorwerp mogelijk kon gebruiken om zich in geval van nood tegen Hoogstoel te verdedigen, want hij had vernomen dat beklaagde tot elke prijs Josianne wilde terugkrijgen.

Hoogstoel pleegde in feite een passionele moord, de daad van een egoïst. Niets bewijst dat hij werkelijk werd geprovoceerd. Wel moet de jury positief antwoorden op de vraag of hij een opzettelijke doodslag pleegde met voorbedachte rade.

Het arrest wordt verwacht tegen vrijdagavond.

Bron: Gazet van Antwerpen | 29 Februari 1980

Johnny Hoogstoel: 15 jaar dwangarbeid

Vrijdagavond viel voor het Assisenhof van Brabant het arrest in de moord op Josiane Gheys, die door haar gewezen bijzit Johnny Hoogstoel werd doodgeschoten. Nadat de jury had aanvaard dat hij opzettelijke doodslag pleegde met voorbedachten rade, hoorde beschuldigde zich veroordelen tot 15 jaar dwangarbeid.

In de voormiddag kwam eerst de verdediging van beklaagde aan het woord. Mr. Fernande Motte-De Raedt had het over de erbarmelijke omstandigheden waarin de feiten zich afspeelden. Hoogstoel en vriendin Josiane leefden in een milieu van mensen zonder enige maturiteit die overwegend door egoïsme worden gedreven en voor wie er maar weinig plaats overblijft voor de anderen, mensen die de feiten ondergaan als een soort fataliteit waaraan ze niets kunnen veranderen.

Hoogstoel voelde zich steeds een eenzame, ook toen hij in de gevangenis zat: de advocaat die hem had moeten verdedigen werd ziek, ook de voorzitter van het Hof diende veranderd, en zijn morele raadsman kon niet eens komen getuigen, gezien hij in het buitenland verblijft.

In het milieu van Hoogstoel,  met zijn primaire mensen, wordt er getierd en geslagen. De liefde van Hoogstoel voor Josiane was niet volwassen en derhalve gedoemd om te mislukken. Hoogstoel gebruikte verschillende middelen om haar terug te krijgen: hij liet geloven dat de vrouw geld van hem had meegenomen, hij legde haar schoonmoeder pornofoto's voor, hij uitte doodsbedreigingen, dit alles zonder enig resultaat. Had iemand hem op dat ogenblik de hand uitgestoken, dan zou het drama niet zijn gebeurd.

De vrouw die hij lief had

Als tweede advocaat van de verdediging zegde Mr. Guy Delfosse, dat zijn cliënt slechts medelijden kan opwekken. Hij stelde alles in het werk om de vrouw die hij lief had terug te krijgen, en slechts nadat hij vastgesteld had dat al zijn inspanningen het gewenste resultaat niet opleverden, beging hij de fatale daad.

Hij trad daarbij zeker niet op met voorbedachten rade. Hij kocht een karabijn, niet met de bedoeling er Josiane mee dood te schieten, wel om zich eventueel tegen haar man te kunnen verdedigen. Hij uitte doodsbedreigingen tegen Josiane, niet omdat hij het werkelijk meende, maar omdat hij haar bang de wilde maken.

Mr. Delfosse meende dat Hoogstoel door een onweerstaanbare dwang werd gedreven, toen hij de fatale schoten loste. De advocaat wees erop dat de eerste vriendin van Hoogstoel, Jacqueline Lefèvre, haar man met een hakbijl had doodgeslagen en niettemin door het Hof van Assisen werd vrijgesproken, precies omdat ze onder invloed van een onweerstaanbare dwang had gehandeld.

Mr. Delfosse sprak anderzijds de vaste overtuiging uit dat Hoogstoel werd geprovoceerd toen hij schoot. Hij had immers een ijzeren staaf opgemerkt, en ook al is het niet helemaal zeker dat Josiane deze staaf in handen hield op het ogenblik van de feiten, toch kon Hoogstoel er zich aan verwachten dat ze tegen hem zou worden gebruikt. Alvorens te schieten, hoorde Hoogstoel zijn vriendin immers roepen naar haar echtgenoot: “Geef mij de ijzeren staaf”.

Schuldig

Vooraleer een aanvang werd gemaakt met de replieken, zegde voorzitter Van de Walle dat er drie vragen zouden worden gesteld: een in verband met de opzettelijke doodslag, een tweede in verband met de voorbedachtheid, de derde ten slotte in verband met de provocatie. Na de gebruikelijke replieken had Hoogstoel nog wat te zeggen. Hij verklaarde: “Het spijt mij wat er gebeurd is. Ik had zeker het inzicht niet Josiane te doden. Ik wil mij voortaan wijden aan mijn zoontje Daniël.”

Voorzitter Van de Walle las vervolgens de drie vragen voor die de jury diende te beantwoorden. Ze luidden: Pleegde Hoogstoel een opzettelijke doodslag op de persoon van Josiane Gheys? Pleegde hij deze doodslag met voorbedachten rade? Was hij bij deze doodslag het voorwerp van provocatie? Na een beraadslaging van meer dan drie uur antwoordde de jury bevestigend op vraag één en twee en ontkennend op vraag drie.

Bron: Gazet van Antwerpen | 1 Maart 1980

1,553

(15 replies, posted in Onderzoekspistes)

Op 16 juni 1979 verscheen in Gazet van Antwerpen een interessant artikel over het steeds groter wordende probleem van stropers. Ik haal een aantal stukken uit dit artikel die interessant kunnen zijn.

Wat vaak terug komt in het artikel zijn "long rifle kaliber .22" en "geluidsdemper". Deze informatie is natuurlijk uitermate interessant in verband met de gevonden jachtkarabijn kaliber .22.

“De stroperij van onze jaren zeventig ziet er helemaal anders uit. Zij is mobiel geworden en zij gebruikt uiterst modern materieel.”

(...) Ook erg toegenomen in aantal zijn de naïeve jongelui die in volle dag met hun auto de veldwegen opzoeken en daar - weeral met de long rifle kaliber .22 - aan het knallen gaan op al wat beweegt. Zij voelen zich daarbij best op hun gemak en als ze gevat worden - wat meestal het geval is - kijken ze zelfs verontwaardigd op. “Hoe kan dat nu, verweren ze zich, in de wapenwinkel hebben ze me gezegd dat ik met dat geweer mag schieten.”

(...) Van een heel andere aard zijn de nachtstropers, zij horen trouwens thuis in de tweede, gevaarlijke categorie. Vooreerst heb je daarin de mannen met de lichtbakken. Ze werken gewoonlijk met drie. Een die de op een zware motorbatterij lopende lichtbak hanteert, een die schiet en een gewapende derde die dertig meter verder de wacht houdt.

Als ze betrapt worden gebeurt het heel dikwijls dat ze hun wapens niet neerwerpen maar integendeel hun felle lichtbundel op de agent richten die daardoor verblind geraakt. De situatie wordt dan des te gevaarlijker omdat deze stropers zich vaak op voorhand moed hebben ingedronken in een café. Vooral in de streek van Diest - Sint-Truiden-Tienen wordt veel aan lichtbak-stroperij gedaan, augustus-september is duidelijk het hoogseizoen voor deze nachtridders die handig de walkie-talkie weten te gebruiken voor hun onderlinge communicatie en die bij voorkeur met een kaliber 22 werken, vanzelfsprekend uitgerust met een geluidsdemper.

Weer anders gaan georganiseerde specialisten te werk die in kleine groepjes optrekken. Zij zijn moeilijk te vatten omdat ze muisstil zijn en in het donker werken. De wapens die zij gebruiken zijn uiterst modern, de geluidsdempers zijn zo perfect dat je eerder het inslaan van de kogel in het wild hoort dan het schot zelf. Ze gebruiken daarbij speciale richtkijkers, verlicht door een minuscule ingenieuze lichtbron die op een kleine- batterij loopt.

(...) Tot dezelfde categorie “specialisten - maar brutaler en minder verborgen - de nachtelijke stropers met de auto. Ze gebruiken steeds oude wagens met valse nummerplaten of zelfs zonder enige identificatie en ze verplaatsen zich snel langs de kleine binnenbaantjes die ze perfect kennen.

Naast de verblinde koplampen die het wild lokken, hebben ze steeds een sterke schijnwerper bij. De schutter neemt een strategische positie in, op de achterbank en met opengedraaid zijraampje. In de regel worden slechts enkele stuks wild op dezelfde plaats geschoten. Dan is het zo vlug mogelijk weg wezen. Snelheid en bewegelijkheid zijn de hoofdtroeven van deze mensen die zuiver uit winstbejag opereren. Het is geen uitzondering als zij op een nachtelijke raid een volle autokoffer wild bijeen krijgen en dan wordt het een lonende bezigheid als je weet dat jonge patrijzen verleden jaar 400 fr. per stuk haalden.

In het artikel staat ook deze foto:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/long_r10.jpg

1,554

(25 replies, posted in Bewijsstukken)

Het was in België verboden om een wapen met geluidsdemper te verkopen. Je mocht het als verkoper wel allebei apart verkopen en de demper monteren als extra service:

(...) De wet is ook op andere punten van een verbazende dubbelzinnigheid. Neem gewoon de op dit ogenblik nog steeds toegelaten vrije verkoop van de long rifle (van dat type zijn 800.000 wapens in omloop). In de sluikjacht is het gebruik van een geluidsdemper op dat wapen een noodzaak maar long rifles met gemonteerde geluidsdemper zijn wettelijk verboden in de handel. Afzonderlijk mag je ze echter wel kopen en het is voor de hand liggend dat de plaatsing van dat apparaat door de verkoper vaak als een service aan de klant wordt beschouwd.

Bron: Gazet van Antwerpen | 16 Juni 1979

1,555

(21 replies, posted in Bewijsstukken)

Dit is het desbetreffende wapen (foto van website federale politie). Gezien de ergonomische greep, is dit wapen is enkel bruikbaar voor een rechtshandige:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/fn_kal10.jpg

1,556

(0 replies, posted in 1970-1979)

Samenvatting

  • Wat? Moord op een uitbater van een tankstation

  • Wanneer? 31 December 1971

  • Waar? Chaussee de Mons in Landelies » Google Maps

  • Wie? Calogero Pocorobba en Jean-Pierre Perron

  • Wapen: mes

  • Status: Opgelost

De twee mannen werden betrapt bij een inbraak en sloegen op de vlucht. Ze werden achtervolgd door de bewoner. In het daaropvolgende gevecht werd de man door verschillende messteken vermoord. De twee daders werden hiervoor in 1972 veroordeeld door het Hof van Assisen.

Zij waren ook betrokken bij de diefstal van verschillende wapens uit de kazerne van Schaffen, nabij Diest. Eén van die wapens was in 1970 gebruikt door een man om drie personen te vermoorden in een café in Etterbeek.

Calogero Pocorobba en Jean-Pierre Perron tijdens het assisenproces in 1972:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/caloge10.jpg

Man vijf messteken toegebracht te Landelies

Te Landelies werd donderdagavond omstreeks 21u een moord gepleegd. Toen de 33-jarige pompbediende Robert Leroy met zijn echtgenote naar zijn pompstation ging, zag hij twee mannen wegvluchten. Hij zette onmiddellijk de achtervolging in. Hij haalde hen een eerste maal in, maar na een korte vechtpartij slaagden de twee mannen erin opnieuw te ontsnappen. Leroy haalde hen een vijftigtal meter verder weer in. Toen bracht een van de mannen hem vijf messteken toe. Tijdens zijn overbrenging naar het ziekenhuis is hij overleden.

Onderzoeksrechter Dumonceau en de gerechtelijke politie verschenen op de plaats van de misdaad. De twee mannen zijn nog altijd voortvluchtig. Er wordt verondersteld dat zij wilden inbreken in het pompstation en verrast werden toen het echtpaar Leroy terugkeerde.

Bron: Gazet van Antwerpen | 2 Januari 1971

Moord te Landelies opgehelderd

Rechter van onderzoek Dumonceaux van Charleroi heeft een bevel tot aanhouding uitgevaardigd ten laste van Jean-Pierre Peron (22) uit Châtelet, en Calogero Pocoroba (21) uit Fontaine l'Evêque, die tijdens oudejaarsnacht te Landelies de 33-jarige tankstationbediende R. Leroy neerstaken. De twee jonge misdadigers, die door Leroy in het tankstation op diefstal werden betrapt en achternagezet, zullen zich te verantwoorden hebben wegens diefstal met geweld en bedreigingen, inbraak in een bewoond eigendom en moord om de diefstal te vergemakkelijken of zijn straffeloosheid te verzekeren.

Pocoroba heeft bekend dat hijzelf de messteken toebracht aan Leroy, die hem had ingehaald. De twee mannen werden in hun woning aangehouden door de gerechtelijke politie. Zij waren geen onbekenden voor het gerecht, want reeds in juni waren zij medeplichtig aan een wapendiefstal in de kazerne van Diest-Schaffen.

Eveneens werd ontdekt dat een van de gestolen wapens, een machinepistool, overhandigd werd aan een beroepsmilitair. Deze laatste, Claude Verrue, had het wapen gebruikt om in de nacht van 21 juli te Etterbeek enkele verbruikers in een drankgelegenheid neer te knallen.

Na ongeveer twee maanden aanhouding werden Peron en Pocoroba in oktober vrijgelaten. Voor de moord te Landelies hebben beiden volledige bekentenissen afgelegd. Zij werden in de gevangenis van Charleroi opgesloten.

Bron: Gazet van Antwerpen | 4 Januari 1971

Reconstructie van moord te Landelies

Het parket van Charleroi begaf zich donderdagochtend naar Landelies voor de reconstructie van de moord die op 31 december ll. werd gepleegd. Tijdens de nieuwjaarsnacht begaf de 33-jarige Leroy zich met zijn vrouw naar het pompstation aan de Chaussee de Mons te Landelies, dat door zijn vrouw wordt uitgebaat, toen hij twee mannen uit het pompstation zag lopen.

Hij achtervolgde hen en haalde ze een eerste maal in. Na een kort gevecht konden de twee mannen opnieuw aan de haal gaan, maar zij werden door Leroy opnieuw ingehaald. Toen bracht één van de twee mannen Leroy verscheidene messteken toe. De man overleed tijdens zijn overbrenging naar het ziekenhuis. Beide booswichten werden op 3 januari aangehouden.

Het betreft Calogero Pocoroba, 21 jaar, uit Fontaine l’Evêque, die bekende de messteken te hebben toegebracht en de 22-jarige Jean-Pierre Perron, uit Châtelet. Pocoroba wordt beschuldigd van moord met het oog op diefstal en Perron van medeplichtigheid.

Bron: Gazet van Antwerpen | 2 April 1971

Overval op benzinestation leidde tot moord

Dinsdag begon voor het Hof van Assisen van Henegouwen het proces ten laste van Calogero Pocoroba, een 23-jarige fabrieksarbeider uit Fontaine-l'Evêque, en de 24-jarige Jean-Pierre Perron uit Châtelet. Beide mannen, die elkaar leerden kennen tijdens hun legerdienst, pleegden in de nacht van 20 juni 1970 een wapendiefstal in de kazerne van Diest. Hiervoor zaten ze een gevangenisstraf van twee maanden uit.

Kort na hun vrijlating planden de twee mannen een overval op een benzinestation te Roux. Pocoroba besliste echter de avond van de overval een ander benzinestation te beroven, nl. dat van de h. Robert Leroy te Landelies. De kerel had in het voorbijrijden vastgesteld dat de bewoners blijkbaar niet thuis waren en besloot die kans waar te nemen.

Perron verklaarde zich akkoord met het nieuwe plan, vermits hij de plaats min of meer kende, daar hij er indertijd benzine had geleverd. Ze begaven zich hierop met de wagen van Pocoroba naar het benzinestation. Perron klopte aan bij de woning om er zich nn te vergewissen of de bewoners afwezig waren.

Pocoroba vervoegde zich kort daarna bij hem. Hij had een keukenmes, eigenhandig in de vorm van een dolk gesIepen, om het inbreken te vergemakkelijken. Beiden drongen de woning binnen en doorzochten de inboedel. Omstreeks 21u15 werden zij verrast door de h. Robert Leroy, die met zijn echtgenote en dochter terugkeerde van een ziekenbezoek te Charleroi.

De beide misdadigers vluchtten hals over kop, achternagezet door de h. Leroy. Zij droegen een buit bij zich van ongeveer negenduizend fr. in geld en vierduizend fr. aan juwelen. Leroy slaagde erin Pocoroba in te halen doch de kerel wist zich los te werken. De benzinepomphouder zette opnieuw de achtervolging in en kon Pocoroba vastgrijpen.

Volgens beklaagde zou Leroy hem bij de keel hebben gegrepen. Pocoroba heeft dan zijn spitsbroeder ter hulp geroepen hebben. Perron bekent op zijn stappen te zijn teruggekeerd, maar zou onmiddellijk verder zijn gevlucht vermits hij een auto zag aankomen.

Op dat ogenblik heeft Pocoroba zijn mes gegrepen en viermaal toegestoken. Een van de dolksteken doorboorde de thorax, de linkerlong en het hartvlies van zijn slachtoffer. Pocoroba vluchtte vervolgens zijn vriend achterna, terwijl Leroy, die even later zou overlijden, nog de kracht vond om een automobilist te waarschuwen, de h. Maurice Guimin, die samen met zijn vrouw getuige was van de laatste ogenblikken van het handgemeen.

De h. Guimin zette op zijn beurt de achtervolging in. Ongeveer achthonderd meter verder merkte hij een voetganger op, die verklaarde niemand gezien te hebben. Vermits dit Guimin nogal verdacht voorkwam, nam hij de man - het bleek Perron te zijn - mee naar de plaats van het misdrijf. De rijkswacht identificeerde Perron, maar vermits op dat ogenblik geen enkele verdenking op hem leek te rusten werd hij op vrije voeten gesteld.

Perron reed met de wagen van zijn vriend naar Fontaine-l’Evêque waar hij Pocoroba op de afgesproken plaats ontmoette. Beiden begaven zich vervolgens naar een dansgelegenheid, waar de buit werd verdeeld.

Op 2 januari werden Pocoroba en Perron verhoord. Zij bekenden vrij vlug de daders te zijn van de overval. De psychiaters hebben beide gangsters volkomen toerekeningsvatbaar verklaard. Na de voorafgaande formaliteiten kon voorzitter Poupart dinsdag te 10u10 de ondervraging van de beklaagden aanvatten.

Pocoroba wordt eerst op de rooster gelegd en verklaart hoe hij op het idee kwam de diefstal te Landelies te plegen. “Ik zat in geldnood en belde Perron op om zijn hulp in te roepen. Hij verkeerde in een al even benarde toestand en sprak van een benzinestation waar de eigenaar afwezig was”.

“Waarom hebt ge een mes op zak gestoken”, vraagt de voorzitter.

“Het lag al geruime tijd in de auto.”

Perron bevestigt dit allemaal, maar doet heel schuchter opmerken dat zijn vriend op het idee kwam van de overval. Wanneer hij toegeeft dat hij de vrouw van de uitbater kende, vraagt de voorzitter hem of hij niet bang was herkend te worden. Perron: “Ik was er zeker van dat er niemand thuis was”.

“Waarom liep de h. Leroy achter u aan, Pocoroba?” vraagt de voorzitter.

“Perron liep voorop. De pompist haalde mij na tweehonderd meter in. Ik kon mij loswerken maar hij had mij andermaal beet en greep mij bij de keel. Ik voelde dat ik ging stikken. Ik heb dan het mes, waarmee ik de deur van het pompstation had geopend, gegrepen. Eerst stak ik in zijn handen, zodat hij moest loslaten en vervolgens onder zijn armen. Ik riep om hulp omdat ik de bezwijming nabij was. Niemand kwam echter ter hulp, zelfs niet een automobilist die een eindje verder stond. Ik heb gestoken en vernam pas 's anderendaags via de krant dat Leroy dood was.

Perron geeft toe dat hij Pocoroba heeft horen schreeuwen en dat hij de vechtenden toeging. Hij werd opgehouden door een autobestuurder die hem vroeg wat hij daar uitvoerde en die hem verplichtte mee te gaan naar de rijkswacht. Perron scheepte de man af met een smoesje dat hij een eindje verder met een defecte wagen stond.

De zitting herneemt met het verhoor van de h. Renaux, dokterm in de farmaceutische wetenschappen, die het bloed van het slachtoffer analyseerde de avond van het drama.

Gerechtsarts Draux heeft de autopsie verricht op Leroy, die talrijke messteken vertoonde. Een van deze messteken doorboorde de borstkas en had de dood door longbloeding tot gevolg.

Dokter-psychiater Sauvegarde acht de toerekeningsvatbaarheid van Pocorobba en van Perron volledig.

Er wordt nog heel wat geredetwist over een geplande diefstal te Roux door beiden beraamd nog voor het drama te Landelies.

Bij het einde van de zitting komt Mw. Marie-Louise Mallarmé, weduwe van het slachtoffer getuigen. Zij verhaalt dat zij en haar echtgenoot bij het uitstappen uit de wagen de twee mannen zagen de benen nemen. Haar echtgenoot vroeg haar de politie te verwittigen, maar zij kreeg geen telefonische verbinding. Intussen had Leroy Pocoroba bij de arm gegrepen, maar hij gleed uit in de sneeuw en zo kon de dief ontkomen. Het slachtoffer zette de achtervolging in. Zij zou hem niet meer levend terugzien.

Volgende zitting heden woensdag.

Bron: Gazet van Antwerpen | 3 Mei 1972

Pocoroba heeft de moord bedreven beweert ooggetuige

Het Hof van Assisen van Henegouwen, voorgezeten door de h. Poupart, heeft woensdag het getuigenverhoor voortgezet in de zaak ten laste van Calogero Pocoroba en Jean-Pierre Perron, beschuldigd van moord op een pompstationuitbater te Landelies, op 31 december 1970. Eerst kwamen de rijkswachters aan de beurt die aan het onderzoek deelnamen.

Een van hen verklaarde dat Perron andere kleren had aangetrokken tussen het ogenblik van het drama en dat waarop hij werd geïdentificeerd. Opmerkenswaardig is dat verscheidene personen de overvallers door de velden hebben zien vluchten. Maar iedereen dacht dat het om spelende jongens ging die een sneeuwballengevecht leverden. De h. Barbiaux, uit Charleroi, in zijn vrije tijd kelner in de herberg “Cabanon” was op Oudejaarsavond omstreeks 19u30 getuige van een telefoongesprek tussen Pocoroba en Perron. Daarna kwamen de twee mannen bijeen om samen te verdwijnen.

De h. Barbiaux : “Omstreeks 23u zijn zij teruggekomen. Zij zagen er erg opgewonden uit. Ik had de indruk dat zij getwist hadden. “Wij zijn niet samen teruggekomen, ik was alleen”, zegt Perron. “Ik ben formeel, zij waren met z'n tweeën”, antwoordt getuige.

Verscheidene jongelieden, die nabij de plaats van de overval feest vierden, komen verklaren dat zij twee of drie mannen hebben zien vechten. Zij zijn echter niet tussengekomen. Daarentegen heeft de h. Guissier, die op dat ogenblik met zijn wagen voorbijgereden kwam, Pocoroba slagen zien toebrengen aan L.eroy. Perron stond tien meter verder te kijken. De twee beklaagden zijn vervolgens op de vlucht geslagen en getuige verzorgde het slachtoffer dat zei: “Help mij, men heeft mij bestolen en ik werd met een mes gestoken”.

Perron niet?

Toen familieleden van Leroy naderden, heeft Guissier de achtervolging op de aanranders ingezet. Zo achterhaalde hij Perron en nam hem mee naar de rijkswacht daar hij hem verdacht voorkwam.

Op de vraag van de voorzitter verduidelijkt getuige dat Perron niet deelnam aan het gevecht en op de vlucht is geslagen toen Pocoroba zijn mes hanteerde. Deze verklaring is van bijzonder groot belang voor Perron, die tracht elke verantwoordelijkheid voor de dood van Leroy af te wentelen. Wat de toestand van Pocoroba en Leroy betreft, zegt getuige dat Leroy zijn aanrander bij de schouder had gegrepen en dat Pocoroba, in tegenstelling met hetgeen hij volhoudt, niet in moeilijkheden verkeerde.

Bron: Gazet van Antwerpen | 4 Mei 1972

Over Jean-Pierre Perron niets dan goeds

Het Hof van Assisen van Henegouwen heeft donderdag het getuigenverhoor voortgezet in de zaak van de overval met dodelijke afloop te Landelies, waarvan de pompist Robert Leroy het slachtoffer werd.

Op verzoek van de verdediging werden de ouders van Jean-Pierre Perron gehoord. De vader van beklaagde, Jean Perron, uit Villers-Poterie, verklaarde dat hij vóór het drama niet te klagen had over het gedrag van zijn zoon, tenzij enkele mindere uitslagen op school. Pocoroba heeft beslist geen goede invloed op hem gehad en om hem liet Jean-Pierre het ouderlijk dak in de steek.

De moeder verklaarde dat haar jongen in zijn jeugd heel braaf was. Ook volgens haar is de invloed van Pocoroba niet heilzaam voor hem geweest.

De vrouw van beklaagde, Liliane De Neve, zei dat de verstandhouding met haar man een jaar lang degelijk was, waarna Pocoroba ten tonele verscheen en de toestand in het jonge gezin verslechterde. Op een dag bracht Jean-Pierre een dolk mee naar huis en ontstond er twist daarover. Daarna verdween het wapen. Wanneer was dat juist, wil de voorzitter weten. Ongeveer zes maanden voor de overval.

A. Aceto, die onderrichter was in de kazerne van Heverlee, weidt uit over de wijze van dienen van Pocoroba. Het was geen kwade jongen, zelfs een dagjesmelker zei hij.

Daarna komen verscheidene personen verklaringen afleggen over het gedrag van Perron op school en bij het leger, zonder dat zulks noemenswaardige bijzonderheden aan het licht brengt. Een gewezen ploegbaas van Perron in een walserij, zei dat beklaagde een flinke gehoorzame werker was.

Legerdienst noodlottig

Bij de aanvang van de namiddagzitting komen de laatste getuigen van de aanklager en de verdediging aan de beurt. Een van hen, handelsdirecteur van een petroleumfirma, zegt dat Pocoroba werd doorgezonden als chauffeur-besteller omdat men hem ervan verdacht als tipgever te zijn opgetreden bij een diefstal van 60.000 fr. ten nadele van het bedrijf. Hij alleen was immers voldoende op de hoogte van de gebruiken en gewoonten in het huis. Aan te stippen valt dat de diefstal in de schoenen geschoven werd van Perron, maar dat deze nog niet werd berecht.

Mevr. Eliane Dupont, uit Boussu, die een ondergeschikte was van Robert Leroy in het tankstation van Shape te Casteau, beschrijft het slachtoffer als een rechtschapen, eerlijk en rustig man.

De moeder van Pocoroba neemt luid schreiend plaats op de getuigenstoel. Zij zegt dat haar zoon vriendelijk was en dat zij geen reden tot klagen over hem had. Indien hij geen al te schitterende leerling was, is zulks te wijten aan het feit dat hij vaak hoofdpijn had. Perron heeft een slechte invloed op hem gehad.

De stiefvader, Antonio, meent dat Pocoroba vooral tijdens zijn legerdienst sterk is veranderd. Toen is het immers begonnen met zijn drinkgelagen.

Na dit getuigenis wordt de te rechtszitting opgeheven tot vrijdagochtend.

Bron: Gazet van Antwerpen | 5 Mei 1972

15 jaar dwangarbeid voor Pocoroba en 12 voor Perron

Vrijdagavond laat viel het verdict in de moordzaak van Ladelies, waarvan de pompbediende Robert Leroy op oudejaarsavond 1970 het slachtoffer werd. Het assisenhof van Henegouwen was niet mals voor de twee beschuldigden. Calogero Pocoroba werd met 15 jaar dwangarbeid bedacht, en zijn medeplichtige, Jeann-Pierre Perron, wiens aandeel in de moord geringer werd geacht, kreeg 12 jaar van dezelfde straf achter zijn naam.

Voor het Hot van Assisen van Henegouwen is vrijdag het proces van Calogero Pocoroba en Jean-Pierre Perron beëindigd.

Mr. Deton als burgerlijke partij legt er de nadruk op hoe een gezin door de misdaad van de beklaagden uiteengerukt werd en hangt een beeld op van het werkzame leven van het slachtoffer.

Na gewezen te hebben op het verleden van de beklaagden, zei pleiter dat Leroy niet per ongeluk gedood werd, maar het slachtoffer werd van het opzet van zijn moordenaar, die meende herkend te zijn en die gezworen had niet meer naar de gevangenis terug te keren. Perron dan heeft tot de diefstal aangezet en moet daarvan al de gevolgen dragen, zo besloot de advocaat.

Dan komt het openbaar ministerie aan de beurt. Substituut Pierre Honoré wijst er ten behoeve van de gezworenen op dat juridisch gezien de beschuldiging van moord op beide mannen weegt, want de moord Is een verzwarende omstandigheid van de diefstal die door beide mannen gepleegd werd.

De advocaat-generaal belicht dan opnieuw de omstandigheden van de moord en zegt dat Pocoroba wel degelijk stak met het inzicht te doden. Dit wordt bewezen door het aantal messteken, die aantonen dat zijn opleiding als paracommando een goed resultaat heeft gehad. Trouwens, zegt het openbaar ministerie, Leroy hield Pocoroba slechts vast en wurgde hem niet. Het ging er wel degelijk om een getuige die hem had herkend uit de weg te ruimen.

Mr. Honoré hangt dan een beeld op van de karaktertrekken van beklaagden: Perron ,intelligent en zeker van zijn stuk, Pocoroba, een “uitvoerder”, een gecomplexeerd persoon. Tot besluit vraagt de advocaat-generaal beide dieven schuldig te verklaren aan de dood van de h. Leroy.

Mr. Roger Lorent komt aan het woord voor de verdediging. Hij ontkent dat Pocoroba een dolktatoeage op de arm heeft of geobsedeerd is door dat wapen. Niets in het dossier toont aan dat hij het inzicht had te doden. Pleiter zegt dat zijn cliënt toegestoken heeft, toen Leroy hem bij de keel had en hij niet meer kon ademen.

Had hij het inzicht gehad te doden, dan zou Pocoroba zich met een revolver gewapend hebben i.p.v. met een mes, zo voegt de advocaat eraan toe, die besluit dat het het noodlot is dat de dood van Leroy veroorzaakte en dat zijn cliënt geen moordenaar is.

Mr. Jeanine Hubert verdedigt de tweede beschuldigde, Jean-Pierre Perron. Ze verklaart dat in het geval van haar cliënt alles duidelijk Is. Hij heeft niet gedood, Pocoroba deed dit wel. Als Perron voor het Hof van Assisen verschijnt, dit te wijten aan het openbaar ministerie, dat van mening is dat de zaak in haar geheel diende behandeld te worden. Het is niet omdat hij aan de diefstal heeft deelgenomen dat Perron daardoor automatisch schuldig is aan moord. Hij had geen misdadige bedoeling. Hij had ook de tijd niet om de tegenstanders te scheiden. Perron is slechts een dief. Hij is niet in staat een moord te bedrijven. Ze vraagt dan ook dat zijn zaak zou gescheiden worden van die van Pocoroba.

Na de replieken beslist de voorzitter een supplementaire vraag te stellen waarbij de bedoeling de dood te veroorzaken uitgesloten wordt. Aan de jury worden daarop 10 vragen gesteld. De jury trekt zich daarop terug om te beraadslagen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 6 Mei 1972

1,557

(1 replies, posted in 1970-1979)

Samenvatting

  • Wat? Een man vermoordt drie mensen in een café

  • Waar? Waversesteenweg 857 in Etterbeek » Google Maps

  • Wanneer? 21 Juli 1970

  • Wie? Claude Verrue

  • Wapen: Vignerion-machinepistool

  • Status: Opgelost

Zonder duidelijke aanleiding schoot de man in café "La Victoire" verschillende mensen neer. In totaal kwamen drie personen om het leven. De dader werd na een vuurgevecht met de politie gearresteerd.

Het wapen, een Vignerion-machinepistool, was voordien door Calogero Pocoroba en Jean-Pierre Perron gestolen uit de kazerne van Schaffen, nabij Diest. Deze twee mannen stonden in 1972 terecht voor het assisenhof van Henegouwen voor een moord.

Ik heb geen enkel artikel gevonden over het proces of over een mogelijke internering van de dader.

De dader, Claude Verrue, tijdens de reconstructie van de feiten:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/claude10.jpg

Twee bezoekers gedood en twee gewond met stengun

In café “La Victoire” aan de Waverse Steenweg te Etterbeek heeft maandag even voor middernacht, een 32-jarige huisschilder vermoedelijk in een vlaag van zinsverbijstering twee mensen doodgeschoten en twee anderen gewond met met schoten uit een stengun. De dader werd even later door politiemannen in een vuurgevecht in de benen getroffen en gevankelijk weggeleid.

Claude Verue alt Etterbeek was lang geen onbekende in “La Victoire”. Hij kwam daar nogal eens een pintje drinken en een babbeltje slaan. Maandagavond dan kwam hij weer in de herberg aan. Hij had een klein valiesje bij waarmee men Item ook al in de loop van de namiddag door Etterbeek had zien gaan. Later bleek dat daarin de stengun zat opgeborgen.

Verue ging maandag recht naar de toonbank en drong daar alles samen een drietal glazen bier, terwijl hij met vier bezoekers praatte en gekscheerde. Op een bepaald ogenblik begonnen de mannen zelfs zo hard en vrolijk te lachen dat de herbergierster hun vroeg een beetje stiller te zijn.

In het café bevonden zich behalve de jonge mannen aan de toonbank nog de 60-jarige uitbater André Van de Maele en zijn echtgenote die de klanten bediende. Aan een tafel zaten twee bezoekers te praten, terwijl aan de andere zijde van de gelagzaal nog vier jongelui aan een tafel een pint dronken.

Bloedbad

Enkele minuten voor middernacht ging Claude Verue met zijn valiesje naar de toiletten. Even later verscheen hij weer in de herberg met een stengun in de handen die hij dadelijk begon leeg te schieten. Een van de mannen bij de toonbank, met wie hij nog even te voren had gelachen, werd het eerst geraakt. Het betrof de 22-jarige beroepsmilitair diee als “Ricky” bekend stond. De jongeman werd over heel het lichaam door kogels geraakt en overleed tien minuten later aan de opgelopen verwondingen. Een andere klant aan de toonbank, “Marcel” genaamd, die het slachtoffer hulp wilde bieden, werd op zijn beurt door verscheidene kogels geraakt in de benen.

Ook de herbergier die achter de toonbank stond, werd getroffen door een kogel in de heup. Hij kon gered worden dankzij een spoedoperatie die drie uur duurde.

Ondertussen waren de vier jongelui en een andere klant, een 33-jarige man die voor het eerst in het café werd opgemerkt en die verteld had dat hij dinsdag zijn vrouw zou gaan vervoegen aan de Belgische kust, naar buiten gelopen. Claude Verue liep ze achterna en schoot van in de deur van het café naar de 33-jarige man die dodelijk getroffen op straat neerstortte. Toen keerde de dader zich om en begon in het café schijnbaar voor zijn plezier, naar de aan de muur hangende kleren en het plafond te schieten, waarna hij er vandoor ging.

Vuurgevecht

De waardin van de herberg had intussen reeds de politie van Etterbeek telefonisch gealarmeerd. De agenten die in allerijl ter plaatse verschenen wisten de dader spoedig op het spoor te komen in de nabijgelegen Generaal Virestraat. Er ontstond een vuurgevecht tussen de dader die zich zoveel mogelijk schuil hield achter geparkeerde auto's en de politie. De kerel kon uiteindelijk door enkele kogels in de benen worden geveld. Hij werd naar een hospitaal overgebracht. Zijn leven is niet in gevaar.

Bron: Gazet van Antwerpen | 22 Juli 1970

Slachtoffers van schietpartij te Etterbeek geïdentificeerd

De identiteit van de vier mannen die maandagnacht in café “La Victoire” te Etterbeek door de 32-jarige Claude Verrue met een stengun werden gedood of gewond, is thans bekend.

De 22-jarige beroepsmilitair die in het café “Ricky” werd genoemd en die aan de toonbank werd neergeschoten, is Henri Nigeot. De 33-jarige Guy Hullet, een chauffeur, kwam voor de eerste maal in de herberg en werd door Verrue op straat gedood. De gewonden zijn 60-jarige André Van der Maele, de uitbater van “La Victoire”, en de 35-jarige arbeider Marcel Bidee. Deze kreeg verscheidene kogels in de dij en de kuit toen hij hulp verleende aan Henri Nigeot.

Bron: Gazet van Antwerpen | 23 Juli 1970

Mitrailleur werd gestolen uit kazerne te Schaffen

In de nacht van 20 op 21 juli, omstreeks middernacht, vielen tijdens een schietpartij in café “La Victoire”, Waversesteenweg 856 te Etterbeek, twee doden.

De 32-jarige Claude Verrue, schilder in het bouwbedrijf, die toen de feiten gebeurden bij zijn moeder in de Commandant van Geelstraat te Etterbeek woonde, was op zeker ogenblik opgestaan, eventjes verdwenen en teruggekomen met een mitrailleurgeweer. Om een of andere reden, die door het onderzoek nog niet aan het licht werd gebracht, schoot Verrue op zijn metgezellen en op andere klanten, die zich in het café bevonden.

Eén van de klanten, de 33-jarige chauffeur Guy Hulet, wonende te Etterbeek, werd op slag gedood. Een beroepsmilitair, de 22-jarige Henri Migeot, bijgenaamd “Ricky”, bezweek kort daarop aan zijn verwondingen. Verrue verwondde nog twee andere personen: de caféhouder, de 60-jarige Henri Georges Van de Maele, en een klant, de 35-jarige Marcel Bidée.

De moordenaar werd dadelijk na de misdaad door de politie aangehouden op de hoek van de Generaal Fivéstraat en de Generaal Molitorstraat. Hij schoot toen op de politie-agenten, maar raakte niemand. Het schijnt dat Verrue in een vlaag van waanzin geschoten heeft.

Aanhoudingen

Te Charleroi werden in verband met deze zaak vier mannen aangehouden. Einde juni drongen de 21-jarige Jean-Pierre Perron uit Châtelet, Rue de la Blanchisserie, en de 21-jarige Calogero Porcorella uit Fontaine-l’Evêque, Rue de Charleroi, de kazerne te Schaffen (Diest) binnen. Zij stalen er vier mitrailleurgeweren, drie geweren en ongeveer 100 patronen.

Het grootste deel van de wapens werd te Acoz in een huis opgeborgen zonder medeweten van de eigenaar. Een mitrailleurgeweer werd in de wagen van Perron achtergelaten, toen hij de wagen in een garage afleverde. De garagehouder, de 26-jarige Bernard Verreydt uit Châtelet, Rue de la Station, nam het mitrailleurgeweer weg. Daar hij in verlegenheid verkeerde, gaf hij het wapen aan Claude Verrue, tegen de belofte van financiële hulp, maar zonder te weten welk gebruik Verrue ervan zou maken. Hij vernam het pas na de schietpartij te Etterbeek.

Ondertussen hadden Perron en de 23-jarige Jean-Pol Savonnet uit Couillet, Rue du Transval, op 15 juli Ine en garage te Châtelineau verscheidene tienduizenden franken en juwelen gestolen. Na een onderzoek van het parket van Tongeren betreffende de diefstal te Diest en van het parket van Charleroi, betreffende wapenbezit en de diefstal in de garage, plaatste onderzoeksrechter Dumonceau van Charleroi Jean-Pierre Perron, Jean-Pol Savonnet, Bernard Verreyt en Calogero Pocorella onder aanhoudingsmandaat.

Bron: Gazet van Antwerpen | 27 Augustus 1970

Wedersamenstelling drievoudige moord te Etterbeek

Te Etterbeek had vrijdagvoormiddag de wedersamenstelling plaats van de drievoudige moord die er op 21 juli 1970 werd gepleegd door de 32-jarige Claude Verrue. De feiten deden zich voor in en bij het café “Brasserie de la Victoire”, Waversesteenweg 857, vermoedelijk omdat een jonge dienster de dader van de hand wees. Verrue, gewapend met een Vignerion-machinepistool, schoot ter plaatse twee personen dood.

Het ging om de beroepsmilitair Henri Mijot en Guy Hulet. Ook de café-uitbater, Henri Van de Maele, werd door verscheidene kogels geraakt, waardoor hij twee maanden nadien in het ziekenhuis overleed aan de opgelopen verwondingen.

Het enige slachtoffer dat de schietpartij overleefde was Marcel Bidée. Enkele minuten na de feiten werd de dader door de politie neergeschoten in de nabijgelegen Generaal Fivestraat.

Tijdens de wedersamenstelling deed de dader de feiten nog eens gewilig over. Claude Verrue is een sterkgebouwde kerel met baard en snor en grijzende haren. Hij zag er kalm en zelfs vriendelijk uit toen hij op straat verscheen met het machinepistool in de hand om aan te tonen hoe hij zijn slachtoffers neerknalde.

Bron: Gazet van Antwerpen | 6 Februari 1971

1,558

(4 replies, posted in 1980-1989)

Het verhaal heeft zelfs de internationale pers gehaald:

Kidnap victim free

Daniel van der Maren, a Belgian car dealer held for 55 hours by kidnappers who kept him hooded and handcuffed in the trunk of his own car, returned home safely. Reports suggested he had escaped without paying a ransom.

Bron: Financial Times | 21 Augustus 1989

En een artikel in Le Soir:

Le kidnappé est rentré à Anderlues

Heureux épilogue, aux premières heures de dimanche, dans l'affaire du kidnapping d'Anderlues: le garagiste, enlevé jeudi soir, est, en effet, sain et sauf, après s'être libéré. Aucune rançon n'a été versée, mais les enquêteurs avouent n'être actuellement sur aucune piste. (...)

Bron » www.lesoir.be

1,559

(4 replies, posted in 1980-1989)

Inderdaad, zeer dubieus verhaal. Jammer genoeg heb ik nog geen artikels gevonden over het vervolg van het onderzoek.

Gezien de locatie en het beroep van de man vind ik dit wel een interessant feit.

1,560

(4 replies, posted in 1980-1989)

Samenvatting

  • Wat? Ontvoering van een garagehouder

  • Wanneer? 17 Augustus 1989

  • Waar? Een Opel-garage aan de Chaussée de Charleroi 97 in Anderlues » Google Maps

  • Wie? Onbekend

  • Status: Onopgelost

Man ontvoerd in Anderlues

Donderdag omstreeks 21u30 is de 43-jarige garagehouder Daniel Van der Maren, rue de Baune 406 te Anderlues, ontvoerd uit het atelier van zijn Opel-garage, aan de chaussée de Charleroi.

De ontvoerders lieten een bericht achter waarin een losgeld van 15 miljoen wordt geëist (in reeds in omloop gebrachte bankbriefjes van 5.000 fr.). In de garage en de werkplaats werden geen sporen van een gevecht gevonden. Het parket weigert alle verder commentaar.

Bron: Gazet van Antwerpen | 19 Augustus 1989

Ontvoerde garagehouder weer opgedoken

De 43-jarige garagehouder Daniel Van Der Maren, die donderdag jongstleden uit zijn bedrijf te Anderlues is ontvoerd, en die maandagmorgen in de buurt van Sivry-Rance (Chimay) weer was opgedoken, is er in geslaagd te ontsnappen. Dat zei de man zondagmiddag tijdens een geïmproviseerde persconferentie in zijn woning, rue de Baune 406 in La Louvière.

Van Der Maren, die ontvoerd werd met zijn eigen wagen, zat heel de tijd in de auto opgesloten. Zondagochtend omstreeks 2u30 slaagde de man er in, ondanks het feit dat hij aan de handen geboeid was, het voertuig te verlaten. Hij liep ongeveer een half uur tot hij bij een huis kwam. Van daar verwittigde hij de rijkswacht van Thuin, die op haar beurt de BOB van La Louvière en de gerechtelijke politie van Charleroi inlichtte. De garagehouder werd vervolgens naar La Louvière gebracht, waar de BOB hem langdurig ondervroeg. Omstreeks 14u was hij thuis.

Volgens Van Der Maren, die nog steeds fel onder de indruk was van het gebeuren, werd hij donderdag omstreeks 17u30 in zijn garage te Anderlues opgewacht door een man met een motorhelm. Die haalde een pistool boven en dwong Van Der Maren hem te volgen. De garagehouder moest in zijn eigen voertuig stappen. Daar kreeg hij een kap over het hoofd en werd hij aan de handen geboeid. Op dat ogenblik voegde zich een twee ontvoerder bij het gezelschap.

Van Der Maren verklaarde dat hij weinig contact heeft gehad met zijn ontvoerders. Hij werd nooit gewelddadig aangepakt, maar wel enkele keren bedreigd. Ook werd hem gezegd dat aan zijn gezin een losgeld was gevraagd. Hij kreeg een paar keer eten van zijn ontvoerders. De hele tijd zat hij geblinddoekt en geboeid in de wagen.

De echtgenote van de garagist maakte zich donderdagavond ongerust omdat haar man nog steeds niet thuis was gekomen en omdat ze in de garage geen antwoord kreeg als ze telefoneerde. Zij ging kijken en vond een schrijven van de ontvoerders die een losgeld eisten van 15 miljoen fr. in gebruikte briefjes van vijfduizend. Tevens werd gezegd dat men later met haar contact zou opnemen over de manier waarop zij het geld moest bezorgen. Er werd een ultimatum gesteld van 50 uren, dus tot zaterdag om middernacht.

De vrouw verwittigde de BOB van La Louvière die de gerechtelijke politie van Charleroi inschakelde. Over het verdere verloop van de zaak weigerden zowel Van Der Maren als zijn echtgenote veel gegevens te verstrekken, dit in het belang van het gerechtelijk onderzoek, zo werd gezegd. Een aantal vragen over de omstandigheden waarin hij ontsnapte, en of er al dan niet een losgeld is betaald, bleven onbeantwoord.

Bron: Gazet van Antwerpen | 21 Augustus 1989