Patrick Mourlon Beernaert was de directeur van het Delhaize-warenhuis in Eigenbrakel. Het warenhuis werd op 27 september 1985 overvallen door de Bende van Nijvel. (Zijn naam staat verkeerd in het onderstaande artikel.)

Directeur Eigenbrakel: “Zij gingen verrassend kalm te werk”

In Eigenbrakel zijn dezelfde kassiersters met dienst die ook vrijdagavond gewerkt hebben. “Op aanraden van de arts”, zegt directeur Hourlon, wel een beetje verwonderd té horen dat in Overijse kassiersters uit andere vestigingen werden aangetrokken omdat de collega's van de vermoorde Rosa Van Tildonck nog niet over de schok heen waren.

“Wij hebben eerst de schietpartij op de parking gehoord. Dan zijn zij hier binnengestormd en hebben onmiddellijk het vuur geopend. De klanten stonden als versteend achter hun wagentjes. Eén van de gangsters is naar het bureau gekomen, terwijl twee handlangers zich bezighielden met het leegplunderen van de kassa's. Pas dan, relatief laat dus, hebben zij de klanten bevolen op de grond te liggen.”

“Hier in het bureau zelf zijn zij systematisch, verrassend kalm te werk gegaan. Het is de derde overval op deze vestiging. Maar de andere keren was het scenario volledig anders. Te beginnen al bij het tijdstip van de overval: de twee vorige keren wachtten de gangsters tot wanneer de winkel gesloten was. Vrijdag niet, met de dramatische gevolgen die men kent.”

Bron: Het Laatste Nieuws | 30 September 1985

242

(3 replies, posted in Magistraten)

Hij was ook verantwoordelijk voor het onderzoek naar de overval in Overijse. Na een paar dagen werd het onderzoek echter gecentraliseerd in Nijvel.

Brussels parket moet Overijse-dossier afgeven

Magistraten bij het parket te Brussel zijn verontwaardigd. Onder druk van “hogere gerechtelijke instanties” moest de Brusselse onderzoeksrechter Wilfried Mahieu zijn gerechtelijk onderzoek over de vijf moorden in de Delhaize te Overijse stopzetten. Het Overijse-dossier wordt voortaan behandeld door het parket van Nijvel.

Wie het bevel gaf aan onderzoeksrechter Wilfried Mahieu zijn dossier af te geven aan onderzoeksrechter Baeyens van Nijvel, is nog niet duidelijk. Ook niet voor de rechtstreeks betrokkenen. “Het parket-generaal, de dienstdoende procureur-generaal. Waarschijnlijk op bevel van minister Jean Gol himself", zei men in Brussel.

Toch heerst er ook tevredenheid over de beslissing het onderzoek naar de moordebende gezamenlijk uit te voeren door de gerechtelijke politie en de rijkswacht. Bij de gerechtelijke politie bestaat de kern van het onderzoeksteam uit manschappen van de Brusselse Groep voor de Repressie van het Banditisme (GRB). Maar ook de GP's van Nijvel en Leuven zijn binnen de GP-groep opgenomen.

Zo maken de drie Brabantse gerechtelijke arrondissementen deel uit van de GP-groep. Bevelhebber van het team is commissaris Frans Reyniers.

Bij de rijkswacht wordt het onderzoek ook op provinciaal niveau geleid door een majoor die deel uitmaakt van de staf van het rijkswachtgebied Brabant. Hij heeft jarenlange ervaring in het gerechtelijk werk.

Bron: De Standaard | 4 Oktober 1985

Forumlid Merovinger heeft in 2016 een topic gemaakt over de reactie van de bevolking op de feiten van de Bende van Nijvel. Het is eveneens interesant om te kijken naar de reactie van de bevolking na de feiten in 1985

“Niemand is nog een moment veilig”

“Er zit maar één ding op: ze moesten die gewetenloze schurken - een ander woord is er niet voor - allemaal voor het vuurpeloton zetten. Het zou dan vlug gedaan zijn met die moordpartijen voor een paar franken. Maar daarvoor zijn ze in dit land te braaf. Véél te braaf….”

Dat is zowat de teneur van wat de gewone man of vrouw in de straat zegt als er naar een eigen mening over de bende van Nijvel en de recente overvallen op de Delhaize-warenhuizen gevraagd wordt.

Het is duidelijk: de mensen hebben schrik. Ook in het Antwerpse. “Want als ze nu in Overijse zijn, dan kunnen ze binnen het uur ook Antwerpen bereiken om hier toe te slaan. Eigenlijk is niemand nog een moment veilig. Je kan aan de kassa van een supermarkt doodgeschoten worden, gegijzeld in een post- of bankkantoor. En ze aarzelen er ook niet om iemand zonder boe of ba op straat af te ranselen.”

Maar wie zijn “ze”? Dat vraagt iedereen zich de dag van vandaag af. Iemand zei ons dat vele gangsters door gebrek aan werk en dus aan geld tot hun misdaden, moorden zelfs, gedreven worden. Maar een eindje verder weet dan weer iemand dat “crapuul altijd bestaan heeft en dat er bandieten zullen zijn zolang er nog mensen leven”.

Wie gelijk heeft laten we in het midden. Het valt op, op momenten als deze met de moorden van Overijse en Eigenbrakel nog vers in het geheugen: de mensen worden direct harder. Radicaler.

Bijna iedereen die we aanspraken spreekt zich uit voor een terug invoeren van de doodstraf. “Bandieten die argeloze mensen koelbloedig neerschieten verdienen zelf niet beter dan het vuurpeloton of de galg.”

Maar dan stelt zich uiteraard het probleem dat men die boeven eerst moet vinden. En ook op dit punt zijn de meesten het roerend eens. Ze vinden dat de politiemacht die zich met het oplossen van dergelijke verschrikkelijke zaken bezig houdt moet uitgebreid en beter uitgerust worden.

“Het wordt tijd dat er iets aan gedaan wordt. Anders zullen de mensen daar zelf moeten voor zorgen. Dan zitten we op zeer korte tijd in de Far West…”

Bron: Gazet van Antwerpen | 1 Oktober 1985

Nog eentje die ontsnapt was uit de gevangenis van Doornik:

Te Doornik ontsnapte gangster aangehouden in Frankrijk

De Franse politie heeft zaterdagochtend in het Noord-Franse Lens twee mannen aangehouden, onder wie de in de nacht van 16 op 17 september jl. met 37 anderen uit de gevangenis van Doornik ontsnapte 24-jarige Algerijn Mohammed Kespi Charif.

De politie kon, na een korte achtervolging, een verdachte wagen met vijf inzittenden en een Belgische nummerplaat tot staan brengen. Drie inzittenden konden ontsnappen, maar de twee anderen, Kespi Charif en de 23-jarige Algerijn Lhory Djedani, die gezocht werden wegens een inbraak op 1 oktober in een kledingzaak in het Henegouwse Frameries, werden gevat. In de wagen werden waarschijnlijk van diefstal afkomstige juwelen gevonden. Beide Algerijnen zijn zondagochtend aan het parket van Bethune overgedragen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 14 November 1983

245

(29 replies, posted in Onderzoekspistes)

Taxichauffeurs onvoldoende beschermd

De taxichauffeurs vallen opnieuw als prooi van de onderwereld. In West-Duitsland gebeurde de vijfde moord op een taxichauffeur binnen de drie weken en ook in ons land hebben de jongste weken verscheidene roofovervallen op taxichauffeurs plaatsgegrepen.

Er viel gelukkig geen dodelijk slachtoffer maar de taxichauffeurs en vooral dezen uit de grote centra vrezen de een of andere dag een fatale aanslag. Hoe dan ook, na de overval van woensdag te Sint-Genesius-Rode en deze van zondag op een Gents taxichauffeur heerst er ongerustheid.

De taxichauffeurs zijn wrevelig gestemd omdat er tan overheidswege niets wordt gedaan voor meer bescherming. Er werden in het verleden door sommige instanties wel enkele suggesties gedaan maar tot definitieve maatregelen om roofovervallen op Belgische taxichauffeurs te voorkomen, kwam het niet.

Vele verzoeken werden reeds afgewezen maar de situatie is nu vergeleken bij vroeger anders geworden omdat er steeds meer vreemdelingen in het land komen en de misdaad in het algemeen ook toeneemt.

Een taxichauffeur zei ons, dat de taxichauffeurs nooit passagiers weigeren en dat het een erecode is, dat ze deze brengen naar elk adres, naar om het even welke verdachte omgeving ook.

De meeste taxichauffeurs vragen dan ook, dat de overheid een vergunning zou geven die toelaat zich te wapenen. Dit zou alvast de gangsters afschrikken. De overheid weigert echter. Nu zijn er wel, die stiekem een revolver op zak dragen maar de meesten hebben er geen.

In dit verband verklaarde een andere taxichauffeur: "Men weigert ons te bewapenen, een 6 mm-pistool te dragen. Nochtans kan eender wie zich bij de wapenhandelaars een 6 mm-karabijn aanschaffen. Doch wat kunnen we met een karabijn in onze wagen aanvangen?"

Een andere flinke taxibeveiliging ligt er in de taxi’s uit te rusten met mobilofoons. In Amsterdam is dit reeds het geval maar te Brussel zegt men, dat zo een uitrusting zeer duur zou uitvallen, vooral voor een maatschappij zoals de “Oranje-taxi’s”, die zowat 560 huurauto's bezitten.

Met een mobilofoon, zou de centrale bij het wegrijden van de taxi weten waarheen wordt gereden. Maar per wagen kost de mobilofoon-installatie ongeveer 30.000 fr., zodat er financiële bezwaren zijn.

De taxichauffeurs hebben echter recht om bij dreigend gevaar alarm te slaan en zich te verdedigen. Ze eisen maatregelen, eer het te laat is.

Bron: Gazet van Antwerpen | 6 December 1966

246

(75 replies, posted in Onderzoekspistes)

Nog een aantal fragmenten uit het boek "Operatie Rode Draak" van Kris Quanten. Het boek gaat over de bevrijding van meer dan 1800 gijzelaars door Belgische para's in Kisangani (Stanleystad) en Paulis.

(…) De aanpak van de colonnes verschilde grondig van die van de paracommando's. Zij moesten de laatste weerstandsnesten van de Simba's in Stanleyville uitschakelen.

Vooral de huurlingen gingen daarbij driest te werk. Er vielen heel wat Congolese slachtoffers. Ook werd er op grote schaal geplunderd; vooral de kluizen van banken, winkels en bedrijven waren geliefkoosde doelwitten.

De aanpak van de colonnes verschilde grondig van die van de paracommando's. Zij moesten de laatste weerstandsnesten van de Simba's in Stanleyville uitschakelen. Vooral de huurlingen gingen daarbij driest te werk. Er vielen heel wat Congolese slachtoffers. Ook werd er op grote schaal geplunderd; vooral de kluizen van ban-ken, winkels en bedrijven waren geliefkoosde doelwitten.

Op 25 november kwam Victor Nendaka, de Congolese chef van de Veiligheidsdienst, ter plaatse met een detachement Congolese para's. Hij ging persoonlijk de repressie leiden. Een van de eerste maatregelen was dat de Congolese burgers niet geëvacueerd mochten worden met de C-130's. Ze moesten eerst gescreend worden door de Veiligheidsdienst.

De door hem uitgevoerde zuivering zou uitdraaien op een brutale slachtpartij, waarbij honderden - volgens sommige bronnen zelfs duizenden - Congolezen zonder enige vorm van proces terechtgesteld werden. Iedereen die ook maar enigszins verdacht werd van samenwerking met de Simba's, werd standrechtelijk terechtgesteld.

Nendaka zou niemand of niets ontzien. Zijn aanpak leek ingegeven door wraak. Zijn hele familie was enkele weken eerder in Kumu, tussen Paulis en Buta, door de rebellen uitgemoord. De wrede repressie en het brutale optreden van zowel het ANC als de huurlingen choqueerden minister Spaak. In een telegram aan De Kerchove liet hij duidelijk zijn ongenoegen blijken: 'Ik wens dat u VdW [Vandewalle] op de hoogte brengt van mijn ongerustheid bij het lezen van de verslagen over de barbaarse aanpak van de repressie in Stan. [...] Hij moet begrijpen [..] dat door de voortzetting van dergelijke acties mijn instemming met de aanwezigheid van Belgische officieren van de technische bijstand in de colonnes ter discussie komt te staan.

Toch leek kolonel Vandewalle maar weinig greep te hebben op het gedrag van de huurlingen en de Katangese gendarmes. Het gewelddadige optreden zou net als het plunderen in de daaropvolgende dagen gewoon verdergaan. Hierdoor ontstond algauw een tweeledige beeldvorming, waarbij de paracommando's als 'de helden' en de militairen van de colonnes als 'de plunderaars en moordenaars' werden voorgesteld. Die beeldvorming zou voor veel frustratie zorgen bij de Belgische militairen in de colonnes.

Bron: Rode Draak | Kris Quanten

(...) Van Paulis werden de paracommando's rechtstreeks naar Kamina overgevlogen. Ondertussen hadden ook de achtergebleven paracommando's in Stanleyville zich teruggetrokken naar de luchtmachtbasis. Vrijdag 27 november's avonds was het hele bataljon gehergroepeerd in Kamina. Tijdens een korte plechtigheid - waarop ook kolonel Vandewalle aanwezig was - feliciteerden de ambassadeurs De Kerchove en McMurtrie Godley de paracommando's voor hun inzet en vastberaden optreden.

Over de Belgische militairen in de colonnes werd met geen woord gerept. Dat gebrek aan erkenning zou voor heel wat ongenoegen en frustratie zorgen bij de Belgische militairen in de logistieke ploegen. Om hun moreel niet te ondermijnen, stuurde kolonel Vandewalle zelf fictieve felicitaties van de koning en de Belgische regering naar zijn manschappen in Stanleyville.

Bron: Rode Draak | Kris Quanten

(...) Ook de beschuldiging dat de paracommando's een bloedbad hadden aangericht in Stanleyville, was volgens de minister op niets gebaseerd. Als er al uitwassen waren geweest, dan werden die gepleegd door de ANC-soldaten en de huurlingen. 8 Daarmee schoof hij elke verantwoordelijkheid af naar de colonnes die officieel ressorteerden onder het ANC. Aangezien de Belgische regering er geen zeggenschap over had, droeg ze er bijgevolg ook geen verantwoordelijkheid voor.

Hiermee bevestigde Spaak het tweeledige beeld van de 'goede' paracommando's tegenover de 'plunderende en moordende' huurlingen. In zijn memoires komt Vandewalle daar uitgebreid op terug. Voor hem was het de bevestiging dat de militairen in de colonnes - onder wie ook de Belgische militaire raadgevers - door Spaak opgeofferd werden om de paracommando's van elke blaam te zuiveren. De kolonel had het daar duidelijk moeilijk mee.

Bron: Rode Draak | Kris Quanten

De Congolese militairen waren echter niet de enigen die uitblonken in een gewelddadige aanpak. De blanke huurlingen hoefden voor hen niet onder te doen. In zijn verslag aan Spaak liet Nothomb zich zeer kritisch uit over het optreden van de huurlingen: Huurlingen zijn bewonderenswaardig in de strijd, leveren enorme inspanningen voor het redden van gijzelaars, maar zijn helaas totaal ongeschikt in alle andere omstandigheden. [...]

Hun gedrag is weerzinwekkend, zoals het zonder enige aanleiding vermoorden van Congolezen en het systematisch plunderen en afpersen. Nog geen week geleden heeft een huurling een gevangengenomen Simba zeven kilometer achter zijn jeep meegesleept. Daarbij schrokken de huurlingen er niet voor terug om wrede folterpraktijken toe te passen op de gevangengenomen Simba's. In zijn verslag over de militaire situatie in Stanleyville beschreef de militair attaché de gewelddadige taferelen die hij ter plaatse gezien had:

'Bij de "ondervraging" van tijdens patrouilles gevangengenomen Simba's worden de "klassieke" methodes toegepast: afranseling en gebruik van de generator voor de radioposten of veldtelefoon. 94 Ook werd er nog steeds op grote schaal geplunderd: 'Het was zelfs zo erg dat bepaalde raids op initiatief van de huurlingen werden uitgevoerd, met als enige doel het plunderen van een kluis waarvan ze het bestaan hadden vernomen. In de steden die door de huurlingen bevrijd of aangedaan werden, zijn alle waardevolle voorwerpen verdwenen.

Kolonel Vandewalle was niet blij met de negatieve berichten over de huurlingen in zijn colonnes. Op 30 november stuurde hij een telegram aan Spaak waarin hij reageerde op de nota van Nothomb. Daarin relativeerde hij de kritiek: "Verneem toevallig dat u een rapport zou hebben ontvangen over het optreden van zogenaamde schurken waarover ik het bevel heb mogen voeren van Kamina naar Stan. Deze mannen zijn beslist geen lieverdjes, maar hun gedrag is over het algemeen gedisciplineerder dan welke troep ook ter wereld die het zonder of met zo'n gebrek aan kader moet stellen."

Daarbij benadrukte hij nog eens de verdienste van de colonnes. Honderden geisoleerde blanken in afgelegen gebieden - die als gevolg van de paraoperatie ten dode opgeschreven waren - hadden hun leven te danken aan de huurlingen. Ook voor de toekomstige operaties bleef de inzet van de huurlingen belangrijk. Ze vormden immers de laatste hoop op redding voor de blanken die in het rebellengebied achtergebleven waren. Dankzij moed en ten koste van veel verliezen heeft troepenmacht onder mijn bevel honderden buitenlanders gered. Vele anderen zijn ten dode opgeschreven als gevolg van interventie van de para's in Stan. Als ze nog een kans hebben om berijd te worden, dan zullen ze dat te danken hebben aan deze schurken. Vraag dan ook met aandrang hiermee rekening te houden alvorens een definitief oordeel te vellen over deze kwestie."

Bron: Rode Draak | Kris Quanten

(...) De bemiddeling van Vandewalle zou haar effect niet missen. Spaak besefte immers ook dat er op korte termijn geen alternatief was voor de inzet van de huurlingen, om de eenvoudige reden dat er geen andere militairen beschikbaar waren voor de her-overingsoperatie. Aangezien er nog altijd honderden Belgen vastzaten in het door de rebellen gecontroleerde gebied, had de minister geen andere keus dan een beroep te doen op de colonnes van Vandewalle. Dit verklaart waarom Spaak de ogen zou sluiten voor het gewelddadige optreden en het plunderen van de huurlingen.

In een nota aan ambassadeur De Kerchove schreef hij: We moeten goed beseffen dat de veiligheid in Congo op dit ogenblik bijna volledig afhankelijk is van de aanwezigheid van de huurlingen. Dat is de feitelijke situatie op het terrein. [..] Geen enkele politiek met betrekking tot Congo kan overwogen worden zonder het behoud op korte termijn van een zeker aantal huurlingen. Daarmee leek Spaak te kiezen voor de politiek van het minste kwaad.

Ondertussen verslechterde de militaire situatie in Stanleyville zienderogen. De colonnes controleerden nu wel de hele stad, maar het gebied eromheen bleef stevig in handen van de rebellen. Stanleyville leek steeds meer op een belegerde spookstad.

De bevolking vluchtte weg, de handel kwam volledig tot stilstand en alle bevoorrading moest via een luchtbrug aangevoerd worden. De economische en bestuurlijke heropleving van de veroverde gebieden kwam maar niet op gang. Ook de inzet van de speciaal opgerichte 'polyvalente ploegen' zou daar weinig aan veranderen. De vooruitzichten leken somber. Uitgestrekte gebieden - vooral in het noordoosten en in het oosten - bleven nog steeds onder controle van de rebellen. Toch was kolonel Vandewalle er in zijn plan van uitgegaan dat met de inname van Stanleyville het hele rebellenregime als een kaartenhuisje in elkaar zou storten. Dat bleek een verkeerde inschatting te zijn.

In tegenstelling tot de République Libre du Congo van Gizenga, die in 1961 - na de moord op Lumumba - door verschillende landen erkend werd, had de République Populaire du Congo tot dan toe niet kunnen rekenen op enige internationale erkenning. De buitenlandse steun voor het rebellenregime van Gbenye was steeds beperkt gebleven. Als gevolg van de paraoperatie op Stanleyville kwam daar verandering in.

Vanaf december 1964 gingen verschillende Afrikaanse landen, waaronder Algerije, de Verenigde Arabische Republiek en Ghana, wapens leveren aan de Simba's. Ook trokken heel wat rebellen de grens over naar Soedan, Oeganda en Tanzania, vanwaar ze aanvallen zouden opzetten op Congolees grondgebied. Het resultaat was dat het verzet van de Simba's niet desintegreerde. Daarbij beperkten de rebellen zich niet alleen tot defensieve operaties.

Bron: Rode Draak | Kris Quanten

247

(11 replies, posted in Overzicht Bendes)

Les vols au “ouistiti” dans la région de Bruges

Le parquet de Bruges a procedé à deux nouvelles arrestations dans l'affaire de vols au “ouistiti” dans laquelle quatre personnes sont déjà inculpées. Il s'agit de Joseph Le grand, 34 ans, de Leeuw-St-Pierre, et Léopold Bogaert, 27 ans, domicilié rue des Ménages, à Bruxelles.

Les autres inculpés sont Jean-Pierre et Joseph De Wery, et leurs épouses Maria Steenacker et Ginette Legrand, tous de Leeuw-Saint-Pierre. Ils sont les auteurs de quelque cinq cents vols au “ouistiti”.

Bron: Le Soir | 24 September 1969

Ouistiti-dieven uit Sint-Pieters-Leeuw in beroep te Gent

Het Hof van Beroep te Gent behandelde gisteren de zaak van de zogeheten ouistiti-dieven, de broers Jean-Pierre en Jozef Deweverie uit Sint-Pieters-Leeuw, die in eerste aanleg te Brugge tot elk 10 jaar gevangenisstraf en 40.000 fr. boete werden veroordeeld. Het Hof van Beroep hoorde de pleidooien en zal uitspraak doen op 24 februari.

De broers worden verdacht van 900 diefstallen door inbraak met een ouistiti (passe-partout) en ze bekenden er 412. Hun echtgenotes Maria Stenacker en Ginette Legrand liepen te Brugge 6 maanden gevangenisstraf op met 2000 fr. boete, terwijl Jozef Legrand, Leopold Bogaert en Cesar Becker werden vrijgesproken.

De feiten dateren van maart 1968 tot september 1969. De verdachten bezochten meestal flatgebouwen en opereerden in verschillende steden en gemeenten van ons land. De ke. rels verplaatsten zich met een auto voorzien van een valse nummerplaat.

In de nacht van 11 op 12 september 1969 poogden de broers te Veldegem een woning binnen te dringen, en werden door de bewoners verrast. Ze sloegen op de vlucht maar hun signalement werd aan de rijkswacht door-gegeven. Niet ver van de plaats van de inbraak werd een versperring opgeworpen doch het tweetal wist er met de wagen doorheen te glippen.

Niettemin werden ze in het nauw gedreven en moesten hun voertuig achterlaten. Kort daarop zijn ze aangehouden door drie veldwachters.

Bron: De Standaard | 28 Januari 1971

Tiens wrote:

Vergeet Anna niet.

En is er een bepaalde reden waarom we Anna niet mogen vergeten?

248

(1 replies, posted in 1980-1989)

In 1973 werd Luc Diesbeck veroordeeld door de correctionele rechtbank van Nijvel:

(...) Luc Diesbeck dessinateur, 31 ans, de Villers-la-Ville, a été condamné à 8 mois de prison pour de nombreux vols et détention d'armes.

Bron: Le Peuple | 6 Juli 1973

Luc Diesbeck was in 1982 samen met o.a. Eli Spletinckx en Apostolos Papadopoulos door het Hof van Beroep van Brussel veroordeeld tot 5 jaar cel.

249

(7 replies, posted in Robotfoto's)

Willi wrote:

Als men er van uitgaat dat de clan Bogaert op één of andere manier er bij betrokken is, is het onlogisch dat er een observatie zo gebeuren van op de parking van de Delhaize, om reden dat langs de andere kant van de straat (naast de garage) de stamkroeg gelegen is van de clan Bogaerts.

Dat is trouwens het café waar super-getuige Freddy S. naar binnen is gelopen om zogezegd de politie of rijkswacht te bellen.

250

(3 replies, posted in 1980-1989)

Maffiakogels in de zaak van verdwenen journalist

De moord op de 29-jarige Giuseppe Dell Area, de luitenant van Carmelo Bongiorno die de hoofdverdachte is in het koppelbazen-dossier en de moord op journalist Stéphane Steinier, is het werk van de maffia. Dat besluit trekken de speurders uit het feit dat de vijf kogels, die de Siciliaan vorige week het leven gekost hebben, in het zwart geschilderd waren.

Op 8 november werd Giuseppe Dell Area, bijgenaamd “Peppe le Gaucher” (Peppe de linkshandige) nabij het station van Morlanwelz omstreeks 20.45 u. genadeloos neergekogeld. De moordenaar gebruikte daarbij een Magnum 357 revolver. Hij wachtte Giuseppe gewoon op nabij het café waar deze zich bevond en toen hij buitenkwam, vuurde hij zes kogels af. Vijf ervan troffen Dell Area in de rug en de nek. Na de schoten stapte de dader in een VW Golf, waarin verscheidene gemaskerde medeplichtigen zaten.

Steinier uit de weg

Giuseppe Dell Area was één van de personen, die in het raam van de moord op de journalist van de krant “La Nouvelle Gazette” werden aangehouden. Hij werd op 26 mei door onderzoeksrechter Sohet achter slot gezet en ervan verdacht deel te hebben genomen aan het uit de weg ruimen van Steinier. Meer bepaald zou hij het lichaam van de journalist hebben doen verdwijnen. Maar de Siciliaan kon niet tot spreken worden aangezet en op 6 oktober werd hij opnieuw op vrije voeten gezet.

Lijkschouwing bevestigt

Intussen had men vernomen dat het koppelbazencircuit in de streek van Charleroi onder maffia-bescherming zou staan. Berichten spraken zelfs van gehuurde moordenaars, die vanuit Sicilië zouden worden gestuurd en onderzoeksrechter Sohet, verantwoordelijk voor het dossier van de moord op Steinier, en onderzoeksrechter Van Espen, die het onderzoek naar de koppelbazen leidt, als doelwit zouden hebben.

Deze maffia-inmenging werd door de lijkschouwing op het lichaam van Dell Area bevestigd. De wetsgeneesheer haalde vijf in het zwart geschilderde kogels uit het lichaam van de vermoorde man. Hetgeen naar verluidt onmiskenbaar een maffia-handtekening is. Maar gevreesd wordt dat de moord op Dell Area slechts de eerste van een reeks is.

Bron: Het Laatste Nieuws | 17 November 1989

In 1980 was Dell Area al eens in de krant gekomen:

Hulpvaardige Bruggelingen beloond met pak ransel

Twee 24-jarige Bruggelingen zullen aan het carnaval van Binche vermoedelijk geen al te beste herinneringen bewaren. Met een heel gezelschap waren Dirk Vyncke en Gerrit Vonk per autobas naar de stad van de Gilles gereden om er de festiviteiten bij te wonen. Toen de West-Vlamingen in de hele vroege uurtjes aanstalten maakten om naar Brugge terug te keren, stelde de chauffeur van de autobus vast dat zijn batterij leeg was.

Toen de chauffeur ergens in de buurt zijn patroon wilde aan opbellen, vergezelden Vyncke en Vonk hem. Onderweg merkten deze laatsten een auto die eveneens startmoelijkheden had. Spontaan besloten zij een handje toe te steken. Ze duwden de auto tot de motor aansloeg. Terwijl de Bruggelingen een woordje van dank verwachtten, beleefden ze een erg onaangename verrassing. De auto die ze in gang geduwd hadden, maakte plots rechtsomkeer en reed recht op hen af. Vyncke en Vonk sprongen voor hun leven en de auto stopte even voorbij.

De opmerking die een van beiden over dit vreemde gedrag maakte, bleek pas goed de woede van de chauffeur en zijn gezellen op te wekken. Met vier stapten ze uit en ze gingen de hulpvaardige jongemannen te lijf met stokken of met de blote vuist. Vyncke en Vonk werden waar aangepakt. Een van hen liep een paar gebroken ribben op, terwijl bij de andere een aantal wonden moesten gehecht worden.

Nadat bij de politie klacht was neergelegd, konden de brutale vechthanen echter snel ingerekend worden. Twee van hen, Giuseppe Dell Aera (20) van Piéton en Silvano De Santi (21) van Péronnes-lez-Binche, werden door onderzoeksrechter Soussigné onder aanhoudingsmandaat geplaatst.

Bron: Gazet van Antwerpen | 26 Februari 1980