31

(170 replies, posted in Wagens)

Over wat er in het voertuig gevonden werd, is al heel wat gezegd en geschreven. Zo wordt er vaak geschreven dat er in het voertuig "boorddocumenten van twee Golf GTI's" werden gevonden. Het is niet alleen onmogelijk (kijk naar de foto's van het wrak), het is simpelweg niet waar.

Dit lezen we over het wrak in twee boeken:

(…) Men vindt in die auto de zwart geblakerde boorddocumenten van twee Golf GTI en hulzen die werden afgeschoten met de twee riotguns die de Bende had gebruikt in Aalst en bij haar eerdere moordaanslagen in Overijse en Eigenbrakel.

Bron: Het Rattenkwartier | Charlie Hedo

Beetgenomen

(…) De politie trof er de zwartgeblakerde boorddocumenten in aan van twee auto’s van het Golf GTI-type, een gesmolten fes wijn en hulzen die afgeschoten werden met de twee riotguns die de bende van Nijvel gebruikt had in 1985.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

Dit is wat er echt werd gevonden:

  • 3 metalen stukken, waarvan 2 van lood lijken te zijn;

  • 2 gedeeltelijk verkoolde fragmenten van het identificatieplaatje;

  • 1 Marlboro sigarettenpeuk;

  • Zaagsel;

  • Resten autolak.

  • Stukken stof (geel en zwart) met verschillende lagen stof erop.

  • 1 lege, maar onbruikbare huls van een 12-gauge patroon. Deze werd gevonden in de as in het voertuig tijdens het onderzoek.

  • Chassisplaat, nummer gedeeltelijk weggevijld.

  • Een gescheurde en vervormde patroonhuls zonder slaghoedje en een 9mm kogelhuls. Deze werden aangetroffen in de as in het voertuig tijdens het onderzoek.

32

(151 replies, posted in 1983)

JML wrote:

Ja, omdat als de gendarmerie geen tijd heeft om haar troepen op te leiden, is de kans groot dat de gendarmes de technieken van de professionals niet kennen.

Dus omdat de daders in Braine-l'Alleud geen speciale technieken gebruikten, bewijst dit dat het rijkswachters waren omdat rijkswachters niet genoeg training hebben gekregen?

JML wrote:

Roland Campine sprak over schiettechniek (trekken van het pistool, schiethouding). Hij is de gendarme, niet wij. Hij is degene die tegenover de moordenaars stond, niet wij.

Ik vraag geen herhaling van wat hij heeft gezegd. Ik vraag wanneer en waar hij dat gezegd heeft. De man is al sinds 1992 overleden.

JML wrote:

L’affaire Romeyer ne fait que conforter en ce sens : qui peut avoir accès au fichier des immatriculations si ce n’est un policier (au sens large)."

Over die getuigenis van Pierre Romeyer heb ik hier al uitgebreid geschreven » Forum

33

(151 replies, posted in 1983)

Wat heeft het gebrek van opleiding van rijkswachters te maken met het feit dat de gangsters in Braine-l'Alleud geen speciale technieken toepasten? Die twee zaken staan los van elkaar.

JML wrote:

PS: Het is belangrijk te herhalen dat gendarme Roland Campine zei:

"En face, c'était des collègues, j'en suis certain. Je l'ai vu à leur manière de dégainer et de tirer. C'est le drill de tir auquel on nous exerce à l'ESI."

Wanneer heeft hij dat gezegd? In welke context? Hoeveel jaar na de feiten? Is dat een verklaring in de pers? Wat heeft hij tegen de journalist letterlijk gezegd en hoe heeft de journalist dat opgeschreven?

Daarnaast is er in de feiten in Hoeilaart geen enkel argument dat er op wijst dat de daders daar technieken gebruiken die aangeleerd werden bij de Groep Diane.

1. “Massamoord” of “massaschietpartij” heeft geen eenduidige definitie

Onderzoekers hanteren uiteenlopende criteria: hoeveel slachtoffers moeten er vallen, moeten de slachtoffers zijn overleden of volstaat verwonding, en tellen familiedrama’s, terroristische aanslagen of misdrijven tijdens een overval mee? In veel studies geldt vier of meer dodelijke slachtoffers door vuurwapens als een gangbare drempel, maar er bestaat geen universele definitie.

Deze lijst gebruikt daarom een eigen, brede selectie: minstens vier dodelijke slachtoffers door vuurwapens bij één gebeurtenis.

2. De lijst brengt verschillende soorten geweld samen

Een familiedrama, een politieke aanslag, een criminele afrekening en een dodelijke overval kunnen allemaal meerdere slachtoffers maken, maar hebben niet hetzelfde doel of dezelfde dynamiek. Onderzoek naar massamoorden onderscheidt bijvoorbeeld familiaal of relationeel geweld, politiek gemotiveerd geweld en moorden die plaatsvinden tijdens een ander misdrijf.

Deze verzameling is dus bruikbaar als overzicht van schietpartijen met veel slachtoffers, maar niet als één homogene categorie.

3. De Bende-feiten vallen vooral op door de combinatie van moord en overval.

Bij de feiten van Braine-l’Alleud, Overijse en Aalst vielen de doden tijdens warenhuisovervallen. Dat maakt ze inhoudelijk anders dan bijvoorbeeld Hungerford of de familiedrama’s in de lijst. Er is wel een beperkte overeenkomst met andere gevallen waarin meerdere mensen tijdens een overval of criminele actie werden gedood.

Die overeenkomst op zichzelf zegt niets over een verband tussen de daders of zaken.

4. De lijst kan overeenkomsten beschrijven, maar bewijst geen verband.

Dat feiten in dezelfde periode en regio plaatsvonden en vuurwapens gebruikten, toont niet aan dat daders samenwerkten, elkaar kenden of dezelfde motieven hadden. Voor zo’n hypothese zouden specifieke overeenkomsten nodig zijn, bijvoorbeeld in modus operandi, wapens, ballistische gegevens, doelwitkeuze of aantoonbare contacten.

Deze lijst levert dat bewijs absoluut niet en dit is ook niet de bedoeling van deze lijst.

5. De selectie is afhankelijk van de gekozen grenzen.

Een andere periode, een andere definitie van “één gebeurtenis” of een andere drempel voor het aantal slachtoffers zou andere feiten opleveren. Ook zijn historische gegevens over oudere zaken niet overal even volledig.

De lijst is daarom een verzameling van gevonden vergelijkingsgevallen, geen volledige of definitieve databank.

6. Een hoog dodental zegt op zichzelf weinig over het motief of de dader.

De wetenschappelijke literatuur benadrukt dat daders en omstandigheden sterk uiteenlopen. Uit het aantal slachtoffers, het gebruik van een bepaald soort vuurwapen of het feit dat een dader zelfmoord pleegde, kan op zichzelf geen betrouwbaar individueel profiel of motief worden afgeleid.

Zo’n conclusie vraagt om bewijs uit het concrete dossier.

Bronnen » pmc.ncbi.nlm.nih.gov | www.everycrsreport.com | nij.ojp.gov

Schietpartijen met meerdere dodelijke slachtoffers in West-Europa, 1975–1990

Ik heb gezocht naar schietpartijen in West-Europa tussen 1975 en 1990 waarbij bij één gebeurtenis meerdere mensen met vuurwapens werden gedood. De periode en regio zijn gekozen omdat daders zich binnen West-Europa relatief gemakkelijk konden verplaatsen.

Bomaanslagen, zoals de aanslag op het station van Bologna, zijn buiten beschouwing gelaten. Ook seriemoorden waarbij de slachtoffers over een langere periode vielen, zijn niet opgenomen.

De gevallen hieronder verschillen sterk van elkaar. Het gaat onder meer om familiedrama’s, politieke aanslagen, criminele afrekeningen en aanvallen tijdens overvallen. Ze zijn dus vergelijkbaar op basis van het gebruikte geweld en het aantal slachtoffers, maar niet noodzakelijk wat betreft motief, doelwit of verloop.

LIJST FEITEN

Vercelli (Italië)

  • 14 november 1975

  • Aantal doden: 5

  • Doretta Graneris en haar vriend schoten vijf familieleden dood.

Whitecross / Ballydougan (Noord-Ierland)

  • 4 januari 1976

  • Aantal doden: 6

  • Bij twee afzonderlijke, kort na elkaar uitgevoerde schietaanvallen werden drie leden van de familie Reavey en drie leden van de familie O’Dowd gedood.

Seewen (Zwitserland)

  • 5 juni 1976

  • Aantal doden: 5

  • Vijf mensen doodgeschoten met een Winchester-karabijn. De zaak is onopgelost.

Madrid (Spanje)

  • 24 januari 1977

  • Aantal doden: 5

  • Rechtsextremisten schoten vijf mensen dood in het kantoor aan de Atocha-straat; vier anderen raakten gewond.

Rome (Italië)

  • 10 juli 1977

  • Aantal doden: 4

  • Een man schoot zijn vrouw en drie kinderen dood; een ander kind raakte gewond.

Keulen (West-Duitsland)

  • 5 september 1977

  • Aantal doden: 4

  • RAF-leden schoten vier begeleiders van Hanns Martin Schleyer dood tijdens zijn ontvoering.

Rome (Italië)

  • 16 maart 1978

  • Aantal doden: 5

  • De Rode Brigades schoten vijf leden van Aldo Moro’s politie-escorte dood met machinepistolen tijdens zijn ontvoering.

Marseille (Frankrijk)

  • 3 oktober 1978

  • Aantal doden: 10

  • Gewapende mannen schoten in het Bar du Téléphone tien mensen dood » Forum

West Bromwich / Nuneaton (Engeland)

  • 26–27 oktober 1978

  • Aantal doden: 5

  • Barry Williams schoot vijf mensen dood. Bij de aanvallen gebruikte hij onder meer een 9mm-pistool en een .22-pistool.

Bonn (West-Duitsland)

  • 24 december 1980

  • Aantal doden: 4

  • Een man schoot vier familieleden dood en verwondde zijn zoon.

Auriol (Frankrijk)

  • 18 juli 1981

  • Aantal doden: 6

  • Een groep leden van de SAC vermoordde zes mensen, onder wie een gezin. De zaak had een politieke achtergrond » Forum

Montbéliard (Frankrijk)

  • 22 juli 1981

  • Aantal doden: 6

  • Michel Werlé schiet zes mensen dood met een .22 Long Rifle-karabijn. Het ging om zijn ex-vrouw en haar partner, een bevriend koppel en twee mensen van de Peugeot-fabriek.

Eppstein (West-Duitsland)

  • 3 juni 1983

  • Aantal doden: 5

  • Karel Charva doodde drie leerlingen, een leraar en een politieagent met pistolen; veertien mensen raakten gewond.

Avignon (Frankrijk)

  • 5 augustus 1983

  • Aantal doden: 7

  • Bij een overval op het Sofitel werden zeven mensen gedood; onder de gebruikte wapens was een riotgun » Forum

Dol-de-Bretagne (Frankrijk)

  • 19 juni 1985

  • Aantal doden: 7

  • Guy Martel doodde zeven mensen en verwondde vijf anderen met een .22 Long Rifle-karabijn met richtkijker.

Karlsruhe (West-Duitsland)

  • 29 augustus 1985

  • Aantal doden: 5

  • Een man reed door de omgeving en schoot vijf mensen dood; vier anderen raakten gewond

Braine-l’Alleud / Overijse (België)

  • 27 september 1985

  • Aantal doden: 8

  • De Bende van Nijvel vermoordt 8 mensen tijdens twee warenhuisovervallen » Forum | Forum

Aalst (België)

  • 9 november 1985

  • Aantal doden: 8

  • De Bende van Nijvel vermoordt 8 mensen tijdens een warenhuisoverval » Forum

Pepingen (België)

  • 12 mei 1987

  • Aantal doden: 7

  • Michel Van Wijnendaele doodde zeven mensen en verwondde anderen met een .22-geweer; later pleegde hij zelfmoord » Forum

Hungerford (Engeland)

  • 19 augustus 1987

  • Aantal doden: 16

  • Michael Ryan schoot in en rond Hungerford mensen dood met onder meer een geweer en pistool, en pleegde daarna zelfmoord.

Luxiol (Frankrijk)

  • 12 juli 1989

  • Aantal doden: 14

  • Een landbouwer schoot met een jachtgeweer veertien mensen dood en verwondde acht anderen » Forum

Puerto Hurraco (Spanje)

  • 26 augustus 1990

  • Aantal doden: 9

  • Twee broers schoten negen mensen dood en verwondden twaalf anderen.

36

(1 replies, posted in 1980-1989)

Samenvatting

  • Wat? Een SAC-commando vermoordt zes mensen

  • Wanneer? 18 Juli 1981

  • Waar? Auriol in Frankrijk

  • Wapens? Touw en steekwapens

  • Wie?
    - Jean-Joseph Maria (levenslang)
    - Lionel Collard (levenslang)
    - Ange Poletti (levenslang)
    - Jean-Bruno Finochietti (twintig jaar gevangenisstraf)
    - Didier Campana (twintig jaar gevangenisstraf)
    - Jean-François Massoni (vijftien jaar gevangenisstraf)

  • Status: Opgelost

Het bloedbad van Auriol was de moord op zes mensen in de nacht van 18 op 19 juli 1981 in Auriol (Bouches-du-Rhône) in het huis van de familie van Jacques Massié. Hij was het hoofd van de Marseille-afdeling van de Service d'Action Civique (SAC), een politieke organisatie die in de jaren 60 banden had met het gaullisme.

De lokale afgevaardigde van Jacques Massié verdacht hem ervan dossiers over lokale leden van de organisatie te willen overhandigen aan linkse bewegingen. De familie van Massié – zijn vrouw, zijn 7-jarige zoon, zijn schoonouders en zijn toekomstige zwager – werd in hun huis vermoord. Massié zelf werd gedood bij zijn terugkeer.

Bovendien brachten uitgebreide journalistieke onderzoeken bewijs aan het licht van meerdere andere slachtoffers het jaar ervoor, maar deze onderzoeken bleken vruchteloos en bleven onopgeloste zaken voor het rechtssysteem.

Deze misdaad, die Frankrijk schokte, werd een zaak van nationaal belang. Op verzoek van president Mitterrand ontbond de regering de SAC op 3 augustus 1982.

De rechtbank van Bouches-du-Rhône berechtte de zes verdachten in mei 1985. Drie werden veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf, twee tot twintig jaar en één tot vijftien jaar.

Feiten

Jacques Massié, 41 jaar, was een politiebrigadier gestationeerd in Marseille. Hij woont met zijn vrouw, Marie-Dominique (34), en zijn zoon, Alexandre (7), in een oude Provençaalse boerderij in de woonwijk Douronne in Auriol. De politieagent is tevens hoofd van de afdeling Bouches-du-Rhône van de Dienst Burgerlijke Actie (SAC).

De intense interne rivaliteit binnen deze Gaullistische militie, opgericht door Jacques Foccart, wordt verergerd door de diepe angsten die er heersen sinds links in 1981 aan de macht kwam.

Jean-Joseph Maria, Massié's plaatsvervanger in deze SAC-afdeling, verdenkt hem van verraad en diverse vormen van verduistering (met name het verduisteren van lidmaatschapsgelden van de SAC-schietclub, of het afpersen van geld van bars in Marseille en Toulon in naam van de SAC om zijn rode Ferrari en zijn boerderij te bekostigen), en weet uiteindelijk de andere leden van zijn vermoedens te overtuigen met als doel Massié uit de dienst te zetten.

Brigadier Massié, die via zijn netwerk van contacten een plaats had bemachtigd op de politie-inspecteursopleiding in Cannes-Écluse, was ook herhaaldelijk afwezig. Maria vreesde dat Massié uiteindelijk zijn vertrouwelijke documenten aan linkse groeperingen zou overhandigen. Deze geruchten zouden leiden tot de moord op een hele familie.

Eerste moordaanslag

Op zaterdag 25 april 1981 had Jacques Massié net een ontmoeting gehad met zijn opvolger als hoofd van de lokale SAC. Hij reed in zijn auto toen hij meerdere keren werd beschoten door twee onbekende mannen op een motorfiets. Hij ontsnapte ongedeerd aan deze moordaanslag en waarschuwde onmiddellijk zijn collega's. Hij gaf aan dat hij zijn plaatsvervanger bij de SAC, Jean-Joseph Maria (54), directeur van een verfbedrijf, en een van zijn trouwe volgelingen, Lionel Collard (31), een voormalig parachutist in het Franse Vreemdelingenlegioen die fabrieksarbeider was geworden in de Chambourcy-fabriek in Mazargues, sterk verdacht. Hij gaf de onderzoekers ook een lijst met de namen en adressen van de leden van de organisatie.

Na deze mislukking hervatten Maria en Collard hun aanval: ze rekruteerden een team en gaven hen de opdracht Massié's bewegingen in de gaten te houden met als doel hem te ontvoeren, de gevoelige dossiers te bemachtigen die vermoedelijk in het landhuis van de familie waren opgeslagen, en een einde te maken aan het "Massié-probleem". Tegelijkertijd vroeg Massié's vrouw de school van haar zoon om extra waakzaam te zijn.

Moorden

Op zaterdag 18 juli 1981 bevonden Jacques Massié, zijn vrouw Marie-Dominique en hun 7-jarige zoon Alexandre zich in het landhuis van de familie. Ook aanwezig waren Massié's schoonouders, Jules en Emmanuelle Jacquèmes, en zijn zwager, Georges Ferrarini, de partner van zijn zus Marina. Rond 15.00 uur verliet Massié het huis per auto.

Uit wantrouwen na de schietpartij in april nam hij de auto van zijn zwager en liet zijn eigen auto in het zicht geparkeerd staan. Op dat moment bestormde een commando van zes gemaskerde en gewapende criminelen het huis. Deze mannen konden alleen de afwezigheid van hun doelwit vaststellen en, belangrijker nog, de aanwezigheid van vijf mensen die ongemakkelijke getuigen waren geworden.

Het commando, bestaande uit Jean-Joseph Maria, Lionel Collard, Jean-Bruno Finochietti, een 31-jarige schoolleraar, en drie postbodes die bij de CGT-vakbond waren aangesloten – Didier Campana, Ange Poletti en Jean-François Massoni – besloot op Massié's terugkeer te wachten door het hele gezin te gijzelen. De gijzelaars werden vervolgens naar een van de slaapkamers op de eerste verdieping gebracht, waar ze werden vastgebonden.

Drie uur verstreken en de criminelen werden ongeduldig. Boven herkenden het kind en zijn moeder hun voogd, wiens gezicht verborgen was achter een chirurgisch masker, zonder problemen: Jean-Bruno Finochietti, een schoolmeester die de jongen eerder les had gegeven. Deze onthulling bleek fataal, want om 18.00 uur besloot Collard dat iedereen geëxecuteerd moest worden. Een voor een werden de leden van de familie Massié de trap afgeleid en gewurgd met een koord of gedood met een mes.

Marie-Dominique Massié, zich bewust van het zich ontvouwende bloedbad, smeekte Finochietti haar zoon te sparen, maar tevergeefs. Het slapende kind werd door Finochietti naar Ange Poletti gedragen, die hem meerdere keren met een pook op het hoofd sloeg. Maar het kind verzette zich tegen de dood. Omdat hij zijn doodsstrijd niet langer kon verdragen, maakte Finochietti hem af met nog een aantal steekwonden. De lichamen werden vervolgens naar een verlaten mijn in de buurt van het stadje Les Mayons gebracht.

Jacques Massié werd uiteindelijk gedood toen hij rond 3:00 uur 's nachts thuiskwam, zich totaal onbewust van wat er met zijn familie was gebeurd. De daders stichtten brand om bewijsmateriaal te vernietigen en vluchtten onmiddellijk, met de dossiers die ze zochten.

Onderzoek

Eerste bevindingen

De volgende dag, zondag 19 juli, ontdekten buren een huis dat half verwoest was door brand, een verwoest interieur en bloedsporen. Marina Massié, de zus van Jacques Massié, arriveerde ook bij het landhuis waar een familiediner gepland stond, waar haar verloofde, die er sinds de vorige dag was, ook aanwezig zou zijn. Ze ontdekte de brand en ging aanvankelijk naar het plaatselijke ziekenhuis voordat ze besloot de politie te waarschuwen.

De gendarmes arriveerden ter plaatse en beseften meteen dat ze zich op een plaats delict bevonden: de brand was aangestoken door kaarsen die onder de gordijnen van de trap naar boven waren geplaatst, waar chirurgische maskers op een bed werden gevonden, samen met stropdassen, touw en met bloed bevlekte kleding.

De onverbrande voorwerpen werden verzegeld en naar het laboratorium van de gendarmerie gestuurd voor analyse. Onderzoekers vonden de Mercedes van de schoonfamilie op driehonderd meter van het landhuis: in de kofferbak werd een loafer gevonden. Verspreide voorwerpen lagen in de buurt: een zegelring, een bril, een aansteker, enz., alsof iemand ze was kwijtgeraakt tijdens een vluchtpoging. Het spoor eindigde bij een grote bloedvlek op de stoep, precies de plek waar Jacques Massié was gevangengenomen en waar Finochietti zijn keel had doorgesneden.

Onder leiding van onderzoeksrechter Françoise Llaurens-Gérin, die beschuldigd werd van ontvoering, wederrechtelijke vrijheidsberoving en doodslag, werd het onderzoek toevertrouwd aan de regionale afdeling van de gerechtelijke politie in Marseille

Snelle arrestaties en eerste bekentenissen

De eerste interviews met getuigen en familieleden van de familie Massié op 19 juli leidden het onderzoek onmiddellijk naar de SAC (Service d'Action Civique) en de reeds genoemde namen van Maria, Collard en Finochietti. Zij werden onmiddellijk gearresteerd. Maria en Collard verzetten zich tegen de ondervraging en confrontatie, maar de schoolmeester bezweek en bekende na veertig uur in politiehechtenis toen het eerste bewijsmateriaal hem werd voorgelegd: zijn vingerafdrukken waren geïdentificeerd op een frisdrankfles die op de plaats delict was gevonden.

Hij bekende betrokken te zijn geweest bij zes moorden, maar weigerde namen te noemen en maakte een tekening die hij de titel gaf: Op het zwarte scherm van mijn slapeloze nachten. De gezichten zijn zwart gemaakt en de schoolmeester identificeert zijn medeplichtigen met letters van het alfabet: A, B, C en D. Hij duidt de persoon die de moorden heeft bevolen aan met de letter Z en spreekt van een direct bevel "van boven".

Op basis van de informatie van Finochietti wordt het lichaam van Jacques Massié gevonden bij de Petit Galibier-pas in de regio Var en op 22 juli opgegraven.

Op 30 juli bekent Massoni dat de lichamen van de andere leden van de familie Massié verborgen liggen in een oude mijn nabij het dorp Les Mayons in de Var.

Rogatoire brieven

De onderzoeksrechter beraadt zich Er werd een formeel verzoek om rechtshulp aan de onderzoekers gedaan, en er vonden verdere arrestaties plaats binnen de Marseille-afdeling van de SAC, evenals op het nationale hoofdkantoor. Tegelijkertijd veroorzaakte het onderzoek naar het karakter en de levensstijl van Jacques Massié opschudding. Als hoofd van de lokale SAC zou hij verantwoordelijk zijn geweest voor talrijke verduisteringen, niet van de fondsen van de beweging, maar voor zijn eigen persoonlijk gewin, wat uiteindelijk tot zijn val leidde.

Er werden uitzonderlijke middelen ingezet. De drie postmedewerkers die bij de inval waren opgepakt, werden openhartiger: ze gaven toe betrokken te zijn geweest bij de operatie en onthulden de onbeantwoorde vragen. Op 24 juli werden de algemeen secretaris van de SAC, Pierre Debizet, en de penningmeester, Gérard Daury, gearresteerd en in voorlopige hechtenis genomen. Uit Debizets agenda bleek een reis naar Marseille op 5 mei 1981 en een ontmoeting met lokale SAC-leden. Hij zou hebben verklaard dat het "Massié-probleem" moest worden "opgelost". Finochietti, Campana, Poletti en Massoni pleitten schuldig. Maria en Collard behielden hun positie.

De hoorzitting van Pierre Debizet, secretaris-generaal van de SAC, die door rechter Françoise Llaurens-Guérin was aangeklaagd voor medeplichtigheid aan opzettelijke doodslag, wierp geen licht op zijn rol bij het aanzetten tot de moord.

Marina Massié, de zus van Jacques Massié, spande een civiele rechtszaak aan. Haar advocaat was Gilbert Collard, die tijdens de voorlopige hechtenis en hoorzitting van de secretaris-generaal van de SAC het "gevoel" had dat het onderzoek "vooruitgang had geboekt”. De secretaris-generaal werd uiteindelijk van alle beschuldigingen vrijgesproken.

De pers suggereerde vervolgens dat de motieven voor de moord ook gezocht moesten worden in de mysterieuze verdwijningen, in de maanden daarvoor, van verschillende SAC-leden, allen vrienden van Jacques Massié. De krant Le Monde merkt met name op dat sommige informatie van politiebronnen melding maakt van vijf andere verdwijningen van medewerkers van Jacques Massié, maar onderzoekers bevestigen er slechts één, die van een man die op 16 februari 1980 thuis een telefoontje ontving en nooit meer is gezien.

Proces

In mei 1985 berechtte de rechtbank van Bouches-du-Rhône Finochietti, Campana, Poletti en Massoni, die schuldig pleitten. Maria en Collard ontkenden daarentegen elke betrokkenheid.

Jean-Joseph Maria, Lionel Collard en Ange Poletti werden veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf, Jean-Bruno Finochietti en Didier Campana tot twintig jaar gevangenisstraf en Jean-François Massoni tot vijftien jaar. Pierre Debizet, secretaris-generaal van de SAC, die aanvankelijk was aangeklaagd en voor de rechtbank van eerste aanleg was gedaagd, profiteerde na een hoger beroep bij het Hof van Cassatie van een afwijzing van de zaak door het Hof van Beroep in Parijs. Hij overleed in mei 1996.

Zesentwintig jaar na de gebeurtenissen kwam Marina Massié Jean-Bruno Finochietti toevallig op straat tegen. De krant La Provence bracht hen samen zodat ze konden praten. Finochietti leek vol berouw; hij zei dat hij de laatste woorden van Jacques Massié in zijn hoofd had en dat hij aan Alexandre moest denken telkens als hij een kind zag. Marina Massié zou de voormalige schoolmeester nooit vergeven, maar ze was opgelucht dat deze man haar vragen oprecht en met spijt beantwoordde, zonder ze ooit te ontwijken.

Gevolgen

Politieke dimensie

Door het geweld dat uitbrak en de politieke implicaties van deze moorden, kreeg de affaire begin jaren tachtig aanzienlijke media-aandacht in Frankrijk. De zaak benadrukte over het algemeen de aanhoudende aanwezigheid van diverse extremistische paramilitaire organisaties en de welwillende verwaarlozing daarvan door het staatsapparaat gedurende twee decennia. De affaire leidde tot de ontbinding van de SAC door president François Mitterrand op 3 augustus 1982.

Direct na de gebeurtenissen werd een parlementaire onderzoekscommissie ingesteld (die uitsluitend bestond uit leden van de linkse meerderheid, aangezien de rechtervleugel weigerde deel te nemen), maar deze besloot niet op te roepen tot de ontbinding van de SAC. Het parlement behandelde deze kwestie echter wel en stemde voor de ontbinding ervan.

Het perspectief van François Mitterrand

In zijn memoires als adviseur van François Mitterrand beschrijft Jacques Attali een privégesprek waarin de president van de republiek hem toevertrouwde dat hij door deze gebeurtenis was geraakt:

"François Mitterrand: 'Deze mensen zijn nog steeds erg machtig. Ze zullen proberen het regime te destabiliseren. Wat Salvador Allende is overkomen, kan mij ook overkomen. Ik weet het.' Hij vertrouwde me toe, zonder in details te treden, dat hij na 10 mei 1981 bedreigingen had ontvangen. Op een dag, tijdens een reis naar de provincies, gaf iemand hem een bericht om hem te bewijzen dat hij, wanneer de tijd daar was, zonder problemen vermoord kon worden.”

Bron: Wikipedia (vertaald uit het Frans)

37

(21 replies, posted in Organisaties)

Drie interessante artikels over de band tussen SAC en België en de link met criminaliteit.

Belgische SAC heeft misschien al een moord op het geweten

De SAC, de gaullistische knokploeg die verantwoordelijk is voor de slachtpartij van Auriol, heeft wijdse vertakkingen in België. De namen van de Belgische verantwoordelijken zijn bekend.

Maar er is meer: een van die verantwoordelijken, gewezen regionaal leider voor België, is al een paar weken spoorloos. De speurders hebben alle reden om aan te nemen, dat de man werd vermoord.

Precies een maand geleden kwam te Auriol nabij Marseille, een verschrikkelijke moordpartij aan het licht. Zes personen van hetzelfde gezin werden op gruwelijke wijze om het leven gebracht door een moordcommando. Onder de slachtoffers de 41-jarige Jacques Massié, stagiair politie-inspecteur en gewezen regionaal leider van de SAC-afdeling van Marseille.

Ondertussen zijn elf personen onder aanhoudingsmandaat geplaatst door de onderzoeksrechter te Marseille, van de nationale voorzitter van de SAC te Parijs tot plaatselijke sympathisanten. De omstandigheden en de redenen van de slachtpartij zijn nog steeds niet geheel duidelijk.

Maar de ondervraging van de aangehoudenen en het onderzoek van de in beslag genomen documenten heeft de onderzoekers toch al veel opgeleverd. Tot hun niet geringe verbazing ontdekten zij dat de Service d'Action Civique (indertijd opgericht om generaal de Gaulle fysiek te ondersteunen en uitgegroeid tot een paramilitaire organisatie) ook in België een uitgebreid net heeft opgezet met een nationale voorzitter en plaatselijke afdelingen.

De namen van die Belgische SAC-sympathisanten, acht in totaal, werden door Parijs doorgestuurd aan Interpol en de BOB. Die ging onmiddellijk de gangen na van de acht mannen.

Zij kwam tot de ontstellende vaststelling dat een van hen, gewezen voorziter A.B., verdwenen was. Een opsporingsbericht van A.B. werd verspreid, met een volledige persoonsbeschrijving, maar alhoewel men geen tastbare bewijzen heeft, nemen de speurders aan dat A.B. werd vermoord.

De huidige voorzitter van de Belgische SAC, een zekere T. die in het Brusselse woont, was niet voor commentaar beschikbaar. Voorlopig kan de Belgische SAC-sympathisanten overigens niets ten laste worden gelegd.

Bron: Het Laatste Nieuws | 18 Augustus 1981

De spaarpot van de SAC zit in België en voedt zich met drugs

Maurice Boucard, de Fransman die in 1972 nabij Doornik om het leven kwam in verdachte omstandigheden, was een vertrouwensman van de SAC. Hij beheerde in België als het ware de portefeuille van deze paramilitaire gaullistische organisatie. De spaarpot van de SAC werd gevoed met drugsmokkel.

Ook Boucard was, net als de te Auriol vermoorde Jacques Massié, in het bezit van een aktetas met bezwarende documenten die zogezegd zijn levensverzekering was. De aktetas werd na het ongeval overgedragen aan de maatschappij die als dekmantel diende voor Boucards ware activiteiten en zo kwamen de documenten in handen van de huidige Belgische vertrouwensmannen van de SAC. Hetgeen uitlegt waarom het spoor indertijd, in 1972, doodliep.

Ongeluk

Het was een mistige ochtend, die 10de januari 1972, toen een DS met nummerplaat uit Parijs plots aan het slippen ging op de ring rond Doornik, grondgebied Rumillies. De Citroën ging over de kop, de bestuurder werd weggeslingerd en was op slag dood. Zijn gezellin, Suzette Bokopsa, een Turijnse van toen 40 jaar, woonachtig te Ukkel, werd zwaar gewond.

Volgens zijn papieren was de dode bestuurder Gaston Brun, een scheikundig ingenieur uit Parijs. De auto hoorde toe aan de firma “Valicia”. Maar op het slachtoffer werd het telefoonnummer teruggevonden van zijn dochter Michèle. Zo kwam men te weten dat het hier eigenlijk ging om Maurice Boucard, geboren te Parijs op 1 mei 1915, woonachtig te Barcelona, Calle Rosario 1. Boucard zou zich behalve Brun ook Christian Calvet mijnheer Bokopsa hebben genoemd.

Hij had geweldig veel geld bij: honderdduizenden Belgische fr., Amerikaanse en Canadese dollars, Zweedse kronen, lires, peseta’s. Te Tervuren betrok hij met Suzette een fantastische villa. Hij zou handel hebben gedreven met Zuid-Amerika, vooral Argentinië, een handel in scheikundige producten.

In Frankrijk was hij reeds veroordeeld wegens belastingsfraude, zwendel, bedrieglijk bankroet en hij had twee jaar rijverbod gekregen, hetgeen wellicht de valse identiteit verklaart.

En toen president Georges Pompidou in 1969 eindelijk eens grote schoonmaak hield binnen zijn eigen SAC (een nalatenschap van de Gaulle, die zelfs de generaal boven het hoofd was gegroeid) kreeg Boucard het verbod om vijf jaar lang nog een handelsactiviteit te bedrijven.

Maar in België kon hem niets ten laste worden gelegd, het onderzoek liep dood, het dossier werd geklasseerd.

Meel

Nochtans, enkele maanden vóór de dood van Boucard had men al lont geroken. De luisterrijke handel van een eigenaardig personage in een klein Ardens dorpje wekte de nieuwsgierigheid op van de speurders. De luxueuze auto van de verdachte bleek toe te behoren aan de firma “Euromaco”, Meilaan 283 te Sint-Lambrechts-Woluwe.

Behalve Euromaco waren op hetzelfde adres nog een paar duistere firma's gevestigd: Befico, Parachimiques en... Valicia Benelux. De beheerders van deze vier maatschappijen waren steeds dezelfden, secretaressen, vrienden, echtgenoten en natuurlijk ook Boucard.

Sommige van deze beheerders zijn nog steeds actief in België. Men kwam aan de weet dat al deze maatschappijen een dekmantel vormden voor de financiële diensten van de SAC, diensten die beheerd werden door Boucard onder toezicht, vanuit Parijs, van Jacques Foccart die ten tijde van de Gaulle werkzaam was op het Elysée.

Officieel verkochten die maatschappijen graanzemelen en een product om de vertering van meel te bevorderen. Dit product werd samengesteld in een laboratorium te Schaarbeek met amfetamines die op onwettige wijze uit Zweden werden ingevoerd.

Maar in feite ging het hier om drugs, die vanuit Woluwe over de hele wereld werden verspreid. De opbrengst van die handel werd gebruikt voor de werking van de SAC. Maar men heeft dit alles nooit precies kunnen (of willen?) bewijzen en er kwam nooit een proces.

Heroïne

Ondertussen had de Amerikaanse Drugs Enforcement Agency een nieuw bewijs gevonden van de drughandel van Boucard en zijn vrienden. Twee drugmokkelaars, Carlo en Alfredo Mazza, werden aangehouden met 70 kg. heroïne.

De dag voor zijn aanhouding had Alfredo nog gebeld met een zekere Mario, op het telefoonnummer van Valicia te Brussel. En inderdaad, daar werkte een zekere Mario Deniz, afkomstig uit Paraguay, wonend te Waterloo. Mario en zijn vriendinnetje Gilberte Garnier verdwenen vierklauwens uit het land, nog voor de telex van Amerika de Brusselse Interpol bereikte. Een jaar later werd de ongelukkige Mario dood opgevist uit de Seine, te Parijs.

Dit alles was blijkbaar niet voldoende voor de Belgische speurders om in te grijpen. De beheerders van Valicia en haar zustermaatschappijen werden met rust gelaten, wellicht op verzoek van Parijs. Al lijkt nu dat ook de Belgische anti-drugbrigades gaarne hadden dat het drugnet bleef bestaan. Sommige beheerders van Valicia, Befico, Euromaco en Parachimiques wonen nog steeds rustig in hun sjieke villa in de Brusselse randgemeente.

Misschien brengt de moordpartij van Auriol en de politieke koerswijziging in Frankrijk nu bijna tien jaar later eindelijk licht in deze zaak.

Bron: Het Laatste Nieuws | 20 Augustus 1981

Schatbewaarder van SAC gebruikte stromannen in Belgische firma's

Het staat nu zo goed als vast dat Paul Clément Arthur Louis Tiberghien, die in een sjieke villa te Sint-Pieters-Woluwe woont, de schatbewaarder is van de duistere kant van de SAC.

De SAC is de ten tijde van de Gaulle opgerichte en intussen vaak al ontspoorde paramilitaire gaullistische steunorganisatie, een soort parallelle politie. Zij staat thans weer volop in het nieuws na de afslachting van politieman en SAC-lid Massié en zijn gezin in het Zuid-Franse Auriol.

De naam Tiberghien of die van zijn echtgenote Josiane Fontaine, een gewezen luchtwaardin uit Oostende, of die van zijn vrienden Michel Marée en Robert Biesmans, komen voor in de lijsten van beheerders of vennoten van een heleboel firma's, die onder de dekmantel van scheikundige industrie vanuit België drugs uitvoerden over de hele wereld voor rekening van de SAC. Maar niemand die er wat aan gedaan heeft, tot nog toe.

Officieel zijn Tiberghien en zijn Josiane nog steeds gehuisvest aan 45a Maison d'Anjoulaan te Sint-Pieters-Woluwe, een riante, moderne villa zonder naamvermelding op poort of deur. Niemand is er ooit thuis. Waar is Tiberghien in werkelijkheid?

De firma's werden opgericht, of overgekocht van blijkbaar eerbare burgers, die er na verloop van tijd uit trokken, na eerst nog een tijdje in de beheerraad te hebben gezeteld. De adressen van de firma's waren steeds dezelfde: eerst Amerikastraat te Elsene, dan Defacqzstraat, ten slotte Meilaan te Woluwe.

Het systeem van de overname ziet men goed bij de firma Befuco nv (afkorting voor Belgian Fuel Company), opgericht in 1954 met zetel aan de Koloniënstraat. Van 1954 tot 1972 waren o.m. René Dansette en graaf Hervé de Meeûs d'Argenteuil uit Sint-Genesius-Rode vennoten. Baron Dansette komt echter op 29 september 1972 in verdachte omstandigheden om het leven te Nice en Tiberghien kan de aandelen van de Sarma-baas kopen voor een appel en een ei. Hij plaatst zijn stroman Robert Biesmans in de plaats van Dansette en de firma verhuist naar de Kapitein Crespelstraat 46.

Nog geen maand later is Tiberghien zelf afgevaardigd beheerder van de firma. De andere beheerders zijn Biemans, graaf de Meeûs, Jean Jacobs (reisagent, Van Beelaerelaan 26A te Watermaal-Bosvoorde) en Michel Marée, die eertijds aan de Juliette Wytsmanstraat 37 te Elsene woonde. Marée was de scheikundige die erin slaagde, heroïne te verbergen in voedingsproducten. Hij is ondertussen (wellicht dankzij de SAC) spoorloos in Canada.

In mei 1973 wordt de graaf vervangen door Josse de Kerkhove d'Ousseghem (Generaal de Gaullelaan 42, Elsene) maar de firma wordt op 25 maart 1974 ambtshalve in faling verklaard.

Valicia Marée was scheikundige bij Valicia Benelux, een firma die in oktober 1971 werd opgericht, met zetel aan de Meilaan 263 te Sint-Lambrechts-Woluwe natuurlijk, door twee duistere Fransen: de 61-jarige Simone Noble uit Luray (Eure) en Jean Lefebvre uit Loupiac-sur-Souillac. Nog geen maand later werd de bejaarde dame vervangen door Marée. Marée maakte er zogezegd “Seonase", een product dat brood beter zou doen verteren, maar dat in feite heroïne bevatte. Op 3 oktober 1974 veranderde de firma echter in “Immobiliën Valici”» en zij nam een tweede beheerder, toevallig Tiberghien die toen nog aan de Mettewielaan 91 woonde te Sint-Jans-Molenbeek in gehuurde, luxueuze kamers.

Tiberghien, geboren te Roubaix (Noord-Frankrijk) op 25 mei 1928 en van Franse nationaliteit, was eerst gehuwd met een zekere Hélène Stchogoleff maar knoopte in België een verhouding aan met Josiane Fontaine, die aan de Van Iseghemlaan 29 te Oostende woonde.

Op 2 juni 1978 werd Josiane plots een der vennoten van Valicia, samen met Tiberghien (tevens beheerder), Michel Devos uit de Landbouwstraat 25 te Zaventem, Jacques Populaire uit de Schoon Uitzichtlaan 59 te Ukkel, Pierre Colin uit de Bruggmanlaan 43 te St.-Gillis, Florin Vasilescu uit de Winston Churchilllaan 69 te Ukkel en Chantal Biemans, de zuster van Robert, woonachtig Kardinaal Lavigeriestraat 38 te Etterbeek.
Opnieuw veranderde de maatschappij, nu in “Valicia-Steenbouw”, Kunstlaan 23, en er kwam een nieuwe aandeelhouder: W. Van Hove, uit het Land van Aalststraat 10 te Moorsel. Maar het mocht niet baten. De firma, van scheikundige producten geëvolueerd naar de verkoop van “fermettes”, legde op 18 december 1978 de boeken neer.

Nog twee

Volgend hoofdstuk: Eurogas, alias de pvba Euromaco, met als adres Leuvensesteenweg te Sint-Stevens-Woluwe, gesticht op 17 januari 1972 met als aandeelhouders Josiane natuurlijk, Jean Jacobs de reisagent weer, en zekere André Fuchs-Heck-Ritter, woonachtig Romeinsesteenweg 771 te Brussel. Op 22 februari al verhuist Euromaco naar... de Meilaan natuurlijk. Eind 1972 wordt het kapitaal verhoogd en er blijven slechts twee vennoten over: Josiane, wat dacht je, en… Françoise Bodart, toevallig de eega van Robert Biesmans.

Die Biemans is januari 1977 een van de oprichters van de “Compagnie Belge pour la Fiscalité et la Comptabilité”, afgekort “Cobel-fisco sa”, met zetel Amerikastraat 201 te Elsene. Op 9 augustus 1978 komt Tiberghien op de proppen en wordt Biesmans afgevaardigd beheerder. Tiberghien heeft de firma begin juli 1979 verlaten, gevolgd door Biemans in oktober 1980. De firma, gevestigd aan de Steenweg op Waver 214 D te Elsene, draait nog slechts op een zeer laag pitje.

Stroman

Nog even over Robert Biesmans, thans 55 jaar oud, de stroman van Tiberghien, echtgenoot van Françoise Bodart. In 1963 woonde hij aan de Distelstraat te Schaarbeek, in 1964-66 aan de Avenue de l'Aurore 1 te Rixensart. In 1967 verhuisde hij naar de Kleine Waverstraat 3A te Loonbeek, in 1972 naar de Kasteellaan te Tervuren, in 1976 naar de Tervurenlaan 186 te Sint-Pieters-Woluwe en het jaar daarop naar het Hertogendal te Oudergem. Al op 16 september 1957 werd hij zaakvoerder van de toen zes jaar oude firma Cotraso pvba (“Commerce et Transit”), een firma die gevestigd was aan de Koningsstraat maar die na overname door Biemans verhuisde naar... de Defacqzstraat 46, een adres dat we nog al tegenkwamen.

De firma kocht in feite oude Amerikaanse legerstocks op, hopend die achteraf weer te verkopen in Congo of Noord-Afrika. De firma heeft connecties met de firma Transmaga (Transport, Manutention et Garages) te Eeklo en met de Antwerpse firma's Typhon Oil (uit Schoten) en Opal Oil (Comedieplaats 6), allebei in faling, allebei geesteskinderen van Maurice Boucard, die in januari 1972 in verdachte omstandigheden de dood vond nabij Doornik.

Schoten

Die Boucard richtte op 7 augustus 1967 de firma “Produits Parachimiques” op, met zetel aan de Defacqzstraat 46 te Elsene, natuurlijk. Mede-oprichtster van deze pvba was zijn secretaresse, Juliette Amélie Mottet uit de Minervalaan 37 te Vorst maar het meisje werd bij de notaris vertegenwoordigd door... Robert Biemans, die zaakvoerder werd van deze firma met zetel te Brussel maar “fabrieken” te... Schoten, aan de Hoogmolendijk 2.

Boucard nam in november 1970 zelf de touwtjes in handen, samen met een zekere Andrée Bordès, weduwe Assane Diouf, uit Parijs. En in december 1971 verhuisde de firma naar, jawel hoor, de Meilaan 263. Biesmans en zijn echtgenote Françoise keerden terug naar de leiding van de firma, die echter 10 april 1972 werd ontbonden en in april 1973 in faling werd verklaard nadat mevrouw Bordès de boeken had neergelegd in het bijzijn van een zekere Yvonne Burhès uit Barcelona (waar Boucard officieel woonde) en van Boucards dochter Michèle, die toen nog aan de Nijveldreef 172 woonde te Sint-Pieters-Woluwe. (*)

Officieel dreef “Produits Parachimiques” handel in cosmetica en parfumerie. In werkelijkheid was het een zoveelste dekmantel voor drugsmokkel. Boucard en Marée hadden namelijk een formule ontdekt, waardoor het mogelijk bleek, zware drugs zonder veel verlies te verbergen in voedingswaren en cosmetica.

Het is dit handeltje dat door Tiberghien werd gecontroleerd. Met behulp van het Belgisch gerecht, want processen verbaal verdwenen naar de prullenmand en dossiers werden opgeborgen.

Waarom, dat blijft de grote vraag. Om het gaullistische Frankrijk terwille te zijn? Of omdat het drugspoor ook leidde naar de brigade van commandant François en de activiteiten van de Bijzondere Informatie Criminaliteit, de BIC? Misschien brengt de moordpartij van Aurio eindelijk licht in deze zaak.

Bron: Het Laatste Nieuws | 21 Augustus 1981

(*) Calmette woonde eind 1986 in de Drève de Nivelles op nummer 147. De firma Edixcar had een kantoor in de Drève de Nivelles op nummer 134.

38

(201 replies, posted in Plaatsen)

Op 22 maart 1984 was er in het Bois de la Houssière een brand. De brand was opzettelijk aangestoken.

Incendie dans un bois

Jeudi vers 11 h., un incendie s'est déclaré dans le bois de Houssière à Braine-le-Comte. Il semble que l'origine de l'incendie soit criminelle. Trois foyers ont été découverts. La gendarmerie ainsi que les pompiers de Braine étaient sur les lieux.

Bron: Aujourd'hui Le Peuple | 24 Maart 1984

39

(0 replies, posted in 1980-1989)

Samenvatting

  • Wat? Overval op een postkantoor

  • Wanneer? 21 Oktober 1985

  • Waar? Rue de Mons in Braine-le-Comte » Google Maps (exacte locatie niet gekend)

  • Wie? Onbekend, vier gangsters

  • Status: Onbekend

Vier gewapende mannen overvielen rond 10.40 uur het postkantoor van Braine-le-Comte. Twee daders drongen via de beveiligde deur mee naar binnen toen een postbode werd binnengelaten. Een van hen gooide bediende Leroy op de grond, terwijl de andere het personeel dwong de kluis te openen. Een derde hield de ingang in het oog en een vierde wachtte met een draaiende auto. De overvallers gingen ervandoor met bijna één miljoen frank, bestemd voor de uitbetaling van pensioenen.

De politie vond later een in Jette gestolen, grijsmetalen Volkswagen Jetta in de Chemin des Loups, aan de rand van het Bois de la Houssière. Vermoedelijk hadden de daders daar van auto gewisseld. Ze hadden de wagen via een brandgang tussen het struikgewas proberen te verbergen; de onderkant had daarbij diepe sporen in de grond achtergelaten.

De in het Bois de la Houssière achtergelaten VW Jetta:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/vw_jet10.jpg

Quatre hommes armés ont raflé un million de francs à la poste de Braine-le-Comte

La Régie des Postes, les facteurs ont une fois de plus payé tribut au gangstérisme, cette fois, l'attaque à main armée a eu lieu au bureau des postes de Braine-le-Comte. Le butin est évalué à près d'un million.

Quatre individus armés.

Le bureau des postes de Braine-le-Comte est installé dans de superbes bâtiments anciens, à deux pas de la Grand-Place sur la chaussée de Mons à Bruxelles. L'endroit n'est donc pas isolé, les piétons nombreux, le flot de la circulation fluide mais continuel.

Il était environ 10 h 40 dans le bureau des postes, les trois préposés MM. Yvon Letroye, René Ducastelle et M. Leroy vaquaient aux tâches habituelles. Dans la salle réservée au public, devant les guichets, sept clients attendaient leur tour.

Un facteur des postes entra dans la salle du public et actionna la sonnette d'appel, demandant l'ouverture de la porte de sécurité permettant le passage vers l'arrière des guichets, vers les locaux où travaillent les employés de la Régie.

Le chef-facteur actionna l'ouverture de la porte et c'est à ce moment que deux individus bondissant, se précipitèrent à la suite du facteur. Les deux gangsters étaient armés de gros calibre et n'étaient pas masqués. L'un d'eux bouscula M. Leroy, le projeta au sol tandis que l'autre sous la menace de son arme se faisait ouvrir le coffre-fort. Pendant que l'agression se déroulait, un troisième individu surveillant la porte d'entrée se tenait dissimulé dans le sas précedant la porte de la rue.

Ayant rassemblé le contenu du coffre-fort, au moins un million destiné au paiement des pensions, les trois bandits quittèrent le bureau des postes et rejoignaient un complice installé au volant d'une voiture, moteur en marche.

Au Bois de la Houssière

La voiture des agresseurs a selon toute vraisemblance pris la route à destination de Nivelles. Ils ont fait relais et sans doute changé de véhicule dans le Chemin des Loups situé à la lisière du Bois de la Houssière limite entre les territoires communaux d'Ecaussinnes et de Braine-le-Comte.

C'est en effet à cet endroit que la gendarmerie de Braine a découvert la voiture des malfaiteurs, une Volkswagen "Jetta" de teinte gris métallisé, portant le N° d'immatriculation 72 FL 9 ce véhicule a récemment été volé à Jette, dans l'agglomération bruxelloise. Les gangsters, pour dissimuler la voiture, ont emprunté un coupe-feu à travers des taillis escaladant la colline.

Le bas de caisse raclant le sol a laissé des traces profonde dans le sol. Les services judiciaires spécialisés ont passé le véhicule au peigne fin afin de déceler quelques indices.

L'enquête est menée par la gendarmerie de Braine-le-Comte, police communale et BSR y participent. Des bandits en fuite, aucun signalement précis n'a pu être établi. Ce qui ne facilitera pas le travail des enquêteurs.

Enfin, signalons que M. Leroy, le préposé qui fut bousculé violemment au cours de l'agression ne travaille à la Régie des Postes que depuis un peu plus d'un mois. Il n'aura pas été ménagé à l'occasion de son début de carrière.

Bron: Aujourd'hui Le Peuple | 22 Oktober 1985

40

(22 replies, posted in Plaatsen)

Deze foto is gemaakt vanop de weg, Point du Jour. Ik vermoed dat de brandhaard zich zo'n 5 à 6 meter van de weg bevond. De plaats wordt omschreven als:

(...) vlakbij een vuilstortplaats op de plaats genaamd "Mon Idée".

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/bois_d10.jpg

Ik heb geprobeerd de exacte locatie te bepalen. De rode kader duidt het pad aan, de rol pijl de vindplaats van de bewijsstukken (locatie bij benadering). Dit is een topografische kaart van 1981.

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/mon_id10.jpg

Op Google Earth zie je nog perfect waar het pad aansluit op de weg » Google Maps

Het Google Street View-beeld van juni 2009 toont ons één van betere beelden » Google Maps