Dossiers van het parlement xxxx11.pdf. Cfr Wackenhut:
Ruth en Lachlan verklaarden in elk geval (l08):
"Wij hebben dus getracht de personen terug te vinden die met die zaak verband hielden. Wij hebben het verdachte overlijden van één van hun leden onderzocht, iemand die zeer groot was en die enkele maanden na de laatste feiten gepleegd door de Bende van Nijoel, was vermoord. Wij hebben ons dus gericht op alle personen die aangeworven waren. U moet weten - daar botsen wij op de uitgestrektheid zelf van het dossier van de Bende van Nijvel - dat Calmette omringd was door mensen uit de streek van Bergen, van karatéclubs die hij kende."
"Wij hadden ze reeds ontmoet bij het onderzoek van de Borinage. Wij vroegen ons af of het verband niet op die manier kon worden gelegd. Wij hebben dus veel gewerkt op de personen die er deel van uitmaakten. Wij hebben inderdaad misschien over het hoofd gezien hoe en waarom de [irma werd opgericht. U mag niet vergeten dat wij, betreffende de firma Wackenhut, in 1986 niet dezelfde gegevens hadden als wat er nu, in 1997, blijkt."
En op de vraag of Schlicker hen ooit enige aanwijzing ter zake had gegeven, antwoordden zij:
"Wij hebben nooit enig probleem gekend, zelfs toen wij naar verschillende arrondissementen moesten gaan. Ik geloof dat de overleden persoon afhing van Charleroi, wij hebben kennis genomen van het dossier bij het parket van Charleroi. Hij kende dus onze werkwijze en wist goed waar wij naar toe wilden; aangezien wij een verband hadden gelegd met WNP. Die firma Wackenhut, zoals zij was georganiseerd en gezien het feit dat zij teveel werk had, kwam daar inderdaad goed mee overeen en gezien men daar mensen vond met - laat ons zeggen - een bepaalde mentaliteit, kon dat interessant zijn."
"Dus hebben wij die personen opnieuw geviseerd. Wij wachtten echter nog steeds op de juiste inlichting, de goede tip of de geslaagde huiszoeking. Die kregen wij niet. Nu beweer ik niet dat zij het niet waren. Er zalover twee jaar misschien een derde parlementaire commissie zijn waar wordt gezegd dat het de mensen van Wackenhut waren en men salons vragen hoe het komt dat wij dat niet hebben ontdekt tijdens de huiszoeking bij de heer X. Het spijt mij, maar men kan ons niet verwijten er niet aan te hebben gewerkt."
Verder rees de vraag in welk kader het onderzoek naar de schietclubs - dat in januari 1996 pas systematisch werd aangepakt - nu eigenlijk was uitgevoerd: dat van de 'bende van Nijvel' of dat van de moord op Mendez? En ook de vraag of dit onderzoek niet de mogelijkheid had geboden om deze twee zaken materieel met elkaar in verband te brengen. Schlicker bevestigde echter met een "oui, dans man souvenir" de stelling dat hij een totale scheiding had aangebracht (109):
"(...) tussen wat het begin van het onderzoek vormde naar de praktische schietclubs, dat te maken heeft met de Bende van Nijvel, en het vervolg van het onderzoek naar die clubs, dat eerder met Mendez heeft te maken. "
En het was - zo meende hij op een vraag daartoe - ook hierom dat hij nadien, toen het onderzoek naar de bende van Nijvel was overgeheveld naar Charleroi, de twee zaken niet met elkaar in verbinding had gebracht, al was het maar door de toezending van een kantschrift of een proces-verbaal aan onderzoeksrechter Lacroix te Charleroi.
(110)
(108) Verhoor Ruth en Lachlan, 6-6-1997, 26-28.
(109) Verhoor Schlicker, 4-2-1997, 9.
("0) Verhoor Schlicker, 4-2-1997, 8.
[ 53 ] - 573 / 11- 95 / 96
U kan hier lezen dat de enige onderzoeksrechter die het dossier Mendez en de Bende van Nijvel onder zich gehad heeft geen verband zag. Wist Schlicker echter dat Mendez in Aalst kwam schieten en er zo lang gewerkt heeft. ik denk het niet. hij kan dus ook geen enkele aanwijzing in die richting gedaan hebben. Ruth en Lachlan deden maar voort maar vergaten de club van Bouhouche en de Club en Aalst te bezoeken? Kwamen daar misschien teveel collega's?