701

(7 replies, posted in Journalisten)

Jean-Claude Garot (85) overleden: ex-journalist die ‘roze balletten’ bekendmaakte, eindigde zelf op Most Wanted-lijst van Interpol

Jean-Claude Garot is op 85-jarige leeftijd in een rusthuis bij Namen overleden. Hij was de man die begin jaren ‘80 verhalen bracht over de ‘roze balletten’, ofwel vermeende seksfeesten met vooraanstaanden en minderjarigen.

Lees hier het hele artikel » Nieuws

702

(1 replies, posted in Roze Balletten)

Er zijn - voor zover ik weet - ook nooit jongeren geweest die dit verhaal hebben bevestigd. Het hele verhaal over jongeren die uit dit tehuis werden gehaald om misbruikt te worden, lijkt me niet waar.

703

(1 replies, posted in Roze Balletten)

Het oude clubhuis van de Royal Waterloo Golf Club, gelegen aan de Golfbaan 44 - nu Golflaan - in Sint-Genesius-Rode, werd in 1960 aangekocht door pater Froidure en omgevormd tot een jeugdcentrum.

Op 13 augustus 1981 werd het tehuis door een brand volledig vernield.

Brand vernielt jeugdhome te Sint-Genesius-Rode

Vorige donderdag om 22 uur is een hevige brand uitgebroken In het jeugdhome “Suzanne Van Durme” aan de Golfbaan 44 te Sint-Genesius-Rode. Toen de brandweer van Rode ter plaatse kwam, sloegen de vlammen reeds door het dar. Er werd versterking gevraagd aan verschillende korpsen en de Civiele Bescherming van Liedekerke, doch het gebouw brandde volledig uit.

Op het ogenblik van de brand waren slechts 10 van de 50 jongeren aanwezig. Er zijn geen slachtoffers, maar de materiële schade beloopt meer dan 15 miljoen. Het home, met een oppervlakte van 500 vierkante meter en twee verdiepingen, werd volledig met de grond gelijkgemaakt.

Na een onderzoek is gebleken dat aan het dak een bijenzwerm zich had vastgehecht en dat een personeelslid met een brandende krant de zwerm wide verjagen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 17 Augustus 1981

In het artikel dat vlak na de brand gepubliceerd werd, lezen we duidelijk de oorzaak van de brand:

(...) Na een onderzoek is gebleken dat aan het dak een bijenzwerm zich had vastgehecht en dat een personeelslid met een brandende krant de zwerm wide verjagen.

In 1990 - in dezelfde krant - fantaseert de journalist er op los:

(...) Ook de naam van Bultot, de ex-gevangenisdirecteur die nu nog in Zuid-Afrika zou verblijven, interesseert steeds meer de Brusselse onderzoeksrechter. Zoals reeds eerder in deze krant geschreven is Jean Bultot opvoeder geweest in een instelling in Woutersbrakel en achteraf vervulde hij "in het zwart" ook dergelijke functies in het tehuis Van Durme in Sint-Genesius-Rode. Het is vanuit die instelling dat de gevluchte Jean Bultot de minderjarigen zou hebben geleverd voor de seksorgieën waaraan prominenten zouden hebben deelgenomen.

Niet alleen onderzoeksrechter Bulthé vindt het vreemd dat dit tehuis Vandurme in Sint-Genesius-Rode volledig is afgebrand. Alle administratieve papieren gingen in de vlammen op. Geweten is dat de brand door een geplaatste minderjarige werd gesticht. Maar het is goed mogelijk dat die minderjarige een wenk kreeg van iemand om de instelling in lichtelaaie te zetten.

Bron: Gazet van Antwerpen | 24 Februari 1990

Er wordt in het artikel beweerd dat Jean Bultot in dat tehuis gewerkt zou hebben. Er staat echter geen periode bij. We moeten dus raden wanneer Bultot daar gewerkt zou hebben. Daarnaast heb ik geen enkele bron gevonden die dat verhaal bevestigd.

De Tweede Bendecommissie heeft een onderzoek gedaan naar de beweringen over het tehuis:

Op grond van beweringen dat de minderjarigen die aan de sexfuiven hadden deelgenomen, afkomstig zouden zijn uit het “home Van Durme”, werd door de onderzoeksrechter eveneens een onderzoek in dit tehuis bevolen. (329)

Dit leverde echter ook niets op. De personeelsleden van het tehuis en de (paramedici die er werkten), verklaarden geen weet te hebben van de deelname van minderjarigen aan seksfuiven. Ook twee minderjarigen zelf werden ondervraagd, doch zonder resultaat. Eén van hen was geplaatst door A. Een andere minderjarige verklaarde trouwens:

"Ongeveer zes à acht maanden geleden kwam een man bij mij die zei dat hij van de gerechtelijke politie was. Hij stelde mij diverse vragen nadat hij me uitgelegd had dat hij onderzoek verrichte naar de roze balletten. Ik had daar toen overigens nog nooit over horen spreken. Ik heb hem zo goed mogelijk geantwoord op zijn vragen. Vervolgens stelde hij me geld voor op voorwaarde dat ik hem "interessante" antwoorden zou geven. Jammer genoeg had ik er geen."

Bron: Verslag Tweede Bendecommissie (bijlage 3)

De bron van deze beweringen is heel interessant:

(329) Deze beweringen kwamen kennelijk van Jacques Lagasse (zie farde 45, stuk 1, bijlage 1).

704

(7 replies, posted in Journalisten)

Wat wist Garot dan dat hij niet wou of mocht zeggen? Zijn schoenmaat? De maat van zijn onderbroeken?

705

(7 replies, posted in Journalisten)

Maarten1985 wrote:

Bizar nieuws! Ben benieuwd hoe dat verder gaat!

Garot is braaf in België gebleven, dus er niets gebeurd:

(...) Daarom zijn Belgen als de vroegere journalist Jean-Claude Garot en de Brusselse vastgoedman Michel Brukirer, die bovenaan staan op de Belgische Most Wanted-lijst van Interpol, niet bezorgd. Ze worden gezocht door Honduras in een grote fraudezaak met overheidsgeld, maar Garot is helemaal niet ondergedoken: hij zit gewoon bij hem thuis in de buurt van Namen. Van Steenbrugge "Wij zullen hem in elk geval niet oppakken: België levert geen Belgen uit aan Honduras. Zolang Garot en Brukirer in België blijven, kan hen niets overkomen."

Bron: Humo | 26 Juni 2012

706

(7 replies, posted in Journalisten)

Jean-Claude Garot is op 1 mei 2026 in Namen overleden.

707

(4 replies, posted in 1980-1989)

Zwaardere straf voor Brusselse arts

Het Hof van Beroep te Brussel veroordeelde de 36-jarige Marc Lavigne, geneesheer uit Watermaal-Bosvoorde, tot 3 jaar effectieve gevangenisstraf. De arts had op 25 oktober 1983 deelgenomen aan een overval op een juwelierszaak te Watermaal-Bosvoorde.

Vergezeld van een medeplichtige Philippe Rambaut, was hij met zijn wagen tot bij de juwelierszaak gereden. Rambaut ging alleen de winkel binnen om juwelen en geld aan de haak te slaan, maar hij werd door de juwelier neergeschoten.

De dokter reed er toen in allerijl van door maar de nummerplaat van zijn wagen kon worden opgetekend zodat de arts kon worden geïdentificeerd.

Tot het einde toe bleef dokter Lavigne de feiten ontkennen. Niettemin werd hij schuldig verklaard.

Bron: Gazet van Antwerpen | 3 April 1987

708

(12 replies, posted in 1980-1989)

Verdachte in moordzaak-Pfaff in Duitsland aangehouden

Een van de verdachten in de moord op Johnny Pfaff (neef van de nationale doelman), gepleegd op 19 november 1985 in het Brusselse café Alhambra, is in de West-Duitse hoofdstad Bonn aangehouden. Het gaat om de 26-jarige R.B. uit Elsene. De man werd betrapt toen hij gestolen cheques wou verzilveren. Hij was in het bezit van een deel van een lot van 200 cheques die gestolen werden uit een villa in Sint-Genesius-Rode.

Op de cheques werden ook de vingerafdrukken gevonden van de 25-jarige M.D. uit Watermaal-Bosvoorde, maar deze man ontkent iets met de zaak te maken te hebben. Hij was nochtans in maart van dit jaar al veroordeeld wegens heling van gestolen cheques. M.D. werd ter beschikking gesteld van de onderzoeksrechter.

De in Duitsland gearresteerde R.B. werd samen met de medeverdachten in de zaak-Pfaff in voorlopige vrijheid gesteld in afwachting van het proces. De correctionele rechtbank verklaarde zich immers onbevoegd. Mogelijk wordt de Alhambra-moord, waarbij een riot-gun werd gebruikt, naar het Assisenhof verwezen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 26 Juni 1987

(*) R.B. is Roger Boeckmans.

Burgerlijke partij eist assisenproces

Voor de correctionele rechtbank te Brussel verschenen vrijdag de 27-jarige Alain De Rouck, kelner uit Oudergem en de 24-jarige Philippe Richard, zonder beroep uit Vorst, naar aanleiding van het doodschieten op 19 november 1985 van John Pfaff in het Alhambra-café, E. Jacqmainlaan te Brussel.

De dag voor de feiten werd een vriend van De Rouck en Richard, een zekere Pierrot door jongelingen afgeranseld in het café. Enkele uren later kocht De Rouck voor 5.000 fr. een riotgun van een Joegoslaaf. Deze legde hem uit hoe het wapen werkte en waar de veiligheid was aangebracht. De Joegoslaaf leverde tevens patronen.

De Rouck en Richard reden de volgende ochtend omstreeks 6 u. naar het Alhambra-café. Daar was John Pfaff nog aanwezig. Deze werd er ten onrechte van verdacht Pierrot mee te hebben geslagen. Zodra De Rouck had vastgesteld dat Pfaff nog ter plaatse was, ging hij in zijn auto de riot-gun halen. Hij stapte op Pfaff toe en schoot hem van op enkele centimeters een volle lading in het hoofd wat onmiddellijk de dood veroorzaakte.

Achteraf verklaarde De Rouck dat hij de riot-gun onvoldoende kende en dat het schot per ongeluk was afgegaan. Hij zou het slachtoffer alleen maar een slag met de loop van het wapen hebben willen toedienen. Als gevolg van zijn verklaringen werd De Rouck beschuldigd van slagen en verwondingen met dodeliike afloop zonder het inzicht te doden.

Moord

Mr. Martial Lancaster, die voor de burgerlijke partijen de weduwe en de ouders van het slachtoffer pleitte, kon zich niet neerleggen bij de versie van De Rouck. De advocaat betoogde dat De Rouck naar het Alhambra-café reed met de enige bedoeling Pfaff dood te schieten. De zaak moet derhalve naar het assisenhof worden verwezen, stelde de advocaat.

In zijn requisitoor wees substituut Decodt erop dat nergens bewijzen zijn terug te vinden dat De Rouck wel degelijk het inzicht had te doden. Hij moet dan ook niet van moord worden beschuldigd.

De verdediging pleit op 30 april.

709

(0 replies, posted in 1980-1989)

Samenvatting

  • Wat? Roofmoord op een vrouw

  • Wanneer? 12 Mei 1983

  • Waar? Chaussée de Namur 12 te Gembloux » Google Maps

  • Wie? Serge Hermant

  • Status: Opgelost

Op 12 mei 1983 werd de 53-jarige weduwe Jocelyne Maloteau dood aangetroffen in haar woning aan de Chaussée de Namur in Gembloux, slachtoffer van een gewelddadige roofmoord waarbij ze eerst met een knuppel werd geslagen, vervolgens gewurgd en nadien met een mes werd toegetakeld; haar huis was doorzocht en geld en juwelen waren verdwenen. Het onderzoek richtte zich al snel op de Brusselaar Serge Hermant, een jonge werkloze die via zijn kennis Idriss Ziani in contact was gekomen met het slachtoffer, dat erom bekendstond grote sommen geld in huis te bewaren en jonge mannen financieel te begunstigen.

Hermant werd gearresteerd na belastende sporen in zijn woning en tegenstrijdige verklaringen; hij bekende uiteindelijk de feiten gedeeltelijk, maar bleef volhouden dat de dodelijke afloop het gevolg was van paniek tijdens een inbraak. Uit het gerechtelijk onderzoek en het assisenproces bleek echter dat hij het slachtoffer doelbewust had uitgeschakeld om herkenning te voorkomen en de diefstal te vergemakkelijken. In 1985 werd Hermant door het Hof van Assisen van Namen schuldig bevonden aan diefstal met geweld en moord, en veroordeeld tot twintig jaar dwangarbeid.

Roofmoord te Gembloers

Donderdag even na 16u troffen de drie kinderen van weduwe Jocelyne Malotea hun moeder badend in het bloed aan in haar woning 12 chaussée de Namur te Gembloers.

Het slachtoffer was er gewond aan het hoofd en een broodmes was haar in de buik geplant. De achterdeur van de woning was ingebeukt, de lichten brandden in de vertrekker en alle laden waren doorzocht. Op tafel stonden drie glazen samen met een grote voorraad flessen.

Sinds de dood van haar echtgenoot ging Mw. Maloteau regelmatig uit. Aan iedereen die het horen wilde vertelde zij dat zij thuis haar juwelen en grote bedragen geld (soms wel 200.000 fr.) bewaarde. Alles wijst erop dat het een roofmoord betreft.

Bron: Gazet van Antwerpen | 13 Mei 1983

Tweede aanhouding na moord te Gembloers

Na een nacht van ondervragingen heeft onderzoeksrechter Marotte maandagochtend een bevel tot aanhouding op beschuldiging van moord afgeleverd ten laste van Serge Hermant (23), geboren te La Hestre maar wonende aan de Crapuilletstraat 15 te Brussel. Twee dagen vroeger had de magistraat hetzelfde gedaan met Idriss Ziani (24), geboren te Parijs en wonende aan de Franklinstraat te Brussel.

Na de moord op de 53-jarige Jocelyne Maloteau, die op Hemelvaartdag te Gembloers werd gepleegd, hadden de speurders vernomen dat de vrouw werd bedreigd door drie vreemdelingen. Zij waren ze keer geen onbekenden voor het slachtoffer. De wijze waarop de vrouw was toegetakeld wees er bovendien op dat de dader niet wilde herkend worden.

Het onderzoek ging onmiddellijk in de richting van Ziani, een vriend van Maloteau, met wie het slachtoffer kennis had gemaakt na de verkoop van een waterfilter. Bij zijn bezoeken in Gembloers was Ziani altijd vergezeld van Hermant Die had woensdag zijn baan verloren en had tijdens de daaropvolgende nacht en dag grote sier gemaakt in enkele Brusselse herbergen. Aan Ziani zegde hij een gestolen auto te hebben verkocht. Daarna was hij met de bazin van een Brussels café voor het hele weekeind vertrokken naar Parijs.

Opgepakt

Toen Hermant zondagavond weer huiswaarts reed, werd hij opgepakt. Tijdens zijn afwezigheid was immers zijn kamertje boven een Brussels café ondersteboven gehaald. Aan een paar schoenen, kleefde nog slijk, afkomstig uit Gembloers en een broek zat helemaal onder het bloed en het slijk. Op een jas van hem trof men een haar aan van Maloteau, terwijl ook een gummiknuppel werd gevonden waarvan het afgebroken handvat naast het lijk was gevonden.

Toen al die elementen tegen hem werden uitgespeeld, zei Hermant dat hij niet bij de moord betrokken was. Wel had hij woensdag een Italiaan, die hij alleen bij zijn voornaam Giuseppe kende, ontmoet. De man zat blut en Hermant had hem gezegd dat er in Gembloers een slag te slaan viel. Hij had de Italiaan voor de gelegenheid zelfs wat spullen bezorgd.

Na de moord overhandigde Giuseppe in Brussel aan Hermant 20.000 fr., een ring en een polshorloge die de weekeind-vriendin van Hermant voor het uitstapje naar Parijs had gedragen. In het tijdsgebruik van Hermant zit een tijdspanne van drie uur, waarvoor de man geen uitleg kan verstrekken.

Bron: Gazet van Antwerpen | 17 Mei 1983

Moordenaar Gembloers bekent

In de moordzaak Maloteau, een weduwe die donderdag ih dood in haar woning werd aangetroffen te Gembloers, heeft de 23-jarige Brusselaar Serge Hermant maandagavond bekentenissen afgelegd. Hij zei de enige dader te zijn. Rechter Marotte heeft dinsdag de eerste verdachte, Emmanuel Ziani, vrijgelaten.

Tijdens de wedersamenstelling dinsdag verklaarde Serge Hermant dat hij mevr. Maloteau wurgde, omdat ze hem met een mes bedreigde. Steeds volgens hem is ze zelf op dat mes gevallen. Een en ander klopt naar verluidt niet met de vaststellingen van de gerechtsartsen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 18 Mei 1983

Hermant doodde weduwe te Gembloers

Voor het Assisenhof van Namen begint maandag het proces van Serge Hermant, die beschuldigd wordt van diefstal met geweldpleging. De feiten dateren van 12 mei 1983. Jocelyne Maloteau, een weduwe van 53 jaar uit Gembloers, zou die dag met iemand uit de buurt naar zee vertrekken. Zij daagde echter niet op. De vrouw werd in haar woning dood aangetroffen. Ze was gewurgd en verminkt met een mes. Haar huis was helemaal overhoop gehaald, alle juwelen van het slachtoffer en een belangrijke som geld waren gestolen.

Jocelyne Maloteau ging er prat op veel geld bij zich te hebben, wat ruim bekend was. Bovendien ging ze dikwijls om met jonge mensen, die ze naar verluidt in ruil voor enkele attenties ruim beloonde. Eén van hen, de 24-jarige Serge Hermant uit Sint-Gillis, bleek vertrokken voor een weekendje te Parijs. Bij een huiszoeking werden kleren teruggevonden waarop bloed van het slachtoffer kleefde Bij zijn terugkomst werd hij door de politie opgewacht en toen bleek dat zijn vriendin, die hem naar Parijs had vergezeld, de juwelen van de vermoorde weduwe droeg.

Hermant zelf bekende de diefstal te hebben gepleegd. Hij verklaard echter dat de vrouw zichzelf op het mes had gestort, waarmee hij haar bedreigde toen zij hem op diefstal betrapte.

Het proces zal drie dagen duren.

Bron: Gazet van Antwerpen | 23 Februari 1985

Moordde Hermant voor of na de diefstal?

Toen de 24-jarige Serge Hermant op een dag zonder inkomsten zat, besloot hij naar een vriendin van zijn vriend te trekken om haar te beroven. Tijdens de inbraak kwam het tot een gevecht waarbij de vrouw overleed. Voor die feiten verscheen Hermant gisteren voor het Assisenhof van Namen.

Hermant begon na zijn korte studies op 15-jarige leeftijd te werken, in 1981 werd hij stofzuigerverkoper. Op dat ogenblik ontmoette hij “Ziani” die later bevriend zou worden met het slachtoffer, Jocelyne Maloteau uit Gembloers. Op de dag der feiten, 11 mei 1983, zat Hermant, naar zijn zeggen, helemaal zonder inkomsten. Niettemin had hij geld nodig; hij weigerde echter uit te leggen waarvoor en voor wie. Hij dacht aan Jocelyne Maloteau, die over veel geld en veel juwelen beschikte en aan Ziani telkens 20.000 frank schonk toen hij haar het hof kwam maken.

Hermant begaf zich aldus naar Gembloers, voorzien van een knuppel. Na een ruit te hebben ingeslagen drong hij de woning binnen; terwijl hij boven een kamer aan het doorzoeken was, hoorde hij een gerucht. De weduwe Maloteau die gealarmeerd was geraakt, kwam boven, gewapend met een keukenmes. Hij probeerde haar te overmeesteren, waarop de vrouw begon te gillen.

Beklaagde verklaarde schrik te hebben en in paniek te willen weglopen. Hij pakte Maloteau bij de polsen, en sloeg haar met de knuppel, uit schrik, zo verklaarde hij. Hermant meende dat zij ook schrik had en hem herkend had. Daarna greep hij haar naar de keel en werden Maloteau messteken toegediend. Hermant beweert echter nog altijd dat hij dit laatste niet heeft gedaan. In ieder geval is het slachtoffer gewurgd alvorens het met een mes werd bewerkt. Hermant verklaarde nog ongeveer 70.000 frank en juwelen te hebben meegenomen.

Appartement

De gerechtelijke getuigen legden uit dat tijdens de eerste vaststellingen op 12 mei 1983, de dag waarop de misdaad werd ontdekt, gebleken was, dat de dader een jonge en slanke jongeman was, die de plaats goed kende. Een vluchtig onderzoek van de kennissenkring van het slachtoffer bracht het bestaan van een stofzuigerverkoper, Ziani, aan het licht. Die werd opgepakt en langdurig ondervraagd.

Hieruit leerde men dat er een tweede verdachte kon zijn, met name S. Hermant, een werkmakker van Ziani die bij de weduwe Maloteau reeds sigaretten had gestolen. Juist Hermant bleek op dat ogenblik onvindbaar. In zijn appartement ontdekte men met bloed besmeurde kleren, waarop ook haar hing, en een knuppel. De onderzoekers meenden echter dat de bekentenissen van de verdachte onvolledig waren.

Zij meenden dat hij Mw. Maloteau gedood had om niet te worden herkend en dat hij achteraf de diefstal had gepleegd. Hermant verklaarde echter dat hij aan het stelen was, toen hij door zijn toekomstig slachtoffer werd verrast.

Volgens de onderzoekers had Hermant ook de stroom afgesneden om zijn slachtoffer zonder haar wapen - zij bezat immers een revolver die zij niet gebruikte - te lokken en haar uit te schakelen.

De wetsdokter verklaarde dat Maloteau eerst op het hoofd was geslagen; zij vertoonde 6 verwondingen, toegebracht met een stomp voorwerp. De verwondingen, waarbij het slachtotter veel bloed verloor waren niet dodelijk. Daarop werd Maloteau gewurgd, wat haar dood betekende. Nadien werd haar een broodmes in de buik geduwd. Het lemmet had slechts gedeeltelijk de maag doorboord; deze wonde kon ook niet de dood tot gevolg hebben.

Bron: Gazet van Antwerpen | 26 Februari 1985

Serge Hermant snugger maar niet intelligent

Voor het Hof van Assisen te Namen werden in het proces tegen de 24-jarige Serge Hermant, dinsdag enkele getuigen langdurig ondervraagd.

Onder hen was er Mw. Dubois en haar zoon Daniël. Zij waren de laatsten die het slachtoffer, J. Maloteau, levend hadden gezien voor de misdaad. Zij konden zelfs beklaagde toen gekruist hebben. Beide getuigen waren bij de weduwe te Gembloers rond 22 u. Op dat tijdstip is Hermant eveneens te Gembloers aangekomen. Niettemin beweert hij noch de twee bezoekers te hebben gezien, noch hun voertuig voor het appartementsgebouw te hebben opgemerkt.

Beiden, die intieme kennissen waren van de weduwe, legden uit dat deze laatste geen goede relatie had met haar kinderen. Zij zouden overwogen hebben haar te laten “opsluiten” toen zij vaststelden dat hun moeder te veel geld uitgaf.

Een neef van het slachtoffer verklaarde voor de rechtbank, wat hij nooit eerder had gezegd, namelijk dat Jocelyne Maloteau schrik had, van de stofzuigerverkoper en de “moordenaar”.

Deze verkoper, Idriss Ziani, werd ook verhoord. De voorzitter van het Hof spelde hem duchtig de les aangaande zijn intieme relaties met het slachtoffer. Kalm bekende Ziani dat hij enkel was geïnteresseerd in het geld dat hij Jocelyne Maloteau ontving. Hij kende haar reeds een maand tevoren, had haar een tiental keren ontmoet en ongeveer 50.000 frank hiervoor gekregen.

Dinsdagnamiddag werden de psychiaters en psychologen ondervraagd die Serge Hermant na de feiten hadden onderzocht. Hun conclusies zijn formeel: beklaagde verkeert niet in staat van krankzinnigheid, onevenwichtigheid of geestelijke debiliteit die hem onbekwaam zou maken de controle over zijn daden te behouden. Hij is dus verantwoordelijk en was dit ook op het ogenblik van de feiten.

Toch hebben de experten een en ander verduidelijkt aangaande het karakter van beklaagde. Hij toonde zich zeer briljant aangaande punten waarvan men had gedacht dat zijn intelligentie beneden het normale niveau lag. Tevens bezat hij veel cultuur. Hij praatte als een psychiater en kon uitweiden over Freud.

Vervolgens bleek echter dat zijn kennis slechts oppervlakkig was, dat het een laagje vernis was en dat zijn brein scherpzinnigheid miste. Zijn intelligentiequotiént bedroeg 90, terwijl het gemiddelde 100 is. Het is een snuggere, maar geen intelligente man.

Steeds volgens de specialisten stelde hij zijn capaciteiten in dienst van zijn instinct, waarbij hij soms enige moraliteit aanwendde. Zij vonden hem echter ook manipulerend, instinctief en ongeremd. Dit is echter niet het portret van een moordenaar, maar wel van een oplichter. Hermant is geen gewone delinquent en vormt geen echte bedreiging, aldus de psychiaters en psychologen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 27 Februari 1985

Serge Hermant was voorbeeldig gevangene

Tijdens zijn twee jaar durende hechtenis werden hem in de gevangenis taken toevertrouwd, verklaarde gisteren de gevangenisdirecteur van Namen in het proces ten laste van Serge Hermant, beschuldigd van diefstal, gevolgd door moord. Ook de 40-jarige vriendin van Hermant, Thérèse Esgain uit Brussel, die veel van hem houdt daar hij haar van een alcoholverslaving had afgeholpen, stelde met klem dat Hermant nooit iets had gedaan dat hem kon worden verweten.

De vader en moeder van Hermant waren ongeveer dezelfde mening toegedaan. Zij hadden nooit enig probleem met hem gekend en denken dat er bij hun zoon iets onderhuids bleef dat hen ontsnapte. Zij hadden Serge regelmatig in de gevangenis bezocht.

Naaste familieleden van het slachtoffer getuigden voor het Hof van haar angst voor de twee stofzuigerverkopers, die, volgens de getuigen, haar lastig vielen. Het personeel van de garage, naast het huis van Jocelyne Maloteau, stelde unaniem dat de weduwe behoefte had aan een man en dat ze daarom geregeld leerjongens en arbeiders uit de garage bezocht. Over haar relatie met de stofzuigerverkoper Ziani, vertelde ze hen dat de jongeman enkel was geïnteresseerd in haar geld. Ook deze getuigen wisten van haar angst af, in zodanige mate dat zij 's avonds haar deur niet durfde te openen.

Eén getuige verklaarde dat Mw. Maloteau de indruk had te zijn bedot toen zij een stofzuiger kocht voor 48.000 frank. De voorzitter van het Hof heeft echter persoonlijk een en ander nagegaan, waarbij bleek dat dit bedrag wel degelijk de prijs was van dit toestel. Het wordt echter wel een dure koop indien aan de aankoopprijs de 50.000 frank wordt toegevoegd die aan Ziani werd geschonken.

Vandaag wordt de zitting hernomen. Hierbij zal de laatste getuige worden verhoord en zullen de advocaten hun pleidooi houden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Februari 1985

Twintig jaar voor Serge Hermant

Serge Hermant werd gisterenavond tot twintig jaar dwangarbeid veroordeeld door het Assisenhof van Namen. De jury had hem schuldig bevonden aan diefstal met geweldpleging en aan moord op Jocelyne Maloteau te Gembloers.

In haar rekwisitoor wou Mw. Lejeune niet blijven stilstaan bij details. Volgens haar is één ding zeker: Hermant heeft Maloteau gewurgd (wat hij heeft erkend) en hij heeft een diefstal gepleegd. Zij vroeg de juryleden te stellen dat de moord werd gepleegd om de diefstal te vergemakkelijken.

De advocate van Hermant, Christine Matray, had het over een “afschuwelijk ogenblik van paniek”. Zij legde uit dat Hermant tot de fatale dag een onberispelijk leven had geleid en dat hij werd opgevoed in een milieu waar weinig werd gepraat maar veel gewerkt. Ook was hij jong beginnen te werken. Hij ging zelfs met belangrijke sommen geld om, tot een half miljoen per maand, zonder dat één enkele frank verdween.

Het slachtoffer, aldus de verdediging van Hermant, ging met veel geld om, maar op een niet-normale manier. Zij wreef het onder de neus van jonge mensen. Zij leefde aldus op een gevaarlijke manier. Indien de jongeman de weduwe had willen vermoorden, zou hij dit gemakkelijk hebben gekund door alleen maar met een zware knuppel haar schedel in te slaan. Hij heeft haar echter alleen maar verwond.

De verdediging besloot aldus dat Hermant diefstal met geweldpleging had begaan, maar dat hij niet de intentie had om te doden.

Schuldig

Na de replieken trok de jury zich terug om te antwoorden op acht vragen. Ze hadden betrekking op diefstal, moord, moord om bestraffing te ontlopen, diefstal met inbraak 's nachts, gebruik van een wapen (de knuppel) en vragen met betrekking tot diefstal met geweldpleging, geweldpleging met de dood als gevolg zonder daartoe de intentie te hebben gehad.

Voor de jury zich terugtrok vroeg beklaagde vergiffenis aan zijn eigen familie en aan de familie van het slachtoffer.

De jury antwoordde bevestigend op de eerste drie vragen, waarna het openbaar ministerie levenslange dwangarbeid eiste. De verdediging vroeg tien jaar waarbij werd geargumenteerd dat de geëiste straf dezelfde was als de dag tevoren werd uitgesproken door het Assisenhof van Bergen in het proces tegen het echtpaar Baudoux.

Na een nieuwe beraadslaging door jury en hof werd Hermant veroordeeld tot twintig jaar dwangarbeid. Hermant weende toen het vonnis werd geveld.

Bron: Gazet van Antwerpen | 1 Maart 1985

710

(29 replies, posted in Onderzoekspistes)

Taxichauffeur te Overijse door klant in de rug geschoten

Een 30-jarige taxichauffeur uit Etterbeek werd donderdagmorgen rond 4.45 u door een passagier die achter in de taxi had plaatsgenomen, tweemaal in de rug geschoten. De ernstig gewonde chauffeur werd verplicht uit de wagen te stappen, waarna de aanrander zelf achter het stuur ging zitten en er vandoor ging. Dit gebeurde langs de autosnelweg E40 te Jezus-Eik (Overijse).

De chauffeur geraakte nog tot aan de Esdoornlaan waar hij aan een woning aanbelde. Daar kon hij zijn verhaal doen en kreeg hij ook meteen een ziekenwagen die hem naar het burgerlijk ziekenhuis van Etterbeek voerde. Een paar uur later werd de taxi verlaten teruggevonden in de rosse buurt te Sint-Joost-ten-Node, op de hoek van de Brabant- en Weidestraat.

Het verdere onderzoek bracht aan het licht, dat de taxichauffeur midden in de nacht een klant kreeg die eerst naar Luik wou en daarna naar Namen. Het was toen deze van mening veranderde en de taxichauffeur weer naar Brussel reed om dan verder richting Namen te nemen, dat de overval gebeurde.

In gerechtelijke kringen kon niet bevestigd worden of de taxichauffeur al dan niet ook nog beroofd werd. Een afrekening wordt niet uitgesloten, zodat de naam van het slachtoffer in het belang van het onderzoek voorlopig geheim wordt gehouden. Van de dader is men vooralsnog elk spoor bijster.

Bron: Gazet van Antwerpen | 23 Oktober 1981

Neerschieten van taxichauffeur te Overijse opgehelderd

De poging tot doodslag op de 30-jarige taxichauffeur Francis Petersoly uit Etterbeek, die nagenoeg een week geleden te Jezus Eik (Overijse) twee kogels in de rug werd geschoten, is thans volledig opgehelderd. De dader is de 18-jarige Pascal Rosenholts, wonende Rue de Chaudfontaine te Luik. De BOB kon de dader opsporen.

Deze verklaarde na zijn arrestatie, dat hij met de taxi vanuit Brussel naar Luik was gereden, waar hij een vriend wilde ontmoeten, die hem nog geld was verschuldigd. Hij kon die vriend niet vinden en vroeg de taxichauffeur naar Namen te rijden maar daar had hij evenmin succes. Rosenholts vroeg de taxichauffeur dan maar naar Brussel terug te keren.

Op het grondgebied van Overijse, ter hoogte van Jezus-Eik haalde hij een revolver te voorschijn en beval de chauffeur uit te stappen. De taxichauffeur weigerde gevolg te geven aan deze eis en diende de jongeman een duchtige kaakslag toe. Toen zei Rosenholts dat hij zou schieten. De taxichauffeur liep weg maar werd nog door twee kogels in de rug geraakt.

De chauffeur strompelde tot bij het dichtst bijgelegen huis en werd naar een ziekenhuis in Etterbeek overgebracht. De dader was ondertussen met de taxi naar Sint-Joost-ten-Node gereden, waar hij het voertuig achterliet.

Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Oktober 1981