7,861

(7 replies, posted in Speurders)

Christian De Vroom, de commissaris-generaal van de Gerechtelijke Politie, kwam eveneens in opspraak in de Bendecommissie bis. Toen in 1987 een rogatoire commissie naar Paraguay vertrok om Jean Bultot te ondervragen, werd de plaats van de twee echte Bendespeurders Ruth en Lachlan ingevuld door De Vroom, toenmalig GPP-chef van Charleroi. De onkosten van De Vrooms snoepreisje waren tweemaal hoger dan wat voorzien was voor de twee Bendespeurders samen. Toenmalig procureur Defourny van Charleroi verklaarde dat volgens hem De Vroom dit dossier zelf niet kende. Onderzoeksrechter Lacroix stelde voor dat De Vroom zich over het dossier Bultot zou informeren bij de BOB'ers Ruth en Lachlan, maar De Vroom liet niets van zich horen. Volgens Ruth en Lachlan was De Vroom bevreesd dat Bultot revelaties zou doen over de zaak-Reyniers, die later in alle hevigheid zou losbarsten. Bovendien moeten rijkswachters hun neus niet steken in de interne keuken van de Brusselse Gerechtelijke Politie. Op 17 september 1987 schreef De Vroom een merkwaardige brief naar het parket over de eventuele diskreditering van Reyniers en justitieminister Jean Gol.

"Het gaat hier volgens mij meer om een diplomatieke dan om een juridische missie. Blutst heeft inderdaad belangrijke mensen als betrokkenen genoemd. Het gaat echter om een mythomaan die allerlei informatie met elkaar vermengd om zo de minister van Justitie en mijn collega, de heer Reyniers te plezieren. Terwijl het parket-generaal een onderzoeksrechter wou sturen, zal de keuze voor een onderofficier van de rijkswacht veel risico's met zich meebrengen."

"Want we mogen niet vergeten dat Bultot goede contacten onderhoudt met Belgische journalisten. Een andere verwikkeling van deze opdracht is dat de ex-adjunct-directeur van de gevangenis van Sint-Gillis de naam heeft extreem-rechts te zijn en dat dit de Staatsveiligheid in hoge mate interesseert. Als we voor ogen houden dat de Staatsveiligheid geen contact wil met de rijkswacht en (toch) een rijkswachter sturen, zal dat elders niet slecht onthaald worden?"

Maar De Vroom kende de toenmalige vriendin van Bultot, die samen met hem in Paraguay woonde, zeer goed. Deze Dominique Mersch was de ex-vrouw van de gecorrumpeerde en veroordeelde parketmagistraat (en ex-kabinetsmedewerker van Jean Gol) Claude Leroy. Volgens haar verklaringen was het Leroy die De Vroom in de Loge patroneerde. De reisgezellen van De Vroom, GPP-commissaris Doraene en Delta-lid Sack waren niet op de hoogte van deze voorgeschiedenis. Opmerkelijk was nu dat juist De Vroom in Paraguay als eerste enkele uren met Dominique Mersch gesproken heeft, en dit buiten de rogatoire commissie om en voorafgaand aan de ondervraging van Bultot.

Hierover werd nooit een proces-verbaal opgesteld. De Vroom verantwoorde zich hiervoor in de Bendecommissie bis met de uitleg dat hij toevallig 's avonds om acht uur van de hotelreceptioniste het telefonisch bericht kreeg dat een dame hem in de hal opwachtte. Hij ging naar beneden en ontmoette Dominique Mersch, die hij - dixit De Vroom en gelove wie wil - enkel herkende van foto's. Hij beweerde haar daarvoor nooit in levende lijve te hebben gezien.

Volgens De Vroom hebben ze zo'n drie kwartier gepraat en heeft hij haar daarna nooit meer teruggezien. Terug in zijn kamer verwittigde hij onmiddellijk zijn reisgezellen. Volgens rijkswachtkolonel Sack die de Delta-cel vertegenwoordigde, maakte De Vroom dit contact kenbaar omdat ze betrapt waren door de Paraguayaanse Staatsveiligheid, die hen schaduwde.

Bron: De namen uit de doofpot | Stef Janssens

7,862

(2 replies, posted in Magistraten)

En uit bijlage 1 en 2 van het verslag van de Tweede Bendecommissie:

Op verzoek van substituut Labar van Charleroi dd. 6 oktober 1992, stelde rijkswachter Lachlan-Jenicot op 29 april 1994 een synthese-proces-verbaal op over de onderzoekspiste-WNP/Calmette/Libert/Latinus en consorten; dat PV blijkt niet in het onderzoeksdossier voor te komen (*38/1).

7,863

(2 replies, posted in Magistraten)

Substituut Labar gaf voor de Tweede Bendecommissie zijn mening over de ondervraging van Philippe De Staerke:

Substituut Labar van zijn kant erkende dat een betere kennis van het dossier van belang zou zijn geweest in het geval dat De Staerke werkelijk iets zou hebben bekend, maar zo was het nu eenmaal niet:

"In dat precieze geval, denk ik niet dat dat een probleem vormde. Waarom? Eerst en vooral legt De Staerke bekentenissen af. Veronderstel dat wij op dat ogenblik niets van het dossier wisten - ik zeg niet dat het zo was. Indien de heer De Staerke ons zegt dat hij aan de moordpartijen deelnam, vragen wij hem om een verklaring. En stellen wij hem de bijbehorende vragen, zoals: was u ter plaatse? wat heeft u precies gedaan?, enz. Iedereen had toch een summiere kennis van de feiten. Alleen al op basis daarvan kon men hem verhoren."

"De Staerke had zich spontaan aangeboden om bekentenissen af te leggen. Wat heeft hij verteld? Niets. Geen enkel element. Mijnheer de voorzitter, ik zou het met u eens zijn indien de heer De Staerke inderdaad bekentenissen was beginnen afleggen, indien hij ons details had kunnen verschaffen over de feiten: ik was daar, om zo laat, ik had dat wapen, ik heb die auto gebruikt."

"Men moet details kunnen bekomen en nagaan of de verklaringen kloppen met de werkelijkheid, ze vergelijken met de dossiers. Maar wij zijn nooit in dat stadium geraakt. Waarom? Ik weet best dat men ongelovig reageert op de werkelijkheid en toch is het waar: De Staerke heeft nooit iets bekend. Waarom heeft hij eerst zogenaamde bekentenissen in de pers laten verschijnen? Omdat hij besefte dat hij een zware veroordeling - 20 jaar - had opgelopen, dat hij bestempeld werd als 'moordenaar van de Bende van Nijvel' en dat dat zijn vooruitzicht op vrijlating of enige gunstmaatregelen sterk zou beknotten. Dus heeft hij die uitweg geprobeerd."

"U moet ook weten dat de heer De Staerke zeer wisselvallige houding hii aanneemt. Hij heeft bekentenissen afgelegd terwijl men eigenlijk geen aanspraak kan maken op dergelijke bekentenissen. Zijn beweringen bevatten niets ernstigs, zelfs geen kiem van een verklaring over de Bende."

En hij wees er bovendien op dat de CBW in de persoon van Van Den Berghe over een soort van veiligheidsgordel beschikte:

"Aangezien hij zich spontaan had aangemeld, was het eerst voldoende hem te aanhoren. Wij hadden ook een vangnet in de gedaante van de heer Van Den Berghe, lid van de cel-Delta. Als documentalist had deze laatste alle informatie gecentraliseerd. Dus indien er een kiem van bekentenissen was geweest, had hij ons kunnen gidsen."

"Er waren trouwens van te voren enkele processen-verbaal vertaald, aangezien er al eerder processen-verbaal waren uitgewisseld tussen de cellen. Alhoewel wij niet het hele dossier beheersten, is dat geen handicap geweest ten opzichte van de heer De Staerke. Ik herhaal dat zijn bekentenissen er uiteindelijk geen waren en dat niets hem verhinderde er een verklaring op te baseren, wat hij niet heeft gedaan. U moet weten dat De Staerke ook in Dendermonde al meer dan vijftig keer was verhoord. Nooit heeft hij iets bekend, zelfs niet zijn aanwezigheid op de parking van de Delhaize van Aalst."

Aan de andere kant lieten de magistraten uit Charleroi, achter gesloten deuren en in publieke zitting, duidelijk verstaan dat zij niet alleen grote twijfels hadden over de eerbaarheid van de aanpak die Troch voorstelde - derden laten geloven dat De Staerke had bekend terwijl het niet zo  was maar ook over de doeltreffendheid ervan. Dit laatste werd door Labar als volgt verwoord:

"De methode die u mij voorstelt, was al door Dendermonde uitgeprobeerd. Zij had nergens toegeleid, omdat De Staerke als een muur was. Wij hebben zeer snel begrepen dat wat wij als een mogelijkheid hadden beschouwd, er eigenlijk geen was. De Staerke heeft al snel gezegd dat hij niets te zeggen had en dat hetgeen voor hem telde, was dat hij zo snel mogelijk naar het assisenhof kon. De heer De Staerke kende zeer goed zijn kansen op vrijspraak en dat liet hem toe die reputatie van moordenaar die hem bezwaarde, te weerleggen."

Bron: Verslag Tweede Bendecommissie (bijlage 5)

7,864

(2 replies, posted in Magistraten)

In de commissie-Dutroux kwamen verschillende magistraten van Charleroi in opspraak: rechter Dallons, onderzoeksrechter Sohet, substituten Somville en Labar, voormalig procureur-generaal Demanet en voormalig procureur Defourny. Tegen verschillende van hen werd een tuchtonderzoek opgestart. Het rapport Dutroux:

"Dit corruptieonderzoek zou er moeten toe strekken dat alle verdachtmakingen die nu reeds jaren rusten op politiemensen uit de drie algemene politiediensten van Charleroi en ook op magistraten, grondig worden onderzocht à charge maar ook à decharge. In afwachting van de resultaten van dit onderzoek is het wenselijk dat bewarende maatregelen worden getroffen en dat de betrokken magistraten en (politie-) ambtenaren tijdelijk worden verwijder uit de diensten die in contact staan met het milieu van de autozwendel. (...)"

"Dit is ook een logisch gevolg van de langdurige machtspositie die dit milieu heeft kunnen uitbouwen. Diverse bronnen, waaronder de huidige procureur des konings van Charleroi, situeren de eerste zichtbare effecten van de machtspositie van het autozwendelmilieu, eind de jaren '80 (1987-'88). De parlementaire onderzoekscommissie heeft vastgesteld dat de namen die toen circuleerden, zowel aan de kant van de leidinggevende autozwendelaars als aan de kant van in opspraak gebrachte politieambtenaren en magistraten, nog steeds dezelfde zijn."

Zo had Labar als bevoegde parketmagistraat voor de sectie autozwendel een proces-verbaal weggenomen uit het dossier van de dubieuze garagist Romano, die goede relaties met de magistraten onderhield. De commissie-Dutroux beschreef deze relaties met de garagist:

"Het kan in elk geval niet worden ontkend dat de betrokken garagehouder tot op heden vanwege het parket van Charleroi steeds het voordeel van de twijfel heeft gekregen. Dit laatste liet zich concreet merken door het feit dat de garagehouder jarenlang de zeer lucratieve bewaargeving van inbeslaggenomen en achtergelaten voertuigen heeft toegekend gekregen. Niet alleen inde hij een behoorlijke vergoeding, maar bovendien werden de voertuigen niet altijd gerecupereerd door een eigenaar, waardoor ze na verloop van tijd aan de garagehouder toekwamen."

"Bovendien waren er ook aanwijzingen dat er geknoeid werd met onderdelen. Deze praktijken hebben een aantal jaren geduurd. Toen op een gegeven moment een derde garage zich als standplaats aanbood, werden onmiddellijk een aantal voertuigen gestolen, duidelijk met de bedoeling de betrokken garage te discrediteren bij de Justitie. Wat blijkbaar nog lukte ook."

Substituut Labar was in de jaren negentig voor het parket van Charleroi ook betrokken in het onderzoek naar de Bende van Nijvel. Niet dat Labar hierin een corrumperende rol gespeeld heeft, maar hij heeft alleszins enkel bediscussieerbare posities ingekomen.

In de periode dat onderzoeksrechter Hennuy het Dendermondse luik van de Bendedossier van onderzoeksrechter Troch overnam, was hij betrokken bij de nefaste ondervraging van [Philippe] De Staerke. Labar geloofde net zo min als toenmalig procureur Defourny en onderzoeksrechter Hennuy in een band met het dossier Mendez. Defourny schreef hierover een brief aan procureur-generaal Demanet:

"De onderzoeksrechter is niet van mening dat de Cel Waals Brabant kennis zou moeten nemen van de dossiers-Bouhouche-Beijer. Substituut Labar en ik delen die mening omdat niets in het dossier waarmee de onderzoeksrechter belast is, erop wijst dat Bouhouche en Beijer iets met de Bende van Nijvel te maken zouden hebben. Alleen de magistraten zijn die mening toegedaan en de speurders willen niets liever dan het dossier-Mendez-Bouhouche uitspitten, alsof dat dossier nuttige gegevens verbergt die niet door de onderzoeksrechter en de speurders van Nijvel werden opgemerkt."

Onderzoeksrechter Hennart die het dossier Mendez onderzocht, heeft dit tot na de afloop van het proces Bouhouche-Beijer als argument gebruikt om zijn dossier niet volledig te laten inzien door de Bendespeurders. Dit tot groot ongenoegen van onderzoeksrechter Lacroix, die ondertussen het volledige Bendedossier van Hennuy terug overgenomen heeft en in de Bendecommissie bis het tijdverlies bij het opnieuw bestuderen van het dossier-Mendez sterk aangeklaagd heeft.

Bron: De namen uit de doofpot | Stef Janssens

Ter info, in 1998 kreeg Labar een promotie:

(...) is de heer Labar, E., substituut-procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Charleroi, aangewezen tot eerste substituut-procureur des Konings bij deze rechtbank, voor een termijn van drie jaar met ingang van 1 december 1998.

7,865

(3 replies, posted in Plaatsen)

Ben wrote:

De overvallers verscholen zich ongeveer twee uur achter een boerderij van de familie d'Oultremont (*) en doodden de tijd met roken en drinken.

Het toeval wil dat Marc Menassa - iemand uit WNP-kringen - getrouwd was met Bérangère d'Oultremont.

7,866

(7 replies, posted in 1980-1989)

Ben wrote:

Volgens een bron van Michel - beheerder van het Franstalig forum - zou het hier niet om een actie van WNP'ers of VMO'ers gaan maar om een aanslag van de Grijze Wolven (een extreem-rechtse Turkse groepering) die enkele PKK'ers wilden vermoorden.

Ter info:

In de burgeroorlog die ze aan de vreemdelingen verklaard heeft, gaat de VMO echter wel selectief te werk. Zo zijn de relaties uiterts hartelijk met vreemdelingenorganisaties die uit hetzelfde extreem-rechtse hout gesneden zijn. VMO-militant George Claeys was bijvoorbeeld gastspreker op het eerste congres van de Turkse MHP op 10 juni 1980 te Antwerpen. Hij sprak er in naam van de VMO en het Vlaams Blok. De MHP is een fascistische partij, die geleid wordt door generaal Turkesh en die verantwoordelijk is voor de acties van de zogenaamde Grijze Wolven. De Grijze Wolven zijn een terreurorganisatie die in Turkije jarenlang aanslagen gepleegd heeft en verantwoordelijk is voor honderden doden.

Bron: Extreem-rechts en de Staat | Verschillende auteurs

Zoals altijd sluit het ene het andere dus niet uit.

7,867

(9 replies, posted in Westland New Post)

Twee weken na deze moord [in café La Rotonde in Laken], op 20 december 1980, rond 21u30, staken twee individuen, die later als Front-militanten werden geïdentificeerd, de voorkant van het Maison Arabe, rue des Chartreux te Brussel, met plastieken benzinebussen in brand. De dag daarna ondervroeg de politie Sergio Nanco, Marcel Feiereisen en Siegfried Niedergesass en ontdekte in hun wagen benzinebussen, verschillende wapens, propagandamateriaal van Forces Nouvelles en platen ter aandenken van Hitler.

Marce Feiereisen is een actief militant van het Front de la Jeunesse, Sergio Nanco is een sympathisant en Niedergesass een ex-nazi en oorlogsinvalide van Duitse nationaliteit, die in het Europese fascistische milieu rondhangt. Na een bal van het Front sleepte Feiereisen de anderen mee en hij leidde ook de actie. 

Bron: Extreem-rechts en de staat | Verschillende auteurs

7,868

(145 replies, posted in Andere Personen)

Volgens info zou Laurent Podevijn de zoon zijn van Jozef Podevijn. Jozef Podevijn werd tijdens de Tweede Wereldoorlog in Aalst vermoord door het verzet:

De eerste moord die het VNV deed opschrikken en die werd ervaren als een geplande politieke moord was die op de commandant van de Fabriekswacht, Jozef Podevijn. Jozef Podevijn werd op 24 oktober 1942 voor zijn woning in Aalst neergeschoten. Hij overleed enkele dagen later. De twee daders werden gevat. Ze stierven op 5 december 1942 voor het executiepeloton. De moord op Podevijn werd geregeld gevolgd door nog een moord op VNV'ers. (...)

Hendrik Elias' eerste openbare toespraak als leider van het VNV [na de dood van Staf De Clercq, Ben] werd gehouden bij het graf van Jozef Podevijn. Elias had het over de krachten achter de uitvoerders van de moord:

"Wij weten wie de hand van de moordenaars wapende. Het is de Aziatische en joodse geest die het communisme baarde. Het zijn Moskou en zijn trawanten. Maar naast Moskou staan er nog anderen die zich katholieken noemen. Het is Radio Londen. Het zijn de zg. fatsoenlijke burgers die de moord goedkeuren."

Bron: Greep naar de macht | Bruno de Wever | www.dbnl.org

Is er iemand die deze informatie kan bevestigen?

7,869

(343 replies, posted in Hypotheses)

Ben wrote:

Staf De Clercq werd begraven in een praalgraf op de Kesterheide. Bij de bevrijding werd zijn graf geschonden door verzetslieden die het stoffelijk overschot publiekelijk bespotten en verminkten. Het lijk werd nadien begraven in een anoniem graf te Leerbeek. In 1978 werd zijn lichaam door de Vlaamse Militanten Orde heropgegraven en bijgezet op het kerkhof van Asse onder ruime belangstelling van Vlaams-Nationalisten van de Volksunie.

Onderstaande tekst toont dat er binnen extreem-rechts zeer veel belang werd gehecht aan Staf De Clercq. Indien de verlaten militaire basis van Kester werd gebruikt door de Bende van Nijvel, dan kan dit wijzen in de richting van extreem-rechts. In die theorie wisten ze van het bestaan van deze basis omdat het graf van Staf De Clercq vlakbij was:

Op 28 oktober 1979 organiseerde de VMO een herdenking van Staf De Clercq rond diens graf te Asse. De belangrijkste redenaar bij die gelegenheid moest eigenlijk Armand Eriksson zijn, maar aangezien incidenten in de Voer [Voerstreek] hem in voorarrest hadden gebracht, werd hij vervangen door kamerlid Karel Dillen van het Vlaams Blok. Dillen bracht een stevig eerbetoon aan De Clercq en aan Eriksson. De herdenking werd één grote hulde aan de collaboratie-politiek van het VNV onder de nazi-bezetting. Ter gelegenheid van deze plechtigheid was Eriksson op het idee gekomen een erecomité samen te stellen. De meeste leden van dit comité waren ook te Asse aanwezig en betuigden ook hun steun aan de VMO-leiding. In het comité treft men, behalve de onvermijdelijk portie VMO-militanten, een goede doorsnee aan van de lobby die in de politiek en de bedrijfswereld rechts, extreem-rechts en neo-nazisme verbindt.

Er waren natuurlijk Rik De Ghein en Carlos Van Louwe en het kruim van de overgebleven Belgische nazi's uit de oorlogstijd. Vooreerst Jef François, die zijn leven lang van de ene fascistische militie in de andere is gestapt. (...) Een ander vooraanstaand nazi-figuur in het erecomité Staf De Clercq was Ward Hermans. Na acht jaar activiteit in het VNV verliet hij in oktober 1940 deze organisatie en werd medestichter van de Algemene SS Vlaanderen. (...)

Andere dubieuze figuren uit de oorlogstijd die onder leiding van de VMO in 1979 Staf De Clercq eerden, zijn: Oostfrontstrijder Bert Hendrickx uit Brussel, Karel Lambrechts, eveneens uit Brussel en oud-propagandaleider van het VNV Pol Le Roy uit Hingene-Wintam, die samen met Jef François van het Verdinaso naar de SS ging; Ernest Van den Berghe uit Aalst, oud-secretaris van het VNV en Jan Brans uit Antwerpen, hoofdredacteur van 'Volk en Staat', de krant van het Vlaams Nationaal Verbond. Ook een aantal prominenten uit de Volksunie plaatsten zich op de ere-lijst: partijvoorzitter Vic Anciaux, oud-minister van Buitenlandse Handel Hector De Bruyne (*) en een aantal VU-parlementsleden; Carlo Van Elsen, bedrijfsleider te Lommel, Jef Valkeniers, geneesheer-neuropsychiater te Schepdaal, Paul Van Grembergen, fractievoorzitter, Bob Maes, stichter van het VMO, Oswald Van Ooteghem, lid van het Sint-Maartsenfonds en Jaak Gabriels, burgemeester van Bree.

Een zakenman die te Asse hulde bracht aan Staf De Clercq was Valeer Portier. Portier is niet alleen beheerder van het Vlaams Economisch Verbond [voorloper van het huidige VOKA, Ben], maar ook bestuurslid van Protea en voorzitter van het ANZ. Op de lijst van het ere-comité prijkte nog een andere ondernemer: André Van Hecke, bedrijfsleider van Eurinform te Dworp. Van Hecke is ook lid van de Hertog Jan Van Brabant [Iets meer info over deze club vind je hier » Forum], een club met oud-SS'ers, als Jef François, Bert Hendrickx en Norbert Van Opstal, als leden.

Het vermelden waard in het VMO-gezelschap te Asse is de bankier Leon Rochtus, een succesrijk man in de patronale en financiële wereld.

Bron: Extreem rechts en de Staat | Verschillende auteurs

(*) Ter info: Hector De Bruyne speelde ook een prominente rol in het Eurosystem Hospitalier-dossier.

7,870

(3 replies, posted in Bibliografie)

Michael Bijnens studeerde in 2013 af aan het Rits als theatermaker en kiest sindsdien steeds vaker voor een schrijverschap dat zich uitdrukkelijk verhoudt tot de wereld, tot drugstrafiek in Mexico, het evangelisme in Brazilië, of de revoluties in Egypte en Syrië. Voor de KVS duikt hij in misdaad van eigen bodem en laat hij zich infecteren door de grootste gerechtelijke etterbuil uit de Belgische geschiedenis: het dossier rond de bende van Nijvel.

Bijnens spreekt maandenlang met de rechercheurs die nog geen zelfmoord pleegden, nog niet naar het buitenland vluchtten of nog niet gek werden verklaard. Met de verhalen die hij verzamelt, componeert hij een labyrintisch panorama van het onbekende en gaat hij op zoek naar de keuterflik achter het monumentaal mislukte onderzoek.

Willy Thomas speelt, Thomas Bellinck (Memento Park) coacht. Michiel Voet creëert een surrealistisch kabinet.

Meer » michaelbijnens.be/