Historisch gezien ligt dan het belangrijkste aanknopingspunt bij het Front de la Jeunesse. Deze groepering ontstond in 1973-1974 als een soort van jeugdbeweging uit de zogenaamde NEM-clubs. Dit waren clubs waarvan de leden bestonden uit lezers van het extreem-rechtse tijdschrift Nouvel Europe Magazine (NEM). In 1975 werd vergeefs geprobeerd om vanuit deze clubs een nieuwe politieke beweging, zelfs een nieuwe politieke partij, op te zetten: Forces Nouvelles.
Maar terwijl deze beweging bij de verkiezingen van 1977 een zware nederlaag leed, deed het FJ, onder leiding van Francis Dossogne, vanaf dat moment steeds meer van zich spreken. In de jaren 1978-1980 maakten leden van deze groepering zich schuldig aan brandstichtingen en vernielingen allerhande. Deze acties leidden er niet alleen toe dat de harde kern van het FJ in juni 1981 door de rechtbank te Brussel werd veroordeeld als privé-militie, maar werkten ook in de hand dat er via perspublicaties en via het "parlementair onderzoek betreffende de problemen in verband met de ordehandhaving en de private milities" meer en meer bekend werd over de organisatie, de werking en de aanhang van het FJ.
Meer bepaald is het relevant om enerzijds te memoreren dat een aantal leden van het FJ daadwerkelijk werd getraind in de beoefening van vechtsporten en in de hantering van vuurwapens, onder meer door militairen op schietbanen van het leger en de politie, en anderzijds dat, volgens verschillende vooraanstaande leden van het (toenmalige) CEPIC, een rechtse formatie binnen de (Brusselse) PSC, geregeld betrekkingen onderhielden met het FJ, in het bijzonder Benoit de Bonvoisin, de penningmeester van het CEPIC; van en structurele, permanente band tussen het CEPIC en het FJ zou echter geen sprake zijn geweest.
De Brusselse afdeling van het FJ kwam in 1978 onder de hoede van Paul Latinus. Deze zette zijn medestanders al vrij vlug aan om zich toe te leggen op het verzamelen van inlichtingen over linkse en/of progressieve organisaties en personen. In de loop van 1981, toen het FJ onder de druk van het overheidsoptreden in elkaar stuikte, bracht hij deze activiteit onder in een nieuwe organisatie, Westland New Post (WNP).
Mede omdat nogal wat leden Post (WNP) van het vroegere FJ deze organisatie vervoegden, slaagden Latinus en anderen erin haar in Brussel van de grond te trekken en zelfs enigermate te verbreiden naar andere steden van het land. In de korte tijd van haar bestaan (tot 1983-1984) ontwikkelde de WNP zich niet alleen verder als inlichtingendienst, maar ook tot een organisatie waarvan leden in staat en bereid waren om gewelddadige acties te ondernemen, kortom als een para-militaire organisatie.
Bron: Verslag Tweede Bendecommissie (bijlage 1 en 2)