8,271

(3 replies, posted in Organisaties)

Ch, F17, K55, MA V, CWB - 10.03.1989 - PV 22553/89

Dit PV bevat informatie over een Groep A die binnen het Belgisch leger zou zijn opgericht; Tony Dossogne, de broer van Francis Dossogne, zou er deel van hebben uitgemaakt. Die gegevens moeten in verband worden gebracht met het verhoor van E. (ibidem MA II - CWB - 24.10.1989 - PV 23114/89). Die agent van de gerechtelijke politie van Brussel heeft van 1962 tot 1980 deel uitgemaakt van het paracommandobataljon en heeft ook een training gevolgd bij de Amerikaanse "special forces" (sabotage- en commando-acties in vijandelijke landen).

Hij merkt overeenkomsten op tussen die trainingen en bepaalde feiten die zich in Waals-Brabant hebben voorgedaan, en wijst tevens op de wapendiefstal in de kazerne van Vielsalm; ook signaleert hij dat leden van de paracommando-eenheden in de jaren '70 vergaderingen hebben gehouden; tijdens die vergaderingen domineerde een extreem rechtse ideologie; hij zegt dat Dossogne, Weykamp, ... hem omstreeks 1977, 1978 hebben gevraagd schietoefeningen te geven.

Bron: Verslag Tweede Bendecommissie (bijlage 1 en 2)

8,272

(44 replies, posted in 1983)

Merovinger wrote:

Dus niet de gecarjackt auto van Watermaal-Bosvoorde?

Dit blijft toch een raar gegeven. In een nota aan de procureur des Konings van Nijvel van februari 1984 staat duidelijk dat het over deze wagen gaat:

La voiture Peugeot 504 est retrouvée quelques heures après le vol de la Golf de Madame Van Lidth de Jeude à la limite de Lasne-Waterloo, et il est constaté qu'il s'agit de celle qui appartient au Ministère de La Culture Française, volée à Watermael-Boitsfort le 28 janvier 1983 et qui a donc servi lors du hold up comme à Genval le 11 février 1983. Dans cette Peugeot 504 on retrouve une cartouche de chasse non tirée à propos de laquelle un témoin du hold up de Genval affirme qu'il s'agit d'une cartouche identique à celle qu'il a vu tomber sur le parking du Delhaize de Genval et qu'un des auteurs du hold-up a ramassée.

Dus waarom verdwijnt deze diefstal uit de lijst van Bende-feiten op de site van de onderzoekers?

8,273

(770 replies, posted in Westland New Post)

In een brief geschreven in mei 1985 vertelt Libert over zijn ervaringen met CERSBER:

Enfin, l'expérierice du CERSBER m'a forgé d'autant plus le caractère que, depuis, et une ultime fois, je considère, d'abord, ne dépendre de personne quant à mes obligations surtout lorsqu'elles sont engendrées par des individus douteux quant à leur comportement et, enfin, dorénavant m'en tenir aux conceptions "Bismarckienne" et "Nietschéenne" de la vie, à savoir: la différenciation fonctionnelle existant entre les "brains"et les "exécutants", entre les "Toréadors" et les "Joueurs de castagnettes", entre les dominants et les dominés (à titre d'information, je ne fais plus partie de la seconde classe), entre ceux qui, par Idéal, guident les brebis galeuses (terme non péjoratif précisant l'égoisme de celles-ci doublé de l'éternelle par mé connaissance des archétypes guidant la conscience humaine par delà l'honnêteté morale) et ceux qui les noient.

Het is niet het meest eenvoudige Frans, daarom de vraag aan degene met een betere kennis van het Frans om dit te vertalen. Hij maakt in zijn tekst in ieder geval duidelijk dat hij niet behoort tot de "klasse van de gedomineerde".

8,274

(2 replies, posted in Westland New Post)

In één van zijn brieven uit 1986 heeft Barbier het kort over deze operatie:

"Er moet me nog iets van het hart. Paul besloot in de zomer van 1983 met de Operatie Catacomben het bestaan van WNP aan de buitenwereld bekend te maken. Eerst contacteerde hij de journalist Christian Souris van Pourquoi Pas? Souris had zich langs zijn beste kant laten zien in een ophefmakend boek Euroterrorisme: la Belgique étranglée waarin hij wees op het communistische gevaar dat ons niet alleen van achter de Rijn maar ook intern bedreigde."

8,275

(2 replies, posted in Westland New Post)

De manier waarop WNP bekend raakte, wekt de indruk dat de West, zoals Latinus zijn groep noemde, organisatie was, maar een operatie van een altijd occult gebleven groep. Aangifte doen van de rol van Barbier in de dubbele moord leek een fase in die operatie. In de agenda's van Libert stond een operatie genoteerd, Operatie Catacomben. Hij wilde er geen woord over kwijt.

Wat er in de zomer van 1983 gebeurde, deed denken aan de Catacomben. Die zomer kwamen de WNP-leden opeens en zonder enige reden van alle kanten uit hun ondergrondse gangenlabyrint tevoorschijn gekropen. De straatrel ontstond nadat een serie pogingen om de krant te halen mislukt waren, en dat waren er veel. WNP-leider Michel Libert had in februari 1983 bij een brandje in zijn kantoor de brandweerlui gesmeekt om commissaris Konijn [Kausse] van de staatsveiligheid te bellen, maar ze dachten dat ze met een gek te maken hadden, en maakten zich snel uit de voeten.

De maand daarna kwam een anonieme informant bij de gerechtelijke politie van Brussel met het verhaal over een mystiek-politieke sekte rond Barbier en Libert. Geen reactie. De volgende dag benaderde Latinus het extreemrechtse blad Nouvel Europe Magazine met verhalen over seksschandalen van politici, over de Staatsveiligheid die gemanipuleerd werd door de KGB en over de Westland New Post, een koerierdienst voor jongeren met een Duitse generale staf, die de 'Russen' van de Staatsveiligheid uit hun nest moest roken. Daarna bewerkte hij een journalist van het liberale weekblad Pourqui Pas?, dan een collega van datzelfde blad. Maar iedereen zweeg.

Toen ontstond die straatrel. Ook die was in scène gezet, vertelde Latinus aan een journalist van Pourqui Pas?, om een huiszoeking uit te lokken. Een van de WNP-leden getuigde dat Michel Libert enkele maanden voor de rel al had aangekondigd dat hij een dag of vijf de gevangenis inging, "in afspraak met een dienst". Alleen Barbier hield vol dat hij zich die middag door een dertigtal pilsjes hees, maar volgens de dokter die erbij werd gehaald, was hij echt niet dronken en niemand snapte waarom hij op straat zo'n kabaal had gemaakt en zijn jongere broer had uitgedaagd. En toen hij zijn bekentenis had ingetrokken, vroeg niemand hem naar het fijne van die straatrel.

Binnen het ruimere extreemrechtse milieu wisten een aantal mensen dat Latinus de WNP ging opblazen. Jean-Marie Paul, een met Latinus bevriende militant van het Front de la Jeunesse, liet vanuit Asuncion, de hoofdstad van Paraguay, aan Eric Lammers in juli 1983 weten dat Eric problemen had en welkom was. Lammers wist niet dat hij problemen had en ging de Alpen beklimmen. FJ-leider Francis Dossogne ontbood hem en zei dat de politie verdacht veel belangstelling voor hem had. Dossogne maakte 'een teken alsof hij iemand de keel oversneed'.

Niemand kwam in actie en Latinus stapte zelf naar het gerecht. Zo kreeg hij de aandacht die hij zocht, maar werd hij meegezogen in die moordzaak [de dubbele moord in Anderlecht] waar hij allicht buiten had willen blijven. Gauw werd duidelijk dat de maarschalk commissaris Smets misschien wel nooit had vertrouwd en hem volgens een aantal WNP'ers echt haatte.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

8,276

(39 replies, posted in 1980-1989)

De kogels die gebruikt werden bij deze moord waren zeer speciaal:

De onderzoekers hadden geen moordwapen, maar wel de kogels waarmee de slachtoffers werden doodgeschoten. Ze gingen op onderzoek. "Het waren kleine, zelf gegoten kogels", vertelde Willy Meurillon. "Wij vermoedden dat de daders een licht pistool gebruikten, wat je nooit tegenkomt in de criminaliteit of in schietclubs, een kaliber zonder trefkracht."

"Dooms heeft voor de dubbele moord in de Herdersliedstraat nog een zaak gehad waarbij iemand werd geliquideerd met artisanale kogels. Dat was een Spanjaard die in Anderlecht voor zijn deur werd afgemaakt. De man handelde in wapens via Luxemburg. Die zaak is ook nooit opgehelderd. We hebben zonder veel hoop de schietclubs aangesproken. In Brussel maakten die allemaal zelf hun kogels. Ze kochten het materieel bij wapenhandel Binet in de Koningstraat. Je moet een weegschaal hebben, en een matrijs. Een installatie is niet onoverkomelijk duur, zo’n 400 euro toen, maar ze loont enkel de moeite voor wie er ontzettend veel gebruik van maakt. Daarom gebruiken schutters het gereedschap van hun club."

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

8,277

(54 replies, posted in 1983)

noorderling wrote:

Met andere woorden en met alle respect, ik denk dus dat het plaatsen van dit topic onder 'feiten' uit 1983 voorbarig en speculatief is. Het ontbreekt namelijk aan een harde link.

» killersbrabant.be

Soms heb je geen hard bewijsmateriaal nodig maar kan je aan de hand van deductie - of een teveel aan toeval - ook wel concluderen wie er achter een bepaald feit zit.

8,278

(770 replies, posted in Westland New Post)

Trojan wrote:

Na de ontdekking van de WNP in 1983 richtte Libert deze organisaties op:

  • Les compagnons du Christ Graal

  • CERSBER: centre d'étude et de recherche socio-biologique et raciale

Volgens informatie die Robert Chevalier had, bleef WNP na 1983 verder bestaan onder de naam CERSBER. Dit wil dus zeggen dat Michel Libert na het uiteenvallen van WNP de organisatie over nam, ze een nieuwe naam gaf en verder deed met de acties van WNP.

8,279

(45 replies, posted in Gladio - Staatsveiligheid)

De naoorlogse periode was er voor Italië één van bloedige moorden, aanslagen en anti-linkse complotten, waarvan we hier [in het doctoraat van Klaartje Schrijvers] slechts een fragment lieten zien. In 1990 besloot een parlementaire onderzoekscommissie zich te buigen over de terroristische aanslagen en bloedbaden in de jaren 1970 en 1980.

Onafhankelijk daarvan was een rechter, Felice Casson, op het geheime leger Gladio en andere CIA-betrokkenheden gestuit. Met zijn bevindingen stapte hij naar de commissie, die voortaan in haar hele onderzoek niet meer voorbij kon gaan aan de Gladio-operaties. Een finale doorbraak kwam er toen niemand minder dan voormalige eerste minister Giulio Andreotti op 71-jarige leeftijd getuigenis kwam afleggen in het parlement en later een uitvoerig rapport indiende over Gladio.

Zijn getuigenis was op z'n zachtst gezegd opmerkelijk, gezien Andreotti in zijn hoedanigheid van eerste minister en dit tot zeven keer toe (hij was in totaal trouwens 21 keer minister waarvan 6 keer minister van buitenlandse zaken) niet alleen een bevoorrechte getuige was van de CIA-bemoeienissen en de Gladio-operaties in Italië, maar er ook deelachtig aan was.

Geboren in 1919 te Rome en vanaf zijn 35ste minister in het Italiaanse parlement, slaagde hij erin in ontelbare coalities aan de macht te blijven. Sommigen vergeleken hem dan ook met Caesar, maar tegenstanders noemden hem een achterkamer-politicus en sjacheraar van het zuiverste soort en gaven hem de bijnaam "the uncle".

Toen met het einde van de Koude Oorlog ook een einde kwam aan de eerste republiek in Italië, werd Andreotti voor talloze gerechtshoven gevoerd en beschuldigd van manipulatie van de politieke instituten, van samenwerking met de mafia en het geven van orders voor het ombrengen van politieke opponenten. In november 2002 werd Andreotti veroordeeld tot 24 jaar celstraf, maar de rechters werden bedreigd. Uiteindelijk werd de uitspraak in 2003 nietig verklaard, en "the uncle" loopt nog steeds op vrije voeten.

Volledig betrokken in de geheime CIA- en NAVO-acties ten tijde van de Koude Oorlog, vond Giulio Andreotti blijkbaar ook de tijd om lid te zijn van de AESP van Florimond Damman. Op de ledenlijst van de AESP uit 1978 prijkt zijn naam in het illustere gezelschap van Otto von Habsburg, Carlo Pesenti, Antoine Pinay, Alfredo Sanchez-Bella, Jean Violet, Aloïs Mertes, Hans Huyn, André Voisin en ook enkele Belgen zoals Gaston Eyskens, Paul Vanden Boeynants, Benoit de Bonvoisin.

Zoals hoger vermeld had ook de AESP als doel de linkse subversie en in het bijzonder het communisme met alle macht te bestrijden. Het vermoeden rijst dat ze daarbij niet zo onschuldig tewerk ging als uit de neergeschreven doelstellingen mocht blijken. De aanwezigheid van vele hooggeplaatste actieve of op rust zijnde regeringsleiders verraadt een hoger plan.

Hoe het ook zij, Andreotti’s getuigenis was van onschatbare waarde, en niet alleen voor Gladio in Italië. Gestaafd met documenten beweerde hij dat vele andere landen eenzelfde geheime leger hadden gekend, en niet het minst Frankrijk. Een storm kwam over Europa en diverse landen startten een eigen parlementaire onderzoekscommissie. Niet zo in Frankrijk, waar toenmalige eerste minister Jacques Chirac bij hoog en bij laag bleef beweren dat Frankrijk geen Gladio netwerk had gekend. De parlementaire Gladio commissie in Italië had zich echter zo vastgebeten in het onderzoek, dat onomstotelijk kon worden aangetoond dat Chirac hier loog.

Bron: De netwerking van een neo-aristocratische elite in de korte 20ste eeuw | Klaartje Schrijvers

8,280

(7 replies, posted in Politiek & Business)

De moord op Aldo Moro

De verkiezingen van 1976 draaiden echter uit op de grootste overwinning ooit van de PCI [Communistische partij van Italië] met 34,4 %, en een duidelijke nederlaag van de DCI. Nu vond Aldo Moro de moed om tegen het VS-veto in te gaan. In een "historisch compromis" werkte hij een plan uit om ditmaal zelfs de communisten in de regering op te nemen. Met dit "historisch compromis" in zijn aktetas reden zijn bodyguards hem op 16 maart 1978 naar het paleis van het Italiaans parlement te Rome. De auto zou echter nooit arriveren. Een witte Fiat ramde onderweg de auto van Aldo Moro. Zijn bodyguards werden doodgeschoten. Aldo Moro zelf werd 55 dagen gevangen gehouden, om nadien te worden geëxecuteerd. Italië was in shock en eerste minister Andreotti legde meteen de schuld bij de Rode Brigade.

De parlementaire Gladiocommissie kon jaren later concrete aanwijzingen vinden dat in werkelijkheid de CIA, de Italiaanse militaire geheime dienst en daarin Gladio achter de moord zaten. De kidnapping was weliswaar het werk geweest van de Rode Brigade, maar nog voor zijn dood, gedurende de dagen in gevangenisschap, ontdekte Moro zelf dat de Rode Brigade slechts als instrument diende voor een dieperliggende agenda van extreem-rechtse krachten en de VS. In erg cryptische bewoordingen, zorgvuldig gewikt en gewogen, wist hij zijn vrouw en vrienden de sleutel van de waarheid in enkele brieven over te maken.

Wanneer een uitwisseling van communistische gevangenen door de Rode Brigade werd geëist, in ruil voor een eventuele vrijlating van Aldo Moro, weigerde de voormalige DCI minister, Emilio Taviani formeel. Zich door die valse "vriend" in de steek gelaten voelend, schetste Aldo Moro in een open brief aan de kranten Taviani als volgt, en wilde hiermee enkele bedenkelijke verbanden aantonen:

"In zijn lange politieke carrière , die hij vervolgens plotseling heeft opgegeven, zonder een plausibele reden tenzij het was om zich voor hogere verantwoordelijkheden gereed te houden, heeft Taviani, na ook een korte periode, echter zonder succes, als partijsecretaris te zijn opgetreden, de meest verschillende en belangrijke ministerposten bekleed. Onder deze wil ik om hun belangrijkheid noemen het ministerie van defensie, en dat van binnenlandse zaken, beide lange tijd bekleed met alle complexe mechanismen, machtscentra en geheime vertakkingen die ze met zich meebrengen."

"In dit opzicht kan eraan herinnerd worden dat admiraal Henke, hoofd van de SID geworden en vervolgens stafchef van defensie, een man naar zijn geest was die langdurig met hem had samengewerkt. De belangrijkheid en de delicate aard van de talloze beklede functies kan ons het gewicht verklaren dat hij in de partij en in de Italiaanse politiek heeft gehad, totdat hij het toneel scheen te hebben verlaten. In beide delicate functies die hij heeft bekleed, heeft hij directe en vertrouwelijke contacten gehad met de Amerikaanse wereld. Is er misschien, in zijn harde houding tegenover mij, een Amerikaanse en Duitse vingerwijzing?"

Die retorische vraag was een subtiele manier voor deze man in gevangenschap, wiens dagen waren geteld, om iets te laten doorsijpelen van datgene waarvan hij wist dat het eigenlijk zo was. Toen echter door de Gladiocommissie werd overgegaan tot een diepgaander onderzoek naar de zaak, bleek het volledige dossier van de moord op Aldo Moro uit het ministerie van binnenlandse zaken te zijn verdwenen.

Bron: De netwerking van een neo-aristocratische elite in de korte 20ste eeuw | Klaartje Schrijvers