De naoorlogse periode was er voor Italië één van bloedige moorden, aanslagen en anti-linkse complotten, waarvan we hier [in het doctoraat van Klaartje Schrijvers] slechts een fragment lieten zien. In 1990 besloot een parlementaire onderzoekscommissie zich te buigen over de terroristische aanslagen en bloedbaden in de jaren 1970 en 1980.
Onafhankelijk daarvan was een rechter, Felice Casson, op het geheime leger Gladio en andere CIA-betrokkenheden gestuit. Met zijn bevindingen stapte hij naar de commissie, die voortaan in haar hele onderzoek niet meer voorbij kon gaan aan de Gladio-operaties. Een finale doorbraak kwam er toen niemand minder dan voormalige eerste minister Giulio Andreotti op 71-jarige leeftijd getuigenis kwam afleggen in het parlement en later een uitvoerig rapport indiende over Gladio.
Zijn getuigenis was op z'n zachtst gezegd opmerkelijk, gezien Andreotti in zijn hoedanigheid van eerste minister en dit tot zeven keer toe (hij was in totaal trouwens 21 keer minister waarvan 6 keer minister van buitenlandse zaken) niet alleen een bevoorrechte getuige was van de CIA-bemoeienissen en de Gladio-operaties in Italië, maar er ook deelachtig aan was.
Geboren in 1919 te Rome en vanaf zijn 35ste minister in het Italiaanse parlement, slaagde hij erin in ontelbare coalities aan de macht te blijven. Sommigen vergeleken hem dan ook met Caesar, maar tegenstanders noemden hem een achterkamer-politicus en sjacheraar van het zuiverste soort en gaven hem de bijnaam "the uncle".
Toen met het einde van de Koude Oorlog ook een einde kwam aan de eerste republiek in Italië, werd Andreotti voor talloze gerechtshoven gevoerd en beschuldigd van manipulatie van de politieke instituten, van samenwerking met de mafia en het geven van orders voor het ombrengen van politieke opponenten. In november 2002 werd Andreotti veroordeeld tot 24 jaar celstraf, maar de rechters werden bedreigd. Uiteindelijk werd de uitspraak in 2003 nietig verklaard, en "the uncle" loopt nog steeds op vrije voeten.
Volledig betrokken in de geheime CIA- en NAVO-acties ten tijde van de Koude Oorlog, vond Giulio Andreotti blijkbaar ook de tijd om lid te zijn van de AESP van Florimond Damman. Op de ledenlijst van de AESP uit 1978 prijkt zijn naam in het illustere gezelschap van Otto von Habsburg, Carlo Pesenti, Antoine Pinay, Alfredo Sanchez-Bella, Jean Violet, Aloïs Mertes, Hans Huyn, André Voisin en ook enkele Belgen zoals Gaston Eyskens, Paul Vanden Boeynants, Benoit de Bonvoisin.
Zoals hoger vermeld had ook de AESP als doel de linkse subversie en in het bijzonder het communisme met alle macht te bestrijden. Het vermoeden rijst dat ze daarbij niet zo onschuldig tewerk ging als uit de neergeschreven doelstellingen mocht blijken. De aanwezigheid van vele hooggeplaatste actieve of op rust zijnde regeringsleiders verraadt een hoger plan.
Hoe het ook zij, Andreotti’s getuigenis was van onschatbare waarde, en niet alleen voor Gladio in Italië. Gestaafd met documenten beweerde hij dat vele andere landen eenzelfde geheime leger hadden gekend, en niet het minst Frankrijk. Een storm kwam over Europa en diverse landen startten een eigen parlementaire onderzoekscommissie. Niet zo in Frankrijk, waar toenmalige eerste minister Jacques Chirac bij hoog en bij laag bleef beweren dat Frankrijk geen Gladio netwerk had gekend. De parlementaire Gladio commissie in Italië had zich echter zo vastgebeten in het onderzoek, dat onomstotelijk kon worden aangetoond dat Chirac hier loog.
Bron: De netwerking van een neo-aristocratische elite in de korte 20ste eeuw | Klaartje Schrijvers