Het schandaal rond de loge P2 en de bank van het Vaticaan
Toen de Milanese magistratuur de villa van Gelli te Arezzo de Gardia binnenviel, was dit in het kader van een grootscheeps onderzoek naar het frauduleuze failliet van de Bank van het Vaticaan, namelijk het Institut des Oeuvres de Religions (IOR). Tot hun grote verbazing rolde ze gelijktijdig een clandestiene anticommunistische loge op.
Het begon allemaal met een zekere Michel Sindona, gelieerd aan de maffia en geroutineerde oplichter, maar die zich had opgeworpen tot schatbewaarder van het Vaticaan. Hij werd tijdens het pontificaat van Paulus VI de beheerder van het hele bezit van de Heilige Stoel.
In 1961 kocht Sindona de Banca Privata Italiana. Bij financiën kreeg hij als het ware een vrijgeleide, en bovendien ging hij door voor een ware christen-democraat. In 1969 voegde hij daar de Banca Unione bij en maakte zich aldus een gigantisch imperium rijker. De leiders van de christen-democratische partij Andreotti en Colombo bevolen hem aan bij het Vaticaan. Gedurende 5 jaar, van 1969 tot 1974 waren monseigneur Marcinkus, bewaker van het pauselijke korps en chef van het IOR, en Sindona co- beheerders van de IOR.
In 1972 kocht Sindona de Franklin National Bank op, de 20ste bank van de VS. In 1973 trok Sindona echter de aandacht van de controlecommissie van de Amerikaanse beurs. Marcinkus en Roberto Calvi van de Banco Ambrosiano, waren gealarmeerd en keerden hem de rug toe. Het gevolg was een totale krach van de Franklin National Bank en bijgevolg van het hele financiële imperium dat Sindona had opgebouwd. Sindona werd in de VS veroordeeld tot 25 jaar en vloog de gevangenis in. Maar Sindona zinde op wraak. Na acht jaar kwam hij vrij en zijn wraak was dan ook magistraal.
Roberto Calvi was hem intussen opgevolgd in het IOR. In zijn nieuwe functie was die kleine onopvallende bankier één van de belangrijkste mannen in Italië geworden. De macht steeg hem naar het hoofd en hij droomde ervan de occulte leider van Italië te worden. Wat hem ook bijna lukte, dankzij de clandestiene organisatie de loge P2.
Het was wel Sindona die Calvi aan Gelli voorstelde. Calvi werd vervolgens in de maçonnieke loge opgenomen en hielp P2 in het transfereren van haar geld naar het buitenland. En ook via Calvi’s bemiddeling richtte P2 een bank op in Latijns-Amerika, de Bafisud, bedoeld om lokale dictaturen te steunen. Wijzen we er op dat Gelli nauwe banden had met de Italiaanse terrorist Delle Chiaie, die op dat moment in Bolivië woonde in het gezelschap van de ex-nazi Klaus Barbie, dan wordt duidelijk hoe Sindona’s wraak op Calvi zich moest voltrekken.
De kleine onopvallende bankier vertoefde voortaan middenin het criminele milieu en was er zelf deelachtig aan. Na de inval in de villa van Gelli, ontdekte justitie na veel en lang diepgaand onderzoek het hele netwerk rond de loge P2, en op 20 mei 1981 werden 953 namen bekend gemaakt van betrokken ministers, afgevaardigden, magistraten, politiemannen, militairen enz., die deel uitmaakten van loge P2. Tussen 20 mei en 20 juli evolueerde het schandaal verder en verkreeg men inzicht in het complot en de oplichting door eerst Sindona en later Calvi.
Op 20 juli werd Calvi veroordeeld wegens frauduleus bankroet, illegale transfer van kapitaal, oplichting en schending van vertrouwen. Gelli vluchtte naar Latijns-Amerika. Calvi panikeerde volledig en stuurde geheime afgezanten naar Gelli, maar die had intussen bij Pinochet politiek asiel gekregen. Calvi had echter geld nodig, maar iedereen weigerde hem dit te geven. Hij verdween, en men vond hem op 18 juni 1982 terug onder een Londense brug met twee maçonnieke stenen in zijn zakken. Toeval of niet, maar diezelfde dag waren de mannen van Delle Chiaie ook in Londen.
Sinds deze pseudo-zelfmoord werd het schandaal alleen maar grotesker. De politieke banden zijn tot op de dag van vandaag nog niet helemaal uitgeplozen. In ieder geval was de enige die in de gevangenis terecht kwam Sindona.
Pittig detail. In de fraude georganiseerd onder de dekmantel van de bank van het Vaticaan, verscheen ook Carlo Pesenti. Carlo Pesenti was immers een sleutelfiguur in die bank. Om de schulden van de OIR af te betalen zag hij zich genoodzaakt twee van zijn eigen banken te verkopen.
Bron: De netwerking van een neo-aristocratische elite in de korte 20ste eeuw | Klaartje Schrijvers
