8,781

(260 replies, posted in Westland New Post)

Extreemrechtse topgangster geeft toe: "Wij deden verkenningen voor Bende van Nijvel"

De speurders die de Bende van Nijvel willen ontmaskeren, zijn ervan overtuigd dat leden van extreemrechtse organisaties achter de dodelijke overvallen zitten. Gangster Eric Lammers (54) geeft vanavond in een RTBF-reportage toe dat de rechtse WNP, waar hij lid van was, destijds warenhuizen verkende met het oog op gewapende overvallen.

Meer » Nieuws

8,782

(118 replies, posted in Speurders)

Merovinger wrote:

Ruth blijft erbij dat de Bende pure banditisme was en dat men de profilster verder had moeten laten werken » www.dhnet.be

Bedankt voor de tip. Ik vraag me af of Dupont ook iets heeft gevraagd over de huidige ontwikkelingen in het onderzoek: Tinck, Ronquières, ...

8,783

(1,233 replies, posted in Onderzoeksdaden)

Niet Simpel wrote:

Van de zwaaikom werden dus ongetwijfeld gedetailleerde sonarbeelden gemaakt maar er werd niets gevonden omdat de zakken die op 6 november 1986 gevonden werden er in de desbetreffende periode eenvoudigweg niet lagen.

Heel de tekst lezen. Er werden geen sonarbeelden gemaakt van de zwaaikom omdat het water te ondiep was voor de boot.

Merovinger wrote:

Vinden jullie niet raar dat eind november 1986 al niet meer kon achtergehaald worden wanneer dat PV zou overgemaakt geweest zijn aan de Delta-cel?

Ja, daarom heb ik er ook een lijn onder gezet. smile

Merovinger wrote:

De Delta-cel zegt echter nergens dat op die sonarbeelden bijzonderheden te zien waren geweest t.h.v. de zwaaikom van Fauquez. Dus waarom voeren ze dan toch nog een duikoperatie in november 1986 in die zwaaikom?

Misschien had de zwaaikom van Fauquez hetzelfde probleem als de zwaaikom in Ronquières, te ondiep voor de boot met het sonarmateriaal.

8,784

(1,233 replies, posted in Onderzoeksdaden)

Het laatste gedeelte over Ronquières uit het boek Beetgenomen:

Was Ronquières dan onbelangrijk? Zeker niet. Ronquières vertelde enkele geheimen van de Bende van Nijvel. Sommige werden met veel geduld ontraadseld, andere nog altijd niet. "Het allerbelangrijkste leidt met een beetje geluk naar opheldering: op een stuk kogelwerend vest in de zwaaikom zat DNA, de handtekening van een dader. De nieuwe onderzoeksrechter Martine Michel had het goede idee om alle materiële sporen opnieuw na te laten kijken, en dankzij een verbeterde technologie werd het profiel ontcijferd", bevestigden speurders van Delta en de Cel. De vondst in Ronquières blijft dus de beste kans om nog resultaat te halen in dit verziekte dossier, en als dat ooit gebeurt, is dat te danken aan Martine Michel, die de stukken kogelwerende vest opnieuw in onderzoek nam, maar in de eerste plaats toch aan Delta, die ze naar boven dregde.

De dumping verklapte een tweede geheim: de Bende van Nijvel had op 10 november 1985 nog plannen. Ze was niet klaar, want de meeste Bende-wapens lagen niet in de zwaaikom, ook de twee riotguns en de Ingram niet waarmee in 1985 zestien mensen om het leven werden gebracht.

Er was een derde geheim. Delta-leden vertelden: "Toen wij die zakken opvisten, hoorden we dat de speurders van Nijvel op basis van de twee getuigen op de oever in november 1985 ook een label van Legia-munitie gevonden hadden. Zij, wij niet. Maar wij hebben dat stuk verpakking geanalyseerd. Het kwam uit een lot waar een fout in zat, en die fout leidde naar de springstoffenleverancier van Patrick Haemers, Robert Darville."

De vondst vertelde ook dat de leden van de Bende van Nijvel knoeiers waren met hun wapens. De patroongordels, pistooltassen en messenhouders kwamen niet uit de winkel, maar waren zelf gemaakt, met lompe hand gesneden en gehamerd en met nietjes aan elkaar geklungeld.

Het succes van Ronquières werd Delta nooit gegund. Voor de maand om was, moest substituut Willy Acke zich verantwoorden waarom ze in godsnaam daar waren gaan duiken. Toen al kon niet meer achterhaald worden wanneer Delta de kopie van het proces-verbaal met de verhoren van de twee dumpinggetuigen in handen had gekregen. Delta-leden zeiden: "Na Ronquières is de verhouding tussen de onderzoekscellen totaal verziekt. De zaak werd ei zo na een Vlaams-Waalse kwestie. We hebben het kanaal Brussel-Charleroi doorzocht, dat al decennia de vuilbak was van de De Staerke-clan, maar ook de Zenne en het kanaal Brussel-Willebroek, weken aan een stuk, en zo zijn we ten slotte in Ronquières gearriveerd. Daar kunnen ze bij de Cel Waals Brabant niet bij. Zij blijven erbij dat er een informant moet zijn. Maar het enige wat we wilden, was een informant."

Delta had een belangrijke vondst gedaan in het kanaal, maar wat ze zochten hadden ze niet opgedregd: de antracietgrijze Golf GTI met de gepantserde achterdeur en de grijze gespikkelde jas van Johnny. Twee mensen die gewond raakten in de Delhaize van Aalst, vertelden dat de schutter zo'n jas droeg. Twee maten van Johnny, die geen inzage hadden in dit proces-verbaal en het dus niet konden weten, signaleerden bij Delta dat De Staerke een gespikkelde jas had. Maar de vondst in Ronquières had Delta geen stap dichter bij De Staerke gebracht.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

8,785

(1,233 replies, posted in Onderzoeksdaden)

En het verhaal in Beetgenomen gaat verder (let op, het boek is uitgegeven in september 2013):

Het was natuurlijk verwarrend dat het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) volgens een Franstalig weekblad had vastgesteld dat de cheques van Aalst die in de zakken van Ronquières aangetroffen waren, in zo goede staat waren dat ze hooguit twee maanden in het water gelegen konden hebben, en zeker geen jaar.

Alleen andere wetenschappers kunnen daar iets zinnigs over zeggen. Maar wie weet in welke omstandigheden die spullen daar lagen? Uit de processen-verbaal van de vondst kon het NICC een paar dingen opmaken, maar of dat voldoende was om de situatie na te bootsen voor hun tests? Het verslag was niet expliciet, en was de situatie in de zakken nog hetzelfde na het bovenhalen als op de bodem, of maakt dat niet uit? De cheques zaten in een open plastic vuilniszak, die in een andere, ook al niet gesloten plastic vuilniszak zat. Maar hoe zaten die in elkaar? Opgerold, zodat het water er minder snel in kon sijpelen? In het proces-verbaal staat dat niet. Kon dat een verschil maken?

Wat vertelde corrosie van de gevonden wapenonderdelen? Delta en later ook Charleroi waren daarmee een paar keer naar Wiesbaden gereisd, naar het Bundeskriminalamt. De Duitse specialisten kregen een briefing waarin gezegd werd dat de wapens ongeveer een jaar in het water hadden gelegen. Zou het die deskundigen ontgaan zijn als dat niet klopte, als er veel minder oxidatie was dan er normaal had moeten zijn? De vakkennis van de Duitse dienst was onomstreden en ze hadden de geavanceerdste apparatuur van Europa. Zijn de Duitsers onfeilbaar?

"De Duitsers zijn altijd onfeilbaar, behalve als ze het nicht gewusst haben", ze de Nederlandse hoogleraar rechtspsychologie Peter van Koppen en hij lachte uitbundig. Ik [Hilde Geens] had hem in de jaren 90 geïnterviewd en nu zaten we opnieuw bijeen in een restaurant in Antwerpen. Van Koppen had in Nederland beruchte rechterlijke dwalingen ontdekt, wat bijvoorbeeld in de zaak van Schiedammer Parkmoord geleid had tot een nieuw onderzoek, de vrijspraak van iemand die vier jaar onschuldig in de gevangenis zat, en de veroordeling van de echte dader. Van Koppen werd geregeld ingeschakeld om politieteams te adviseren hoe ze hun werkmethodes zouden kunnen verbeteren. 

Met het project 'Gerede Twijfel' vlooit hij met studenten aan de rechtsfaculteit in Maastricht oude politieonderzoeken uit, die, als er voldoende aanwijzingen zijn dat er verkeerd werd gerechercheerd en dat er dus gerede twijfel bestaat, opnieuw behandeld kunnen worden door de Revisieraad. Die mogelijkheid is er in België niet. Het project is zo'n succes dat er in 2012 een televisieserie over werd gemaakt en in 2013 volgde zijn boek 'Gerede Twijfel'. (...)

Bij zijn project botste hij op veel ergerlijke verklaringen van experts en hij had meteen bedenkingen toen ik over de controverse over de vondst in de zwaaikom naar aanleiding van het forensisch onderzoek van het NICC vertelde. "Het is cruciaal om te weten wanneer die spullen daar gegooid zij", zei Van Koppen. "De vraag is: kun je dat weten? Ik sta erg argwanend tegenover dit soort forensisch onderzoek. Mijn ervaring is dat het een deskundige vaak verleidt tot beweringen die helemaal niet hun vakgebied zijn." 

De hoogleraar zwaaide met een koffielepeltje. "Kijk, als ik wil weten hoe lang dit lepeltje in het water gelegen heeft, moet ik heel goed weten hoe deze metaalsoort reageert in de verschillende etappes dat ze met water in contact blijft, en vaak zijn daar helemaal geen gegevens over en heb je dus geen vergelijkingsmateriaal. Ander voorbeeld. Koper - en hulzen zijn van koper - oxideert in water en wordt groen, en zo gauw het groen is, stopt dat proces. Van een huls kun je dus zeggen dat ze minimaal zo lang in het water gelegen moet hebben, maar niet hoeveel tijd ze er maximaal in gelegen kan hebben."

Het NICC gaf geen commentaar. "Het bendeonderozek staat open, dus kan er niet over gecommuniceerd worden", antwoordde de vriendelijke woordvoerster. In juli 2013 werd de verwarring nog groter. La Dernière Heure schreef dat voorwerpen die het NICC onderzocht had, niet gevonden waren in de zwaaikom maar afkomstig waren van een andere inbeslagneming. Meteen kondigde de procureur-generaal van Luik, Christian De Valkeneer, aan dat hij het onderzoek naar de Bende van Nijvel verder zou opvolgen tot aan de verjaring in 2015.

Toen de journalist van La Dernière Heure [Gilbert Dupont] hem daarover belde, wilde De Valkeneer niet ingaan op de polemiek rond Ronquières. Dat was op zich al een veeg teken, want waarom zei hij het niet gewoon als de krant onzin had gepubliceerd over die 'andere inbeslagneming'?

Hoe dan ook, er zit voor een buitenstaander niets anders op dan geduld te oefenen. De Cel Waals Brabant was geen buitenstaander en besloot dat Delta gemanipuleerd was. Maar om wat te bewijzen dan? Wat was de meerwaarde van Ronquières? Daar is zo veel over gezegd en geschreven in de parlementaire onderzoekscommissies dat we er een idee van hebben. De verbanden tussen de eerste en tweede golf misdaden van de Bende van Nijvel stonden bijna een jaar voor die vondst al vast. Commandant Claude Dery zette ze een paar weken na de laatste benderaid in Aalst op papier, en de deskundigen van de Koninklijke Militaire School deden dat kort erna opnieuw. Ronquières bevestigde voor de derde keer in grote lijnen wat de speurders al een jaar wisten. (...) Op het eerste zicht had de Bende van Nijvel hier in paniek de inhoud van een garagebox in het kanaal gekieperd.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

8,786

(1,233 replies, posted in Onderzoeksdaden)

Op pagina 27 van dit topic verwijst Merovinger naar een passage uit het boek Beetgenomen. Met kennis die we nu hebben, is het interessant om heel dit verhaal over te nemen:

Volgens vele verklaringen dumpten de De Staerkes spullen die ze niet meer konden gebruikten in het water, bij voorkeur in de Zenne en in het Kanaal Brussel-Charleroi. Op 6 en 7, 12 en 13 november 1986 visten de genietroepen van Burcht in de zwaaikom van Ronquières onderdelen op van wapens, munitie en stukken kogelwerende vesten en andere rekwisieten van de Bende van Nijvel.

Ze waren daar niet toevallig beland. Delta was al weken op zoek naar een grijze Golf met gepantserde achterkant waarin Johnny gesignaleerd was. Kompanen van Salesse zeiden dat deze in 1985 een askleurige GTI had gestolen. Popolino had erover 'gehoord', maar de wagen 'nooit gezien', en Salesse sprak tegen dat hij er een gehad had. In de boxen die Delta vond, allemaal in de buurt van de Edmond Machtenslaan in Sint-Jans-Molenbeek, bevond zich geen grijze Golf.

Wel had een getuige er een opgemerkt vlak daarbij in de Serpoletstraat 4. Begin 1986 zag hij drie mannen van het 'Middellandse Zee-type' een grijze Golf GTI uit box 15 duwen. "De accu is leeg", zeiden ze in het Frans toen ze zagen dat iemand stond te kijken. Aan de overkant stond een felrode auto. Misschien de rode Nissan? Maar waar was de grijze Golf gebleven?

Er zat niets anders op dan het kanaal te dreggen. Delta-leden vertelden: "We zijn afgevaren vanuit Brussel naar Charleroi met een boot van het ministerie van Openbare Werken om sonarbeelden van de bodem te maken. Op maandagmorgen 11 september doken we de eerste keer in Anderlecht. We werkten het kanaal elke werkdag verder af, veertien dagen aan een stuk, en we waren tot in Nijvel geraakt. Die sonardocumenten zijn nu verdwenen in Charleroi."

Ik ga hier even iets toevoegen: als de Delta-speurders op 11 september in Brussel vertrokken zijn, wil dit zeggen dat iemand na de start van de zoekactie de spullen in het kanaal heeft gedumpt. Ik kan mij voorstellen dat de start van de zoekactie in de kranten heeft gestaan.

"Terwijl we bezig waren, contacteerde een speurder ons, die we kenden omdat hij in Halle gewerkt had en daar te maken kreeg met de De Staerkes, en die verkast was naar Nijvel. 'Jullie weten toch dat getuigen de zondagnacht na Aalst spullen zagen dumpen in de zwaaikom?' Dat wisten we dus niet. De collega kopieerde het proces-verbaal van de getuigenissen, en speelde het door aan Delta-speurder Philippe Vermeersch. Die riep ons erbij: 'Moet je dat hier zien, daar moet iets gebeurd zijn.' Wanneer was dat? Sla me dood, niemand van ons die het nog weet."

"Volgens dat proces-verbaal hadden twee getuigen onafhankelijk van elkaar daar twee wagens opgemerkt op de zondagnacht na de raid in Aalst, die met gedoofde lichten reden. De inzittenden hadden er zeker een kwartier rondgehangen en een van de getuigen zag ze iets in het kanaal gooien. Aan de over had opgeroepen brigade een Legia-munitielabel gevonden, eindjes touw en verderop een kolf. Maar in de zwaaikom zelf werd niks opgevist. De politie had een duiker ingehuurd, een garagist. Hij had daar in 1985 hooguit een paar uur gedoken en het toen opgegeven."

"Nu beweert die duiker dat hij daar vier dagen aan het werk was. Ik wil wel, maar waarom hebben ze ons dan toen iets anders gezegd? Waarom is dat al die jaren daarna nooit rechtgezet? Niet tijdens de vergaderingen met Delta met andere bendeonderzoeksteams in de jaren '80, niet tijdens de verhoren in de tweede parlementaire commissie. Daar is zo veel over geëmmerd en nooit heeft iemand gezegd dat het niet klopte."

"Maar goed, wij lazen dat proces-verbaal dat de zwaaikom bijzonder interessant maakte, dus besloten we opnieuw te duiken. Sonarbeelden konden daar niet gemaakt worden, omdat het er te ondiep was voor het schip. We namen contact op met het ministerie van Openbare Werken om het kanaal daar af te sluiten en een deel leeg te pompen. Dat kon niet, want dan zouden de dijken het begeven."

"Donderdagochten begonnen we te duiken in de zwaaikom. Wij hebben een team ingezet van soms tien, elf duikers van de genietroepen in Burcht die met een kapel heel de zwaaikom op de tast, meter voor meter hebben gedregd, want we waren bang dat de metaaldetector kleine voorwerpen zou missen."

"We hadden een tactisch team dat niks anders deed dan sporenanalyse, wat toen revolutionair was bij de Belgische politie. Zij hadden uitgezocht dat een Duits bedrijf het verst stond op vlak van analyse in het water met een mobiele metaaldetector. Het was te duur om die apparatuur te kopen, maar ze waren bereid om ze een week te verhuren, en we konden ze bevestigen op een rubberbootje. Van 3 tot 7 november konden we erover beschikken. De duikers hadden snel resultaat."

"In 2012 zei de Cel Waals Brabant: 'Jullie hebben die apparatuur gehuurd om te gaan duiken in de zwaaikom, de rest is opgezet spel, die sonarbeelden zijn onvindbaar.' Vermeersch is de kop van Jut. Hij had een vuilniszak in het water gegooid om te zien hoe ver die bovendreef en wanneer die zou zinken, afhankelijk van het gewicht dat erin zat. Hij dacht dat de naam van de gemeente erop stond, maar dat bleek niet te kloppen. Verdacht! Maar dat is zesentwintig jaar geleden. Ze zeiden net niet dat we die zakken er zelf hebben in gegooid. Dat is de situatie waarin we zitten."

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

8,787

(217 replies, posted in Andere Personen)

Eind 1988 - de Bende van Nijvel was toen al lang van de aardbol verdwenen - zat Bruno Vandeuren in de gevangenis van Lantin. Op 1 december mocht Vandeuren totaal onverwachts met penitentiair verlof. Hij had volgens zijn familie niet eens de helft van zijn straf uitgezeten en had er absoluut geen recht op, en zijn eigen advocate wist waaraan hij die gunst te danken had. "Bruno was een recidivist en mocht normaal pas vrij na twee derde van zijn straf, ten vroegste in 1990", schreef zijn nichtje 'Calimero' in 2008 op het internet [op het Franstalig forum]. "Hij nam geen contact op met ons." 

Iemand las dat, en reageerde. Een zekere Rocky had Bruno in de periode van zijn onverwachte vrijlating ontmoet. De BMW-dief was na zijn verlof niet teruggekeerd naar de gevangenis, maar ondergedoken bij criminele vrienden. Hij bereidde een slag voor, met onder meer Rocky. Hij had verteld dat hij dat verlof had gekregen omdat hij in de gevangenis zijn nieuwe vriend, Eric Lammers, een crimineel van extreemrechtse signatuur, had verklikt die een ontsnapping voorbereidde, zo beweerde Rocky.

Ik [Hilde Geens] hoorde van een speurder dat Bruno tijdens zijn onverwachte vrijlating een politieman benaderde van de stad Brussel in wie hij vertrouwen had. De voortvluchtige gangster wilde schoon schip maken en alles opbiechten, zei hij. Ze maakten een afspraak in een café aan de Genstesteenweg in Sint-Jans-Molenbeek. Vandeuren was gehaast. Hij herhaalde dat hij later het hele verhaal zou doen. De agent maakte proces-verbaal op.

Kort daarna, op woensdag voor Kerstmis 1988, werd juwelier Henri Deville overvallen in zijn zaak in Sint-Agatha-Berchem. Er werden voor een bedrag van acht miljoen frank (zowat 200.000 euro) juwelen geroofd. Drie daders, onder wie Rocky, werden de dagen erna opgepakt. Nummer vier was spoorloos. De vierde man was Bruno Vandeuren.

De dag voor Kerstmis werd het lijk gevonden van een man van ongeveer 1.80 meter in een park in Oostende niet ver van de Koninklijke Villa. Hij droeg witte basketbalschoenen en witte sokken en was afgemaakt met één kogel achter zijn linkeroor. Vlak bij zijn linkervoet lag een halfautomatisch FN 7.65mm-pistool. Later was er sprake van dat dit wapen opgebouwd was naar kaliber 9 mm. Het slachtoffer had geen identiteitspapieren bij zich.

Rond één uur diezelfde dag checkte de partner in crime van Madani Bouhouche, privé-detective Robert Beijer, een kennis van de Vietnamees die op de avond na de roofmoord bij Dekaise werd betrapt met Vandeuren in parkeergarage Beau Site, in in Zaventem. Beijer stond op geen enkele passagierslijst en de speurders vermoeden dat hij een charter boekte. Hij werd gezocht in verband met wapens, munitie en springstoffen, met de opmerking 'grondige controle' en 'metgezellen identificeren'. Zijn identiteit werd drie kwartier daarna opnieuw gecontroleerd in de luchthaven, maar bij een andere controlepost. Hij werd niet opgepakt.

Een paar dagen later kreeg de dode in het park van Oostende een naam: Bruno Vandeuren. De man die zijn betrokkenheid bij de zaak-Dekaise een paar keer toegegeven had, was voorgoed de mond gesnoerd. De liquidatie werd nooit opgehelderd. Jean V., de heler die hij in Oostende had opgezocht en bij wie volgens de kranten de buit in beslag werd genomen, samen met een jasje met bloedvlekken, werd kort voor kerstdag  opgemerkt in het gezelschap van Bruno en een man met lang haar. 

De heler werd verdacht. Jean V. was een jonge visser die vooral ging vissen in villa's en herhaaldelijk veroordeeld werd, en later een roepzaal annex brocante begonnen was aan de Steensedijk in Oostende. Niemand snapte waarom een Brusselse dief zo ver een heler was gaan zoeken, terwijl de concurrentie in de hoofdstad stevig was. De brocanteur zei dat hij Vandeuren niet kende en dat die bij hem terecht was gekomen via de beruchte Brusselse autosjoemelaar Willy D., een beer van een kerel, die op de achtergrond van vele onopgehelderde affaires van de jaren 80 te vinden was.

Een jaar na de moord op Vandeuren werd de brocanteur zelf beschoten. Hij overleefde de aanslag. "Wedden dat hij weinig elementen zal aanbrengen om het onderzoek vooruit te helpen?" schreef de reporter van Le Soir.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

8,788

(513 replies, posted in Onderzoeksdaden)

Ben wrote:

Nog meer getuigen, onderzoekers en verdachten die zullen sterven. Nog meer bewijsmateriaal dat zal verdwijnen en nog meer gaten in het geheugen van iedereen die het heeft meegemaakt. 

Hilde Geens illustreert dit in haar boek Beetgenomen op volgende manier:

"(...) En Jonckheere? Hij ging akkoord met een gesprek, maar vroeg me met aandrang om of ik hem vooraf niet het verslag van zijn getuigenis voor de parlemenaitre onderzoekscommissie kon bezorgen. Toen ik dat hoorde, moest ik een crisis doorworstelen. Wat voor zin had het nog om mensen aan te spreken over dingen die twintig of dertig jaar geleden gebeurd waren, of nog langer? Als diezelfde mensen stukken vroegen om hun geheugen op te frissen?"

"De speurders in Charleroi waren niet te benijden. De oude verhoren in de dossiers zaten vol gaten, maar ze leken meer houvast te bieden dan wat getuigen zich zo veel later nog herinnerden. Ik schrapte een stel namen uit mijn interviewprogramma en andere namen schrapten zichzelf. De vroegere hoofdcommissaris van de Gerechtelijke Politie van Brussel, Frans Reyniers, overleed en daarna ook de vrouw van substituut Claude Leroy. Ze stonden allebei op mijn lijst. Vele mensen waren dood zonder dat het in de kranten had gestaan. Mijn lijst werd een lijstje."

Waarschijnlijk niet het meest populaire standpunt, maar misschien is een verjaring net wat dit dossier nodig heeft.

8,789

(513 replies, posted in Onderzoeksdaden)

Django68 wrote:

Een tijdje geleden wist de CWB toch te vertellen dat het onderzoek in een stroomversnelling zat? We gaan nu zien of er wat van aan is.

In 1997 zei onderzoeksrechter Lacroix ook dat het onderzoek in een stroomversnelling zat en dat het een kwestie van tijd was voordat de daders gearresteerd gingen worden, onder andere dankzij nieuwe wetenschappelijke technieken. Nu zijn we bijna 20 jaar verder en het onderzoek gaat nog steeds verder.

8,790

(133 replies, posted in Organisaties)

Ik had hierboven niet de volledige tekst geplaatst, dus vind je hieronder het vervolg van de tekst:

Ze’ev lichtte mij in over een nieuwe neventaak. Ik zou nu een zogenaamd relaisstation of back-up gaan vormen voor een operatie die, door omstandigheden gedwongen, op het laatste moment haastig in elkaar was gezet. "Cyprus is voor ons geen gastvrije plek," zei hij. "Hoe minder mensen we daar hebben hoe beter het is." De Libische leider Muammar al Gaddafi had opgeroepen tot een driedaagse top van wat hij de "Geallieerde Leiders van de Revolutionaire Strijdkrachten der Arabische Natie" noemde. Het betrof met andere woorden een ontmoeting van alle terroristische sleutelfiguren. De Mossad keek toe, kwijlend bij de aanblik van deze snoeptrommel waar ze maar al te graag hun handen in zouden willen steken.

Voor de gelegenheid was een strijder naar Libië uitgezonden; zogenaamd als verslaggever voor het Franstalige dagblad Afrique-Asie. De strijder ontdekte dat verschillende Palestijnse terroristische leiders na afloop van de conferentie naar Syrië zouden vliegen met een zakenvliegtuig van het type Gulfstream II. De Mossad wist premier Perez te bewegen tot het geven van toestemming voor de kaping van het toestel.

Door de zeer netelige aard van de operatie wenste de Mossad-chef het overtuigende bewijs uit de eerste hand dat de mensen in kwestie ook daadwerkelijk aan boord waren. De strijder zou toekijken hoe de groep aan boord ging. Vervolgens zond hij een bericht door via een burst communication-zender, wat daarna werd opgevangen via een koopvaardijschip op weg naar Gibraltar.

De behoefte aan een back-up kwam voort uit eerdere communicatieproblemen met hetzelfde soort zender. Het was afhankelijk van een gunstige weersgesteldheid en dat zat er voor het ogenblik niet in. Ik fungeerde als back-up. Het zou een eenvoudige, gedegen operatie worden. De strijder zou, na het aan boord zien gaan van de passagiers, het zendapparaatje activeren en mij tevens bellen in het hotel. 'Indien zij aan boord zaten zou hij zeggen dat de kippen uit de ren waren ontsnapt. Ik zou dan een semafoon gebruiken om het signaal door te geven waarmee de ontvangst van de boodschap werd bevestigd.

Na mij geïnstrueerd te hebben wenste Ze’ev mij veel succes toe, stapte over op de Dabur en keerde terug naar Israël. On'getwijfeld bestond er nog een derde back-up waar ik geen deel van uitmaakte. De ontmoeting met de Belg en de overdracht van de sleutel verliepen goed. Negen dagen later, op 12 februari 1986, pakte de Belgische politie de man en zijn CCC-collega's op. De terroristen hadden zo'n honderd kilo aan explosieven en duizenden ontstekingen in hun bezit. Gelijktijdig vielen de rechtse Mossad-broeders-in-het-kwaad verschillende opslagloodsen in de regio Antwerpen binnen. De fascisten legden beslag op twee vrachtwagenladingen met lichte wapens en enige tonnen aan munitie.

Het was tijdens de vervolgoperatie dat ik in moeilijkheden kwam. Tijdens mijn verblijf in Larnaka had ik toenadering gezocht tot, of zoals wij dat in ons vakjargon noemden, "contact tot stand gebracht met" een Palestijnse zakenman uit Jordanië. Hij was op dat moment een van de weinige toeristen in het hotel. Dergelijk niet-geautoriseerd contact wordt beschouwd als absoluut verboden, maar het was bekend dat case officers het aan de lopende band deden. Als het lukt ben je een held, zo niet dan houd je je mond.

De zakenman bleek zojuist uit Libië te zijn aangekomen en had contacten binnen de PLO. Ik hoorde van hem dat wij in het Libische Tripoli om de tuin zouden worden geleid. Hij zei zoiets als: "De Israëli’s zullen morgen op hun bek gaan." Ik wist dat op het Mossad-hoofdkwartier wel werd gedacht aan de mogelijkheid van een valstrik, maar niemand zag de Palestijnen daartoe echt in staat. Ik probeerde met iedereen die ik in de hiërarchie kende contact op te nemen om hetgeen wat nu onvermijdelijk leek stop 'te zetten. Het was ietwat ironisch dat de scheidingswanden die geplaatst waren ter vergroting van de veiligheid nu geen waarschuwingen doorlieten.

Het commandocentrum was gevestigd op de luchtmachtbasis Maharek David. De gedachte dat iemand bewust de zaak wilde dwarsbomen liet me niet los. Ik kreeg het telefoontje van de strijder en zond zijn boodschap uit; omdat ik slechts een zogenaamd relaisstation was moest ik hem onveranderd doorgeven zonder iets toe te voegen of weg te laten ook al was ik er vrijwel van overtuigd dat de informatie niet klopte. Ik heb nooit kunnen achterhalen of het communiqué op het koopvaardijschip is aangekomen. Mogelijk is dat wel gebeurd maar verhuld gebleven zodat eventuele mislukkingen op de gedoodverfde zondebok konden worden afgeschoven – ikzelf dus. Natuurlijk werd het vliegtuig tot landen gedwongen zonder dat de hoofdprijs aan boord zat.

Ik verliet Cyprus aan boord van het jacht voor een ontmoeting met de Dabur. Iemand wilde me op dit moment nog niet terughebben in Israël, dus ontving de Dabur de instructie om enkele dagen op volle zee te blijven. De kapitein kreeg het bevel van de marine dat hij "motorstoring" had opgelopen. Ik wist dat dit de tijd om mij tot zondebok voor deze verknoeide operatie te bestempelen wat verruimde. Ik zag niet in hoe dat mogelijk was, tenzij de strijder zijn verhaal herzag. Dan zou mij verweten worden dat ik de boodschap zogenaamd verkeerd begrepen had.

Ongetwijfeld werden alle bewijzen van mijn pogingen om het commandocentrum te waarschuwen vernietigd, en ik bleek wat dat betreft ook gelijk te hebben. Toen wij uiteindelijk afmeerden in Ashdod was Ohren Riff, de toenmalige stafchef van het Mossad-hoofd, aanwezig om mij te begroeten. Het was zijn taak om te vertellen wat mij voor de Mossad te doen stond. Ik zou de verantwoordelijkheid voor de mislukking dragen in de wetenschap dat ik het ten bate van het Bureau deed. Mij restte hier geen keus, dus stemde ik toe.

Bron: De Keerzijde Van Het Bedrog