Heeft er iemand meer informatie over deze persoon? Alles wat ik hierboven heb geschreven, komt uit dit artikel » www.resistances.be
You are not logged in. Please login or register.
Bende van Nijvel → Posts by Ben
Heeft er iemand meer informatie over deze persoon? Alles wat ik hierboven heb geschreven, komt uit dit artikel » www.resistances.be
George Herbint is de eigenaar van het domein in Hornu waar de speurders van de Cel Waals-Brabant al enkele keren zijn gaan graven en waar mogelijk onderdelen van een Volkswagen Golf zijn gevonden.
Herbint is een goede vriend van Simon Gevenois en stond in contact met majoor Bougerol. Herbint was een rijkswachter en zou contacten hebben op zeer hoog niveau.
Hij was lid van de "Cercle Royal Mars et Mercure" (een groepering voor officieren) en was familie van luitenant-generaal Janssens, zeer gekend in rechtse katholieke kringen.
Een artikel over de opgravingen in Hornu » www.resistances.be
In het artikel wordt de naam van de eigenaar van het domein genoemd » Georges Herbint
In een rond 1990 door de toenmalige substituut Godbille gemaakte analyse van de toestand in het Brussel van de jaren tachtig werd een zeer schokkend beeld opgehangen van de situatie in onze hoofdstad. Het was de tijd van de Bende van Nijvel, Westland New Post, de CCC, de bende rond Patrick Haemers en Philippe Lacroix, het wisselkantoor Kirschen & Co en Hilaire Beelen, baron Benoît de Bonvoisin, de drugszaakjes van rijkswachtcommandant François, ... Moord, afpersing, geweld, drugshandel, grootschalige fraude, ontvoeringen en bankovervallen: alles leek wel mogelijk in het Brussel van de jaren tachtig.
Ook de wapenhandel kwam in het vizier van Godbille, met daarbij al vanaf 1984 herhaalde malen ook de figuur van Jacques Monsieur. Het zou echter nog achttien jaar, tot eind 2002, duren voor Jacques Monsieur voor die feiten ook effectief werd veroordeeld. Met diezelfde Godbille als aanklager voor het openbaar ministerie. Het proces werd echter achter gesloten deuren gevoerd en eindigde in mineur met een voorwaardelijke straf voor toch zware feiten. Opvallend was dat ook geen enkele van zijn kompanen zich die dag met hem moest verantwoorden. Het toont de feitelijke straffeloosheid aan waarvan velen toen in Brussel genoten.
Bron: Handelaar des Doods | Willy Van Damme
Dat Monsieur in de textielhandel zat en gelijktijdig wapens verkocht, wekt geen verbazing. Een vroegere topman van de Belgische douane: "De textiel in Brussel was toen een zaak van wat men noemde de Triangle rond Brussel-Zuid. Die werd gecontroleerd door een aantal Joodse zakenlui die ook goede contacten hadden met Israël, zoals een Pierre Salik, en die nauw samenwerkten met hun collega's uit de Parijse Sentier, een gelijkaardige buurt. Alle textielhandelaars betaalden er een soort beschermingsgeld, een belasting aan Israël. En ik denk niet dat iedereen in die sector dat met veel plezier deed." Naast die textielhandel speelden deze pro-Israëlische figuren niet zelden ook in de wapenhandel een grote rol.
De Brusselse textielhandelaar Christian Maigret: "De textielhandel in Brussel was toen geconcentreerd rond de Triangle in Brussel, het Zuidstation, en veelal in handen van joodse handelaars. En die steunden natuurlijk financieel Israël. Dat was goed voor de zaken, want de Mossad is nu eenmaal erg machtig en overal aanwezig."
Bron » Handelaar des Doods | Willy Van Damme
Op 1 juli 1978 studeerde Monsieur als doctor in de rechten af aan de ULB en vervoegde, zoals dat in zijn milieu toen hoorde, het reserveofficierenkorps van het leger. Hij liep school in Stockem bij Aarlen bij de Jagers te Paard, de verkennerseenheid van het Belgisch leger. Hij raakte er benoemd tot pelotonscommandant en luitenant van de pantsers van de verkenners. Als reserveofficier bood hij zich nadien voor zover geweten nog amper aan voor verdere cursussen en oefeningen.
Dat hoefde ook niet, want bijna onmiddellijk na zijn legerdienst ging hij aan de slag bij de Amerikaanse wapenproducent CIC International Ltd., met hoofdzetel in New York. Vermoedelijk in die capaciteit ging hij ook werken als informant voor de Belgische veiligheidsdienst, ADIV. Die willen uiteraard weten wie er allemaal vanuit België of elders wapens verkoopt aan het buitenland. En dan is een informant in het milieu van wapenhandelaars als een Jacques Monsieur altijd welkom.
Voor een wapenhandelaar is het bovendien altijd zeer interessant om goede contacten te onderhouden met een organisatie als de militaire veiligheidsdienst. Het geeft hem een extra veiligheid en het maakt zijn werk dus makkelijker, stabieler. Je hoeft je geen zorgen te maken over een magistraat of politieman die plots je illegale handeltje wil onderzoeken of opdoeken.
(...) "CIC was een bedrijf dat heel goede contacten onderhield met de CIA", oppert Claudine Fraiture van North Atlantic Consult. CIC is een in 1930 in het Chinese Shanghai opgerichte en van origine Britse firma die in textiel handelde. Ze verhuisde nadien naar de VS en vormde zich om tot een volwaardige wapenproducent. Het bedrijf maakt of verkoopt zowat alles wat een leger nodig heeft, van munitie en elektronica over nachtkijkers en panstervoertuigen tot helikopters en oorlogsschepen.
Monsieur ging echter al eerder, nog tijdens zijn rechtenstudies aan de ULB, in zaken. "Zijn eerste zakelijke avontuur was in de textielhandel, met de verkoop van jeans van Pierre Salik. Hij kende de man van bij zijn vader, en in 1977, toen hij aan de ULB nog rechten studeerde, begon hij met een fabrieksverkoop in Brukom, vlakbij het kruispunt van de Bergensesteenweg aan de Pijnbroekstraat in Sint-Pieters-Leeuw. Als startkapitaal gebruikte hij trouwens het geld dat hij had verdiend met de verkoop van de ouderlijke woning aan de Stationsstraat", zegt Francis Uylenbroeck.
Textiel en wapenhandel lijken voor een buitenstaander twee totaal verschillende sectoren, maar in het Brussel van 1980 waren beiden heel nauw verweven. Wie in textiel deed, handelde soms ook in wapens. Waarbij de goede contacten met iemand als Pierre Salik, toen een man op de top van zijn macht en een nauwe vriend van Israël, zorgden voor verdere cruciale introducties in beide milieus. Een milieu waar men in het publiek soms sprak over het verkopen van naaimachines terwijl men feitelijk wapens bedoelde. Met Amerikaanse en Israëlische spionnen die ongehinderd in Brussel konden opereren en er ook een grote rol speelden.
Eigen bedenking: het toeval wil dat de Bende van Nijvel ook interesse had in beide sectoren (wapens en textiel). Wapens door bv. hun overval in Waver en textiel door hun overval in Temse.
Begin 1980 begon het echte leven voor de duidelijk zeer ambitieuze Jacques Monsieur. Zijn goede contacten met mensen als Pierre Salik en enkele veiligheidsdiensten zouden hem geen windeieren leggen. Hij groeide in de jaren nadien snel uit tot de grootste illegale wapenhandelaar en spion die dit land ooit had. Zijn uitstekende verkoopskwaliteiten kwamen hem hier goed van pas.
Eigen bedenking: Met zo'n netwerk en als de grootste illegale wapenhandelaar in België, lijkt het bijna onmogelijk dat hij geen idee zou hebben wie er bv. achter de overval in Waver zit. Het kan ook niet anders dan dat hij in contact stond met Dekaise. Die op dat moment tot de top in België behoorde.
Bron: Handelaar des Doods | Willy Van Damme
Inderdaad, een interessante hypothese. Dat kan ook verklaren waarom Beijer zijn verhaaltje over het lichaam van Francis Zwarts uit de kast haalt. Hoeveel keer heeft hij nu al aangekondigd dat hij de speurders gaat helpen? Drie keer? We weten natuurlijk niet welke gesprekken er al zijn geweest tussen de politie en Beijer, maar niets wijst erop dat Beijer effectief van plan is om te vertellen waar het lichaam ligt.
Francis Uylenbroeck: "Na zijn legerdienst kwam Jacques Monsieur in contact met Sylvain Tack, een man uit de streek die fortuin had gemaakt met de verkoop van zijn Suzy Wafels. Hij was nadien begonnen met de piratenzender Radio Mi Amigo (*), die vanuit het Spaanse Plata d'Aro uitzond. Wat in het begin een al even groot succes was als zijn wafelhandel. Sylvain Tack had Jacques graag als zakenpartner gehad. Ik heb Jacques dat toen sterk afgeraden, want ik had al geruchten opgevangen over zijn drugshandel. En hij volgde mijn raad op. Wat later is Tack daar dan inderdaad ook voor opgepakt."
Dankzij contacten met figuren als vader en zoon Nejman, Pierre Salik en Jean-François Lasnosky, wapenproducent CIC en de geheime diensten was Jacques Monsieur in 1980 natuurlijk bijna onmiddellijk gelanceerd als de nieuwe ster van de illegale Belgische wapenhandel. Zijn ster bleef nadien maar rijzen. Discreet natuurlijk, want buiten die contacten kende amper iemand hem. Hij was steeds de discretie zelf.
Bron: Handelaar des doods | Willy Van Damme
(*) Noot: deze radiozender heeft toevallig (?) dezelfde naam als een lokale radiozender in Aalst. Naar deze Aalsterse zender belde de Bende van Nijvel vlak voor hun raid op het Delhaize-warenhuis van Aalst.
Uit hetzelfde boek maar dan over het einde van zijn carrière bij de Groep Dyane:
In 1979-1980 rijdt Demol dus dag in dag uit rond in een Peugeot 404 op zoek naar geseinde personen en booswichten allerhande. De wagens zijn anoniem, wel is er op het dak een groot cijfer geschilderd, zodat de rijkswachthelikopter hen gemakkelijk kan volgen bij achtervolgingen, verdekte opstellingen en dergelijke. De ABT-patrouilles krijgen van de officieren elke dag enkele sectoren van Brussel-19 toegewezen.
Op dat ogenblik maakt de jonge rijkswachter voor het eerst echt kennis met de immigratieproblematiek. Er is nog geen sprake van de grote vreemdelingenghetto's met tienduizenden Noord-Afrikanen en Turken zoals men die nu in de hoofdstad kent. De enkele buurten in Sint-Joost-ten-Node en Molenbeek vormen meer een stuk folklore dan wat anders. Bij de identiteitscontroles duikt wel meer en meer een probleem op, de patrouilles kunnen danniets goed doen: als er een Belg wordt gecontroleerd, maakt die misbaar "omdat ze beter de vreemdelingen zouden controleren", als een vreemdeling wordt tegengehouden scheldt hij de rijkswachters uit voor "racisten".
Demol heeft echter nooit moeilijkheden, hij handelt de zaken op een beleefde wijze af en moet nooit geweld gebruiken. Weinigen durven trouwens lastig doen tegen de boomlange rijkswachter.
Onze ABT-patrouilleur leert de negentien Brussel gemeenten op zijn duimpje kennen en doorkruist liefst van al de "moeilijke wijken". Daar is tenminste nuttig werk te leveren. Tijdens die patrouilles moet hij een paar keer tussenbeide komen op de Brussel Materialenkaai waar het lokaal van het Front de la Jeunesse gelegen is.
Dat lokaal wordt immers regelmatig getrakteerd op graffiti of stenen. Zo leert de jonge SIE-rijkswachter ene Francis Dossogne kennen, de verantwoordelijke van het Front de la Jeunesse. Dossogne klampt in die dagen zoveel mogelijk politiemannen en rijkswachters aan, hij probeert ze te winnen voor zijn rechtse ideologie. De 22-jarige Demol gaat nu en dan een pint drinken in het FJ-lokaal, temeer daar hij zijn oog laat vallen op een bevallige militante, een zekere Marie-Christine. Dossogne slaagt erin hem op 22 februari 1979 een lidkaart te verpatsen, maar Demol is niet echt geïnteresseerd en gaat uiteindelijk niet meer dan een tiental keer naar de Materialenkaai. Marie-Christine is trouwens ook niet geïnteresseerd.
Na het voorjaar van 1980 komt hij er niet meer. In 1981 loopt Demols' vierjarig contract bij de rijkswacht af en wanneer hij in de krant advertenties van de Brusselse politie ziet, opteert hij voor een carrière als officier bij 'PolBru'.
Een passage uit het boekje "De zaak Demol" (let op: dit is geschreven door Vlaams Blok-kopstuk Filip De Man en is vooral een "kijk eens hoe fantastisch Demol is"-pamflet).
Demol vindt de organisatie van het Brusselse politiekorps totaal inefficiënt: een zeer logge structuur met een enorme centralisatie. Er bestaat bovendien - zoals in veel grote korpsen - een grote afstand tussen de lokale afdelingen en de centrale directies.
Brussel-stad heeft op dat ogenblik een organiek kader van 1.700 politiemannen, daarvan zijn maar een goede 1.300 plaatsen effectief ingevuld. Ook dat is een verschijnsel dat zich in die jaren in alle grootsteden van het land voordoet.
Om aan al die problemen wat te veranderen, wil Demol opklimmen in de hiërarchie. In de politieschool van Brussel zou hij cursussen kunnen volgen voor het brevet van officier, maar hij heeft geen zin om twee jaar lang, drie tot vier uur per avond les te gaan volgen. Zelfs op zaterdagochtend moet men naar de cursus.
Gelukkig voor hem kunnen ambitieuze politiemannen op dat ogenblik nog examens afleggen voor de Centrale Jury op het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Johan Demol begint te blokken.
Volgens bepaalde linkse bladen anno 1997 is dit de periode waarin Demol zou deelgenomen hebben aan de diefstal van gesofistikeerde wapens bij het SIE en een extreem-rechtse putsch voorbereidde. Demol hierover: "Ik ben misschien wel superman, maar mijn dagelijkse job doen en studeren voor officier en diefstallen organiseren en een staatsgevaarlijke organisatie uit de grond stampen ... dat is toch wat te veel."
De jonge politieman wordt - als ex-lid van het SIE - in 1982 wel over de beruchte wapendiefstal bij de rijkswacht ondervraagd door rechercheurs van de BOB. Het is echter niet meer dan een routine-onderzoek en het dossier wordt algauw gesloten, maar dit non-event zal hem nog jaren achtervolgen.
(...) De stof van twee jaar wordt geblokt in één jaar en in april 1982 behaalt de aspirant-officier zijn brevet van commissaris. Op 1 juli 1983 wordt Johan Demol effectief adjunct-commissaris bij PolBru. Hij blijft evenwel wijkofficier tot eind 1985.
In december 1985 volgt een opgemerkte promotie: de adjunct wordt opgenomen in de 'mobiele brigades', een directie van zo'n 400 man. De politiemannen staan in voor de ordediensten, de bewaking van ambassades en patrouilleren tevens te voet of met voertuigen, 24 uur op 24.
Bende van Nijvel → Posts by Ben
Powered by PunBB, supported by Informer Technologies, Inc.