9,481

(39 replies, posted in Speurders)

Kolonel Arsène Pint was de gebiedscommandant van de rijkswacht in Aalst. Zijn collega's noemden hem de cowboy. Hij peperde de leden van de Delta-cel elke keer in dat ze moesten doorgaan, want er waren kinderen afgeschoten. Pint was een levende legende. De dinsdagavond na Aalst heeft Pint om 21u00 alle districtscommandanten samengeroepen en met de tranen in zijn ogen zei hij: "The smell of blood, de stank van bloed, zit nog altijd in mijn keel. Ik heb gezworen dat ik die mannen zal pakken." Pint heeft er een erezaak van gemaakt, het was zijn levensdoel geworden en hij heeft de Delta-cel op alle mogelijke manieren gesteund.

Een Delta-lid: "Maar Pint was Pint, we hebben hem geregeld met zijn voeten op de grond moeten houden. Hohoho kolonel, zover zijn we niet. Hij begon ook overal verbanden te leggen in urenlange gesprekken aan de telefoon. Punt heeft geïnsisteerd om die maquette van de Delhaize van Aalst te maken. Zo konden de getuigen tonen waar ze wat gezien hadden. Dat was een geniaal idee."

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

9,482

(45 replies, posted in Speurders)

Eric Sack wordt omschreven als een scherp analist die tegen heel veel karren moest rijden om in Brussel iets gedaan te krijgen. Hij werkte bijzonder goed samen met de chef van de gerechtelijke politie, commissaris Fons van Rie.

9,483

(87 replies, posted in Magistraten)

Delta-lid Roger Romelart over Troch: "Freddy Troch vulde Willy Acke perfect aan. Die kon verdachten uitknijpen als citroenen."

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

9,484

(97 replies, posted in Magistraten)

Willy Acke wordt omschreven als de ziel van de Delta-cel. "Een gedreven, getormenteerd man, een kettingroker. Zijn kantoor hing vol posters van gedichten over 'de onrust in mij'. Hij heeft zich ongelooflijk vastgebeten."

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

9,485

(20 replies, posted in 1980-1989)

Om meer informatie te krijgen over dit dossier belde Hilde Geens naar het Brusselse parket. De magistraat Jos Colpin liet het dossier-Vlacke zoeken in de kelders van het justitiepaleis. "Het is helaas niet boven water gekomen. En het onderzoek naar de drievoudige moord in Rode is in 2000 jammer genoeg onherroepelijk verjaard. Het viel net niet meer onder de nieuwe wet op de verjaringstermijnen. Op 17 juni 1994 heeft justitie beslist Léon De Staerke en Istvan 'Pinta' Farkas in de moord op de drie Fransen buiten vervolging te stellen."

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

9,486

(73 replies, posted in Wagens)

Charles Toumpsin over de Santana: "Op de auto van de daders, die Santana, heb ik ook gewerkt. Getuigen dachten dat een van de politiemannen tijdens de achtervolging bij de schietpartij aan het kruispunt in Hoeilaart de radiator had stukgeschoten. Als dat zo was, kon de wagen volgens de deskundigen maximaal zeven kilometer ver geraakt zijn. Dus heb ik met de BOB van Waver de omgeving uitgekamd om hem te vinden."

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

Door dat onderzoek werd Hendrik Rauwens een verdachte.

9,487

(2 replies, posted in Speurders)

Een vroegere districtscommandant zei tegen Raf Sauviller en Hilde Geens dat hij Carré uit het Dekaise-onderzoek had gegooid wegens verduistering. Het zou gegaan zijn om verdwenen auto-onderdelen. Hilde Geens trok het na. De krijgsauditeur deed inderdaad in 1988 een onderzoek naar corruptie, maar de commandant werd vrijgesproken.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

9,488

(24 replies, posted in Politiek & Business)

Peter Boeckx, die voor de televisiezender VIER de documentaire-reeks De bende van Haemers maakte, vertelde dat hij met Delhuvenne een paar voorgesprekken had. "Hij zei me dat de bende soms vips meenam. Het waren personen die ook eens de kick van een overval wilden voelen. En hij gaf me de naam van een minister. De vips gingen mee als toerist maar namen niet actief deel aan de overval."

Aan Raf en mij [Hilde Geens] had Delhuvenne in grote lijnen een correct verslag gedaan van wat hij wist van de zaak-Dekaise, het klopte met het dossier, maar dat bewees niet dat hij over de hele lijn de waarheid sprak. Hij was een sluwe vos, en volgens zijn vroegere collega's zelfs perfide.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

9,489

(24 replies, posted in Politiek & Business)

In het boek Beetgenomen heeft Hilde Geens het ook uitgebreid over Delhuvenne:

Delhuvenne had zijn kantoor in een burgerhuis vlak bij de Tervurenlaan in Brussel. De rolluiken waren er naar beneden. Het was er schemerig en unheimlich, en ik kreeg het gevoel dat ik de set van "De derde man", de spionageklassieker met Orson Welles, binnenstapte. De moeder van de advocaat stommelde zwijgend voor ons de smalle trap op naar boven, de zoon praatte tot hij er blauw van zag. We zijn er een keer of vier langs geweest en het werden altijd lange nachten.

De advocaat vertelde zijn roman fleuve met monotone stem en ik zou zijn ingedut als zijn verhalen niet zo ijzingwekkend waren. Op strategische momenten plaatste hij stiltes, maar die duurden nooit lang omdat hij gewoon niet kon zwijgen. Zijn steelse blikken en zijn afgemeten pauzes waren besmettelijk en de eerste uren nadat ik bij hem vandaan kwam, vond ik alles en iedereen verdacht.

Delhuvenne beschreef tot in het kleinste detail de Brusselse burgerij, waarin hij als zoon van een topambtenaar gepokt en gemazeld was, en de verwevenheid van dat milieu met de Belgische onderwereld. Op een dag namen we plattegronden mee die een in Nederland van de trein gegooide, kaalgeschoren Brusselse arts – slachtoffer van een uit de hand gelopen drugstransactie, beweerde hij – had zitten schetsen terwijl hij in een grenspensionnetje herstelde van zijn kneuzingen en op een nieuwe bril zat te wachten. Dat was tenminste het verhaal dat die boom van een man aan de opticien had gedaan, aan wie hij voor hij vertrok zijn oeuvre had gegeven en die het aan ons had doorgespeeld, met zo veel angst in zijn ogen dat hij zijn eigen naam niet wilde zeggen.

Elk van de tekeningen gaf een plek weer die belangrijk was in het bendeonderzoek, Ukkel, Ronquières, Court-Saint-Etienne enzovoort, en op allemaal stonden adressen waar drugs te koop waren, en adressen van BOB-kantoren en namen van verdachten en getuigen in het dossier. Bij elk van die namen had Delhuvenne een verhaal van een paar uur.

Toen ik deze advocaat leerde kennen, was hij een zinkend schip waarvan alleen de boeg nog boven water stak. Discretie was niet zijn sterkste punt en dat werd hem door zijn milieu niet in dank afgenomen. Van raadsman van onder meer prins Jan van Luxemburg – zijn woorden – gleed hij in blitztempo verder af. Hij werd beschuldigd van de verkrachting van een minderjarig meisje, belandde in voorarrest in de gevangenis, maar werd vrijgesproken. Hij verloor zijn cliënten en zijn reputatie.

Er werd een val voor hem opgezet om hem te betrekken bij de moord op gewezen PS-voorzitter André Cools (zijn verhaal was plausibel volgens de belangrijkste speurder in dat onderzoek). Hij werd beschuldigd van en veroordeeld voor gesjoemel met vastgoed. Zijn vriendin, die uit het beruchte Roze Ballettennetwerk kwam van hoerenkoningin Lydia Montaricourt, gaf hem aan voor pooierij en, het kon nog erger, op een dag was ze dood en totdat een aannemer en zijn zoon werden opgepakt en veroordeeld, was de advocaat een verdachte.

De laatste keer dat ik Delhuvenne zag, dook hij schichtig op van achter een pilaar in brasserie Falstaff met een gebreide muts op zijn kop. Hij zag eruit als een kleurloze paranoïde kabouter.

9,490

(24 replies, posted in Politiek & Business)

Etienne Delhuvenne geniet de reputatie een advocaat van extreem-rechts te zijn. Of een extreem-rechts advocaat, dat is niet geheel duidelijk. "Geen van de twee", zegt hij zelf. "Ik heb in 1981 een lid van het Front de la Jeunesse, verdedigd, dat is alles. Het was Jean-Luc Van Campenhout. De man werkte voor mijn vader, en hij wilde zijn job veilig stellen door de zoon van de baas als raadsman te nemen. Ik weet nog goed dat hij, toen hij me de eerste keer kwam opzoeken, vroeg: "Ik ben lid van een extreem-rechtse organisatie, vindt u dat erg?" Ik antwoordde: "Dat hangt ervan af. Wat heb je uitgespookt?" Het proces tegen het Front heeft al bij al zo'n zes maanden geduurd. Ik heb toen uiteraard een hoop volk leren kennen. Niet alleen Front-leden zoals Francis Dossogne, maar ook andere advocaten en journalisten zoals René Haquin van Le Soir."

Delhuvenne heeft aan het Front-proces nog ander cliënteel van verdacht allooi overgehouden. Claude Leroy, de gewezen substituut van het Brusselse parket en ex-kabinetsmedewerker van Jean Gol, die midden jaren '80 een nieuwe carrière begon als meester-oplichter en fraudeur, zit ook in zijn klantenbestand. "Het is niet omdat iemand een rare politieke overtuiging, of rare manieren heeft, dat hij geen recht heeft op professionele bijstand van een advocaat", zegt Delhuvenne.

Journalisten van het weekblad Humo hebben Etienne Delhuvenne in 1993 een paar keer ontmoet, telkens in aanwezigheid van Achille Haemers. Het waren lange, moeizame gesprekken. Achille Haemers wilde het Assisenproces dat op dat moment in het Brusselse Justitiepaleis werd gevoerd, en waar zijn schoondochter Denise Tyack terecht stond, op generlei wijze beïnvloeden. Hij wil de gewezen vrienden van zijn zoon geen schade berokkenen. Hij is trouwens zelf op doktersbevel weggebleven van dat proces. En Delhuvenne had geen zin om 'een oorlog te ontketenen die ik niet kan winnen'.

Hij beweert dat het gerecht enkele jaren geleden een dossier wegens fiscale fraude tegen hem heeft geopend, met als enige bedoeling hem als eventuele getuige ten gunste van Haemers ongeloofwaardig te maken. Het feit dat zijn dossier, dat in het geheel geen uitstaans heeft met de zaken die Haemers ten laste werden gelegd, toch aan het dossier Haemers is toegevoegd, is volgens Delhuvenne het mooiste bewijs daarvan. Delhuvenne beweert ook dat hij vrijwel dagelijks telefonisch met de dood wordt bedreigd: "Als je niet oplet, overkomt jou hetzelfde als je vriendje Patrick Haemers ..."

Een interview met Etienne Delhuvenne en Achille Haemers vind je op de website » De getuigen die niet getuigden