1

(7 replies, posted in Speurders)

Christian De Vroom kende Bernard Mercier waarschijnlijk heel goed, omdat ze allebei dezelfde school in Gosselies (Charleroi) bezochten.

De Vroom Christian (1942-2018) » aesm.be

2

(3 replies, posted in Terrorisme)

Over Yves Guillou, de oprichter van Aginter Presse.

(Raadpleeg NotebookLM » notebooklm.google voor vragen in het Nederlands.)

» YouTube | YouTube | YouTube | YouTube | YouTube

Deze bronnen schetsen de carrière van Yves Guillou, een Franse soldaat en inlichtingenagent die een centrale figuur werd in het internationale extreemrechtse terrorisme. Na te hebben gevochten in Korea, Indochina en Algerije, sloot deze fanatieke anticommunist zich aan bij de OAS voordat hij het persbureau Aginter Press in Portugal oprichtte. Deze clandestiene organisatie fungeerde als centrum voor het rekruteren van huurlingen en het trainen in subversieve oorlogsvoering op verschillende continenten.

De tekst beschrijft zijn betrokkenheid bij de spanningsstrategie in Italië, waar hij naar verluidt valse-vlag-aanvallen orkestreerde om links te destabiliseren. Door zijn connecties met verschillende inlichtingendiensten en de Zwarte Internationale te onderzoeken, legt het verhaal de paramilitaire netwerken bloot die kenmerkend waren voor de Koude Oorlog. Deze biografie illustreert hoe koloniale militaire doctrines werden hergebruikt voor wereldwijd neofascistisch activisme.

3

(8 replies, posted in Organisaties)

Italian Neofascism and Global Networks: A Transnational Perspective on the Strategy of Tension » www.historyofthefarright.org

Deze tekst analyseert de transnationale netwerken van het Italiaanse neofascisme in de naoorlogse periode en het tijdperk van de "Strategie van Spanning". De auteur toont aan dat het activisme van groepen zoals de MSI, Ordine Nuovo en Avanguardia Nazionale zich niet beperkte tot Italië, maar zich uitstrekte tot allianties met Europese en Latijns-Amerikaanse dictaturen.

Bronnen onthullen de betrokkenheid van buitenlandse inlichtingendiensten en organisaties zoals Aginter Press bij het verlenen van logistieke en ideologische steun aan Italiaanse radicalen. De studie onderzoekt hoe deze politieke ballingschap de export van ideologieën naar Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk mogelijk maakte, en tegelijkertijd militanten in staat stelde deel te nemen aan buitenlandse conflicten. Tot slot benadrukt het document de persistentie van deze internationale connecties binnen hedendaagse extreemrechtse bewegingen.

Volgens dit document was Aginter Press een extreemrechtse, anticommunistische paramilitaire organisatie, door historicus Aldo Giannuli beschreven als de "harde kern" van de Zwarte Internationale.

Hieronder volgen de belangrijkste punten met betrekking tot deze organisatie:

Oorsprong en structuur

Oprichting: De organisatie werd in 1966 in Lissabon opgericht door voormalige leden van de OAS (Geheime Gewapende Organisatie), met financiële en logistieke steun van de Portugese inlichtingendienst (PIDE).

Dubbele aard: De organisatie had een publiek gezicht, een persdienst die als juridische dekmantel diende, en een clandestiene gewapende tak genaamd Orde en Traditie - Organisatie voor Actie tegen het Internationale Communisme (OT-OACI).

Leiderschap en belangrijke leden

De organisatie werd geleid door Yves Guérin-Sérac (geboren Yves Guillou), een voormalig officier in het Franse leger en deserteur van de OAS.

Andere belangrijke leden waren Robert Leroy (een expert in valse vlag-operaties), Jean-Marie Laurent (een voormalig lid van de OAS) en Jay Simon Salby, het enige Amerikaanse lid dat betrokken was bij directe acties.

Strategie en methoden: Subversieve oorlogsvoering

Valse vlag-operaties: Volgens een intern document getiteld "Onze politieke actie" bestond de strategie uit het infiltreren van communistische of pro-Chinese groepen om aanslagen of gewelddadige acties in hun naam uit te voeren. Het doel was om chaos te creëren, het rechtssysteem in diskrediet te brengen en de publieke opinie aan te zetten tot de eis van een autoritaire staat om de orde te herstellen.

Wereldwijde infiltratie: Robert Leroy infiltreerde met name bevrijdingsbewegingen in Portugese koloniën, zoals FRELIMO in Mozambique, om hun leiders te vermoorden.

Verbanden met het Italiaanse neofascisme

Aginter Press onderhield nauwe banden met Italiaanse neofascistische groepen, met name tijdens de Strategie van Spanning:

Training: Het agentschap verzorgde cursussen in guerrillaoorlogvoering en het omgaan met explosieven voor militanten van Ordine Nuovo (ON) en Avanguardia Nazionale (AN).

Operationele samenwerking: Ordine Nuovo diende als rekruteringsbasis voor Aginters clandestiene activiteiten en bood logistieke ondersteuning in Italië.

Bomaanslag op Piazza Fontana (1969): Er zijn verbanden gelegd tussen Aginter Press en deze bomaanslag. Vervalsde propagandafolders die op de plaats delict werden gevonden, werden herleid tot Guérin-Sérac. Bovendien stond Guido Giannettini, een Aginter-medewerker en informant voor de Italiaanse geheime dienst (SID), in contact met de ON-cel die verantwoordelijk was voor de bomaanslag.

Aanhangers en het einde van de organisatie

Financiering: Guérin-Sérac zou hebben toegegeven financiële steun te hebben ontvangen van de rechtervleugel van de Amerikaanse Republikeinse Partij, waarbij hij specifiek senator Barry Goldwater noemde.

Ontbinding: De organisatie werd ontmanteld na de Anjerrevolutie in 1974 in Portugal. De inbeslagname van haar archieven door het Portugese leger stelde magistraten en historici in staat haar subversieve activiteiten wereldwijd te documenteren.

Yves Guérin-Sérac (geboren Yves Guillou) wordt in de bronnen beschreven als een centrale figuur in het naoorlogse internationale anticommunistische netwerk en de leider van de organisatie Aginter Press.

Hieronder volgt gedetailleerde informatie over hem:

Militaire carrière en betrokkenheid

Voormalig Frans officier: Hij vocht in de Franse strijdkrachten in Korea, Indochina en Algerije. Hij werd onderscheiden door de Verenigde Staten (Silver Star en Bronze Star) en door Zuid-Korea.

Desertie en OAS: In februari 1962 deserteerde hij uit het Franse leger in Oran om zich aan te sluiten bij de OAS (Geheime Gewapende Organisatie).

Oprichting van Aginter Press: Na het mislukken van de OAS richtte hij in 1966 het persbureau Aginter Press op in Lissabon met de steun van de Portugese inlichtingendienst (PIDE).

Ideologie en oorlogsdoctrine

Radicaal anticommunisme: Zijn politieke visie werd gekenmerkt door traditionalistisch katholicisme en een diepgewortelde afwijzing van het communisme, dat hij beschouwde als de grootste bedreiging voor westerse waarden.

Valse vlag-operaties: Hij was het brein achter het interne document "Onze politieke actie", waarin werd gepleit voor het infiltreren van pro-Chinese en communistische groeperingen om gewelddadige aanslagen te plegen. Het doel was om chaos te creëren, zodat de publieke opinie een autoritair regime zou eisen.

De OT-ICAO-tak: Naast zijn publieke rol leidde Aginter de clandestiene gewapende tak, OT-ICAO, die paramilitaire operaties uitvoerde, met name in Afrika.

Verbanden met Italiaanse neofascisten

Samenwerking met Ordine Nuovo: Guérin-Sérac ontmoette Pino Rauti in Rome in 1968 om de uitwisseling van geheime informatie en de anticommunistische strijd te bespreken. Naar verluidt gaf hij tijdens deze bijeenkomst toe geld te hebben ontvangen van de rechtervleugel van de Amerikaanse Republikeinse Partij, waarbij hij senator Barry Goldwater als voorbeeld noemde.

Relatie met Guido Giannettini: Hij werd rond 1963-1964 in Lissabon voorgesteld aan Giannettini (een agent van de Italiaanse geheime dienst) onder de codenaam "Ralf".

Bomaanslag op Piazza Fontana (1969): Hoewel zijn precieze rol onduidelijk blijft, droegen vervalste pamfletten die op de plaats delict werden gevonden (bedoeld om extreemlinks te beschuldigen) zijn tactische "handtekening" en werden door onderzoekers naar hem herleid.

Internationale activiteiten en einde

Infiltratie in Afrika: Onder zijn leiding infiltreerde Aginter Press bevrijdingsbewegingen zoals FRELIMO in Mozambique om hun leiders te vermoorden.

Ballingschap: Na de Anjerrevolutie in Portugal in 1974 werd hij gedwongen Aginter te ontbinden en in ballingschap te gaan. Bronnen geven aan dat hij daarna vanuit Spanje banden onderhield met groepen zoals UNITA in Angola.

Het document geeft aan dat de relatie tussen Aginter Press en de CIA complex was, gekenmerkt door officiële weigeringen, maar ook door een opmerkelijke convergentie van strategische belangen.

Hieronder volgen de specifieke details van deze verbanden:

Poging tot samenwerking afgewezen (1961): Vóór de officiële oprichting van Aginter Press probeerden Yves Guérin-Sérac en Jean-René Souètre in mei 1961 steun van de CIA te verkrijgen voor activiteiten tegen De Gaulle. De CIA weigerde hun aanbod destijds echter.

Convergentie van belangen en Operatie CHAOS: Hoewel een gecoördineerd, alomvattend project ter bestrijding van opstanden niet formeel is bewezen, wijzen historici op een "samenloop van belangen" tussen bepaalde westerse inlichtingendiensten en Aginter Press. Met name Aginters doctrinele document, "Our Political Action", dat de infiltratie van extreemlinkse groeperingen bepleitte, vertoont overeenkomsten met de CIA-operatie CHAOS (gelanceerd in 1966), die eveneens tot doel had buitenparlementaire linkse bewegingen in Europa te infiltreren.

De rol van Jay Salby: Het enige bekende Amerikaanse lid van Aginter Press, Jay Simon Salby (codenaam "Beaver"), zou betrokken zijn geweest bij de invasie in de Baai van Varkens (een beruchte CIA-operatie), hoewel zijn precieze rol nooit door gerechtelijke documenten is opgehelderd.

Amerikaanse politieke steun: Tijdens een bijeenkomst in 1968 beweerde Guérin-Sérac financiële steun te ontvangen van "de rechtervleugel van de Amerikaanse Republikeinse Partij", waarbij hij specifiek nauwe banden met senator Barry Goldwater noemde. De bron specificeert niet of deze financiering via de CIA verliep.

Informanten en informanten: Sommige medewerkers van Aginter, zoals Robert Leroy, fungeerden als informanten voor de NAVO over communistische activiteiten. Bovendien waren leden van de Ordine Nuovo-cel die aan Aginter gelieerd waren (zoals Carlo Digilio) informanten voor NAVO-inlichtingennetwerken die onder toezicht stonden van Amerikaanse officieren.

Kortom, hoewel de CIA in 1961 officieel een directe alliantie afwees, maakten de clandestiene activiteiten van Aginter Press deel uit van de bredere anticommunistische strategie die tijdens de Koude Oorlog door westerse inlichtingendiensten werd gesteund.

De link tussen de organisatie Aginter Press en de Amerikaanse senator Barry Goldwater berust op uitspraken van de directeur van het agentschap, Yves Guérin-Sérac, tijdens een strategische bijeenkomst.

Hieronder volgen de verstrekte details:

Bron van de informatie: In januari 1968 ontmoette Guérin-Sérac in Rome voor het eerst persoonlijk Pino Rauti, de leider van de Italiaanse neofascistische groep Ordine Nuovo. Volgens de getuigenis van Armando Mortilla (codenaam "Aristo"), een lid van de leiding van Ordine Nuovo die als informant optrad, besprak Guérin-Sérac tijdens deze bijeenkomst zijn internationale supporters.

Aard van de connectie: Guérin-Sérac noemde expliciet Barry Goldwater, destijds senator voor Arizona en voormalig Republikeins presidentskandidaat, als iemand met wie Aginter Press "nauwe banden" onderhield.

Financiële steun: Tijdens dezelfde bijeenkomst beweerde de directeur van Aginter dat zijn organisatie financiële steun ontving van de "rechtervleugel van de Republikeinse Partij" in de Verenigde Staten.

Deze connectie maakte deel uit van Guérin-Séracs wens om de kracht van zijn internationale anticommunistische netwerk te demonstreren en samenwerking en de uitwisseling van geheime informatie met Italiaanse neofascistische militanten aan te moedigen.

De mysterieuze instructeur, bekend als "Jean", was een voormalig officier van de OAS (Geheime Gewapende Organisatie) die voor Aginter Press werkte.

Dit is wat de bron onthult over zijn activiteiten en rol:

Paramilitair training: In 1966 gaf hij trainingen in guerrillaoorlogvoering en het omgaan met explosieven aan Italiaanse neofascistische militanten.

Getrainde groepen: Deze trainingen werden gevolgd door leden van Ordine Nuovo (ON) en Avanguardia Nazionale (AN).

Locaties van de operaties: De trainingen vonden voornamelijk plaats in Rome, maar andere leden van Avanguardia Nazionale bevestigden dat hij ook lesgaf in Reggio Calabria.

Zijn waarschijnlijke banden met Aginter Press onderstrepen de rol van deze organisatie in het leveren van logistieke en technische middelen ter ondersteuning van het politieke geweld van extreemrechts in Italië tijdens de Strategie van Spanning.

Aginter Press vertrouwde op de Italiaanse neofascistische groepering Ordine Nuovo (ON) voor haar wervings- en infiltratieactiviteiten in Italië.

Volgens een intern rapport van het Italiaanse Ministerie van Binnenlandse Zaken uit 1967 nam deze samenwerking twee hoofdvormen aan:

Werving van vrijwilligers: Ordine Nuovo diende als wervingsbasis voor Aginters clandestiene en gewapende tak, OT-OACI (Orde en Traditie – Organisatie voor Actie tegen het Internationale Communisme). Deze vrijwilligers waren bedoeld om operaties in het buitenland uit te voeren.

Oprichting van een stedelijk netwerk: Het doel was om in elke grote Italiaanse stad een netwerk van agenten op te zetten. Deze lokale agenten hadden de taak om informatie en logistieke ondersteuning te bieden voor potentiële anticommunistische activiteiten op het schiereiland.

Deze samenwerking werd geïntensiveerd na een bijeenkomst in Lissabon in 1967, waar Aginter leden van Ordine Nuovo voor had uitgenodigd. Na deze bijeenkomst toonde ON-leider Pino Rauti grote belangstelling voor samenwerking en bood hij aan zijn kaders beschikbaar te stellen voor politieke acties als de benodigde fondsen beschikbaar zouden komen.

4

(45 replies, posted in Gladio - Staatsveiligheid)

Volgens een expert bestaat er geen verband tussen Gladio in Italië en de spanningsstrategie. Naar mijn mening geldt hetzelfde voor het Groothertogdom Luxemburg, waar het lokale "stay-behind"-netwerk 16 leden telde, waaronder een priester.

Er is geen enkel serieus procedureel bewijs dat wijst op de betrokkenheid van Gladio, of de Gladio-structuur, bij de spanningsstrategie. Zelfs niet.

Dus geen contact tussen Gladio en de NAR.

Ik ken de kwalificaties van de Gladiatoren in andere Europese landen niet, maar in Italië zouden onze 622 grote moeite hebben gehad met het uitvoeren van hun taken, omdat ze alleen op hun wilskracht vertrouwden, en zeker niet op professionele militaire training.

Er moet echter rekening mee worden gehouden dat de NASCO's, oftewel geheime wapendepots, niet opeenvolgend genummerd waren. Dit suggereert het bestaan van tientallen andere depots die niet zijn onderzocht.

Giampaolo Stimamiglio, een berouwvol lid van Ordine Nuovo, noemde een clandestien wapendepot, bewaakt door een Carabinieri-post, waar Ordine Nuovo wapens kon verkrijgen. Deze Carabinieri-post behoorde niet tot de posten die geïdentificeerd waren als opslagplaats voor de gedemonteerde NASCO-wapens die in afwachting waren van vernietiging.

Generaal Franco Monticone en generaal Emanuele Borsi de Parma, die de hoogste niveaus van onze militaire organisatie bereikten, noemden beiden de inzet van Ordine Nuovo binnen de NAVO.

Ordinovista Claudio Lodi verklaarde dat hem was verteld dat Ordinovista Roberto Besutti de trainer was van de Joegoslavische "Gladio".

Kolonel Amos Spiazzi identificeerde een verdedigingsstructuur bestaande uit burgers en verdeeld over het land in staatsverdedigingseenheden, onderdeel van een overlevingsplan, en wist dat er in Oost-Europese landen sluimerende clandestiene structuren bestonden, bekend als verzetsplannen.

We identificeerden bijna alle leden van de Verona State Defense Core, onder leiding van Spiazzi; Het waren burgers die dicht bij Ordine Nuovo stonden.

Verschillende rechtsextremisten maakten melding van wapens, munitie en uniformen die de Carabinieri zouden uitdelen in geval van een linkse opstand.

Tot 1987 hielden de politiebureaus van de Carabinieri anonieme notitieboekjes bij met de namen en contactgegevens van burgers die gecontacteerd konden worden in geval van aanvallen op hun kazernes door extreemlinkse elementen.

Tot 1987 bestond er een netwerk voor wapens, munitie en uniformen die opgeslagen lagen in de opslagplaatsen van de Carabinieri-kazerne, bekend als de DIT-opslagplaatsen (Internal Territorial Defense).

Dan was er nog de geheime inlichtingendienst "Anello", waarvan het aantal personeelsleden onbekend is, die een operationele rol speelde. Deze dienst, bestaande uit gewapende veteranen van de Republiek Salò, is gemakkelijk voor te stellen dat deze betrokken zou zijn geweest bij een invasie en zou hebben ingegrepen om de strategie van spanning aan te wakkeren. Het is geen toeval dat deze structuur opdook tijdens het onderzoek naar het bloedbad op de Piazza della Loggia.

Het moet ook worden opgemerkt dat er niets meer is vernomen van de talrijke anticommunistische partizanengroepen die zelfs na het einde van de oorlog actief bleven, en dat de bijbehorende documentatie niet is gevonden.

Ik herinner u ook aan de opmerkingen van Moyen, die u met mij deelde. Geen van de drie genoemde Italianen maakte deel uit van Gladio.

Ik sluit af met de opmerking dat er aanzienlijke verwarring bestaat tussen Gladio, een structuur met 622 bekende leden, en de Militaire Geheime Dienst die Gladio ook beheerde.

Dat is de kern van de zaak.

Gladio was een enorm rookgordijn. Iedereen werkte aan Gladio, gedreven door een Gladiocentrische en ongefundeerde visie, ervan overtuigd dat het de sleutel was tot alle onopgeloste misdaden van Italië, en niemand was geïnteresseerd in de 7e Divisie of de andere structuren die het beheerde, die tot op de dag van vandaag onbekend zijn gebleven.

Gladio bood een perfect alibi: we hebben de bloedbaden niet opgelost door incompetentie, maar omdat de geheime diensten, met Gladio, erachter zaten.

De geheime diensten waren aanwezig, maar Gladio niet. Toch is het feit dat zijn betrokkenheid nooit bewezen is, voor sommigen bewijs dat hij op zo'n hoog niveau betrokken was dat het een onuitsprekelijke en onnoembare waarheid is.

De realiteit is dat toen het onderzoek naar de extreemrechtse bloedbaden werd hervat en er een soort coördinatie tot stand kwam, Andreotti in 1990 het bestaan van Gladio onthulde, waardoor het onderzoek met ongeveer tien jaar werd vertraagd.

Gladio verzweeg het bestaan van Ordine Nuovo. Zolang het bestaan ervan onbekend was, was het een structuur die opgeofferd kon worden als de trans-Atlantische banden van Ordine Nuovo aan het licht zouden komen. Toen het aan het licht kwam, zaaide het verwarring onder onderzoekers.

5

(97 replies, posted in Organisaties)

» www.archives.gov/files/ (pagina 16/130)

(...) John R. Latz came Brusels nine months ago and currently employed as sales inspector by Ets FOURCROY SA, 119 rue Steyls, Brussels, a wholesale liquor distribution

» sites.math.rutgers.edu (pagina 39)

6

(97 replies, posted in Organisaties)

De lange aanloopvlucht van Vastapane

Samen met de invoerder van luxewijnen Fourcroy dronken de Zaïrese nieuwe rijken champagne op hun vers verworven bedrijven en plantages.

Bron » trends.knack.be

Georgy Fourcroy (82): de man die Mobutu als vriend had » p-magazine.com

Nouvelle étape dans le procès-fleuve du Bommeleeër. Après avoir été inculpés en 2019, huit suspects vont être renvoyés devant une chambre criminelle pour faux témoignage.

» lequotidien.lu

8

(4 replies, posted in Terrorisme)

» rip.ie/death-notice/

9

(8 replies, posted in Terrorisme)

Gaialand

In 1991, a group of people from all over Europe gathered in Scandinavia for an unprecedented ecological adventure: under the leadership of Canadian green guru Pierre Maltais, they wanted to build an alternative future. But what started as a utopia turned into a nightmare.

» www.arte.tv

10

(45 replies, posted in Gladio - Staatsveiligheid)

Des terroristes d’extrême droite formés dans des bases de l’OTAN vont être jugés en Italie » covertactionmagazine.com