1

Topic: Aginter Press

Aginter Press werd opgericht in 1966 door Guérin-Serac en Stefano Delle Chiaie. Het was een informatiecentrum rechtstreeks gelieerd aan PIDE (*) en de CIA. Het voerde geheime missies uit en was gespecialiseerd in provocatieoperaties. Het rekruteerde bij fascistische militanten en oudstrijders.

De organisatie was niet alleen actief in Portugal maar werkte ook mee aan de Strategie van de Spanning in Italië.

(*) PIDE staat voor Polícia Internacional e de Defesa do Estado en was een gevreesde geheime dienst tijdens het autoritaire bewind van de Portugese premier António de Oliveira Salazar.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube

2

Re: Aginter Press

Zie ook de OAS.

En vooral ook de contacten van Aginter Press met de AESP, i.e. de ultrareactionaire, opusiaanse motor achter de vorming van de Europese Unie (en de hieraan gekoppelde übermenschen van de Cercle des Nations, CEPIC, MAUE, IESP, ...) die wel wat stoottroepen kon gebruiken voor het vuilere werk.

Re: Aginter Press

Hechte banden met P2.

4

Re: Aginter Press

In 1974 werden na een inval bij Aginter Press documenten gevonden. Die documenten verwezen naar een Strategie van de Spanning:

"Wij geloven dat de eerste fase in de politieke activiteit erin bestaat chaos te creëren in alle structuren van het regime. Twee vormen van terrorisme moeten die situatie in het leven roepen: blinde terreur, ongerichte aanslagen die veel slachtoffers maken en selectieve terreur, de eliminatie van bepaalde personen. De vernietiging van de structuur van de democratische staat moet zoveel mogelijk gebeuren onder de dekmantel van communistische activiteiten."

"Vervolgens moeten we in actie komen binnen het leger, de gerechtelijke macht en de Kerk om de publieke opninie te bewerken, een oplossing aan te dragen en de onmacht van het bestaande legale apparaat duidelijk te maken. Dat houdt dus ook een fase in van infiltreren en het informatie verzamelen over het uitoefenen van druk door onze kaders op het vitale zenuwstelsel van de staat."

"Van dit alles moet zo een psychologische druk uitgaan op onze vrienden en vijanden, dat een stroom van sympathie op gang komt voor ons politiek orgaan en de publieke opinie dermate gepolariseerd worden dat wij gepresenteerd worden als het enige instrument voor de redding van de natie. Het is evident dat de beschikking over grote financiële middelen een voorwaarde is voor het kunnen uitvoeren van dergelijke activiteiten."

Meer » Motief

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube

5

Re: Aginter Press

Aginter Press werd opgericht in 1966 in Lissabon als internationaal persagentschap. In werkelijkheid ontplooiden oud-collaborateurs, neo-fascisten en ex-nazi's via Aginter Press anti-communistische activiteiten van de PIDE, de geheime politie van Salazar. Toen in 1974 de anjerrevolutie een einde stelde aan het dictatoriale bewind van Salazar, werden de archieven van de PIDE in beslag genomen. Daaruit bleek dat Aginter Press een netwerk was voor spionage, terrorisme en huurlingenactiviteiten, gefinancierd door extreem-rechts. Aginter Press werkte samen met de BOSS, de Zuid-Afrikaanse geheime dienst, de DGS, de geheime dienst van Franco, en de KYP, de politieke politie van het Griekse kolonelsregime. In België kon men rekenen op Jeune Europe. Een van de leiders van deze tot 1968 actieve extremistische beweging was Emile Lecerf.

Bron: Opus Dei in België | André Van Bosbeke

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube

6

Re: Aginter Press

Aginter Presse werd in 1966 in Portugal opgericht door Guérin-Serac en de Italiaanse fascist en terrorist Stefano Delle Chiaie. Guérin-Serac zelf was een Fransman en Gladio Portugal leidt ons dan ook naar de stay-behind in Frankrijk, Italië en niet het minst Spanje.

In heel de oorlog tegen het communisme lijkt er wel één constante, die zowel tijdens het interbellum als na de Tweede Wereldoorlog typerend was voor de wijze waarop de strijd werd gevoerd: de oorlog tegen het communisme gebeurde in essentie ondergronds. Twee uitzonderingen hierop vormden Portugal en Spanje die reeds in het interbellum openlijk overgingen tot de installatie van een dictatuur en hiermee tot in de jaren 1970 elke linkse subversie elimineerden.

In Portugal werd naar aanleiding van een militaire coup in 1926 het parlement finaal afgeschaft en werd de dictatuur geïnstalleerd. In 1932 werd Antonio de Oliveira Salazar minister president van die dictatuur, wat hij tot aan zijn dood in 1970 bleef. De dictatuur zelf hield pas op te bestaan naar aanleiding van de Anjerrevolutie in 1974. Met zijn uitgesproken voorkeur voor het katholieke corporatisme en het fascisme en zijn afkeer van het communisme steunde Salazar Franco tijdens de Spaanse burgeroorlog en sloten na afloop een Iberisch pact.

De Spaanse burgeroorlog begon in 1936 nadat een linkse hervormingsbeweging opmerkelijke electorale successen had geboekt en Franco een militaire coup inzette. In de ogen van het machtige, maar nauwelijks gecontroleerde leger werd Spanje na de verkiezingen opgezogen door socialisten, communisten, anarchisten en kerkverbranders. In tegenstelling tot de militaire coup in Portugal die slechts 24 uur in beslag nam, duurde die in Spanje welgeteld 3 jaar. Het verzet van de bevolking was enorm, maar ook van ver buiten Spanje kwam hulp opdagen. 12 internationale brigades werden opgericht die in totaal 60.000 vrijwilligers telden.

Uiteindelijk kon men de coup niet verhinderen omdat Franco de steun verwierf van Hitler en Mussolini. Maar misschien nog het meest doorslaggevend was de weigering van de Britse, Franse en Amerikaanse overheden om tussenbeide te komen. De angst voor een Spaans communisme was groter dan die voor een Spaanse fascistische dictatuur. Op 27 februari 1939 erkende Groot-Brittannië officieel het Spanje onder Franco. Van 1936 tot aan zijn dood in 1975 kende Spanje geen vrije verkiezingen meer en werd het land geteisterd door willekeurige arrestaties, valse veroordelingen, mishandelingen en moord.

Zowel Portugal als Spanje beloofden tijdens de Tweede Wereldoorlog aan Hitler en Mussolini hun neutraliteit. Ondanks die verdoken vorm van collaboratie genoten beide dictaturen echter na de oorlog stilzwijgend de steun van Washington en Londen. Voor Spanje verliep dit evenwel niet van een leien dakje. Aanvankelijk waren de VS niet zo happig op het voortbestaan van Franco's fascistisch regime en de OSS trachtte nog in 1947 met de "Operation Banana's" het regime omver te werpen. De Britten dachten hier echter anders over en door een lek van MI6 aan de Spaanse geheime diensten kon de coup alsnog worden verijdeld. Nadien veranderden de VS en de CIA radicaal van koers en gingen voortaan nauw samenwerken met Spanje. Om haar internationale isolement te verhelpen namen de VS Spanje in 1955 in de Verenigde Naties op. Tegen het einde van de jaren 1950 werd de Spaanse geheime dienst één van de beste bondgenoten van de CIA in Europa.

Portugal verging het ietwat anders. Tot ieders verbazing werd die dictatuur in 1949 stichtend lid van de NAVO, ondanks het feit dat Salazar zijn geheime oorlog niet alleen tegen de communisten voerde, maar tevens tegen elke oppositie. Het cruciale orgaan ter verwezenlijking van die clandestiene oorlog was de Portugese militaire geheime dienst Policia Internacional e de Defesa do Estado (PIDE).

Met PIDE zijn we aanbeland bij onze nieuwe protagonist in dit verhaal: Yves Guérin- Serac. Aginter Presse werd in 1966 opgericht en was als een soort informatiecentrum rechtstreeks gelieerd aan zowel PIDE als de CIA. Gespecialiseerd in provocatie-operaties trainde Aginter Presse rechtse terroristen om de vuile klusjes in de geheime oorlog tegen het communisme op te knappen. Voor alle duidelijkheid, Aginter Presse was geen persorgaan.

Aginter werd gesteund door de CIA en geleid door rechtse officieren die met behulp van PIDE fascistische militanten rekruteerden. Onder meer Italiaanse rechtse extremisten doorliepen een training bij Aginter, maar ook omgekeerd opereerde Aginter meermaals in Italië. Meer dan een mogelijke Sovjetinvasie domineerden vooral binnenlandse operaties en die in de Portugese kolonies de gevoerde strategie in de hoofden van de oprichters en de CIA. De periode werd voornamelijk gekarakteriseerd door een wereldwijd protest tegen de Vietnamoorlog, de VS-steun aan Latijns- Amerikaanse dictaturen en de Westerse dictaturen Spanje en Portugal. Zowel Salazar als PIDE vreesden de sociale beweging en steunden op Aginter Presse om die te bekampen. De meeste agenten van Aginter waren voormalige soldaten die in Afrika en Zuid-Azië hadden gevochten in een poging het verlies van de Europese kolonies te verijdelen.

Leider van Aginter was kapitein Yves Guérin-Serac (alias Jean-Robert de Guernadec, alias Yves Guillou, alias Ralf). En die had een indrukwekkend palmares. Als militant katholiek en rabiaat anticommunist werd hij algauw gerekruteerd door de CIA. Hij vocht in de Franse Vietnamoorlog (1945-1954), in de Koreaanse oorlog (1950-1953) en in de Frans-Algerijnse oorlog (1954-1962). Hij was een gerenommeerd officier van de 11e du Choc (Frans parachute commando) en lid van de Organisation Armée Secrète (OAS). Over de 11e du Choc en de OAS hebben we het zo meteen, wanneer we het Franse Gladio onder de loep nemen. Van belang hier is dat na de opheffing van de OAS in 1962, Guérin-Serac en andere OAS strijders uit Frankrijk vluchtten en hun diensten aanboden onder meer in Latijns-Amerika.

De OAS-diaspora moest de militante rechtse netwerken verstevigen. Guérin-Serac bood eerst zijn diensten aan in het Spanje onder Franco, vervolgens in Portugal onder Salazar. In Portugal werd hij in contact gebracht met PIDE en aangesteld als instructeur van het paramilitaire Legiao Portuguesa en van de contra guerrilla eenheden van het Portugese leger. In die positie richtte hij Aginter Presse op. Medeoprichter was Stefano Delle Chiaie.

Over de OAS diaspora legde Guérin-Serac later de volgende verklaring af:

"The others have laid down their weapons, but not I. After the OAS I fled to Portugal to carry on the fight and expand it to its proper dimensions – which is to say, a planetary dimension."

Over Aginter herinnerde Delle Chiaie zich in een getuigenis:

"We acted against the communists and against the bourgeois state, against the democracy, which deprived us from our liberty."

Met steun van de CIA werd een Aginter leger opgericht, dat enerzijds uit officieren uit de Indo-Chinese, Koreaanse en Algerijnse oorlog bestond, anderzijds ook rekruteerde bij intellectuelen die zich bezig hielden met het bestuderen van de marxistische subversieve technieken. Die intellectuelen vormden studiegroepen waarin zij hun inzichten en ervaringen deelden in een poging die subversieve technieken te ontleden en een fundament te leggen voor een contra-techniek. Dat laatste is erg interessant, want het impliceerde dat Guérin-Serac zich intensief ging bezighouden met het frequenteren van dergelijke "studiegroepen". En omdat de strijd in zoveel mogelijk landen moest plaatsvinden werden nauwe contacten gelegd met "studiegroepen" in Italië, België, Duitsland, Spanje en Portugal zelf. Het ultieme doel was de formatie van een Western League of Struggle against Marxism.

Zijn samenwerking met Florimond Damman in een poging om het Europese anticommunistische CREC op te richten, is in dit licht erg betekenisvol. Zo rapporteerde het blad Article 31 in het artikel "Aginter: l'Orchestre noir", in 1985 en dus nog voor de ontmanteling van Gladio in Europa, over de impact die Aginter heeft gehad op het terrorisme in Europa.

"Minder bekend was de poging van Guérin-Serac om te infiltreren in de Paneuropese Unie, circa 1969-1970, en dit via een Belgische antenne ervan die eerder extreem-rechts georiënteerd was. Via die omweg ontmoette Guérin-Serac diverse conservatieve personaliteiten in Europa zoals Franz Jozef Strauss."

Nog voor Aginter als het Portugese Gladio zou worden ontmanteld, wezen enkele journalisten er dus al op dat een clandestiene paramilitaire eenheid, gefinancierd door de CIA, contacten had met de Europeïstische organisaties. De zogenaamde Belgische antenne van de Paneuropese Unie was immers, zoals we weten, niets anders dan de AESP van Florimond Damman.

In eerste fase richtte Aginter zich weliswaar voornamelijk op Afrika in een poging tot het behoud van de Portugese kolonies. Maar net als de andere Europese mogendheden zou ook Portugal haar kolonies moeten loslaten. De focus werd daarom bij Aginter gaandeweg ook op West-Europa gelegd. Aginter wordt beschouwd als de meest brutale en bloedige stay-behind van allemaal.

De werkelijke doelstellingen van Aginter werden in een document dd. november 1969 en getiteld "Our Political Activity", nader geëxpliciteerd.

Om het communisme in West-Europa te verslaan zijn terroristische operaties noodzakelijk. In eerste fase moet chaos gecreëerd worden in alle structuren van het regime. Hiervoor dienen twee vormen van terrorisme te worden toegepast.

Ten eerste een blind terrorisme met een willekeurig en zo groot mogelijk aantal slachtoffers.

Ten tweede een selectief terrorisme waarbij welbepaalde personen moeten worden geëlimineerd.

In beide gevallen moet voor de aanslagen links de schuld krijgen. De huidige regering wordt aldus gediscrediteerd en gedwongen te verrechtsen. Vervolgens moeten de juridische, militaire en kerkelijke machten tot in de kern worden geïnfiltreerd, om op die manier de publieke opinie te beïnvloeden. De uiterst rechtse oplossingen die worden aangeboden, moeten dan als enige haalbare instrumenten worden voorgesteld om de natie te redden.

In mei 1974 brak echter de Anjerrevolutie uit die een einde maakte aan de dictatuur in Portugal. Aginter Presse was gedoemd om te worden opgerold, maar door een uiterst secuur en verspreid inlichtingennet werden alle agenten op tijd getipt en wisten zo te ontsnappen. Niemand werd gearresteerd. De jonge democratie wilde schoon schip maken en de militaire geheime dienst PIDE en de Legiao Portuguesa werden opgedoekt. Een onderzoek naar Aginter werd ingezet, maar zo goed als alle documenten verdwenen, nog voor die konden worden geconsulteerd.

PIDE werd vervangen door SDCI, die het onderzoek naar Aginter voerde. Hieruit bleek dat Aginter een internationaal spionagebureau was met contacten met de CIA, de BND (Organisation Gehlen), de Spaanse, de Zuid-Afrikaanse (BOSS) en Griekse inlichtingendiensten. Na de Anjerrevolutie vluchtte Guérin-Serac naar Spanje en samen met andere leden van Aginter voerde hij in opdracht diverse aanslagen uit tegen leden van de Baskische afscheidingsbeweging ETA. Maar ook de Spaanse dictatuur werd na de dood van Franco omver geworpen en in 1975 zag Guérin-Serac zich genoodzaakt, net als Delle Chiaie en andere Aginter-Presseleden, om naar Latijns-Amerika te vluchten, alwaar ze met open armen in het Chili van Pinochet werden ontvangen. Yves Guérin-Serac werd het laatst in Spanje gezien in 1997.

Het is in dit relaas opgevallen hoe meermaals de zogenaamde Gladiatoren, de "Gladiatori", hun toevlucht zochten in Spanje. Dit hoeft niet te verwonderen. De bijzondere nauwe samenwerking tussen Spanje onder Franco en de CIA resulteerde reeds in 1948 in een Spaanse Gladiocel in Las Palmas op de Canarische eilanden. Vooral de leden van het Buro Segundo Bis waren sterk betrokken in het geheime stay- behind netwerk en dit tot ver in de jaren 1960 en 1970. De Belg André Moyen, die van 1938 tot 1952 lid was van de Belgische militaire geheime dienst SDRA, wees er trouwens in een interview op dat de Spaanse stay-behind in het Gladio-onderzoek teveel werd onderbelicht, terwijl ze juist een sleutelrol had gespeeld.

In het bestek van deze doctoraalscriptie is het vooral interessant dat Spanje als een toevluchtsoord fungeerde voor uiterst rechtse terroristen die deel uitmaakten van de geheime anticommunistische oorlog in Europa. Laten we er immers aan herinneren dat ook de hoofdzetel van CEDI in Madrid gelegen was, in dezelfde periode dat Franco over Spanje en zijn geheime militaire en inlichtingendiensten heerste. Laten we er ook op wijzen dat zowel CEDI als de AESP bevolkt werden door protagonisten die tezamen een sterke Spaanse, Italiaanse, Franse, Duitse en Belgische as vormden in hun anticommunistische strijd en hun streven naar een rechts Europa. Tot slot is die Spaanse connectie ook opmerkelijk, gezien het feit dat Spanje pas toetrad als lid van de EU in 1986.

Bron: De netwerking van een neo-aristocratische elite in de korte 20ste eeuw | Klaartje Schrijvers

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube

7

Re: Aginter Press

De eerste belangrijke operatie van Aginter Press was operatie Kérilis. Een operatie in samenwerking met de Generale Maatschappij om Tshombe terug aan de macht te brengen in Congo. De operatie is echter niet doorgegaan omdat Tshombe ontvoerd werd en nadien werd vermoord in Algerije.

(...) ou d'un autre Katangais à leur solde ces vastes régions qu'ils ont nettoyées des maquisards "Simba" et de défier leur ancien maître Mobutu. Les autres chefs d'Etats africains inquiets le pressent de se débarrasser de ces soldats de fortune qui font la honte de l'Afrique indépendante. Bob Denard, le Français et ses hommes tiennent Kisangani et contrôlent le nord-est du pays; tandis que l'ancien colon belge Jean-Pierre Schramme occupe le Maniema. A Kinshasa, on chuchote l'existence du complot "Kérilis" sensé remettre Tshombe au pouvoir.

Ce plan, mis au point avec le concours de l'agence Aginter Press (une organisation anti-communiste), était orchestré par la Société Général de Belgique (SGB) sous l'instigation de René Clemens, professeur à l'Université de Liège, auteur de la "Constitution katangaise", de l'avocat Mario Spandre et du colonel F.A. Vandewalle (1), ancien chef de la Sûreté du Congo belge et conseiller militaire de Tshombe au Katanga, visait à éliminer Mobutu. Après avoir rejeté les instructions de Mobutu concernant l'Union Minière du Haut Katanga, la SGB avait sommé son personnel européen de quitter le Congo le 23 décembre 1966. C'est en réponse à cette situation que Mobutu décida la création d'une nouvelle société en lieu et place de l'Union Minière, dans laquelle l'Etat congolais détenait 55% des parts.

C'est dans la première phase d'exécution du plan Kérilis, que les mercenaires tenaient en vain de s'emparer de Kisangani et de Bukavu où ils ont sous-estimé la force défensive de l'Armée Nationale Congolaise. Peut-être n'étaient-ils pas au courant de la formation rapide des parachutistes zaïroisà N'djili par les Israéliens avec l'appui logistique américain?

Alors que Bob Denard, blessé est évacué d'urgence de Kisangani vers sa base de repli en Rhodésie, Jean-Pierre Schramme s'enlisera à Bukavu du 7 août au 5 novembre 1967 avant de s'enfuir au Rwanda à la tête de 129 mercenaires dont 55 Belges, 29 Français, 16 Italiens et 2.526 Katangais dont 1.500 femmes et enfants.

Bron: République Démocratique du Congo.: Les générations condamnées | Jean I.N. Kanyarwunga

(1) Deze man speelde ook een sleutelrol in de moord op Patrice Lumumba, de eerste democratisch verkozen premier van de Republiek Congo

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube

8

Re: Aginter Press

» www.lemonde.fr

9

Re: Aginter Press

Italian Neofascism and Global Networks: A Transnational Perspective on the Strategy of Tension » www.historyofthefarright.org

Deze tekst analyseert de transnationale netwerken van het Italiaanse neofascisme in de naoorlogse periode en het tijdperk van de "Strategie van Spanning". De auteur toont aan dat het activisme van groepen zoals de MSI, Ordine Nuovo en Avanguardia Nazionale zich niet beperkte tot Italië, maar zich uitstrekte tot allianties met Europese en Latijns-Amerikaanse dictaturen.

Bronnen onthullen de betrokkenheid van buitenlandse inlichtingendiensten en organisaties zoals Aginter Press bij het verlenen van logistieke en ideologische steun aan Italiaanse radicalen. De studie onderzoekt hoe deze politieke ballingschap de export van ideologieën naar Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk mogelijk maakte, en tegelijkertijd militanten in staat stelde deel te nemen aan buitenlandse conflicten. Tot slot benadrukt het document de persistentie van deze internationale connecties binnen hedendaagse extreemrechtse bewegingen.

Volgens dit document was Aginter Press een extreemrechtse, anticommunistische paramilitaire organisatie, door historicus Aldo Giannuli beschreven als de "harde kern" van de Zwarte Internationale.

Hieronder volgen de belangrijkste punten met betrekking tot deze organisatie:

Oorsprong en structuur

Oprichting: De organisatie werd in 1966 in Lissabon opgericht door voormalige leden van de OAS (Geheime Gewapende Organisatie), met financiële en logistieke steun van de Portugese inlichtingendienst (PIDE).

Dubbele aard: De organisatie had een publiek gezicht, een persdienst die als juridische dekmantel diende, en een clandestiene gewapende tak genaamd Orde en Traditie - Organisatie voor Actie tegen het Internationale Communisme (OT-OACI).

Leiderschap en belangrijke leden

De organisatie werd geleid door Yves Guérin-Sérac (geboren Yves Guillou), een voormalig officier in het Franse leger en deserteur van de OAS.

Andere belangrijke leden waren Robert Leroy (een expert in valse vlag-operaties), Jean-Marie Laurent (een voormalig lid van de OAS) en Jay Simon Salby, het enige Amerikaanse lid dat betrokken was bij directe acties.

Strategie en methoden: Subversieve oorlogsvoering

Valse vlag-operaties: Volgens een intern document getiteld "Onze politieke actie" bestond de strategie uit het infiltreren van communistische of pro-Chinese groepen om aanslagen of gewelddadige acties in hun naam uit te voeren. Het doel was om chaos te creëren, het rechtssysteem in diskrediet te brengen en de publieke opinie aan te zetten tot de eis van een autoritaire staat om de orde te herstellen.

Wereldwijde infiltratie: Robert Leroy infiltreerde met name bevrijdingsbewegingen in Portugese koloniën, zoals FRELIMO in Mozambique, om hun leiders te vermoorden.

Verbanden met het Italiaanse neofascisme

Aginter Press onderhield nauwe banden met Italiaanse neofascistische groepen, met name tijdens de Strategie van Spanning:

Training: Het agentschap verzorgde cursussen in guerrillaoorlogvoering en het omgaan met explosieven voor militanten van Ordine Nuovo (ON) en Avanguardia Nazionale (AN).

Operationele samenwerking: Ordine Nuovo diende als rekruteringsbasis voor Aginters clandestiene activiteiten en bood logistieke ondersteuning in Italië.

Bomaanslag op Piazza Fontana (1969): Er zijn verbanden gelegd tussen Aginter Press en deze bomaanslag. Vervalsde propagandafolders die op de plaats delict werden gevonden, werden herleid tot Guérin-Sérac. Bovendien stond Guido Giannettini, een Aginter-medewerker en informant voor de Italiaanse geheime dienst (SID), in contact met de ON-cel die verantwoordelijk was voor de bomaanslag.

Aanhangers en het einde van de organisatie

Financiering: Guérin-Sérac zou hebben toegegeven financiële steun te hebben ontvangen van de rechtervleugel van de Amerikaanse Republikeinse Partij, waarbij hij specifiek senator Barry Goldwater noemde.

Ontbinding: De organisatie werd ontmanteld na de Anjerrevolutie in 1974 in Portugal. De inbeslagname van haar archieven door het Portugese leger stelde magistraten en historici in staat haar subversieve activiteiten wereldwijd te documenteren.

Yves Guérin-Sérac (geboren Yves Guillou) wordt in de bronnen beschreven als een centrale figuur in het naoorlogse internationale anticommunistische netwerk en de leider van de organisatie Aginter Press.

Hieronder volgt gedetailleerde informatie over hem:

Militaire carrière en betrokkenheid

Voormalig Frans officier: Hij vocht in de Franse strijdkrachten in Korea, Indochina en Algerije. Hij werd onderscheiden door de Verenigde Staten (Silver Star en Bronze Star) en door Zuid-Korea.

Desertie en OAS: In februari 1962 deserteerde hij uit het Franse leger in Oran om zich aan te sluiten bij de OAS (Geheime Gewapende Organisatie).

Oprichting van Aginter Press: Na het mislukken van de OAS richtte hij in 1966 het persbureau Aginter Press op in Lissabon met de steun van de Portugese inlichtingendienst (PIDE).

Ideologie en oorlogsdoctrine

Radicaal anticommunisme: Zijn politieke visie werd gekenmerkt door traditionalistisch katholicisme en een diepgewortelde afwijzing van het communisme, dat hij beschouwde als de grootste bedreiging voor westerse waarden.

Valse vlag-operaties: Hij was het brein achter het interne document "Onze politieke actie", waarin werd gepleit voor het infiltreren van pro-Chinese en communistische groeperingen om gewelddadige aanslagen te plegen. Het doel was om chaos te creëren, zodat de publieke opinie een autoritair regime zou eisen.

De OT-ICAO-tak: Naast zijn publieke rol leidde Aginter de clandestiene gewapende tak, OT-ICAO, die paramilitaire operaties uitvoerde, met name in Afrika.

Verbanden met Italiaanse neofascisten

Samenwerking met Ordine Nuovo: Guérin-Sérac ontmoette Pino Rauti in Rome in 1968 om de uitwisseling van geheime informatie en de anticommunistische strijd te bespreken. Naar verluidt gaf hij tijdens deze bijeenkomst toe geld te hebben ontvangen van de rechtervleugel van de Amerikaanse Republikeinse Partij, waarbij hij senator Barry Goldwater als voorbeeld noemde.

Relatie met Guido Giannettini: Hij werd rond 1963-1964 in Lissabon voorgesteld aan Giannettini (een agent van de Italiaanse geheime dienst) onder de codenaam "Ralf".

Bomaanslag op Piazza Fontana (1969): Hoewel zijn precieze rol onduidelijk blijft, droegen vervalste pamfletten die op de plaats delict werden gevonden (bedoeld om extreemlinks te beschuldigen) zijn tactische "handtekening" en werden door onderzoekers naar hem herleid.

Internationale activiteiten en einde

Infiltratie in Afrika: Onder zijn leiding infiltreerde Aginter Press bevrijdingsbewegingen zoals FRELIMO in Mozambique om hun leiders te vermoorden.

Ballingschap: Na de Anjerrevolutie in Portugal in 1974 werd hij gedwongen Aginter te ontbinden en in ballingschap te gaan. Bronnen geven aan dat hij daarna vanuit Spanje banden onderhield met groepen zoals UNITA in Angola.

Het document geeft aan dat de relatie tussen Aginter Press en de CIA complex was, gekenmerkt door officiële weigeringen, maar ook door een opmerkelijke convergentie van strategische belangen.

Hieronder volgen de specifieke details van deze verbanden:

Poging tot samenwerking afgewezen (1961): Vóór de officiële oprichting van Aginter Press probeerden Yves Guérin-Sérac en Jean-René Souètre in mei 1961 steun van de CIA te verkrijgen voor activiteiten tegen De Gaulle. De CIA weigerde hun aanbod destijds echter.

Convergentie van belangen en Operatie CHAOS: Hoewel een gecoördineerd, alomvattend project ter bestrijding van opstanden niet formeel is bewezen, wijzen historici op een "samenloop van belangen" tussen bepaalde westerse inlichtingendiensten en Aginter Press. Met name Aginters doctrinele document, "Our Political Action", dat de infiltratie van extreemlinkse groeperingen bepleitte, vertoont overeenkomsten met de CIA-operatie CHAOS (gelanceerd in 1966), die eveneens tot doel had buitenparlementaire linkse bewegingen in Europa te infiltreren.

De rol van Jay Salby: Het enige bekende Amerikaanse lid van Aginter Press, Jay Simon Salby (codenaam "Beaver"), zou betrokken zijn geweest bij de invasie in de Baai van Varkens (een beruchte CIA-operatie), hoewel zijn precieze rol nooit door gerechtelijke documenten is opgehelderd.

Amerikaanse politieke steun: Tijdens een bijeenkomst in 1968 beweerde Guérin-Sérac financiële steun te ontvangen van "de rechtervleugel van de Amerikaanse Republikeinse Partij", waarbij hij specifiek nauwe banden met senator Barry Goldwater noemde. De bron specificeert niet of deze financiering via de CIA verliep.

Informanten en informanten: Sommige medewerkers van Aginter, zoals Robert Leroy, fungeerden als informanten voor de NAVO over communistische activiteiten. Bovendien waren leden van de Ordine Nuovo-cel die aan Aginter gelieerd waren (zoals Carlo Digilio) informanten voor NAVO-inlichtingennetwerken die onder toezicht stonden van Amerikaanse officieren.

Kortom, hoewel de CIA in 1961 officieel een directe alliantie afwees, maakten de clandestiene activiteiten van Aginter Press deel uit van de bredere anticommunistische strategie die tijdens de Koude Oorlog door westerse inlichtingendiensten werd gesteund.

De link tussen de organisatie Aginter Press en de Amerikaanse senator Barry Goldwater berust op uitspraken van de directeur van het agentschap, Yves Guérin-Sérac, tijdens een strategische bijeenkomst.

Hieronder volgen de verstrekte details:

Bron van de informatie: In januari 1968 ontmoette Guérin-Sérac in Rome voor het eerst persoonlijk Pino Rauti, de leider van de Italiaanse neofascistische groep Ordine Nuovo. Volgens de getuigenis van Armando Mortilla (codenaam "Aristo"), een lid van de leiding van Ordine Nuovo die als informant optrad, besprak Guérin-Sérac tijdens deze bijeenkomst zijn internationale supporters.

Aard van de connectie: Guérin-Sérac noemde expliciet Barry Goldwater, destijds senator voor Arizona en voormalig Republikeins presidentskandidaat, als iemand met wie Aginter Press "nauwe banden" onderhield.

Financiële steun: Tijdens dezelfde bijeenkomst beweerde de directeur van Aginter dat zijn organisatie financiële steun ontving van de "rechtervleugel van de Republikeinse Partij" in de Verenigde Staten.

Deze connectie maakte deel uit van Guérin-Séracs wens om de kracht van zijn internationale anticommunistische netwerk te demonstreren en samenwerking en de uitwisseling van geheime informatie met Italiaanse neofascistische militanten aan te moedigen.

De mysterieuze instructeur, bekend als "Jean", was een voormalig officier van de OAS (Geheime Gewapende Organisatie) die voor Aginter Press werkte.

Dit is wat de bron onthult over zijn activiteiten en rol:

Paramilitair training: In 1966 gaf hij trainingen in guerrillaoorlogvoering en het omgaan met explosieven aan Italiaanse neofascistische militanten.

Getrainde groepen: Deze trainingen werden gevolgd door leden van Ordine Nuovo (ON) en Avanguardia Nazionale (AN).

Locaties van de operaties: De trainingen vonden voornamelijk plaats in Rome, maar andere leden van Avanguardia Nazionale bevestigden dat hij ook lesgaf in Reggio Calabria.

Zijn waarschijnlijke banden met Aginter Press onderstrepen de rol van deze organisatie in het leveren van logistieke en technische middelen ter ondersteuning van het politieke geweld van extreemrechts in Italië tijdens de Strategie van Spanning.

Aginter Press vertrouwde op de Italiaanse neofascistische groepering Ordine Nuovo (ON) voor haar wervings- en infiltratieactiviteiten in Italië.

Volgens een intern rapport van het Italiaanse Ministerie van Binnenlandse Zaken uit 1967 nam deze samenwerking twee hoofdvormen aan:

Werving van vrijwilligers: Ordine Nuovo diende als wervingsbasis voor Aginters clandestiene en gewapende tak, OT-OACI (Orde en Traditie – Organisatie voor Actie tegen het Internationale Communisme). Deze vrijwilligers waren bedoeld om operaties in het buitenland uit te voeren.

Oprichting van een stedelijk netwerk: Het doel was om in elke grote Italiaanse stad een netwerk van agenten op te zetten. Deze lokale agenten hadden de taak om informatie en logistieke ondersteuning te bieden voor potentiële anticommunistische activiteiten op het schiereiland.

Deze samenwerking werd geïntensiveerd na een bijeenkomst in Lissabon in 1967, waar Aginter leden van Ordine Nuovo voor had uitgenodigd. Na deze bijeenkomst toonde ON-leider Pino Rauti grote belangstelling voor samenwerking en bood hij aan zijn kaders beschikbaar te stellen voor politieke acties als de benodigde fondsen beschikbaar zouden komen.