1

In de marge van het Bende van Nijvel-dossier (en een aantal andere dossiers zoals de moord op Lumumba, het netwerk van Moyen en de moord op Lahaut) wordt de Generale Maatschappij vaak genoemd.

De Generale Maatschappij van België (Frans: Société Générale de Belgique) was een belangrijke Belgische holding en investeringsmaatschappij.

Geschiedenis

Het begin

De Generale Maatschappij werd met staatswaarborg in december 1822 opgericht door koning Willem I onder het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden als de Algemeene Nederlandsche Maatschappij ter Begunstiging van de Volksvlijt. Deze maatschappij had als doel de groei van de welvaart in de zuidelijke gewesten van het land te stimuleren. Bij de revolutie van 1830 werd het bedrijf Belgisch (Societé Générale de Belgique). Vanaf toen tot de oprichting van de Nationale Bank van België in 1850 fungeerde de Generale Maatschappij ook als nationale bank.

Hoogtepunt

In de begintijd investeerde de Generale Maatschappij (GM) veel in (spoor)wegen en kanalen. Naar aanleiding van de beurscrash van 1929 werden de bankactiviteiten in 1934 afgesplitst in de Generale Bank (nu: BNP Paribas Fortis). De GM bleef wel de belangrijkste aandeelhouder van de Generale Bank.

Op het toppunt van haar macht, rond de Tweede Wereldoorlog, controleerde GM zo’n 800 van de grootste ondernemingen in België en Congo. Dat was equivalent aan ongeveer 40% van het Belgische industriële patrimonium. De invloed van de holding op de politiek en sociaal terrein was bijzonder groot en "GM was een staat binnen de Belgische staat". Het Comité Intérieur Colonial controleerde vanuit Brussel de Congolese belangen van de groep.

Einde

Overnamepoging de Benedetti

Een van de grote economische verhalen van België kwam ten einde in 1988. De Italiaanse zakenman Carlo de Benedetti had in alle stilte 17% van de aandelen van de Generale Maatschappij van België (GM) gekocht en hij wilde een bod op alle aandelen GM doen.

De GM had op dat moment nog steeds een groot maatschappelijk belang. Tegen de tweede helft van de twintigste eeuw had GM ongeveer 1200 dochters over heel Europa, en was net begonnen met bedrijven op te kopen in China, tien jaar voor de rest van de wereld het land ontdekte. Er is becijferd dat één derde van het Belgische bedrijfsleven verstrengeld was in de GM.

GM had echter haar aandeelhouders verwaarloosd. Slechts 6 à 7% van de uitstaande aandelen waren in vaste handen (voornamelijk bij de koninklijke familie en een paar grote banken). De managers waren ingenieurs verbonden aan de Université catholique de Louvain (UCL). Het dividendbeleid van de onderneming was mager en de koers van het aandeel lag met 2800 BEF (69,40 euro) fors onder de intrinsieke waarde van 10000 BEF (250 euro) per aandeel.

De Benedetti was aangetrokken door de lage beurskoers van GM. Hij kocht op de beurs aandelen en bouwde een minderheidsbelang op in GM. Op zondag 17 januari 1988 bracht De Benedetti een bezoek bij René Lamy, gouverneur van de GM. Hij had een doosje pralines mee, en kondigde zijn voornemen aan om een openbaar bod uit te brengen op alle aandelen van de GM. Lamy viel van zijn stoel en belde naar de koning, de eerste minister en naar Walter Van Gerven, toen voorzitter van de bankcommissie. Het Belgische economische establishment kwam in verzet tegen deze ongewenste overname en zocht een vriendelijke gezinde partij die de aanval van de Italiaan zou helpen afslaan.

Maurice Lippens, toenmalig voorzitter van de raad van bestuur van de Generale Bank (GB), een van de dochters van de GM, had een constructie opgezet om de plannen van De Benedetti te doen mislukken. De raad van bestuur van de GM zou een kapitaalverhoging van 100% uitschrijven, om zo het belang van De Benedetti te verwateren (een gifpil). Het geld kwam van de GB, die een lening van drie miljard BEF toestond aan Sodecom en Sodecom schreef in op alle aandelen in de kapitaalverhoging. Zo ontstond de absurde en vennootschapsrechtelijk incestueuze situatie dat Sodecom, die 100% eigendom is van de GM, zelf 50% eigenaar wordt van de GM. Op deze manier is in één nacht het maatschappelijk kapitaal van de GM verdubbeld van drie naar zes miljard BEF. Het belang van De Benedetti in GM daalde op slag van 17% naar 8,5%.

Op maandag werd het openbaar bod gepubliceerd. Op dinsdag was het aandeel van GM al gestegen van 2800 BEF (69,40 euro) naar 8000 BEF (200 euro). Oorspronkelijk had De Benedetti ongeveer 9,96 miljard BEF (246 miljoen euro) moeten betalen voor alle aandelen van de GM. Door deze koersstijging en door de kapitaalverhoging zou De Benedetti nu zomaar eventjes 21,97 miljard BEF (544 miljoen euro) op tafel moeten leggen.

Ondertussen was de premier druk op zoek naar een andere overnemer en die vond hij bij Compagnie de Suez. Suez was toen nog een relatief kleine Franse onderneming. Dankzij de steun van een aantal financiële instanties slaagde Suez op 14 april 1988 erin GM over te nemen en De Benedetti moest afdruipen.

Suez en de ontmanteling van de groep

Suez verwierf in 1988 een meerderheidsbelang van bijna 60% in GM. In 1998 bracht de Franse groep, intussen omgedoopt tot Suez Lyonnaise des Eaux, een vrijwillig ruilbod uit op de overige 40% van de aandelen. Suez Lyonnaise kreeg hiermee bijna alle aandelen in handen en het aandeel van GM werd van de beurs gehaald. In december 1999 bracht het een verplicht uitkoopbod uit op de 0,6% GM-aandelen die ze nog niet bezat. Suez-Lyonnaise slaagde hierin en met alle aandelen in handen hoefde Suez Lyonnaise geen openbare aandeelhoudersvergaderingen voor GM meer te organiseren. De Generale was in feite een nutteloze schakel tussen Suez en de 'interessante' bedrijven Tractebel en Electrabel geworden. In 1999 was Suez voor 100% eigenaar van Tractebel geworden en op 31 oktober 2003 ten slotte fuseerde Tractebel met de Generale Maatschappij tot Suez-Tractebel NV. Die vrijdag was de juridische sterfdatum van de Generale Maatschappij van België.

Na de overname heeft Suez heel wat dochters van de GM moeten verkopen om haar reusachtige leningen terug te betalen. Suez heeft in feite hetzelfde gedaan als De Benedetti van plan was, de ontmanteling van het conglomeraat. Slechts een paar belangrijke vennootschappen, zoals de Société Maritime de Belgique, zijn in Belgische handen gebleven. Suez hield in de jaren 90 ook nog een aandelenbelang van 30% in de Generale Bank, maar op 17 mei 1998 kocht Fortis deze aandelen en werd de Generale Bank een onderdeel van Fortis.

Dochtermaatschappijen

Als holdingmaatschappij had "de oude dame" een aandeel in onder andere volgende maatschappijen.

Bank

  • Generale Bank nu BNP Paribas Fortis

Mijnbouw

  • Union Minière nu Umicore

Transport

  • Compagnie Maritime Belge nu CMB

Industrie

  • Acec

  • Arbed

  • Recticel

  • Fabrique Nationale de Herstal

  • Glaverbel

Infrastructuur

  • Tractebel

  • Electrabel

  • Distrigas nu Fluxys

Gouverneurs

  • Ocker Repelaer van Driel 1823-1830

  • Ferdinand Meeûs 1830-1861

  • Charles Liedts 1861-1877

  • Victor Tesch 1877-1892

  • Ferdinand Baeyens 1892-1913

  • Jean Jadot 1913-1932

  • Emile Francqui 1932-1935

  • Alexandre Galopin 1935-1944

  • Félicien Cattier 1944

  • Gaston Blaise 1944-1950

  • Paul Gillet 1950-1961

  • Max Nokin 1961-1974

  • Paul-Emile Corbiau 1975-1980

  • René Lamy 1981-1988

  • Étienne Davignon 1988-2001

  • Gérard Mestrallet 2001-

Bron: Wikipedia

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

2

De Oude Dame en haar roemrijke verleden

De Oude Dame, zo luidt de bijnaam van de Generale Maatschappij van België. 's Lands grootste holding is enkele jaren ouder dan de natie zelf. En de geschiedenis van land en maatschappij is heel nauw verweven.

Stichter van de Generale was Willem I, koning der Nederlanden. Onder zijn impuls werd in 1822 de "Algemeene Nederlandsche Maatschappij ter Begunstiging van de Volksvlijt' opgericht; Willem I was er vooral op uit een financieringsinstrument op te zetten voor de industrie.

In 1830, bij de boedelscheiding van Nederland en België, werd de vennootschap herdoopt tot "Société Générale de Belgique' (en het was wachten tot in de jaren zeventig van deze eeuw, vooraleer er ook een Nederlandse vertaling zou komen: Generale Maatschappij van België).

De Generale kreeg in het jonge België een hoop taken toegespeeld: staatskassier, emissiebank, kredietverstrekker voor de overheid; taken als handelsbank en portefeuillemaatschappij kwamen er pas in tweede instantie bij. Op vraag van de regering ging zij bijvoorbeeld krediet verlenen aan de fabriek die John Cockerill in Luik had opgebouwd en die in moeilijkheden was geraakt. De institutionele rol van de Generale verdween in de loop der jaren; vooral na de oprichting in 1850 van de Nationale Bank van België, die de emissietaak overnam. Maar dat betekende helemaal niet dat de Generale van het politieke toneel verdween, integendeel. Leopold II en de Belgische regering konden op haar rekenen voor het uitbouwen van de kolonie en voor de handelsrelaties met China en Zuid-Amerika.

Nog in deze eeuw werd de Generale een onmiskenbare politieke rol toebedicht. Toen in november 1934 de katoliek-liberale regering Theunis werd gevormd, blokletterde de krant Le Peuple: "De Generale opent een nieuw filiaal'.

Ook in de Tweede Wereldoorlog speelde de Generale een rol. Al in '38 had de holding een noodplan voor evacuatie klaar, dat voorzag in de overheveling van de bedrijfsleiding naar Frankrijk (het werd eerst Parijs, later Bordeaux). En goeverneur Alexandre Galopin, die in België was gebleven, zette een komitee (het comité-Galopin) op, dat langs de ene kant de ekonomische kollaboratie met de Duitse bezetters organizeerde, langs de andere kant steun gaf aan de weerstand.

De politieke rol van de Generale is in de voorbije jaren veel minder expliciet geworden; de Generale werpt nu vooral haar ekonomische gewicht als drukkingsmiddel in de schaal.

Aan het einde van de jaren vijftig kwamen er nogal wat moeilijkheden in de holding naar boven. De Generale had altijd sterk in de zware industrie geïnvesteerd, haar portefeuille bestond uit mijnbouw, staal en non-ferro's, en uit koloniale belangen. Drie dingen gingen gelijktijdig op de portefeuille wegen: de teruggang van de steenkoolmijnen, de onafhankelijkheid van Kongo, en de enorme investeringsbehoeften in de metaal- en de staalindustrie.

Pas laat kreeg de holding aandacht voor groeisektoren. Petroleum, petrochemie, elektronika en telekommunikatie: de Generale stapte er maar in wanneer de trein al vertrokken was. Eind '71 bestond bijvoorbeeld nog 11 procent van de Generale-portefeuille uit ijzer- en staalbedrijven, de elektronika werd toen nog onder "machinebouw' gekatalogeerd, en die was amper goed voor 5 procent van de portefeuille.

Gedaanteverwisseling

Sinds 1981 heeft de Generale een ware gedaanteverwisseling ondergaan. Onder impuls van goeverneur Lamy ging de holding haar rol opvatten als die van strategisch leider van de groep. De Generale ging zich sindsdien veel meer als een aktieve holding opstellen, die bepaalt in welke banen de ontwikkeling van de groep moet geleid worden, die de strategieën van de werkvennootschappen koördineert, synergieën in de hand werkt, een kontrolefunktie uiteoefent, en ook het human resources management bepaalt.

In beginsel klinkt dat mooi, maar de Generale met haar groep van ruim 1.000 vennootschappen (waarvan meer dan 500 in het buitenland) en 100.000 werknemers (waarvan bijna 50 procent in het buitenland) had toch enige moeite om die strategie ook waar te maken.

In een eerste stadium werden de sektoren afgebakend waarin de groep bedrijvig wou zijn. Een tiental sektoren werden geselekteerd, ofwel in snelgroeiende sektoren (telekommunikatie, trading, financiële diensten), ofwel in sektoren waarin de groep al erg sterk stond (chemie, diamant, scheepvaart, energie, bouw). Voor elk van deze sektoren is een struktuur opgezet met spilvennootschappen, die de band tussen moederholding en werkvennootschappen betekenen. Helemaal nieuw is dat niet, in feite bestaat die manier van werken al langer in de banksektor (met de Generale Bank) de diamantsektor (Sibeka), de scheepvaart (CMB), de papiersektor (Pabeltec).

De nieuwe strategie had in ieder geval een aantal belangrijke herstruktureringen tot gevolg. In de non- ferrosektor bijvoorbeeld werd zwaar gesaneerd; onder stuwing van Union Minière nam Vieille Montagne een groot gedeelte van de zinkactiva van Asturienne over. In de chemie werden Carboichim, Sedema, Sadacem en PRB gehergroepeerd tot Gechem; een operatie die niet meteen een sukses was, Gechem werd sindsdien al weer hertekend tot een holdingstruktuur met werkmaatschappijen. In de staalsektor verkocht de Generale haar participatie in Sidmar aan Arbed, en in ruil daarvoor verhoogde zij haar belang in het Luxemburgse staalbedrijf tot 23 procent. Heel belangrijk is de vorming van studiebureau Tractebel, door de fusie van Tractionel en Electrobel. In de telekommunikatie stapte de Generale sinds vorig jaar met de Franse groep CGE en de Amerikaanse ITT in Alcatel, via de spilvennootschap Belgatel. En in de informatika lijkt voor heel binnenkort een kombinatie van Intersys en CIG op stapel te staan.

De strategie had ook voor andere bedrijven zware gevolgen. BN bijvoorbeeld werd verkocht aan de Canadese groep Bombardier. En de Generale kocht de voorbije jaren o.m. de volledige kontrole in Tanks, in Union Minière en in Laura & Vereeniging.

Toch blijft ook nu nog vaak bij de Generale de vaderlandslievende retoriek bestaan. Toen enkele jaren geleden de holding, samen met de Franse CGE, een meerderheid nam in Acec, kon men Generale-direkteur Davignon openlijk horen verklaren: we konden Acec toch niet zomaar laten vallen. En inderdaad, wie de resultaten van Acec sindsdien bekijkt, moet tot de konklusie komen dat enkel patriottisme het motief kan geweest zijn. En bij de strijd om het "kontrakt van de eeuw' voor de RTT-telefooncentrales, eiste de Generale de eer op een communautaire pacifikatie te hebben kunnen realizeren, toen ze tegelijk de lobbying voor Bell en die voor Acec op zich kon nemen.

Bron: De Tijd | 19 januari 1988

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

3

(...) De man die België verkocht

In 1988 wordt Etienne Davignon benoemd tot voorzitter van de Generale Maatschappij van België. De Generale Maatschappij is het financiële machtsbolwerk waarin adel, industriëlen en zakenlui al meer dan een eeuw de koek verdelen. Het is de hoofdaandeelhouder van de belangrijkste Belgische bedrijven.

Als voorzitter heeft Davignon een belangrijke hand in de herstructureringen in onder meer de Waalse staalindustrie, Tractebel en Sabena, maar is hij ook rechtstreeks betrokken bij bedrijven die tot dan toe beschouwd werden als de pijlers van de Belgische economie: Bank Brussel Lambert, Generale Bank, Royale Belge, Petrofina, Electrabel, AG, GIB en Tractebel. Hij begeleidt de uitverkoop van de belangrijkste bedrijven ons land en krijgt in ruil daarvoor belangrijke functies en mandaten. Tewerkstelling is niet Davignons belangrijkste bekommernis, Belgische verankering ook niet.

Ook al houdt hij vol dat hij die verankering belangrijk vindt, in de praktijk verschuift de macht naar het buitenland. Van energie tot financiën: België heeft het niet zelf meer in handen.

In een interview met De Morgen zegt Davignon in mei 2016 over zijn imago van verkoper van de Belgische kroonjuwelen:

“De kapitaalstructuur van vele Belgische ondernemingen was niet opgewassen tegen de nieuwe tijd. (…) Ze waren niet langer meester van hun eigen lot.” Even verder zegt hij: “Wat betekent ‘Belgisch’ nog in een geglobaliseerde kapitaalmarkt?” De balans valt mee voor ons land, vindt Davignon. Hij mag trots in de spiegel kijken.

De Generale Maatschappij in Franse handen

In 1988 is er paniek in de Wetstraat. De Italiaanse zakenman Carlo de Benedetti wil alle aandelen van de Generale Maatschappij inlijven. Politieke en economische zwaargewichten in ons land, Etienne Davignon voorop, zetten alle zeilen bij om De Benedetti tegen te houden. De overnamepoging van de Italiaan wordt afgeslagen, maar het is uiteindelijk het Franse Suez dat 60% van de aandelen van de Generale Maatschappij overneemt.

Met de hoop dat Suez respect zou hebben voor de Belgische verankering van de maatschappij, dat onder meer de Generale Bank (nu BNP Paribas Fortis), Union Minière (Umicore), rederij CMB, Recticel, FN Herstal, Electrabel en Tractebel onder zijn vleugels had.

Carlo de Benedetti reageert daarna giftig, citeert Rik Van Cauwelaert in De Tijd.

“In het geval van de Generale heeft Davignon zich opgeworpen als de verdediger van België, om uiteindelijk de zaak te verkopen aan Suez, waar hij uiteraard een bestuurszetel en tegelijk het voorzitterschap kreeg. Hoed af, want de Belgen hadden nooit in de gaten dat hij een paard van Troje was! En met wat een cynisme! Hij is de meest cynische man die ik ken.”

Bron: Apache | Dominique Soenens | 9 februari 2018

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Waarom je de Generale Maatschappij en Etienne Davignon er ook al bij betrekt weet ik niet. (Albert Frère heeft ten andere ook al veel aan de Fransen verkocht.) Je kan meteen de Rothschilds noemen, zonder wie België nooit bestaan had en Leopold I nooit koning was geworden. Als iemand geïnteresseerd is in de Generale Maatschappij, raad ik aan het boek "De Generale Maatschappij van België 1822-1997" van Rene Brion te lezen voor een algemeen overzicht. De vuile achterkeuken komt daarin natuurlijk niet aan bod.

5

Ben wrote:

goeverneur Alexandre Galopin, die in België was gebleven, zette een komitee (het comité-Galopin) op, dat langs de ene kant de ekonomische kollaboratie met de Duitse bezetters organizeerde, langs de andere kant steun gaf aan de weerstand.

Alexandre Galopin was de grootvader van Benoît de Bonvoisin. Dit ter info (als soort van "weetje") voor de lezer gewoon.

De GM, daar kan je wel meer dan 1 boek over schrijven. Ooit waren we rijk (als land), en dat is nog niet zo lang geleden. Ach ja, als we nog eens een beetje geld nodig hebben om een of ander begrotingsgat te vullen, we hebben nog wel wat Proximus aandelen of andere. Misschien hebben we nog wel wat gebouwen die we kunnen verkopen en vervolgens terug huren.

Geld. Daar draait veel om.

Non semper ea sunt quae videntur

FreCR, ten overvloede (staat ook al elders) nog eens herhalen dat Galopin vermoord werd door nazi's (DeVlag). Hierdoor is heel de redenering dat De Bonvoisin een nazi zou zijn (geopperd door Staatsveiligheid/Raes/Smets/...) onderuit gehaald, aldus De Bonvoisin zelf.

7

Ik schreef enkel maar dat de Bonvoisin kleinzoon van Galopin is. Ik zeg helemaal niet dat de Bonvoisin een nazi is dus voor mij moet dit niet "ten overvloede herhaald" worden. Ik stuurde helemaal niet op die richting aan. Overigens vind ik niet dat iemand voor de daden van zijn grootvader verantwoordelijk gesteld moet worden of automatisch hetzelfde gedachtengoed moet toegeschreven worden (algemeen bedoeld, niet op Bonvoisin).

Verder weet ik niet wat het gedachtengoed van Galopin was, zo goed ken ik die zijn biografie nu ook weer niet. Ernst Röhm (stafchef oftewel "baas" van de SA) was een nazi-kopstuk en werd ook door "de nazi's" vermoord. (Waarmee ik niet zeg dat Galopin dat was).

Non semper ea sunt quae videntur

Het is ook niet voor jou bedoeld, beste FreCR, maar voor (nieuwe) lezers die alle relevante informatie graag in één topic hebben staan, zodat ze niet van topic naar topic moeten springen. Omdat je de link legt naar De Bonvoisin, schrijf ik "FreCR", omdat deze info reeds elders op de site staat, schrijf ik "ten overvloede".