1

Het Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij (CEGESOMA) is een federaal onderzoeks- en documentatiecentrum in België, dat onderzoek doet naar conflicten en oorlogen in de 20ste eeuw en hun repercussies op de Belgische samenleving. Het houdt zich tevens bezig met het documenteren van deze materie en met de organisatie van publieksevenementen. De Franstalige naam van het centrum luidt: Centre d'Etudes et de Documentation Guerre et Sociétés contemporaines (CEGESOMA).

De hoofdthema's zijn de twee wereldoorlogen, maar de aandacht gaat ook uit naar de vele andere thema's die de vorige eeuw hebben gekenmerkt (fascisme, nazisme, communisme, Koude Oorlog, kolonialisme en dekolonisatie, enz.).

Het CEGESOMA werd op 13 december 1967 opgericht als het Navorsings- en Studiecentrum voor de Geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog (NCWOII). In het Frans: Centre de Recherches et d'Etudes historiques de la Seconde Guerre mondiale (CREHSGM). De huidige directeur van het CEGESOMA is de Gentse historicus Rudi Van Doorslaer. De publieke leeszaal van de instelling en haar kantoren zijn gelegen op volgend adres: Luchtvaartsquare 29, 1070 Brussel.

Bron: Wikipedia

CEGESOMA kwam recent nog in het nieuws omdat ze er in geslaagd zijn om de moord op Julien Lahaut op te lossen. Ze ontdekten dat André Moyen en zijn geheim netwerk achter de moord zaten. Dit netwerk werd financieel gesteund door een rijke economische elite en kreeg ook politieke steun waardoor de het onderzoek naar de moord in doofpot belandde. 

CEGESOMA zou zijn onderzoek graag verder zetten omdat er mogelijk een band zou kunnen bestaan met de Bende van Nijvel. Zij zouden hierin een grote rol kunnen spelen. Het is echter afwachten of de politieke meerderheid dit financieel en politiek wil steunen » Nieuws

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

2

Over het gebrek aan financiële middelen voor onze wetenschappelijk instellingen verscheen onlangs dit opiniestuk:

Wetenschappelijke instellingen wachten nog steeds op duidelijkheid en visie

Elke Sleurs (N-VA), de staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid, investeert eenmalig 11,2 miljoen euro in de federale wetenschappelijke instellingen. Een schaamlap. Acht maanden na het aantreden van de regering weten die instellingen nog altijd niet waar ze aan toe zijn. Wij vragen de staatssecretaris - nogmaals - duidelijkheid en visie, want zo kan het niet langer.

Door de assistenten en jonge onderzoekers van de Leuvense en Gentse Letterenfaculteiten

'Zonder een correct besef van het verleden, rust er een hypotheek op de toekomst’. Tijdens een recent herdenkingsmoment voor de Shoah stelde Bart De Wever de zaken op scherp. ‘In de geschiedenis van ieder individu is er zwart en wit, en vooral veel grijs. Wie achterom kijkt, doet er goed aan zorgvuldig en genuanceerd te spreken’. Achterom kijken, nuance zoeken en misschien de toekomst te vrijwaren van hypotheken proberen wij als jonge onderzoekers in de geschiedenis, archeologie, taalkunde, literatuur, kunstgeschiedenis, musicologie, en filosofie elke dag enthousiast te doen. De vraag is echter of de overheid het ons niet steeds moeilijker maakt, tegen een grote maatschappelijke prijs.

Er is namelijk iets vreemds aan de hand. Aan de ene kant stelt de regering te investeren in haar wetenschappelijke instellingen. Aan de andere kant weet het belangrijkste centrum voor de studie van de Tweede Wereldoorlog, Cegesoma, nog altijd niet hoe het de komende jaren moet blijven functioneren. Net zoals de Federale Wetenschappelijke Instellingen (FWI) dient dit kennis- en expertisecentrum immers danig in te leveren: alleen al dit jaar 22 procent op investeringen, 20 procent op werkingskosten en 4 procent op personeel. De éénmalige som van 11,2 miljoen die de regering vandaag in de FWI investeert is eerder een schaamlap dan de broodnodige langetermijnondersteuning.

Bij vele geesteswetenschappers zorgt het gebrek aan visie al maanden voor bezorgdheid. De Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, de Koninklijke Bibliotheek, het Rijksarchief en gelijkaardige instellingen zijn cruciaal voor het wetenschappelijk onderzoek. Veel van de nuance waar Bart De Wever om vraagt, kan enkel op basis van de unieke grondstoffen die de FWI ter beschikking stellen. Wie zich bekommert om de studie van taal, cultuur en ons verleden kan die bronnen dus maar beter zorgvuldig beheren. Helaas knelt daar het schoentje: de federale regering heeft na maanden bestuur, en deze eenmalige dotatie ten spijt, nog steeds haar wetenschappelijk beleid niet uitgeklaard.

Voor een goed begrip: we vragen geen status quo. Zoals staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid Elke Sleurs al meermaals aangaf, zijn de besparingen ook een kans om het wetenschappelijk veld te herwerken. Het rationaliseren van structuren kan zeker een meerwaarde bieden en dat juichen we dan ook toe. Maar om de besparingsoperatie onder het mantra ‘snoeien om te groeien’ zinvol te houden, moeten dergelijke hervormingen doordacht gebeuren. Snoeien zonder plan leidt tot verminkte of zelfs dode bomen.

We vragen duidelijkheid en visie. Opnieuw. Al in december 2014 hebben wij aan staatssecretaris Sleurs onze bezorgdheden voorgelegd. Samen met één vicerector, zeven faculteitsbesturen, de jonge onderzoekers en studenten van drie faculteiten, en de directeur van een FWI vroegen wij om helderheid. Wat houden de aangekondigde hervormingen in? Wat bedoelt de staatssecretaris als zij stelt dat de FWI zullen worden verzelfstandigd? Zullen deze instellingen op normaal niveau hun diensten kunnen blijven leveren? Hoe vat de regering de samenwerking met het gewestelijke wetenschapsbeleid op?

Acht maanden na het aantreden van de regering is dit alles nog steeds volstrekt onduidelijk. In april liet de staatssecretaris weten dat onze bezorgdheid onterecht is en vroeg zij om vertrouwen. Wij vragen ons af waarop we dit vertrouwen moeten baseren. Na zes maanden bestuur kregen de bovenvermelde briefschrijvers enkel algemeenheden te horen. Nog twee maanden later is er wel een éénmalige gift, maar nog steeds geen structureel project. Intussen werken wij dapper verder, zonder te weten wat de overheid de komende jaren met onze bronnen van plan is.

Vooral dit laatste punt baart ons ernstige zorgen, en belangt ook de maatschappij als geheel aan. Een verminderde toegang tot het bronnenmateriaal betekent immers ook een verminderde output, wat het voor onderzoekers steeds lastiger maakt om hun maatschappelijke rol op te nemen. Het is ironisch om vast te stellen dat deze regering meer wetenschappelijke efficiëntie bepleit, terwijl ze er zelf niet in slaagt om de toekomst van haar eigen instellingen uit te klaren. De belastingbetaler vraagt terecht veel van de geesteswetenschappers die hij financiert, maar het is momenteel de overheid die er voor zorgt dat we steeds moeilijker aan deze verwachtingen kunnen voldoen.

En zo zorgt de regering zelf voor een serieus verlies. Het onderzoek in de geesteswetenschappen ondersteunt al het onderwijs aangaande taal, cultuur en geschiedenis. Archivarissen, historici en archeologen zorgen er samen voor dat kennis over het verleden voor iedereen toegankelijk is, wat tegelijkertijd de democratie en het werk van talloze heemkundige kringen, erfgoedverengingen en genealogen vooruit helpt. Kunsthistorici, musicologen, en literatuurwetenschappers duiden niet alleen de enorme diversiteit aan menselijke uitdrukkingsvormen, maar verzorgen ook de deskundige uitleg in musea, bij concerten en over literatuur. Taalkundigen helpen de communicatie tussen mensen vooruit, bijvoorbeeld via de inburgeringscursussen Nederlands. De overheid vergeet wat het geesteswetenschappelijk onderzoek voor de samenleving gedaan heeft, en nog steeds doet.

Daarom zouden we de bovenstaande uitspraak van de beroemdste historicus van het land enigszins willen herformuleren: zonder een correct langetermijnplan voor de geesteswetenschappen, rust er een hypotheek op de toekomst. We vragen de regering dan ook om deze verantwoordelijkheid eindelijk op te nemen.

De vertegenwoordigers van het Assisterend en Bijzonder Academisch Personeel in de Subfaculteitsraad van de Faculteit Letteren Leuven-Kortrijk, KU Leuven en de vertegenwoordigers van het Assisterend Academisch Personeel/Wetenschappelijk Personeel in de Faculteitsraad van de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, Universiteit Gent.

Bron: De Tijd | 17 juni 2015

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

3

Op 28 oktober verscheen een opiniestuk van Emmanuel Gerard en Rudi Van Doorslaer n.a.v. het nieuws over de Bende van Nijvel:

Het is aan de historici nu

Emmanuel Gerard en Rudi Van Doorslaer denken dat wetenschappers een doorbraak kunnen forceren in het Bendeonderzoek, net zoals bij de zaak-Lahaut.

Het onderzoek rond de Bende van Nijvel staat weer in het brandpunt van de belangstelling. Sommige commentatoren verwezen de afgelopen week naar de zaak-Lahaut. Valt daar iets uit te leren? Misschien wel, als we willen vermijden dat de opflakkering van het Bendeonderzoek niet meer is dan een strovuur.

Lees hier het hele opiniestuk » Nieuws

Knack publiceert vandaag een interview met Emmanuel Gerard. Daarover gaat het ook over bovenstaand voorstel:

(...) Samen met Rudi Van Doorselaer, de gewezen directeur van het Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij (Cegesoma), pleitte u er in een Vrije Tribune in De Standaard voor om historici bij het onderzoek naar de Bende van Nijvel te betrekken.

Emmanuel Gerard: “Mag ik spreken uit mijn ervaring met het dossier-Lahaut? Ook daarin stuitten we op een privénetwerk dat verweven was met officiële instanties. In de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog runde een zekere André Moyen, een voormalig lid van het gewapend verzet en een extreemrechtse anticommunist, een privé-inlichtingendienst die samenwerkte met de Gerechtelijke Politie (GP). Moyen had ook goede banden met mensen uit het bedrijfsleven en de politiek – en niet de minsten.”

“Bij het onderzoek naar de moord op Lahaut stootten de onderzoekers indertijd op de namen van een aantal medewerkers van Moyen, maar telkens liep het spoor bijster. Waarom? Omdat er altijd wel andere onderzoekers waren die een zekere verplichting hadden tegenover Moyen en de feiten begonnen toe te dekken die hun vriend in een lastig parket hadden kunnen brengen. Daardoor kwamen wij een paar jaar geleden tot de vaststelling dat de namen van de moordenaars van Lahaut al in het gerechtelijk dossier zaten. De speurders in Luik hebben ze alleen nooit herkend, omdat ze intern tegengewerkt werden.”

Hoe hebt u die sabotage vijftig jaar later kunnen reconstrueren? En hoe kan dat nuttig zijn voor het Bende-onderzoek?

Gerard: “Omdat men ons als historici niet kon verbieden andere informatie op te snorren dan de gegevens die zich in het gerechtelijk dossier bevonden. De naam van de moordenaar van Lahaut, François Goossens, stond letterlijk vermeld in het gerechtelijk dossier. Na een tip had de onderzoeksrechter in Luik een discreet onderzoek naar hem bevolen. De Gerechtelijke Politie van Luik gaf die opdracht vervolgens door aan de collega’s van Brussel, want Goossens woonde in Halle. Het Brusselse antwoord was, samengevat: ‘Goossens is een brave vent.’ Waarop de onderzoeksrechter besliste om François Goossens met rust te laten.”

“Wij zijn te weten gekomen hoe Goossens de hand boven het hoofd werd gehouden toen we het netwerk van André Moyen in kaart brachten. Ook Goossens behoorde daartoe. Toen we de archieven onderzochten van de Brusselse GP – die dus níét in het eigenlijke moorddossier-Lahaut zitten – stelden we tot onze verbazing vast dat niet minder dan twintig procent van alle dossiers van de politieke sectie van de Brusselse GP aangeleverd werd door André Moyen. Denkt u echt dat ze bij de Gerechtelijke Politie van Brussel een van hun beste contactpersonen zouden verlinken aan de collega’s van Luik?”

Daarom zouden ze volgens mij het onderzoek naar de Bende van Nijvel ook moeten verruimen. Ik ben er vrij zeker van dat er dan een doorbraak mogelijk is. Zeker in een zaak die zo veel groter en belangrijker is dan die van de moord op Lahaut. De Bende van Nijvel heeft op verschillende plaatsen in het land tientallen slachtoffers gemaakt, er zijn honderden getuigen en nog meer betrokkenen. Er is een Bendedossier van een paar miljoen pagina’s, waarvan er intussen helaas ook een miljoen pagina’s zijn verbrand. (lacht schamper)”

Het zou dus vreemd zijn als de ware toedracht nooit zou worden gevonden, omdat ik vermoed dat alle namen van de daders al ergens in het Bendedossier zitten. Dat ze nog altijd niet zijn ontdekt, valt alleen maar te verklaren doordat er ook in het Bendedossier andere krachten aan het werk zijn geweest. Vandaar mijn punt: alleen als we het onderzoek uitbreiden tot buiten het eigenlijke Bendedossier, kunnen we te weten komen wat er echt is gebeurd met de Bende van Nijvel.”

U zou ook interne nota’s en correspondentie van de Rijkswacht willen lezen?

Gerard:(knikt bevestigend) “In een strafonderzoek kan dat niet zomaar. Kijk, ik had het voorrecht om me met de zaak-Lumumba en de zaak-Lahaut te mogen bezighouden, zeg maar: met de duistere kant van de Belgische democratie. Wie zich met die dossiers heeft ingelaten, krijgt een ander zicht op wat er in dit land achter de schermen gebeurt. En geloof me: wat er in werkelijkheid gebeurt, strookt niet met ons beeld van België als een bezadigde, rustig voortkabbelende democratie.”

Lees hier het hele interview » Nieuws

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Enorm fascinerend en verhelderend. En inderdaad, de netwerken die in kaart werden gebracht stopten niet waar dit onderzoek stopte. Het grote voordeel van het historisch onderzoek is dat het niet moet gebeuren in functie van een gerechtelijke veroordeling. Laat ze maar eens proberen om op die manier het netwerk achter Moyen verder te volgen tot in de jaren 80. Dan gaan er denk ik veel puzzelstukken in elkaar vallen.

5

Ook voormalig strafrechter Walter De Smedt sluit zich hierbij aan:

‘Waarom het onderzoek naar de Bende van Nijvel uitgebreid moet worden’

Voormalig strafrechter Walter De Smedt pleit voor een wetenschappelijk onderzoek naar de Bende van Nijvel om de historische waarheid aan het licht te brengen.

In een interview met Knack stelde de Leuvense historicus Emmannuel Gerard: ‘Vandaar mijn punt: alleen als we het onderzoek uitbreiden tot buiten het eigenlijke Bendedossier, kunnen we te weten komen wat er echt is gebeurd met de Bende van Nijvel.’

Daar ben ik het meer dan honderd procent mee eens. Het is de boodschap die ik in verschillende bijdragen voor Knack.be en Apache steeds heb herhaald: er zijn ook andere feiten die ons naar de waarheid kunnen leiden en een antwoord geven op de vraag of ons land met medewerking van officiële en parallelle diensten werd ontwricht.

Bovendien is het echt niet moeilijk om het aan te tonen: over veel werd reeds onderzoek gedaan en de dossiers liggen voor het grijpen in de archieven van justitie en van het Vast comité dat er toezicht op had. De gelijkenis met het dossier over de moord op Julien Lahaut is ook daarom frappant: ook daar zat alles in officiële dossiers die niet aan het moordonderzoek werden gevoegd, en ook daar werden de opeenvolgende onderzoeksrechters buiten de waarheid gehouden.

Lees hier de hele opinie » Nieuws

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Ik sluit mij hier 100% bij aan. Zelfs meer dan dat, het is de enige mogelijkheid om nog klaarheid te scheppen in het dossier.

De waarheid schaadt nooit een zaak die rechtvaardig is.

7

Une enquête historique pourrait résoudre l’énigme des Tueries du Brabant

Deux historiens suggèrent de lancer une grande recherche comme celle qui a permis de clarifier l’assassinat de Julien Lahaut en 1950.

Le soufflé médiatique récent autour de nouvelles révélations sur les Tueries du Brabant des années 1980 semble être retombé. On n’a donc pas vraiment progressé mais est-ce une raison de ne pas tenter d’autres pistes? Dont l’une serait en fait de mettre sur pied une commission plus de recherche que d’enquête, principalement historique qui revisiterait le dossier à l’aune des archives mais aussi de la recherche de nouveaux éléments autour des événements tragiques qui avaient alors secoué la Belgique.

C’est la conviction de deux historiens belges chevronnés, Emmanuel Gérard, récemment admis à l’éméritat à la KU Leuven, et Rudi Van Doorslaer, l’ancien directeur du CegeSoma, le Centre d’études Guerre et sociétés contemporaines.

(...) Partageant l’attente des familles des victimes à connaître les auteurs et les motifs de ces crimes afin de faire définitivement leur deuil, Gerard et Van Doorslaer plaident pour la création d’une taskforce d’historiens qui pourrait revisiter à l’aune de l’Histoire les officines mises en cause depuis 1985, du Westland New Post et du CEPIC (l’aile droite du PSC, à l’époque) à certains groupes de la gendarmerie (Groupe G, Diane, etc.) tout en investiguant aussi sur les personnes citées de près ou de loin.

Lees hier het hele artikel » Nieuws

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

8

Een interview met Rudi Van Doorslaer over het onderzoek naar de Bende van Nijvel, André Moyen en de moord op Julie Lahaut:

Bende van Nijvel: ‘Het klasseren van het onderzoek kan leiden tot een doorbraak’

Of Rudi Van Doorslaer, die mee de decennialang onopgehelderde moord op Lahaut oploste, het dossier Bende van Nijvel zou willen onderzoeken? ‘Misschien, onder de juiste voorwaarden: in alle onafhankelijkheid, met voldoende middelen en een multidisciplinair team van academici. Zo zouden wij het dossier op een andere manier kunnen benaderen, op dezelfde manier die succesvol was in het dossier Lahaut’, zegt hij in Deze Week.

Lees hier het hele interview » Nieuws

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

9

Een opvallende uitspraak van Rudi Van Doorslaer: de magistratuur (hoogstwaarschijnlijk De Valkeneer) heeft onderzoekers van de Cel Waals Brabant verboden om samen te werken met Emmanuel Gerard en Rudi Van Doorslaer. De speurders wilden hun hulp inroepen vanwege de opmerkelijke gelijkenissen tussen het onderzoek naar de moord op Lahaut en het onderzoek naar de Bende van Nijvel.

(...) “Emmanuel Gerard en ik zijn trouwens in 2015 met die vraag benaderd geweest door speurders van de cel Bende van Nijvel in Charleroi. Ze hadden het rapport over de moord op Lahaut gelezen en stonden versteld van de parallellen tussen beide onderzoeken. Ze vroegen ons of we bereid waren hen bij te staan voor bepaalde onderdelen van het onderzoek. Wij hebben daar niet negatief op gereageerd, maar wel gezegd: dat moet aan bepaalde voorwaarden voldoen en uiteraard moet er een officiële opdracht komen van de magistraten die verantwoordelijk zijn voor het onderzoek.”

Na lange tijd is ons gemeld dat die onderzoekers niet langer contact met ons mochten leggen. Dat is betreurenswaardig. Wij hebben nooit de pretentie gehad om ons in de plaats te stellen van de politiemensen die in de dagelijkse praktijk de misdrijven onderzoeken. Onze opdracht zou van een heel andere aard zijn. Als geschiedkundigen kunnen we vertrekken van een hypothese met onderzoeksvragen tot uit kritisch onderzoek van de bronnen eventueel blijkt dat we het bij het verkeerde eind hebben.”

Het is interessant om de reactie van De Valkeneer over het onderzoek naar de moord op Lahaut nog eens boven te halen:

Un lien avec les Tueries? Christian De Valkeneer réagit

En risquant un lien entre l’assassinat de Lahaut et les tueries du Brabant, le directeur du Ceges Rudy Van Doorslaer “fait une démarche d’historien, une démarche d’hypothèses qui consiste à chercher à établir un parallélisme théorique. Des hypothèses, on en a fait beaucoup dans le dossier des tueries, et on peut toujours en faire. Ce qui nous manque, ce sont des preuves”.

Lees hier het hele artikel » Nieuws

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

10

Dus zoals Hugo Coveliers recent al aanhaalde ... laat het Bende-dossier maar verjaren, dan kunnen de historici zich ongedwongen over de zaak buigen. Een mogelijk ultiem redmiddel.